Alle berichten van admin

tentoonstelling Loes Riphagen

Een hele generatie kinderen groeit op met de magische prentenboeken van Loes Riphagen op hun nachtkastje. Haar bestseller “Coco kan het!”werd uitgeroepen tot Prentenboek van het Jaar 2021 en is inmiddels al meer dan 350.000 keer verkocht. Of het nu in Nederland is of ver daarbuiten: haar boeken zijn overal razend populair. En het leukste nieuws? Binnenkort stap je zó haar fantasierijke wereld binnen tijdens een unieke tentoonstelling!

Vanaf 15 november 2026 tot 9 mei 2027 is in Museum Kranenburgh de tentoonstelling Loes Riphagen – Van Coco tot snuitkever te zien. Er zijn meer dan 80 originele illustraties verdeeld over 3 zalen.

tentoonstelling Riphagen

Haar illustraties zijn een feestje om naar te kijken. Ze zitten bomvol heldere kleuren, persoonlijke grapjes en subtiele verwijzingen naar haar eerdere boeken. Hoe langer je kijkt, hoe meer je ontdekt!

Het belangrijkste doel van Riphagen is dat kinderen zich herkennen in haar personages én dat ze met andere ogen naar hun eigen omgeving gaan kijken. Haar boodschap is simpel maar krachtig: “Kijk om je heen, er is zoveel moois te zien. En heb niet zoveel haast!”

Loes Riphagen

Loes RiphagenHet creatieve avontuur van Loes Riphagen (1983) begon op de boerderij. Ze groeide op tussen de dieren in Oene, een klein dorpje op de prachtige Veluwe. Samen met haar tweelingbroer ruilde ze het platteland tijdelijk in voor de grote stad om te studeren aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Tegenwoordig woont en werkt Loes in het Gelderse Heerde.

In 2008 maakte ze haar officiële debuut met het prentenboek “Slaapkamernachtdieren”. Vanaf dat allereerste moment viel ze op. Haar vrolijke, eigenwijze tekeningen en haar ongeëvenaarde oog voor detail worden sindsdien geprezen door het grote publiek, de pers én vakjury’s. Dat haar verhalen universeel zijn, blijkt wel uit haar enorme internationale succes. Haar werk is inmiddels wereldwijd uitgebracht in talloze landen, van buurlanden zoals Duitsland en Frankrijk tot ver daarbuiten in landen zoals Amerika, Japan, Colombia en China!

Lees hier het interview met Loes Riphagen door prentenboek.nl uit 2014.

Daar gaan we weer

Inmiddels ligt er ook een nieuw prentenboek van Loes Riphagen in de winkel: “Daar gaan we weer”. Dit is echt een ontzettend persoonlijk project geworden. Ik heb het volledig op de ouderwetse manier geschilderd met gouacheverf en kleurpotlood. Deze analoge techniek past perfect bij het geheime concept van het boek…

Dit boek was denk ik het leukste boek dat ik ooit heb mogen maken. En wat ben ik er blij mee!

Wat die geheimzinnige clou dan is? Dat ga ik natuurlijk nog niet verklappen! De grote ontknoping mag je helemaal zelf ontdekken. Pas op het allerlaatste schutblad zie je hoe de vork écht in de steel zit.

Beschrijving van de uitgever Gottmer: “In de woonkamer zit een bont gezelschap gezellig bij elkaar wanneer er opeens gerommel klinkt. De wc verdwijnt zomaar, er stort een waterval van de trap en even later lijkt het alsof het hele huis schudt. Niemand begrijpt wat er gebeurt en iedereen probeert zich zo goed mogelijk staande te houden. Dit fantasierijke prentenboek voor kinderen vanaf 3 jaar zit vol onverwachte situaties, grappige personages en kleine details die jonge kinderen steeds opnieuw zullen willen bekijken.”


Interview Hilde Peters

Gefeliciteerd Hilde Peters met de verkiezing van prentenboek van het jaar 2027 voor “Kom maar, kipjes!”.

Dank voor de felicitaties! Het is zo’n eer, geweldig om mee te maken. Dat juist “Kom maar, kipjes!” is verkozen tot Prentenboek van het Jaar 2027 voelt heel bijzonder. Het is mijn debuut! Het begon met onze eigen kippen in de tuin. Nu wordt het door zoveel kinderen gelezen, dat is een droom.

Kun je wat vertellen over het prentenboek?

Dit boek gaat over Klaartje. Zij heeft tien witte kippen in de tuin en haar papa heeft een geitje. Klaartje is dol op haar kipjes. Als er een flinke storm op komst is, krijgt ze medelijden met ze en besluit ze haar kipjes stiekem het huis binnen te smokkelen. Binnen is het heel gezellig, maar papa mag natuurlijk niets ontdekken. Terwijl Klaartje met haar kipjes door het huis sluipt, blijkt dat papa óók iets te verbergen heeft…

“Kom maar, kipjes!” is een prentenboek op rijm, vol humor, zoekplaten en telopdrachten. Er valt steeds weer iets nieuws te ontdekken.

Hoe is het tot stand gekomen?

Het idee voor dit boek ontstond tijdens mijn opleiding aan Venster Academy. Daar werkte ik, samen met geweldige docenten en klasgenoten, aan mijn eigen verhalen en illustraties.
Ik hoefde voor een verhaalidee niet ver te zoeken. Wij hebben namelijk kippen in de tuin, en als de achterdeur even openstaat, wandelen ze het liefst naar binnen. Ze nestelen zich in onze luie stoel of snoepen van de kattenbrokjes. Heel ondeugend, maar ook zo grappig dat ik dacht: hier zit een verhaal in.

Tijdens de afstudeerexpositie in het Kinderboekenmuseum in Den Haag kon ik de eerste platen en een dummy laten zien. Daar werd “Kom maar, kipjes!” opgepikt door Uitgeverij Leopold en mocht ik het boek echt gaan maken.

Hilde Peters
Hilde Peters met haar prentenboek “Kom maar, kipjes!”
Staan er leuke activiteiten gepland tijdens De Nationale Voorleesdagen?

Er gebeurt de komende tijd van alles rond mijn boek. Dat is ontzettend bijzonder om mee te maken. Er komen voorstellingen, een liedje, versier-je-klaspakketten, inpakpapier en tasjes. En misschien wel het allerleukste: een klein wit kipje als voorleesknuffeltje bij het boek.

De Nationale Voorleesdagen worden traditiegetrouw geopend met het Nationale Voorleesontbijt. Dan wordt “Kom maar, kipjes!” op heel veel locaties door bekende Nederlanders voorgelezen.

Zelf ga ik vóór en tijdens de Voorleesdagen veel op pad via De Schrijvers Centrale. Ik geef lezingen en workshops op scholen en in bibliotheken. Dat vind ik erg leuk om te doen: leerkrachten, pedagogisch medewerkers en kinderen inspireren om met mijn boeken aan de slag te gaan.

Waar ik ook heel blij van word, is dat er in bibliotheken een gidsje verkrijgbaar is met vertalingen van “Kom maar, kipjes!” in zes verschillende talen. Zo kan er ook in andere moedertalen worden voorgelezen. Dat vind ik een prachtig initiatief.

Illustratie uit Kom maar, kipjes, Hilde Peters, Leopold 2025
Illustratie uit “Kom maar, kipjes!”, Hilde Peters, Leopold 2025
Heb je inmiddels aan nieuwe prentenboeken gewerkt?

Het was zo’n feest om “Kom maar, kipjes!” te maken dat ik heel graag verder wilde met Klaartje en haar kipjes. Het leek me geweldig om ze dit keer een school binnen te laten wandelen en daar de boel compleet op stelten te laten zetten…. Het resultaat is het nieuwe prentenboek “Kipjes in de klas” en verschijnt op 19 augustus. Dat is nét voor de start van het nieuwe schooljaar. Ook dit boek is weer een zoek- en telboek op rijm, vol grapjes en kleine details.

Daarnaast ben ik net begonnen aan een Gouden Boekje voor Uitgeverij Rubinstein, ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van Almere. En op de achtergrond pruttelen er alweer nieuwe kipjesverhalen.

Hoe ga je te werk bij maken van een prentenboek?

Mijn inspiratie haal ik vooral uit het dagelijks leven. Ik kijk graag naar hoe dingen normaal gesproken gaan en vraag me dan af: wat gebeurt er als het nét even anders loopt? Of als ik iets onverwachts toevoeg? Ik observeer veel en blijf graag dicht bij de werkelijkheid. Juist daardoor voelt een klein beetje gekkigheid extra verrassend. Mijn eigen gezin en alles wat daarin gebeurt, leveren me vaak nieuwe ideeën op.

schetsen Kipjes in de Klas
Grove schets en uitgewerkte schets – illustratie “Kipjes in de Klas” – Hilde Peters

Alles begint met een klein idee. Ik ben een echte “sudderaar”. Aan het begin van een nieuw boek lijkt het soms alsof ik weinig doe, maar in mijn hoofd ben ik juist ontzettend druk. Ik broed op personages, scènes en woorden, totdat ik ineens voel: ja, dit is het. Dan begin ik te schetsen.

Kipjes in de klas uitgewerkt in lijnen
Illustratie uit “Kipjes in de klas” uitgewerkt in lijnen – Hilde Peters

Vervolgens verdeel ik het verhaal over twaalf spreads en maak ik kleine versies van het boek: dummy’s. Zo kan ik het verhaal echt doorbladeren en voelen of het ritme klopt.
Daarna werk ik de schetsen uit op het uiteindelijke formaat. Dan begint een proces van schuiven, aanpassen, opnieuw proberen en weer verder schaven. Pas als alle schetsen precies goed voelen, begin ik aan de definitieve illustraties.

Hilde Peters aan het werk aan de illustratie voor Kipjes in de klas
Hilde Peters aan het werk aan de illustratie voor Kipjes in de klas

Vanaf dat moment kan ik helemaal verdwijnen in het maken. Er zijn dagen waarop alles lijkt te kloppen en de wereld van het verhaal als vanzelf op papier ontstaat. Dan vergeet ik de tijd en werk ik uren achter elkaar door.

uiteindelijke illustratie "Kipjes in de klas"
uiteindelijke illustratie “Kipjes in de klas” – Hilde Peters – Leopold – 2026
Heb je favoriete materialen om mee te werken?

Ik werk graag in lagen. Meestal begin ik met ecoline, en werk dan verder met gouache en kleurpotlood. Ik werk volledig analoog. Dat vind ik prettig, omdat ik alle oplossingen echt op papier moet vinden. Ik vind het mooi dat je de verfstreken en potloodlijnen terug blijft zien; dat geeft mijn illustraties iets warms en levendigs.

En hoe gaat het schrijfproces?

Bij mij ontstaan de illustraties meestal eerder dan de tekst. Terwijl ik de beelden maak, fladderen er zinnen door mijn hoofd die ik meteen opschrijf. Ik schrijf graag op rijm. Dat leest fijn voor en het doet ook veel voor de taalontwikkeling van kinderen. Soms komen de rijmregels bijna vanzelf, maar soms is het ook flink puzzelen. Dan helpt het enorm om alles hardop voor te lezen aan mijn dochters.

Is er veel veranderd in jouw werkproces tussen je debuut en nu?

Kom maar, kipjes! was mijn debuut, dus ik sta eigenlijk nog maar aan het begin. Voor Kipjes in de klas heb ik met dezelfde materialen gewerkt, maar ik merkte wel dat ik met meer vertrouwen ben gaan tekenen. Ik durf sneller keuzes te maken. Voorlopig voelt dit werkproces nog helemaal goed.

Illustratie uit Kom maar, kipjes, Hilde Peters, Leopold 2025
Illustratie uit Kom maar, kipjes, Hilde Peters, Leopold 2025
Wat zijn echte leermomenten geweest?

Dat het heel fijn is om je eigen manier van werken te kennen. Zoals ik hierboven al omschreef moet een verhaalidee, maar ook illustraties, bij mij soms weken in mijn hoofd rijpen voordat ik weet wat de beste vorm is. Aan het begin van een project lijkt het soms alsof ik nauwelijks iets doe. Ik zit vooral te denken, te kijken en te mijmeren. In het begin vond ik dat best lastig. Ik had het gevoel dat ik productiever moest zijn. Inmiddels weet ik dat dit gewoon mijn manier van werken is.

Een ander belangrijk inzicht is dat beeld en tekst elkaar in een prentenboek moeten aanvullen. “Kom maar, kipjes!” begon ooit bijna als een woordeloos boek; de illustraties vertelden het verhaal. In overleg met de uitgever heb ik er uiteindelijk een voorleestekst bij geschreven en dat maakte het boek compleet.

Ik vind het belangrijk dat beeld en tekst elkaar niet herhalen. Wat je al kunt zien, hoef ik niet nog eens te vertellen. Juist de samenwerking tussen woorden en illustraties maakt een prentenboek sterk.

Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken?

Er is zoveel moois! Maar een prentenboek dat mij altijd blijft inspireren is “Wat zullen ze blij zijn” van Peter Spier. Het wordt helaas niet meer uitgegeven, ik heb een heel oud exemplaar. Het gaat over drie kinderen die alleen thuis zijn en besluiten de buitenkant van het huis op te knappen met restjes verf uit de garage. Dat loopt natuurlijk volledig uit de hand en het wordt een kleurrijke bende, waarin ontzettend veel te ontdekken valt. Wat ik vooral mooi vind, is dat je als lezer nooit te zien krijgt hoe de ouders reageren. Je ziet alleen de kinderen die trots zijn op hun werk. En dat is eigenlijk genoeg.

Ook de woordeloze prentenboeken van Mariachiara Di Giorgio vind ik geweldig, zoals “Overdag is hij een krokodil” en “Kermis in de nacht”. Haar boeken zitten vol details, verborgen grapjes en prachtige illustraties. Je blijft erin kijken.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende schrijvers en illustratoren?

Blijf vooral veel maken. Durf te experimenteren en wees niet bang als iets mislukt; daar leer je vaak het meeste van. Volg een goede cursus of opleiding als je daar de kans voor krijgt. Zo is de opleiding Beeldverhaal bij Venster Academy onnoemelijk belangrijk voor mij geweest. Het is zo waardevol om begeleiding te krijgen, feedback te ontvangen en met andere makers te sparren. Je leert niet alleen veel, maar bouwt ook een netwerk op van mensen die allemaal enthousiast zijn over (prenten)boeken maken

En misschien wel de belangrijkste tip: maak een boek dat je zelf als kind eindeloos had willen bekijken. Als jij tijdens het tekenen zelf zit te grinniken om een grapje of blijft genieten van alle details, is de kans groot dat kinderen dat ook doen.

Wil je meer weten over Hilde Peters en haar werk als illustrator en auteur van prentenboeken? Bezoek dan haar eigen website!

Gevonden! – Petr Horáček

Soms gaat een prentenboek over iets heel kleins, maar voelt het verhaal toch als een groot avontuur. Dat is bij “Gevonden!” van Petr Horáček precies zo. Het verhaal begint met iets dat veel kinderen herkennen: Konijn kan een sok niet vinden. Wat daarna gebeurt, is grappig, verrassend en laat zien dat zoeken soms net zo leuk kan zijn als vinden.

Titel: Gevonden!
Tekst en Illustraties: Petr Horáček
Uitgeverij: Lemniscaat, 2025
Oorspronkelijke titel: The Found Things, Walker Books, 2025
Vertaling: Johanna Rijnbergen

Het verhaal van Gevonden!

Konijn wil naar buiten, maar ontdekt dat één sok weg is. Daarom gaat ze op zoek. Tijdens het zoeken vindt ze allerlei andere spullen. En alles wat ze tegenkomt, trekt ze aan of neemt ze mee. Daardoor vergeet Konijn bijna waar ze eigenlijk naar op zoek was. Dat maakt het verhaal leuk en herkenbaar voor jonge kinderen. Veel kinderen kennen dat gevoel: je begint met één plan en onderweg gebeurt er van alles.

Het verhaal is eenvoudig verteld. Petr Horáček gebruikt weinig woorden en korte zinnen. Daardoor is het boek fijn om voor te lezen. Er zit ook humor in het verhaal. Kinderen zullen nieuwsgierig zijn naar wat Konijn nu weer gaat vinden. De herhaling in het verhaal maakt het prettig om samen te lezen en mee te praten.

Spread "Gevonden!", Petr Horáček, Lemniscaat, 2025
Spread “Gevonden!”, Petr Horáček, Lemniscaat, 2025
Illustraties

De illustraties spelen een grote rol in dit boek. Ze zijn kleurrijk, vrolijk en vol details. Horáček werkt met geschilderde beelden die warm en levendig aanvoelen. Konijn heeft veel uitdrukking in haar gezicht en houding. Daardoor kun je goed zien wat ze denkt en voelt, ook zonder veel tekst.

Op elke pagina is iets nieuws te ontdekken. De gevonden spullen zorgen voor grappige situaties en maken het leuk om langer naar de afbeeldingen te kijken. Kinderen kunnen aanwijzen wat ze zien en vertellen wat er gebeurt. Daardoor is Gevonden! niet alleen een voorleesboek, maar ook een echt kijkboek.

Spread "Gevonden!", Petr Horáček, Lemniscaat, 2025
Spread “Gevonden!”, Petr Horáček, Lemniscaat, 2025
Een vrolijk zoekboek met een kleine boodschap

Onder het eenvoudige verhaal zit nog een kleine boodschap. Als je iets kwijt bent, is dat niet leuk. Maar tijdens het zoeken kun je onverwacht iets anders ontdekken. En iets terugvinden voelt vaak extra fijn als je het even kwijt bent geweest. Het boek laat dat zien zonder uitleg of moeilijke woorden.

‘Weet je wat het leukste is aan iets kwijtraken?’ vroeg ze.
‘Nee. Wat dan?’ zei Eekhoorn.
‘Dat je zo blij wordt als je het weer vindt!’

Tip: “Gevonden!” is opgenomen in de prentenboek top10 van 2027

Prentenboek van het jaar 2027

“Kom maar, kipjes! ” is verkozen tot het prentenboek van het jaar 2027. Het prentenboek is geschreven en geïllustreerd door Hilde Peters. Het boek is in 2025 uitgegeven door Leopold.
Kom maar, kipjes! is het debuut van Hilde Peters als schrijver en illustrator. Het is een vrolijk en grappig prentenboek op rijm over Klaartje en haar kipjes. Klaartje en papa hebben allebei een weitje. In dat van Klaartje lopen tien kipjes en papa heeft een geitje. Als het gaat stormen, moeten de dieren hun hok in. Maar Klaartje heeft een beter idee…Tel de 10 kipjes, 1 geit en 1 poes.

Prentenboek top 10 van het prentenboek van het jaar 2027
Prentenboek top 10 – prentenboek van het jaar 2027
Prentenboek Top 10 2027

Zoals gebruikelijk heeft het comité van bibliothecarissen, boekhandelaren en docenten nog negen andere prentenboeken gekozen die samen de prentenboek top tien voor 2027 vormen. In deze top tien staan maar liefst zeven prentenboeken van Nederlandstalige schrijvers en/of illustratoren (hieronder cursief aangegeven)!

  • Baby zegt  – Ellen Burger (auteur) en Marian Latour (illustrator)
  • Daarom heet ik zo! – Rigoberta Mejia Sian (auteur) en Aafke Mertens (illustrator)
  • De grootste reis ooit – Loes Riphagen (auteur en illustrator)
  • Gevonden! – Petr Horáček (auteur en illustrator)
  • Kiki & ik – Leo Timmers (auteur en illustrator)
  • Kom maar, kipjes! – Hilde Peters (auteur en illustrator)
  • Mijn eigen pad – Jana Curll (auteur en illustrator)
  • Slaapt hij? – Olivier Tallec (auteur en illustrator)
  • Vind de vorm – Susie Hammer (auteur en illustrator)
  • Waggel, fladder, hups! – Anne-Lieke Faber (auteur en illustrator)

Deze prentenboeken staan centraal tijdens De Nationale Voorleesdagen van 2027. Deze worden gehouden van woensdag 20 januari tot en met zondag 31 januari 2027 en start traditiegetrouw met Het Nationaal Voorleesontbijt.

Bekijk ook eens alle prentenboeken van het jaar vanaf 2004 en de prentenboek top 10 vanaf 2010!

Interview Octavie Wolters

Dag Octavie Wolters, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Ik debuteerde in 2016 met een roman met de titel “Voorland”. Daarna volgde “Slot”, een autobiografisch boek.  Slot is voor mij de overgang van romanschrijver naar prentenboekenmaker. Het is een boek met dagboekfragmenten waarin ik schrijf over de weg uit een hele zware depressie en ik heb er linosneden en pentekeningen in verwerkt die ik in die periode maakte. Daarna volgende drie prentenboeken: “Het lied van de spreeuw”, “Dit gaat nooit voorbij” en “Jij bent mijn begin”

Octavie Wolters
Octavie Wolters en haar drie prentenboeken
Waar gaat jouw laatste prentenboek “Jij bent mijn begin” over?

“Jij bent mijn begin” kwam eind 2025 uit. Het gaat over Haassie, een jong haasje dat op zoek gaat naar zijn oorsprong. Waar komt hij vandaan? Hij rent door de velden, door de seizoenen, langs alle dieren, met de rivier als trouwe metgezel. Uiteindelijk ontdekt hij dat  waar hij naar op zoek was juist heel dichtbij is. Haassie bestaat echt, het is het knuffelhaasje dat ik kreeg toen ik twee was. Hij staat nog steeds op mijn nachtkastje. Als ik naar hem kijk voel ik de warmte van mijn jeugd. Ik wilde een boek maken om iedereen die dat nodig heeft diezelfde warmte te geven.

Hoe ga je te werk bij het illustreren van een prentenboek?

Een nieuw boek maken begint voor mij altijd met het beeld. Ik krijg beelden in mijn hoofd en dan ga ik die tekenen en uitwerken in linosneden. Er zit nog geen echt idee achter, ik heb nog geen verhaal bedacht. Pas als ik een stuk of zes prenten klaar heb ga ik ze naast elkaar leggen. Dan kijk ik wat de rode lijn is en wat ze me te vertellen hebben. Daarna ga ik pas schrijven. Een boek maken is voor mij een diep gevoel van vertrouwen hebben in mezelf. Het weten: alles wat er komt is goed, alles wat ik maak dient een doel.

linosneden uit jij bent mijn begin
Linosneden uit jij bent mijn begin, Octavie Wolters, 2025

Er is heel veel veranderd in mijn werkproces tussen mijn debuut en nu. Ik ben erachter gekomen dat alleen schrijven te zwaar voor me is. Schrijven trekt me naar de diepte en ik heb het lichte, het beeldende nodig om de balans te vinden. Als ik schrijf word ik zo in mijn verhaal en personages gezogen dat ik mezelf steeds meer kwijtraak. Het beeldende houdt me juist op de wereld, in het hier en nu. De depressie heeft me dit heel goed duidelijk gemaakt. Het was een helse periode maar nu weet ik wel veel beter hoe mijn proces werkt en wat ik nodig heb.

Is het werken met linosneden niet erg tijdrovend?

Ik maak geen illustraties, ik maak autonome kunst. Ik maak mijn werk niet bij een tekst of verhaal. Ik maak het omdat ik het wil maken, het staat op zichzelf. Dat is een groot verschil, in mijn proces mag alles zo lang duren als het zelf wil. Lino’s maken is tijdrovend, maar dat kunnen andere technieken ook zijn. De korte weg bestaat niet in de kunst, als je denkt dat je je ergens snel van af kan maken dan kom je altijd bedrogen uit.

Voor mij is linosnede speciaal omdat het een spel van licht en donker is, daar houd ik van. Ik ben al mijn hele leven bezig met lino. Op mijn negende maakte ik mijn eerste afdruk en ik kan me elke keer nog verwonderen over de scherpe contrasten. Dat vind ik het mooiste dat er is. Gutsen brengt me in een cadans, ik snij weg wat overbodig is en dat ruimt enorm op in mijn hoofd.

linosneden Octavie Wolters
linosneden Octavie Wolters, kunstbeurs ART ON PAPER in Amsterdam.
Waar werk je nog meer aan?

Ik voel me allround beeldend kunstenaar. Naast schrijven maak ik allerlei autonoom beeldend werk. Linosneden, maar ook grote houten objecten. Op dit moment ben ik bezig met een project waarbij ik alle creatieve mensen van Nederland heb opgeroepen om houten speelgoedblokjes te beschilderen naar gelijkenis van henzelf. Ik wil zo een museumzaal gaan vullen met duizenden blokpoppetjes, een letterlijke ruimte voor de kunstenaar.

blokpoppetjes
blokpoppetjes, Octavie Wolters
Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken?

Er zijn geen speciale prentenboeken die voor mij als voorbeeld dienen. Mijn werk speelt zich altijd af in het grijze gebied tussen kinderen en volwassenen. Ik maak graag boeken die door beide groepen geconsumeerd kunnen worden. Het meest geïnspireerd raak ik door kunstenaars en ontwerpers die in datzelfde snijvlak zitten. Floris Hovers, Tanja Ritterbex, Gustav Westman, en wat ouder: Roy Lichtenstein bijvoorbeeld.

Heb je tot slot nog tips voor beginnende schrijvers en illustratoren?

Luister naar je diepste innerlijke stem en maak wat je voelt dat je moet maken. De beelden zijn er al, je hoeft ze alleen maar naar de oppervlakte te trekken en te maken. Heb je last van een innerlijke criticus? Als je hem in een hoekje schopt zal hij zich altijd terugvechten dus neem hem in je hand en vraag wat hij te zeggen heeft. Pas dan kun je een manier vinden om hem van repliek te dienen. Bedenk: alles is goed, alles is onderdeel van je proces en alles mag er zijn.

Wil je meer weten over Octavie Wolters, over haar prentenboeken en haar werk als kunstenaar? Bezoek dan haar eigen website!


De Kattengeest

De kattengeest van Joost Oosterwijk vertelt het verhaal van een kind dat een mysterieuze, misschien wel spookachtige kat ontmoet. Deze kat lijkt meer te weten dan een gewone kat en duikt steeds op onverwachte momenten op. Terwijl het kind de kat volgt, vervagen de grenzen tussen fantasie en werkelijkheid. Het verhaal speelt met vragen over verbeelding, angst en nieuwsgierigheid, en laat de lezer zelf bepalen wat “echt” is.

Titel: De Kattengeest
Tekst en Illustraties: Joost Oosterwijk
Uitgeverij: Querido, 2025


Joost Oosterwijk weet met De kattengeest een intrigerend en licht mysterieus prentenboek neer te zetten dat zowel jonge lezers als volwassenen aanspreekt. Vanaf de eerste pagina hangt er een subtiele spanning in de lucht: er klopt iets niet helemaal, en juist dat maakt het verhaal zo aantrekkelijk. Het boek nodigt uit om langzaam te lezen en goed te kijken.

De illustraties spelen een grote rol in de beleving van het verhaal. Oosterwijks stijl, met rijke details en zachte maar soms ook schaduwrijke kleuren, versterkt het mysterieuze karakter van de kattengeest. De kat zelf is prachtig vormgegeven: elegant, een tikje ongrijpbaar, en precies dubbelzinnig genoeg om zowel vriendelijk als spannend te lijken.

Pagina uit "De kattengeest", Joost Oosterwijk, Querido, 2025
Pagina uit “De kattengeest”, Joost Oosterwijk, Querido, 2025

Wat dit prentenboek bijzonder maakt, is de manier waarop het omgaat met fantasie en werkelijkheid. Het verhaal geeft geen eenduidige antwoorden, maar laat ruimte voor interpretatie. Is de kattengeest echt, of is het een verzinsel van het kind? Die openheid stimuleert gesprekken en maakt het boek interessant om meerdere keren te lezen.

Niemand wist waar ze vandaan kwamen, de geesten die plotseling in de stad verschenen.

Ze zwierven door de straten, maar wat ze zochten, wisten de mensen niet.

Daarnaast raakt het boek subtiel aan thema’s als angst, nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht. Het kind in het verhaal wordt niet overdreven bang neergezet, maar eerder nieuwsgierig en onderzoekend. Dat maakt het verhaal toegankelijk voor jonge lezers, zonder dat het zijn mysterieuze randje verliest.

Pagina uit "De kattengeest", Joost Oosterwijk, Querido, 2025
Pagina uit “De kattengeest”, Joost Oosterwijk, Querido, 2025

Al met al is De kattengeest een sfeervol en gelaagd prentenboek dat zich onderscheidt door zijn combinatie van sterke illustraties en een open, suggestieve verhaallijn. Het is een boek dat blijft hangen en dat uitnodigt om samen over na te praten — precies wat je hoopt van een goed prentenboek.

 

Interview Charlotte Bruijn

Dag Charlotte, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Ik maak het liefste Illustraties voor kinderen en met name prentenboeken. Ik vind het heerlijk om voor langere periode in een verhaal te kruipen en de karakters de beste tijd van hun leven te geven. Tussendoor illustreer ik editorials, kaarten en soms wordt er een product gemaakt met één van mijn illustraties. Ook lees ik zo nu en dan voor aan een groep en of geef ik een workshop. Dat maakt het afwisselend en extra leuk vind ik.

Charlotte Bruijn
Charlotte Bruijn
Wat was jouw debuut?

Voor mij waren dat er eigenlijk twee. Het prentenboek “Ivy the very determined dog” was mijn allereerste opdracht voor een Amerikaanse selfpublishing klant en kwam in eind 2018 uit. Maar aan “De ridder zonder billen” werkte ik al eerder. Het verhaal was geschreven door de talentvolle Levina van Teunenbroek, toentertijd nog peuterjuf van mijn dochter Vera. Het inspireerde me zoveel dat ik Levina vroeg of ik er tekeningen bij mocht maken.

Ik was toen nog geen illustrator en zag het als dé kans. Er volgde een warme vriendschap, en veel gezellige brainstorm avonden. We hebben zoveel liefde voor onze billoze familie en zo werkten we tussendoor aan ons zelf geknutselde boek. Op een dag werd het ‘even’ meegenomen door een andere moeder die bij een uitgever werkte en zo lag het in 2020 in de winkel.

Ik heb er enorm veel aan gehad om het vertrouwen te krijgen van Levina en het boek in eigen tempo te kunnen illustreren. In die periode heb ik zonder deadline mijn stijl kunnen ontwikkelen, leren begrijpen hoe je door middel van kleur, ritme en compositie een prentenboek op iedere pagina verrassend kan maken. Inmiddels heeft De ridder zonder billen Goud, maakten we samen 6 prentenboeken, 2 Doe boeken, zijn er meerdere vertalingen, is er een theatervoorstelling en komt er een musical in 2026. We zijn intens dankbaar en gelukkig hebben nog veel nieuwe ideeën. Daarnaast hebben we enorm geluk met onze uitgever Van Holkema en Warendorf. Samenwerken met het billoze team voelt echt als een warm bad.

Spread uit "De ridder zonder billen", Levina van Teunnenbroek en Charlotte Bruijn, Van Holkema & Warendorf, 2020
Spread uit “De ridder zonder billen”, Levina van Teunnenbroek en Charlotte Bruijn, Van Holkema & Warendorf, 2020
Hoeveel prentenboeken heb je ongeveer geïllustreerd?

Ik heb meer dan dertig kinder- en prentenboeken geïllustreerd. Meestal waren het verhalen met beeldvullende illustraties, maar ik maakte ook beeld voor boeken van 80+ pagina’s, waarvoor ik afwisselde formaten illustraties maakte. Ik werk voor uitgeverijen in binnen- en buitenland. Wat opvalt in de kinderboeken wereld is dat iedereen aardig is en gepassioneerd over prentenboeken. Ze begrijpen de verwondering en leesplezier dat een prentenboek kan en moet brengen.

Hoe vind je het om aan prentenboeken te werken?

Ik krijg er echt enorm veel energie van. Waar de één geweldig kan zingen, goed is in rekenen of organiseren, is het illustreren van prentenboeken mijn eerste taal. Het voor mij de ultieme vrijplek waar ik mag spelen, me in een andere wereld kan wanen. In de huid te kruipen van personages is voor mij het leukste wat er is.

Hoe ga je te werk bij illustreren van een prentenboek?

Ik ontvang vaak eerst een email met samenvatting van de opdracht. Wanneer er in mijn hoofd en hart een soort vuurwerk aan mogelijkheden ontploft door het verhaal te lezen volgt er daarna een gesprek over het contract, de briefing, het budget en de deadline.
Wanneer dat allemaal goed voelt ga ik aan de slag. Ik verzamel van alles wat er te vinden valt over het onderwerp en kijk ernaar met frisse blik en leer echt te kijken wat interessant aan is.

Ik start altijd met in potlood tekenen van de hoofdkarakters. Voor mij is het belangrijk precies te weten wie ze zijn en wat ze bezighoudt (ook buiten het hoofdverhaal om). Ik besteed dus relatief veel tijd aan het inleven, ontwikkelen van passende eigenschappen die het karakter uniek maken. Daar zit voor mij gelukkig veel lol en ik denk dat die gelaagdheid het voor de lezer boeiend en geloofwaardig maakt.

Potlood schets en digitale schets Charlotte Bruijn
Potlood schets en digitale scan Charlotte Bruijn

Over het algemeen werk ik drie maanden aan een boek met 32 pagina’s waarvan de helft van de tijd in schetsen gaat zitten. Ik teken op een Wacom Cintiq met touchscreen in Photoshop en doe de opmaak met Indesign op een tweede scherm. En zou echt niet zonder kunnen.

Hoewel sommige opdrachtgevers me heel vrij laten, hebben anderen de hele opdracht per pagina duidelijk verwoord en verbeeld in een briefing. In beide gevallen verdeel ik het proces op in fases. Zo blijft het behapbaar, kunnen we op tijd bijsturen en blijven de neuzen dezelfde kant op staan.

Grofweg zijn er een aantal fases* die ik naar de klant stuur:
1- Karakter schets – altijd eerst met potlood op papier en digitaal netjes uitgewerkt
2- Karakter schets – kleur digitaal
3*- Grove schetsen van alle pagina’s waarin de karakters duidelijke emoties laten zien en het hoofdverhaal met omgeving duidelijk is.
4 – Uitwerken in nette schetsen op de Wacom Cintic
5 – Alle pagina’s inkleuren
6 – Aanleveren van schone bestanden voor de drukker

* Bij iedere fase zou ik feedback kunnen ontvangen. Soms worden fase 3 en 4 een beetje samengevoegd.

NB. Voor de catalogus moet je vaak al maanden van tevoren de cover maken. Spannend, maar dit zorgt er wel voor dat je de kern van het verhaal begrijpt en weet te verbeelden.

Digitale schets met ingekleurde versie - Charlotte Bruijn
Digitale schets met ingekleurde versie -“Het hondje met de speurneus” – Charlotte Bruijn
Is er veel veranderd in jouw werkproces tussen je debuut en nu?

Ik heb nog net zoveel plezier. Ik ben wel iets sneller ben geworden in het bedenken van composities van omgevingen. Dat vond ik in het begin ontzettend moeilijk. Ik ben ook nog steeds geen ster in het tekenen van koeien haha.

Wat zijn echte leermomenten geweest?

Ik werk aan 1 boek per periode. Wanneer ik even geen oplossing weet voor een illustratie of kleurstelling, werk ik aan een ander deel van het boek. Ik zie het hele boek als een puzzel die van schutblad tot schutblad moet kloppen. Het werken met een vast kleurpalet maakt het proces sneller en logisch. En, iedere tekening moet me laten lachen of op de een of andere manier een “hartenhuppel” hebben gegeven. Dan pas weet ik zeker dat het goed is.

Hoe was het om het prentenboek voor de Kinderboekenweek te maken?

Het was zo’n enorme verrassing en wat een eer. “De ridder zonder billen” bestond in 2025 vijf jaar jaar en aangezien ik als illustrator best kort om de hoek kom kijken, stond deze mogelijkheid helemaal niet op mijn lijstje. Maar wat was het een enorm feest om “De koning zonder paard” met Levina van Teunenbroek samen te mogen maken.

Nadat CPNB ons overviel met de vraag of wij het prentenboek wilden maken met een nieuwe titel in De ridder zonder billen serie, lagen we beiden diezelfde nacht beiden glimmend wakker van de adrenaline. En zo bedachten we beiden delen van het nieuwe verhaal wat perfect in elkaar paste. Dat het verhaal zich voor een groot gedeelte ‘In’ de draak afspeelt gaf het voor mij een ongekende avontuurlijke vrijheid om situaties te kunnen illustreren. Want ja, wie heeft ooit de binnenkant van een draak gezien? “De koning zonder paard” is een van onze lievelingsboeken in de serie. En nog fijner was dit zo dicht met onze lezers te kunnen delen. We mochten twaalf dagen het hele land door en traden op in bibliotheken, winkels, scholen en theaters. Wat een droom en leesfeest!

Charlotte en Levina promoten het prentenboek van de kinderboekenweek.
Charlotte en Levina promoten het prentenboek van de kinderboekenweek “De Koning zonder Paard”
Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken?

in mijn jeugd had ik een paar boeken die bij mij de magie voor boeken hebben aangewakkerd. Een daarvan was “Duizend dingen achter deuren” van Joke van Leeuwen of “Rom de rups, het toverboek”. Ze waren grappig of interactief en zorgden ervoor dat mijn fantasie de vrije loop kreeg.

Er zijn veel illustratoren en prentenboeken die ik respecteer. Een paar voorbeelden zijn bijvoorbeeld die van Amandine Piu, om het grafische karakter en humor. Maar ook kijk ik graag naar boeken van Marc Boutavant of Felicita Sala vanwege het kleurgebruik en de techniek.

Werk je inmiddels aan een nieuw prentenboek?

Deze maand verschijnt een nieuw prentenboek: “Het hondje met de speurneus”. Een geestig en origineel prentenboek op rijm door Levina van Teunenbroek.

Daarnaast ben ik nu bezig met twee “flapjes boeken”. Dat heb ik nog nooit gedaan en daarom vind ik het extra leuk. Er werkt ook een papier ontwerper aan mee, een editor, een grafisch ontwerper en een art director. Ik mag nog niet vertellen waar het precies over gaat omdat het pas in 2027 in de winkel zal liggen. Maar het is echt een superleuke droomklus.

Ook werk ik aan het tweede deel van De Kabaalbende, waarvoor ik zwart wit illustraties met steunkleur maak.

Ik werk momenteel aan een nieuwe versie van “De koning zonder paard”. Het wordt een versie mét uitklapper die in het voorjaar 2027 uitkomt. En er zijn plannen besproken tot eind 2027 waar ik nog niets over kan zeggen… Maar voorlopig zie je mij als gelukkig wezen boven mijn tekentafel werken.

Illustratie uit "Hondje met de speurneus", Levina van Teunenbroek en Charlotte Bruijn, Holkema & Warendorf, 2026
Illustratie uit “Het hondje met de speurneus”, Levina van Teunenbroek en Charlotte Bruijn, Holkema & Warendorf, 2026
Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende illustratoren?

Toen ik net begon met illustreren wist ik niet dat er een heleboel markten bestaan in deze branche. Je kunt portretten maken voor particulieren, maar ook illustreren voor reclamebureaus, uitgeverijen en magazines. Er zijn illustraties nodig voor patronen voor stof, behang, pakpapier ed. als ook voor wanddecoratie. Of denk aan illustraties voor op speelgoed, games en er is dus de kinderboeken markt.

Er is voor van alles beeld nodig in verschillende stijlen. Een agentschap kan je helpen aan een opdracht te komen. Maar je kunt ook zelf als speurneus op zoek gaan naar de artdirector van het bedrijf en je portfolio sturen. Besef, overal ter wereld kun je klanten vinden! Denk verder dan ons koude kikkerlandje. De meeste bedrijven die illustratie inkopen zijn gewend om internationaal met illustratoren te werken.

Volg een goeie cursus. Toen ik in 2016 de online cursus Illustrating Children’s books bij Lilla Rogers Studio deed viel alles op zijn plek. Ik heb daar echt superveel geleerd in 5 weken. Deze live cursus volg je in een afgesloten facebook groep en toen ik er aan meedeed deden er +-200 illustratoren van over de hele wereld mee. Er is veel respect voor elkaars werk en de cursus is speels van opzet. Hierdoor zie je eigenlijk snel wat werkt of wat de illustratie zou verbeteren. Je leert echt te kijken en hoe je keuzes maakt. Wanneer je deze cursus gaat volgen, raad ik aan om al het andere in je leven even op pauze te zetten en er vol voor te gaan. Je kunt het werk ook voor je portfolio gebruiken. Ik zou, als het niet te druk had, echt zo weer mee doen.

Zorg dat je werk zichtbaar is op social media of je website. Anders weten mensen niet dat je bestaat. Laat alleen het werk zien wat je zou willen maken. Waar je gepassioneerd door bent. Want mogelijke klanten kloppen daarvoor bij je aan! Je kunt ook beter tien werken laten zien die heel goed zijn dan vijfentwintig halfbakken illustraties. Heb je die droomklus nog niet in je portfolio? Bedenk zelf een droomopdracht.

Wacht niet met uitsturen van je portfolio. Mail een PDF die niet zwaarder is dan 4 MB met een losse jpg van je beste werk. Misschien ben je nog onzeker, maar onthoudt, er zijn voor allerlei klussen beeldmakers nodig. Wat heb je te verliezen? En, stuur gerust nieuw werk op na een poosje.

Stuur een kaart met je werk op per post naar je top 10. Dat gooit niemand zomaar weg.

En wat voor mij de beste tip ooit was en is: People buy your joy!

Wil je meer weten over Charlotte Bruijn en haar werk als illustrator van onder andere prentenboeken? Bezoek dan haar eigen website!

Waar is Grote Broer?

Waar is Grote Broer? is een warm en beeldrijk prentenboek dat laat zien hoe groot de wereld kan voelen wanneer je klein bent, en hoe dapper je moet zijn om die wereld tóch tegemoet te treden. Linde Faas weet op verbluffende wijze een eenvoudig uitgangspunt — een kleine kikker die zijn grote broer kwijt is — te tillen naar een verhaal vol emotie, spanning en groei.

Titel: Waar is Grote Broer?
Tekst en Illustraties: Linde Faas
Uitgeverij: Lemniscaat, 2021

Waar is Grote Broer? is een ontroerend, sfeervol en prachtig vormgegeven prentenboek dat zowel kinderen als volwassenen zal aanspreken. Het verhaal is herkenbaar, liefdevol en betekenisvol zonder moralistisch te worden. De illustraties zijn rijk, uitnodigend en zitten vol emotie — een feest om naar te kijken.

Een aanrader voor thuis, in de klas, of in de voorleesstoel — en een boek dat je met plezier vaker pakt omdat je telkens nieuwe details ontdekt.

pagina uit waar is grote broer Linde Faas _ Lemniscaat 1
Pagina uit “Waar is grote broer?” Linde Faas – Lemniscaat
Het verhaal van “Waar is Grote Broer?”

Het verhaal draait om Kleine Broer, een jonge kikker die zich het veiligst voelt in de beschutting van zijn bloem. Hij is bang voor alles wat buiten zijn eigen kleine wereld ligt: vreemde geluiden, grote dieren, schaduwen, beweging.

Wanneer hij merkt dat Grote Broer verdwenen is, wordt hij gedwongen iets te doen wat hij nog nooit heeft gedaan: zijn veilige bloem verlaten. De zoektocht die volgt bestaat uit herkenbare angsten en ontdekkingen. Op elke nieuwe plek ontmoet hij dieren en situaties waar hij normaal gesproken voor zou terugdeinzen — een groot insect dat boven hem zweeft, een kronkelende slang, de brede schaduw van een vogel.

Toch blijkt telkens dat deze nieuwe ontmoetingen minder eng zijn dan ze lijken. Faas geeft dit subtiel weer: een dier dat eerst dreigend oogt, blijkt bij nader inzien nieuwsgierig, vriendelijk of gewoon bezig met zijn eigen leven. Het verhaal groeit daardoor niet alleen in geografische wereld, maar ook in innerlijke wereld: Kleine Broer ontdekt zijn eigen dapperheid.

illustratie uit waar is grote broer Linde Faas _ Lemniscaat
illustratie uit “Waar is Grote Broer?” Linde Faas – Lemniscaat
De illustraties van “Waar is Grote Broer?”

Linde Faas staat bekend om haar warme, gelaagde, schilderachtige stijl, en dit boek is daarop geen uitzondering. De aquarel illustraties dragen dit prentenboek.Faas gebruikt kleurcontrasten, lichtval en schaal om emoties te sturen: spanning in donkere tinten, opluchting in warme kleuren, en ontdekking in heldere, open composities.

De eerste pagina’s tonen Kleine Broer in zijn bloem, letterlijk omsloten door zachte, ronde vormen. De wereld is klein, intiem, beschut. De kleuren zijn milder en de compositie is centraal en veilig.Zodra hij uit de bloem stapt, openen de spreads zich: de pagina’s worden ruimer, de kleuren rijker, de landschappen wilder. Dit is een visuele vertaling van zijn groei.

Op de laatste spreads, wanneer Kleine Broer eindelijk Grote Broer terugvindt, zie je ontspanning in de houding van beide figuren. De compositie wordt weer rustiger en meer in balans. De dreiging is weg; de wereld is dezelfde gebleven, maar de blik van Kleine Broer is veranderd — visueel prachtig verbeeld.

Lees hier het interview met Linde Faas uit 2020.

Een heel bijzondere bloem

Titel: Een heel bijzondere bloem
Tekst: Kitty O’ Meara
Illustraties: Quim Torres
Uitgeverij: Life. Productions, 2025
Oorspronkelijke titel: The Rare, Tiny Flower, Tra Publishing, 2022
Vertaling: Bette Westera
Bekroningen: 2022 NYC Big Book Award winnaar
Een heel bijzondere bloem is een prentenboek dat indruk maakt door eenvoud en symboliek. Kitty O’Meara schreef een verhaal dat ogenschijnlijk gaat over een bloem, maar in werkelijkheid veel dieper raakt aan thema’s als verbinding, empathie en hoop. Geïllustreerd door Quim Torres en in het Nederlands vertaald door Bette Westera, biedt het boek een visueel en inhoudelijk rijk prentenboek voor jonge kinderen (vanaf ca. 4 jaar) — én voor volwassenen die willen nadenken over hoe we de wereld zien.

Spread uit een heel bijzondere bloem van Kitty O' Meara en Quim Torres, Life. Productions, 2025
Spread uit een heel bijzondere bloem van Kitty O’ Meara en Quim Torres, Life. Productions, 2025
Het verhaal van een heel bijzondere bloem

Het verhaal begint eenvoudig: meerdere mensen zien een bloem, maar niemand lijkt het eens te zijn hoe de bloem eruitziet — de kleur, de vorm, misschien zelfs de emotie die ervan uitgaat. Elke waarnemer is overtuigd van zijn eigen perspectief, en daardoor ontstaat een spanning.. Wat is nu “waar”?

Wanneer een klein meisje komt, nodigt zij iedereen uit om opnieuw te kijken. Niet alleen met hun eigen ogen, maar met een open blik, met interesse in wat anderen zien. Uiteindelijk verwelkt de bloem, maar zij plant een zaadje. Een zaadje dat kan uitgroeien tot een nieuwe bloem die door iedereen anders bekeken kan worden… Het prentenboek bevat, via een QR-code, tips voor een gesprek met kinderen, afgestemd op de leeftijd. De vertaling van Bette Westera maakt de taal toegankelijk, warm, vriendelijk — passend bij de toon van het boek.

Illustratie uit een heel bijzondere bloem van Kitty O' Meara en Quim Torres, Life. Productions, 2025
llustratie uit een heel bijzondere bloem van Kitty O’ Meara en Quim Torres, Life. Productions, 2025
Illustraties

De illustraties van Quim Torres versterken de kern van het verhaal: de beelden spelen met kleur, licht en perspectief. Ze nodigen uit om te bekijken, te vergelijken, te ontdekken. Omdat de illustraties, zowel realistisch als fantasierijk zijn, dragen ze bij aan de beleving. Kinderen kunnen zich verliezen in de details, terwijl volwassenen de symbolische lagen kunnen oppikken.

Interview Esther van den Berg

Dag Esther van den Berg, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Inmiddels zijn prentenboeken de hoofdmoot van mijn werk geworden. Dat had ik eerder niet zo kunnen bedenken, het is een beetje zo gelopen. Het eerste prentenboek dat ik illustreerde was ‘Onze baby’ geschreven door Brigitta Bijloos en uitgebracht bij Clavis, zo’n 7 jaar geleden.

Daarna verscheen mijn eerste volledig eigen prentenboek ‘Goedenacht en slaap zacht’ over lieveheersbeestje Dot die in het insectenhotel checkt hoe alle insecten gaan slapen. Na dat eerste eigen prentenboek is het balletje eigenlijk gaan rollen en verschoof mijn werk van grotendeels educatief illustreren in opdracht naar het maken van prentenboeken.

Cover Goedenacht en slaap Zacht, Esther van den Berg, Clavis, 2020
Debuut prentenboek van Esther van den Berg ” Goedenacht en slaap zacht”, Clavis, 2020

Ik maakte tot nu toe vijf ‘stand alone’ prentenboeken over verschillende thema’s, maar altijd met een hoofdrol voor dieren en natuur. Die boeken staan het dichtst bij me en dit zijn ook vaak langlopende projecten die je echt een tijdje ‘leeft’ en een hele periode meedraagt. Van zulke boeken maak ik er hooguit één per jaar.

Daarnaast maakte ik drie series voor de jongste lezers in de dreumes- en peuterleeftijd. Die series hebben (deels) vaste karaktertjes, die ik gaandeweg door meerdere boeken heen ook steeds beter ken en in de vingers heb. Dat maakt deze projecten iets sneller qua maakproces.

Hoe vind je het om aan prentenboeken te werken?

Het is een proces met veel plezier en vrijheid, maar waar ook de nodige twijfels bij komen kijken. Het is héél veel puzzelen, schuiven, afwegen en bevragen. Maar bovenal vind ik het heerlijk om een eigen wereld te kunnen scheppen tussen twee kaften waarin lezers hopelijk iets van herkenning vinden, zich gezien voelen.

Hoe ga je te werk bij het schrijven en illustreren van een prentenboek?

Ik vind inspiratie in veel alledaagse dingen, maar ook mijn ervaringen als ouder en mijn eigen kindertijd neem ik mee. Voor de personages en omgevingen in mijn boeken laat ik me het meest inspireren door de natuur.

Ik vind het heerlijk om bij een concept een setting te bedenken en me af te vragen welke personages in die wereld zouden kunnen leven. Ik vind dit een heel fijn deel van het proces. Alles kan nog, niets hoeft nog concreet.

Wanneer ik voel dat ik ‘aan’ ga bij een idee, en zin krijg om te tekenen, dan kijk ik samen met mijn vaste uitgeefster bij Clavis of het concept ook sterk genoeg is om door te vertalen naar een prentenboek. Zit dat concept goed, dan begint voor mij het onderzoeken.

Meestal begin ik met kleine storyboard schetsjes om het ritme en de opbouw van het boek goed te puzzelen. Afhankelijk van wat het boek nodig heeft maak ik daarna nog een ronde nette schetsen voor ik begin met de uitwerkingen. Maar ik merk dat ik steeds vaker de losheid en het schilderachtige wil behouden door direct op de grove schetsen te starten met uitwerken. Dan schets ik niet zozeer op alle details, maar meer op compositie, sfeer, contrast en kleur.

Het schetsproces vind ik vaak het moeilijkst, het concreet maken en vastleggen van wat eerst nog alles kon worden. Hier heb ik altijd wat meer tijd nodig om dingen te laten bezinken, kwartjes te laten vallen.

Schets en uitwerking "Bokje op de top", Esther van den Berg
Schets en uitwerking “Bokje op de top”, Esther van den Berg, Clavis, 2025

Als ik tevreden ben met de schetsen, start ik met uitwerken, dit doe ik digitaal. Hier maak ik de meeste meters en ontstaan de vele kleine details en grapjes in de achtergrond die ik graag toevoeg. Omdat het grote denkwerk gedaan is ontstaat daar weer ruimte voor.
Hoewel ik nu grotendeels digitaal werk was mijn opleiding juist heel analoog; veel druktechnieken, schilderen, tekenen. Ik studeerde af met etsen. Ik denk dat ik door die ambachtelijke achtergrond ook in mijn digitale werk altijd op zoek ben naar texturen en gelaagdheid (en laat Photoshop nou net heel goed zijn in heel veel laagjes 😉 )

Wanneer het boek na tekst- en beeldredactie naar de drukker is start er voor de uitgever natuurlijk nog een heel proces van marketing, promotie en verkoop. Ik ben heel blij dat ik dat niet zelf hoef te doen. Clavis kan dat veel beter en daar ben ik ze zeer dankbaar voor. Laat mij maar boeken maken!

Is er veel veranderd in jouw werkproces tussen je debuut en nu?

Ik vind het als maker zelf belangrijk dat mijn werkproces altijd in beweging blijft. Dat hoeft niet altijd heel groot, maar bij ieder boek er moet voor mij iets te leren zijn, iets toe te voegen aan wat ik al deed. Ik voel dat ik ook weer wat losser zou willen werken, misschien wat meer leunen op mijn analoge achtergrond.

Bij mijn aankomende boek ‘Bokje op de top’ heb in dat ook weer wat meer toegepast door met handgeschilderde elementen en texturen te werken. Het is niet dat alles dan vanaf nu zo moet, maar zulke uitstapjes houden het interessant.

Illustratie uit "Bokje op de top", Esther van den Berg, Clavis, 2025
Illustratie uit “Bokje op de top”, Esther van den Berg, Clavis, 2025
Wat zijn echte leermomenten geweest?

Dat ik naast mijn opdrachtwerk en eigen prentenboeken (die in zekere zin ook en soort opdracht aan mezelf zijn) ook tijd nodig heb om aan te rommelen. Naast de boeken die ik maak zoek ik dat ook steeds vaker op in mijn schetsboek. Mezelf de tijd gunnen om wat te rommelen en dat niet alles mooi of met een doel hoeft te zijn. Dat vind ik nog erg lastig, maar probeer daar wel ruimte voor te vinden. Sinds drie jaar maak ik keramiek, daar ‘moet’ ik ook niks mee en dat is heerlijk. Het fysieke ervan vind ik heel fijn, het is een mooie toevoeging aan mijn makerschap.

Je maakt ook prentenboeken voor de allerkleinsten. Pas je jouw illustraties (of tekst) hier op aan?

Het grappige aan de kartonboekjes is eigenlijk dat ze ontstaan zijn uit één klein idee voor een tekening. Ik zag een foto van een grote moederkip waar vanonder haar vleugels allemaal kleine kuikenpootjes uitstaken, als een soort veelpotige kipmobiel. Dat was de eerste aanzet voor de kartonboekjes van ‘Naar de overkant’; dieren die hun kroost mee nemen onder hun vleugels, op hun rug, etc.

Mijn uitgeefster is dan degene die aangeeft welke doelgroep bij zo’n concept past, in dit geval baby- dreumes leeftijd. Van tevoren ben ik bij zo’n idee helemaal niet bezig voor welke leeftijd het geschikt is. Ik denk vanuit het beeld, het concept, wat ik wil tekenen.
Wanneer dan een keer de richting gekozen is pas ik natuurlijk mijn beeldtaal en tekst wel aan op de jonge doelgroep. De beelden moeten duidelijk spreken, er is minder achtergrond, minder kleine details.

Inmiddels teken ik vaker voor deze doelgroep en is ‘Naar de overkant’ eigenlijk een beetje een blauwdruk/houvast geworden voor de daaropvolgende boekjes.

Illustratie uit "Naar de overkant", Esther van den Berg, Clavis, 2023
Illustratie uit “Naar de overkant”, Esther van den Berg, Clavis, 2023
Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken?

De boeken die Mac Barnet samen met Jon Klassen maakte, met in het bijzonder ‘De wolf, de eend en de muis’. Over een eend en een muis die opgeslokt zijn door een wolf. De illustraties vind ik prachtig, maar vooral de taal is heerlijk; droogkomisch, licht filosofisch, ik hou ervan (en mijn kinderen gelukkig ook, dus dubbel genieten :))

Een andere favoriet bij ons thuis is ‘Oet en Drap’ van Alistair Chisholm. Over twee holbewoners die steeds meer spullen verzamelen om elkaar te overtreffen in hun bewijsdrang. De taal is heel grappig, op z’n holbewoners, hilarisch.

Het grafische illustratiewerk van Leo Leoni vind ik prachtig. Ik heb door de jaren wat van zijn boeken verzameld via kringloop en rommelmarkten. Mijn hart maakt sowieso altijd een sprongetje als ik mooie vintage prenten tegenkom. Vooral grafisch werk hangt hier veel in de studio en ons huis.

Binnenkort verschijnt jouw nieuwe prentenboek “Bokje op de top”. Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Dit prentenboek gaat over een klein eigenwijs bokje dat een mooi plekje voor zichzelf heeft geclaimd, bovenop een rots. Niemand mag erbij, bokkig als hij is kopt hij iedereen van zijn top. Wanneer het na een tijdje overduidelijk helemaal niet zo leuk meer is, alleen bovenop zijn top, blijft Bokje te koppig om naar beneden te komen.

Zijn excuses om boven te blijven vormen een steeds groter contrast met wat er werkelijk aan de hand is, wat het hopelijk herkenbaar en grappig maakt voor lezers die misschien zelf wel eens dat bokje zijn of zo’n bokje in huis of in de klas hebben…

Het is bovenal een grappig verhaal over eigenwijs zijn, delen, vriendschap en hulp durven vragen. ‘Bokje op de top’ verschijnt begin mei.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginners?

Er is niet één vaste manier of pad om je doel te bereiken. Een enkeling maakt een vliegende start na het afstuderen, maar veel meer mensen zijn zoekende of komen überhaupt pas veel later of zonder studie in het illustratie vak terecht. Ik heb me na de kunstacademie bijna tien jaar niet met illustratie bezig gehouden voor ik de moed weer vatte om er in te duiken.

Bewandel vooral je eigen pad, probeer niet teveel jezelf en je werk te vergelijken met anderen, want dat kan erg demotiverend zijn. Heb je een teken dip of geen inspiratie blijf dan vooral niet op social media plakken, maar doe even iets heel anders, neem afstand.

Veel is al gedaan, dat kan soms intimiderend zijn, maar geef er jouw unieke draai aan en vertrouw op wat jouw werk eigen maakt. Door te maken en te doen ontstaat uiteindelijk een herkenbaarheid en handschrift (los van ‘stijl’ of medium) die misschien uit enkele werken nog niet duidelijk blijkt, maar wanneer je daar aan toe blijft voegen een unieke stem oplevert.

Weet dat twijfels en aanmodderen bij het proces horen. Ga vooral bij jezelf te rade wanneer je alles denkt te weten en nooit twijfelt 😉 Dus, blijf twijfelen en verwonderen!

Esther van den Berg, fotograaf Bente Pompen
Esther van den Berg en haar “Studio”, © 2023 Clavis Uitgeverij, Foto’s: Bente Pompen

Wil je meer weten over Esther van den Berg en haar werk als auteur en illustrator van onder andere prentenboeken? Bezoek dan haar eigen website!