Alle berichten van admin

Prentenboek van het jaar 2025

Rinus” is verkozen tot het prentenboek van het jaar 2025. Het prentenboek is geschreven en geïllustreerd door Ingrid en Dieter Schubert. Het boek is in 2023 uitgegeven Hoogland & van Klaveren.

Vroeger was opa een hele wilde neushoorn. En hij was sterk, reuze sterk. Hij kon wel honderd boomstammen tegelijk optillen. Maar nu is opa oud. Het liefst ligt hij de hele dag wat in de schaduw te dommelen. Vandaag past hij op Rinus. En die wil vooral spelen en ravotten! Rinus is een aandoenlijk en spannend verhaal over de stoere neushoorn Rinus die zich onbesuisd in het ene avontuur na het andere stort. Als hij in de problemen komt, blijkt hij niet de enige held in dit verhaal. Een prentenboek over groot, wild en sterk willen zijn, maar soms toch ook nog een beetje klein en kwetsbaar.

de prentenboek top 10 van 2025
de prentenboek top 10 van 2025
Prentenboek Top Tien 2025

Zoals gebruikelijk heeft het comité  van bibliothecarissen, boekhandelaren en docenten nog negen andere prentenboeken gekozen die samen de prentenboek top tien voor 2025 vormen. In deze top tien staan maar liefst negen prentenboeken van Nederlandstalige schrijvers en/of illustratoren (hieronder cursief aangegeven)!

De Prentenboek Top Tien voor De Nationale Voorleesdagen 2025 (in alfabetische volgorde):

  • De Boebalas –  Nancy Bosmans (auteur) en Lisa van Winsen (illustrator)
  • De bril van Beer – auteur en illustrator Leo Timmers
  • Een toren van tijgers – Lizette de Koning (auteur) en Gareth Lucas (illustrator)
  • Ga je mij kietelen? – auteur en illustrator Mies van Hout
  • Het huisje zonder heks – auteur en illustrator Sophie Pluim
  • Leeuwenlessen – auteur en illustrator Jon Agee
  • Maak plaats! –  Karen Yin (auteur) en Nelleke Verhoeff (illustrator)
  • Rinus –  Ingrid en Dieter Schubert (auteur en illustrator)
  • Vos en Vis – auteur en illustrator Daan Remmerts de Vries
  • We bakken een dierentuin – auteur en illustrator Marit Törnqvist

Deze prentenboeken staan centraal tijdens De Nationale Voorleesdagen van 2025. Deze worden gehouden van woensdag 22 januari tot en met zaterdag 1 februari 2025 en start traditiegetrouw met Het Nationaal Voorleesontbijt.

Bekijk ook eens alle prentenboeken van het jaar vanaf 2004 en de prentenboek top 10 vanaf 2010!

Nog even achter mijn oortjes kriebelen

Titel: Nog even achter mijn oortjes kriebelen
Tekst en illustraties: Jörg Mühle
Uitgeverij: Gottmer, 2015
Oorspronkelijke titel: Nur noch kurz die Ohren kraulen?, Moritz Verlag, 2015
Vertaling: J.H. Gever
Bekroningen: genomineerd als Babyboekje van het Jaar 2016

Prentenboeken worden vooral (voor)gelezen voor het slapengaan. Een prentenboek dat hier uitermate voor geschikt is het populaire “Nog even achter mijn oortjes kriebelen”, van de Duitse schrijver en illustrator Jörg Mühle. Zoals zo vaak ligt de kracht in de eenvoud. Dit heerlijke prentenboek met minimale tekst en meeslepende illustraties nodigt jonge lezers, van 1 tot en met 4 jaar oud, uit in de gezellige wereld van het schattige Kleine Konijn.

Wat het boek zo populair maakt is dat “Nog even achter mijn oortjes kriebelen” meer is dan alleen een een verhaaltje voor het slapengaan. Het is een interactieve ervaring die verbinding en betrokkenheid tussen de lezer, verteller en de hoofdpersoon stimuleert. Vanaf het begin nodigt Mühle op een slimme manier kinderen (en de voorlezer) uit om deel te nemen aan het bedritueel van Klein Konijn. Of het nu gaat om het voorzichtig achter zijn oren te kriebelen, hem instoppen met een gezellige deken, of hem welterusten te kussen.

Nog even achter mijn oortjes kriebelen - Jorg Muhle - Gottmer -2015
Spread uit “Nog even achter mijn oortjes kriebelen”, Jörg Mühle, Gottmer, 2015
De illustraties ondersteunen het verhaal

De illustraties in “Nog even achter mijn oortjes kriebelen” zijn erg geslaagd, waarbij Jörg Mühle een goede balans vindt tussen eenvoud en expressiviteit. Met een minimalistische benadering weet Mühle op een magische manier de essentie van elk personage en elke scène vast te leggen, waardoor ze tot leven komen op de pagina’s. De kleuren zijn zacht en rustgevend, perfect passend bij de intieme sfeer van het verhaal. Het gebruik van subtiele details en texturen voegt diepte toe aan de illustraties en nodigt de lezer uit om zich volledig onder te dompelen in de wereld van het Kleine Konijn.

Interview Pépé Smit

Dag Pépé Smit, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

De grootste! Ik ga nu ook een roman proberen te schrijven maar prentenboeken zijn mijn corebusiness. Daarnaast ben ik illustrator in opdracht voor bladen.

Ik heb negen prentenboeken geschreven, zeven over Fred, één over ‘Pluis is het zat’ waarin Pluis, een meisjeskonijn, niet langer met zich laat sollen en het raam uit springt om een wild konijn te worden. En één over ‘Evert-Jan, een poepvlieg met smetvrees’ waarin een hele nette poepvlieg die heel vaak zijn pootjes wast overhoop ligt met zijn vieze, wilde, en drukke familie. Alle andere boeken gaan over Fred het hert. Dat was eigenlijk niet de bedoeling maar het ging vanzelf. Ik kon er niet mee ophouden! Mijn debuut ‘Fred het (heel erg eigenwijze) hert’ is inmiddels al toe aan de zesde druk.

Pépé Smit
Pépé Smit met een cover van Fred

Prentenboeken maken is het leukste beroep op aarde. Je mag schrijven en tekenen en je gaat op bezoek bij kinderen in de klas. Ik speel ook een voorstelling over Fred op scholen en ik geef masterclass-achtige lezingen voor volwassenen. Maar soms is het ook gewoon hard werken, vooral als iets niet lukt, dan moet het heel vaak over wat wel eens frustrerend is. Ik wil graag dat een tekening er een beetje nonchalant uitziet. Met schwung. En soms vind ik iets dat ik heb getekend een beetje te netjes of te braaf. Dan gaat het over en kost het soms veel moeite totdat het er uitziet alsof het geen enkele moeite heeft gekost. Ik vind het fijn als mijn illustraties er aanstekelijk uitzien, dat je ziet dat het door een mens is gemaakt en dat je zelf zin krijgt om te gaan tekenen en schilderen.

'Fred en de (bijna mislukte) verjaardag' is opgenomen in de Prentenboek Top Tien voor De Nationale Voorleesdagen 2024.
Kun je wat meer vertellen over (de prentenboeken van) Fred?

Fred is een druk en impulsief hert. Een beetje een ADHD-hert. Hij kan heel eigenwijs zijn, maar hij is ook innemend. Samen met zijn vriend Konijn speelt hij vooral veel verstoppertje en pakkertje en beleeft hij van alles in het bos. In ‘Fred wil ook naar school’ gaat hij zelfs stiekem mee in de bus om één halve dag naar school te gaan. Dat loopt uit op een geweldige chaos en algauw is Fred weer terug in het vertrouwde bos.

Fred bemoeit zich letterlijk met het verhaal en gaat bijvoorbeeld op de grond liggen als hij zijn zin niet krijgt. Dat is voor de schrijver heel vervelend, want dan wordt het een heel saai verhaal en dus krijgt Fred zijn zin.

Spread uit Fred het best wel eigenwijze hert
Spread uit “Fred het (heel erg eigenwijze) hert”, Pépé Smit, De Harmonie, 2013
Hoe ga je te werk bij het schrijven en illustreren van een prentenboek?

Mijn allereerste idee om een boek over een eigenwijs hert te maken kwam voort uit alle super schattige hertjes die je rond kerst voorbij ziet komen. Dat vond ik zo een slechte weergave van hoe een hert in het echt is. Herten zijn stoere dieren. Ik heb er zelfs een in mijn tuin in het bos gehad die naar me blafte. Heel intimiderend. Het leek me leuk om een heel ander hert te laten zien en zo begon ik aan mijn eerste prentenboek over Fred.

Ik begin met een idee. Dat werk ik uit in een verhaal van één a twee a4tjes. Daarna ga ik een schetsboekje vol kladderen met het scenario. Om te kijken hoe ik het verhaal het beste kan laten werken. Als ik tevreden ben teken en schilder ik de illustraties. Het liefst werk ik daarbij met potlood, gouache en vetkrijt. Daarna scan in de illustraties en werk ik  de bladzijdes verder uit op de computer in photoshop en In-design.

Wording illustratie uit Fred
Van schets naar uiteindelijk illustratie in Fred en de (bijna mislukte) verjaardag
Hoe gaat de samenwerking met de uitgever?

Ik heb een hele fijne uitgever: De Harmonie. Mijn redacteur leest met me mee en ook de andere mensen van de uitgeverij lezen mee en geven hun geschreven commentaar. Dat bespreek ik dan met Janneke Steinz en daar wordt het altijd nog net iets beter van. Ik voel me er echt thuis, ook omdat ze niet snel hun wenkbrauwen optrekken. Het mag best gek zijn. Dat is fijn.

Is er veel veranderd in jouw werkproces tussen je debuut en nu?

Niet echt. Ik ben er wat handiger in geworden en wat technischer, maar het komt op hetzelfde proces neer. Hiervoor was ik kunstenaar en die insteek heb ik denk ik wel meegenomen naar mijn prentenboeken.

 Wat zijn echte leermomenten geweest?

Ik heb een paar jaar geleden de filmrechten aan Burny Bos verkocht. Helaas is Burny recent overleden. Hij was en is echt mijn held. De geweldige kinderprogramma’s die hij heeft gemaakt, van Minoes tot Villa Achterwerk en Ko de boswachtershow. Hij was al een eind op weg met het scenario van een bioscoopfilm over Fred het hert. Ik leerde veel van het gemak waarmee hij al mijn verhalen over Fred tot een geheel smeedde. Het bleef ook echt Fred. Dat vond ik heel knap. Daar heb ik wat van geleerd. Ik hoop dat de film er toch nog komt!

Kun je wat meer vertellen over de workshop “Hoe maak je een prentenboek?”

In Coronatijd heb ik online een cursus ‘maak je eigen prentenboek’ gegeven, maar in september wil ik op mijn atelier een cursus van vier middagen geven. Aan een groepje van 5 a 6 volwassenen. Dus mocht je geïnteresseerd zijn laat het dan weten. Op mijn website www.fredhethert.nl staat een contactformulier.

Ik ga er ook een boek over maken, vol met doe-het-zelf tips. Dat komt waarschijnlijk ergens volgend jaar uit.

Cover pluis is het zat
Cover “Pluis is het zat”, Pépé Smit, De Harmonie, 2014
Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken?

Zeker, Winnie the Pooh, liefs in de originele versie. Geweldig grappig en heerlijke losse tekeningen.

Ook een heel leuk boek is: ‘ik kan alleen maar wormen tekenen’ van Will Mabbitt. Dat bewijst dat je niet goed hoeft te kunnen tekenen om toch een onwijs grappig boek te maken. The adventures of Peddy Bottom, een Engels kinderboek vol absurde en filosofische avonturen uit 1950 is ook een aanrader.

Mijn favoriete kinderboek is ‘Nietes Welles’. Een vertaald kinderboek van de Russische absurdist Daniil Charms met tekeningen van Gerda Dendooven. Waarin twee jongetjes voortdurend tegen elkaar opbieden met sterke verhalen zoals alleen kinderen ze kunnen verzinnen.

Pagina uit Evert-Jan, een poepvlieg met smetvrees
Pagina uit Evert-Jan, een poepvlieg met smetvrees, Pépé Smit, De Harmonie, 2016
Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek?

Nee, ik ben momenteel bezig met een verhaal voor volwassenen. Daar heb ik net een kleine beurs voor gekregen. Dat vind ik heel spannend. Maar er komt vast weer een boek over Fred.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende illustratoren (van prentenboeken)?

Ja, doe mijn cursus! Haha, nee, ik zou zeggen, begin met een simpel verhaal, werk een karaktertje uit in schetsen en maak een schetsopzet. Zet jezelf niet te snel vast in helemaal uitgewerkte illustraties, want dan kan je verhaal geen kant meer op. Pas als je een lekker lopend verhaal in snelle schetsen hebt ga je het uitwerken. Hou het simpel! En maak het grappig, ook of misschien juist als het een beetje een zielig verhaal is. Mijn laatste boek ‘Fred en het IETS’ gaat over een sombere bui die Fred maar niet kwijtraakt. Daar gebruik ik humor om kinderen er bij te houden. Als je humor gebruikt kan je het ook over moeilijke dingen hebben.

Wil je meer weten over Pépé Smit en haar werk als schrijver en illustrator van prentenboeken? Bezoek dan haar eigen website!

Het land van de grote woordfabriek

Auteur: Agnès de Lestrade
Illustrator: Valeria Docampo
Uitgeverij: Uitgeverij de Eenhoorn
Oorspronkelijke titel: La Grande fabrique de mots, Alice, 2009
Vertaling: Siska Goeminne

Het land van de grote woordfabriek is een bijzonder prentenboek dat lezers meeneemt naar een wereld waar woorden niet zomaar uitgesproken worden. Woorden kosten namelijk geld en de meeste mensen moeten zuinig zijn op wat ze zeggen. Geschreven door Agnès de Lestrade en prachtig geïllustreerd door Valeria Docampo, biedt dit boek een uniek perspectief op de kracht van taal en de waarde van authenticiteit.

De illustraties van Valeria Docampo brengen het verhaal tot leven met zachte pasteltinten en gedetailleerde beelden. De emoties van de personages zijn prachtig vastgelegd, waardoor de lezers zich gemakkelijk kunnen inleven in de wereld van het hoofdpersonage Florian. Het originele verhaal, samen met de goed doordachte zinnen, de sfeervolle illustraties maken dit prentenboek tot een pareltje om van te genieten.

Spread uit het land van de grote woordfabriek
Spread uit het land van de grote woordfabriek, Agnès de Lestrade en Valeria Docampo, 2009
Het verhaal van “Het land van de grote woordfabriek”

Het verhaal volgt een jongen genaamd Florian, die in een land leeft waarin woorden worden gemaakt en verkocht door de grote woordfabriek. Mensen moeten geld betalen voor elk woord dat ze willen zeggen.  Rijke mensen hebben zo de meeste en de mooiste woorden. Arme mensen vinden hun woorden tussen het afval (kletspraat) en eens per jaar er een woorden uitverkoop markt. Soms waaien er woorden door de lucht, die Florian probeert te vangen met een vlindernetje.

Florian wilt heel graag uitdrukken wat hij voor Siebelle voelt op haar verjaardag. Hij is niet tevreden met de standaard, fabrieksmatige woorden die iedereen gebruikt. Maar ja, hoe doe je dat, als je maar drie woorden bezit. Dit terwijl het rijke jongetje Oscar over heel veel mooie duren woorden beschikt en ook interesse heeft in Siebelle…

Spread uit het land van de grote woordfabriek, Agnès de Lestrade en Valeria Docampo, 2009
Spread uit het land van de grote woordfabriek, Agnès de Lestrade en Valeria Docampo, 2009

De Blaadjesdief

Titel: De Blaadjesdief
Auteur: Alice Hemming
Illustrator: Nicola Slater
Uitgeverij: Veltman Uitgevers, 2021
Oorspronkelijke titel: The Leaf Thief, Sourcebooks Jabberwocky, 2021

Het prentenboek “De blaadjesdief” van auteur Alice Hemming was geselecteerd als prentenboek voor de Kinderboekenweek van 2022. Het herfstthema van het prentenboek paste hier ook uitstekend bij. Ouders en docenten kunnen met behulp van dit boek kinderen vertellen over de wisseling van seizoenen, met name de herfst.

Bovendien is het een grappig verhaal met mooie illustraties. De illustraties van Nicola Slater brengen het bos tot leven met levendige kleuren en gedetailleerde details die de verbeelding prikkelen. De expressieve komische personages en weelderige, uitnodigende landschappen zullen zowel kinderen als volwassenen aanspreken. De speelse vormgeving van de tekst draagt verder bij aan de sfeer van het prentenboek.

Spread pagina uit "De Blaadjesdief", Alice Hemming en Nicola Slater, 2021, Veltman
Spread pagina uit “De Blaadjesdief”, Alice Hemming en Nicola Slater, 2021, Veltman
Het verhaal van de Blaadjesdief

Op een mooie herfstdag ligt eekhoorn lekker in zijn eigen nest te genieten van de kleuren van de herfstbladeren aan de boom. Dan ontdekt hij dat er een blaadje weg is… Hij denkt dat het gestolen is en vraagt advies aan vogel. Vogel legt uit dat het heel normaal is om in deze tijd van het jaar blaadjes “kwijt te zijn”.

De volgende morgen zijn er echter nog meer blaadjes weg en eekhoorn vraagt in paniek aan specht of hij zijn blaadjes heeft. Vogel legt nog een keer uit dat het heel normaal is dat de blaadjes weg zijn en vertelt eekhoorn dat hij maar even tot rust moet komen in zijn nestje.

De volgende morgen ziet eekhoorn dat bijna alle blaadjes weg zijn. Als hij in paniek naar vogel rent ziet hij dat vogel zijn huisje mooi heeft versierd met … blaadjes. “Ben jij de blaadjesdief?”, vraagt eekhoorn. “Nee”, zegt vogel. Ik zal je eens laten zien wie de blaadjesdief is. Dan komt eekhoorn er achter wie de blaadjesdief is…Maar of hij het echt begrepen heeft wordt duidelijk in het hilarische einde…

Het boek geeft aan het einde nog informatie over de herfst en waarom blaadjes van de bomen vallen.

Interview Miriam Bos

Dag Miriam, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Ik heb momenteel twee prentenboeken geschreven en geïllustreerd. Dat zijn “Help! Een verrassing!” en “Cadeautje!”. Het was ook echt een verrassing dat mijn debuut prentenboek “Help! Een verrassing!” gekozen werd als prentenboek van het jaar 2024! 😉

Ik vind het erg leuk en bijzonder om ze zelf te mogen schrijven én illustreren. Het maakt dat zo’n boek nog meer van jezelf wordt dan wanneer je een verhaal illustreert van een andere schrijver. Tenminste, zo voelt het voor mij persoonlijk. Ik heb het idee dat ik er nog meer van mijn gevoel in durf te gooien. Ik mag illustreren hoe ik het zelf bedoel en hoef niet een interpretatie van iemand anders’ gevoel te maken.

Miriam Bos in het werk in haar atelier
Miriam Bos in het werk in haar atelier
Kun je wat meer vertellen over het prentenboek van het jaar 2024 “Help! Een verrassing!”?

Het verhaal begint met August de Vos die zich suf loopt te piekeren.  Hij kan niet zo goed omgaan met verrassingen, en dat is precies wat hem te wachten staat.  Zijn vriendin Suusje Eekhoorn komt hem straks ophalen, want ze heeft een verrassing voor hem (Help!). Zijn fantasie gaat met hem aan de haal als hij allerlei situaties bedenkt waar hij best wel bang van wordt. Hij besluit zich te verstoppen (waar hij niet zo goed in is) en Suus vindt hem direct en neemt hem mee. Dan ontdekt hij dat de verrassing eigenlijk best wel leuk is en dat Suus hem beter kent dan hij dacht.

Spread illustratie uit Help! Een verrassing, 2022, Miriam Bos, Lemniscaat
Spread illustratie uit Help! Een verrassing, 2022, Miriam Bos, Lemniscaat
Hoe ga je te werk bij het schrijven en illustreren van een prentenboek?

Inspiratie en ideeën put ik vaak uit eigen ervaring en gebeurtenissen. Een idee komt meestal op een onverwacht moment. Vaak komt er dan als eerst een beeld in me op en zie ik daar een verhaal in dat ik uit wil werken. Ik denk heel visueel. Ik moet het voor me zien. Daarna maak ik vaak wat kleine snelle schetsjes van de hoofdpersonen. Het zijn vaak echt maar een paar lijntjes, maar die lijntjes vertellen me genoeg om verder te kunnen. Dan kan ik ‘zien’ waar het verhaal naar toe kan gaan.

Dummybook met schetsen uit Help! Een verrassing, 2022, Miriam Bos, Lemniscaat
Dummybook met schetsen uit Help! Een verrassing, 2022, Miriam Bos, Lemniscaat

Daarna begin ik met het schrijven. Ik zet het verhaal op in grote lijnen. Vaak heb ik één scene in gedachte waarvan ik zeker weet dat het erin moet en waar ik me aan vast hou. Al de andere details die eromheen komen blijven vaak tot op het laatste moment wat flexibeler. Het verhaal moet uiteindelijk kloppen.

Oefenen met stijl en vorm, Miriam Bos
Oefenen met stijl en vorm, Miriam Bos
Wat zijn echte leermomenten geweest?

Dat zijn “terug naar de tekentafel” momenten. Bij het maken van mijn eerste boek realiseerde ik me halverwege het proces dat ik eigenlijk twee spreads moest omwisselen, omdat ik op die manier het verhaal beter kon vertellen. Het zou een grote verbetering zijn, maar dat betekende wel dat ik een deel van de illustraties weer helemaal overnieuw moest doen. Dat is aan de ene kant even slikken, maar op het moment dat je dat besluit is het ook heel waardevol. Je leert ervan en bedenkt je dat het alleen maar mooier en beter kan worden.

Heb je favoriete materialen om mee te werken

Ik werk graag met allerlei materialen door elkaar. Voor mijn boeken met August en Suus gebruik ik vooral aquarelverf. Maar ik combineer het met gouache, kleurpotlood, pastel, krijt, etc.

Bevalt de samenwerking met uitgeverij Lemniscaat?

Uitgeverij Lemniscaat is gewoon fantastisch . Het was voor mij heel onverwacht een warm bad om in te vallen. Ze zijn een bijzonder goed team en werken nauw samen met de auteurs en illustratoren.

Als ik met een verhaal kom word ik vaak nóg enthousiaster door hun enthousiasme. Ze begeleiden me met mijn verhalen. Er wordt nagedacht over de tekst, en ze helpen waar dingen beter verwoord kunnen worden, of zelfs versimpeld kunnen worden. Soms zien zij dingen die je zelf niet gezien had, of waar je zelf nog niet over nagedacht had, en dan krijg je weer een boost om alles nóg mooier en leuker te maken.

Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken?

Ik kies mijn boeken vooral vanwege de illustratoren. “Never Tickle A Tiger” van Pamela Butchart met de illustraties van Marc Boutavant. Ik hou van de humor en fijne details in zijn illustraties. En voor dit verhaal was hij gewoon perfect. Ik moest echt lachen toen ik het las. En die uitklap-pagina met de dieren die zich allemaal rot schrikken is goud!

“I Really Want the Cake” van Simon Philip en de illustraties Lucia Gaggiotti vind ik ook erg goed. Engelstalig, en op rijm. Maar met een heel slim en grappige dynamiek. De illustraties voegen ontzettend veel toe aan het razendsnelle en ondeugende verhaal.

“Captain Rosalie” van Timothée de Fombelle met de illustraties van Isabelle Arsenault. Het is een mooi, maar verdrietig verhaal van een meisje van 5 jaar ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. De illustraties, die deels zwart wit zijn, met een paar steunkleuren, zijn verstillend en meer dan prachtig.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Ik werk aan een nieuw idee voor August en Suus. Het is nog een heel pril concept, en er staat ook nog niets vast, maar héél misschien komt er een derde boek met het vosje en de eekhoorn in de hoofdrol.

August de Vos en Suusje Eekhoorn rennen!
August de Vos en Suusje Eekhoorn rennen! Miriam Bos
Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende illustratoren?

Wanneer je aan een kinderboek werkt ben je vaak maandenlang bezig. Dat is best een commitment en niet altijd even makkelijk. Je bent al die tijd maar gericht op dat ene ding; het afmaken van de illustraties van het boek. Tussendoor wil het dan wel eens gebeuren dat je ineens vast komt te zitten. Gewoon ineens: ‘Boem! Ho! Halt!’ En ineens staat alles stil. Je hebt geen zin meer, en alles wat je maakt is ‘blèh.’ De laatste illustratie is het lelijkste wat je ooit gemaakt hebt en je vraagt jezelf af waar je aan bent begonnen… De deadline is al over x dagen!

Ga dan niet panieken over je schema en al het werk dat nog moet gebeuren, maar gun jezelf een paar dagen de tijd om te rusten, te ’spelen’ en te experimenteren. Desnoods laat je de klant weten dat je wat meer tijd nodig hebt. Het voelt onnatuurlijk, maar een goede manier om van zo’n block af te komen is door gewoon even de pauzeknop in te drukken, zelfs als je weet dat je deadline nadert. Voor mij persoonlijk voelt het altijd onprettig om af te wijken van mijn planning, maar je hebt er soms heel veel aan.

Ga even wat anders doen, of teken iets wat niks met het boekproject te maken heeft. Of, teken de figuren uit je boek in een heel andere setting en context. Probeer even iets anders en experimenteer met je materialen. Dat helpt je vaak weer inspiratie op doen om weer verder te kunnen. Maar gewoon even helemaal niets doen dat met tekenen te maken heeft kan ook de oplossing zijn. Het belangrijkste is dat je jezelf even die tijd gunt zodat je weer verder kunt.

Wil je meer weten over Miriam Bos en haar werk als schrijver en illustrator van prentenboeken? Bezoek dan haar eigen website!

Prentenboek van het jaar 2024

“Help! Een verrassing!” is verkozen tot het prentenboek van het jaar 2024. Het prentenboek is geschreven en geïllustreerd door Miriam Bos. Het boek is in 2022 uitgegeven door Lemniscaat.

August de vos houdt niet van verrassingen. Suus de eekhoorn is dol op rennen, springen en wilde dingen doen, terwijl August het liefst leest, luiert en mooie dingen maakt. Augusts fantasie gaat met hem op de loop. Hij bedenkt de meest verschrikkelijke situaties waarmee Suus hem zou kunnen verrassen. Maar de werkelijkheid pakt anders uit… En net als je denkt dat het verhaal is afgelopen, weet Miriam Bos er nog één laatste draai aan te geven. Miriam Bos tekent en schildert een kleurig bos waar je direct zelf rond wilt lopen. Iedere spread lijkt wel een poster. De kleuren spatten van de bladzijden, net als de vriendschap tussen August en Suus. En één ding is duidelijk: Suus kent August beter dan hij denkt.

Lees meer over het prentenboek van het jaar 2024 en de Nationale Voorleesdagen.

prentenboek top 10 2024
de prentenboek top 10 van 2024
Prentenboek Top Tien 2024

Zoals gebruikelijk hebben de jeugdbibliothecarissen nog negen andere prentenboeken gekozen die samen de prentenboek top tien voor 2024 vormen. In deze top tien staan vijf prentenboeken van Nederlandstalige schrijvers en illustratoren (hieronder cursief aangegeven)!

De Prentenboek Top Tien voor De Nationale Voorleesdagen 2024 (in alfabetische volgorde):

  • Aan zee – Noëlle Smit (auteur en illustrator)
  • Aron en Aardappel – Josh Lacey (auteur) en Momoko Abe (illustrator)
  • Beer zoekt een beste vriend – Petr Horáçek (auteur en illustrator)
  • Fred en de (bijna mislukte) verjaardag – Pépé Smit (auteur en illustrator)
  • Help! Een verrassing!” – Miriam Bos (auteur en illustrator)
  • Het bos van muis – Alice Melvin (auteur en illustrator)
  • Het verlegen vogeltje – Jan Paul Schutten (auteur) en Liset Celie (illustrator)
  • Ik mis Milo – Pim Lammers (auteur) en Sanne te Loo (illustrator)
  • Pit – Maggi Li (auteur en illustrator)
  • ’s Nachts, als jij slaapt – Ingela P. Arrhenius (auteur en illustrator)

Deze prentenboeken staan centraal tijdens De Nationale Voorleesdagen van 2024. Deze worden gehouden van woensdag 24 januari tot en met zaterdag 3 februari 2024 en start traditiegetrouw met Het Nationaal Voorleesontbijt.

Bekijk ook eens alle prentenboeken van het jaar vanaf 2004 en de prentenboek top 10 vanaf 2010!

Interview Sebastiaan Van Doninck

Dag Sebastiaan, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

In 2002 studeerde ik af met een graphic Novel, een adaptatie van een sprookje van Oscar Wilde, ‘de zelfzuchtige reus’. Na de studie illustratie heb ik een omweg gemaakt via het Kask van Gent waar ik even animatiefilm studeerde. Niet lang hierna begon ik als
illustrator voor prentenboeken, eerst bij De Eenhoorn, later ook bij Lannoo en nu bij
Querido.

Prentenboeken hebben steeds een groot deel uit gemaakt van mijn praktijk als
tekenaar, schilder & illustrator. Prentenboeken zijn voor mij niet allen werk, maar ook
aparte werelden waar je kunt instappen en je je even in kunt verliezen. Zo voelt het ook
voor een stuk als ik ze maak (hoewel het proces heel overwogen is). Teksten die mij
inspireren zetten mijn verbeelding op scherp en ik zal blijven zoeken tot ik de juiste
toon vast heb.

Het werken aan prentenboeken wissel ik graag af met het maken van vrij
werk (schilderijen, keramiek, tekenwerk). Ik heb die variatie nodig, het geeft meer
mogelijkheden. Het aftasten van manieren van werken via experiment is essentieel in
mijn praktijk. Het voedt mijn illustratiewerk voor prentenboeken.

Wat was jouw debuut?

‘Oink’, in samenwerking met Geert de Kockere en ‘Het woei’, in samenwerking met
Edward van de Vendel waren de eerste prentenboeken. Ze kwamen bijna gelijktijdig uit
bij uitgeverij De Eenhoorn. Dit was in het jaar 2003, exact 20 jaar geleden. Het voelt nu
als een heel andere wereld als ik erop terug kijk. ‘Het woei’ kwam prompt op de longlist
van de Gouden Uil jeugdliteratuur te staan. Zo is mijn loopbaan als illustrator voor
prentenboeken eigenlijk echt begonnen.

Sebastiaan van Doninck oink het woei Sebastiaan van Doninck

Hoewel ik alle kansen kreeg en die ook aangegrepen heb voelde het allemaal wel erg pril. Achteraf gezien had ik misschien beter een paar jaar de tijd genomen om te zoeken, maar op die leeftijd stond ik ook echt wel te popelen om te starten. Dus het was eerder een proces van vallen en opstaan, en misschien maar best zo.

Aan hoeveel prentenboeken heb je ongeveer gewerkt?

Als illustrator heb ik ondertussen meegewerkt aan 32 prentenboeken. Als ik dat cijfer zelf zo zwart op wit zie staan denk ik: vanaf nu wat spaarzamer met prentenboek projecten. De afgelopen jaren doe ik dit al, De fantastische vliegwedstrijd bijvoorbeeld. Aan dat boek heb ik ruim een jaar geschilderd. Voor toekomstige projecten neem ik ook veel meer de tijd, anders ben ik niet tevreden met het resultaat. Ik heb één prentenboek ook zelf geschreven, ‘Het meisje met de botjes’.

Hoe vind je het om aan prentenboeken te werken?

Soms moeilijk, soms heerlijk. Beginnen is vaak stroef. Het zoeken naar de juiste
personages, de spanning in de opeenvolging van de beelden, een gepaste techniek en
kleurgebruik. Dat is ploeteren en zoeken. Maar eens je in die ‘flow’ terecht komt en het
gevoel hebt iets goed te doen, dan ben ik vertrokken. Dat gevoel is erg bijzonder. Het tot
leven wekken van een wereld op papier, je verbeelding die zich vrij kan bewegen, het fysieke van schilderen en de rust, de focus. Daar doe ik het echt voor.

Mijn artistieke praktijk (het doen) voelt voor mij persoonlijk ook belangrijker dan wat er daarna met het boek gebeurd, eens het eruit is ben ik al bezig met het volgende. Dan moet de ploeg van de uitgever het overnemen. Schrijvers kunnen ook zo heerlijk voorlezen, een illustrator staat er dan vaak maar wat lummelig bij. Mijn werk is in mijn atelier, zo voelt het voor me.

Kun je wat meer vertellen over jouw laatste prentenboek “Kijk dan toch!”?

Elvis Peeters sprak me aan over een verhaal dat een ode is aan de verwondering. Het
kinderlijke kijken én echt zien. Kleine dingen waarderen, het wonder van het leven
voelen en omarmen. Er gebeuren zoveel boeiende dingen rond ons op micro-schaal.
Een spin die haar weg maakt, een plant die zachtjes wiegt in de wind, een bepaalde geur
die je terug naar je kindertijd vervoert, een lichtval die plots alles magisch doet
oplichten… Ik begrijp verveling niet zo goed, er is zoveel te zien!

Dit verhaal was me echt op het lijf geschreven. Dit ‘kijken’ heb ik van mijn moeder, zij
heeft me steeds gewezen op die kleine dingen rond ons, om dit niet vanzelfsprekend of
futiel te vinden. Mijn moeder neemt ook foto’s met een macrolens van de kleinste
insecten. Een prachtige wereld wordt plots zichtbaar.

De tekst heeft ook iets filosofisch, het stilstaan. Die focus die we allemaal missen in deze jachtige en onzekere tijd. Daar gaat ‘Kijk dan toch!’. Het speelt zich af op een voetafdruk, maar het zou de hele wereld in zich kunnen dragen. De twee personages spraken ook tot de verbeelding. De slak die hoopvol wacht en rondkijkt, zich verwonderd en de verveelde pad die niets lijkt op te merken en er gefrustreerd van wordt.

voorstudies uit Kijk dan toch Sebastiaan van Doninck
voorstudies voor “Kijk dan toch!” – Sebastiaan van Doninck
Hoe ga je te werk bij het illustreren van een prentenboek?

Alles inspireert me. Een voordeel en een nadeel, want ik lees hierdoor veel en leer veel
nieuwe dingen kennen, maar het kan me ook afleiden en mijn focus verleggen. Hierdoor kan ik soms werk opnieuw doen of veranderen doorheen het proces. Een tekst moet me sowieso prikkelen en inspireren, anders begin ik er niet aan. Ik put heel veel uit de natuur, uit muziek en het proces zelf, het schilderen.

Ik maak niet zo heel veel voorstudies, ik begin vrij snel aan uitgewerkte beelden. Ik doe liever de uitwerking opnieuw dan eindeloos voorstudies te maken, dit gaat me vervelen. Een beeld dat snel en intuïtief ontstaat heeft naar mijn gevoel vaak meer potentieel en expressiviteit dan een beeld dat tot in de puntjes helemaal is doorwerkt en doordacht. Ik hou van toeval.

Heb je favoriete materialen waarmee je werkt?

Alles waar je luchtig en transparant mee kunt schilderen, inkt, waterverf, ecoline, verdunde
acryl of olieverf…. Maar ook droge materialen zoals kleurpotlood, krijt en oliepastel.

Hoe gaat de samenwerking auteur / uitgever?

Meestal krijg ik een tekst via de uitgever waar ik dan mee aan de slag ga. Er is weinig
‘bemoeienis’, en zo hoort het ook. Carte Blanche werkt de creativiteit en het artistieke in de
hand. Niets zo erg als een verkoopteam binnen een uitgever die allemaal individueel hun
zegje willen doen over prenten in een boek. Zo maak je boeken dood, ik kan er van
meespreken. Bij Querido voel ik absolute vrijheid en vertrouwen. Een heel fijne plek voor een illustrator.

Is er veel veranderd in jouw werkproces tussen je debuut en nu?

Ontzettend! Het is niet meer met elkaar te vergelijken. Ik was zo zoekende… had geen idee
waar mijn accenten lagen, wat mijn verhaal was, hoe ik me vrij mocht kunnen bewegen als
tekenaar. Veel valse verwachtingen in het begin die over de jaren gelukkig gesneuveld zijn.
Ook het directe schilderwerk zou ik vroeger nooit toegelaten hebben, ik was zo perfectionistisch dat de beelden stroef en overwerkt werden. Dit wil ik ten allen tijde vermijden en ik waak hier echt over. Het tekenplezier laat ik veel meer toe, zoekende lijnen, transparantie, structuren, licht,… er is zoveel om mee te werken.

Wat zijn echte leermomenten geweest?

Dat je als illustrator visueel je eigen verhalen kunt vertellen in de beelden. Dat een directe
lijnvoering meer kan vertellen dan een gladde computer tekening. Dat humor erg belangrijk is in mijn werk en dat hier niets mis mee is. De momenten dat ik alles loslaat en met het schetsboek onder de arm ga tekenen, het schilderen op groot formaat, de leerrijke momenten in het keramiek atelier van een goede vriendin. Het contact met illustratie-studenten, de vele babbels in Bologna (kinderboekenbeurs), het werken aan ‘Morris’ van Bart Moeyaert, de vele gedichten die ik mocht illustreren voor ‘Heel de wereld wordt wakker’…. best heel wat dus.

Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken?

‘De zwerveling’,  van Peter Van den Ende. Prachtig uitgevoerde zwart-witprenten die overlopen van verbeelding en fantasie. Een droomwereld om jezelf in te verliezen. Peter kent zijn klassiekers! Een atypisch, eigenzinnig beeldverhaal zonder woorden dat uitdaagt en opvalt. Een bom in kinderboerenland!

‘De aankomst”, van Shaun Tan. Hoe mooi kan zoiets pijnlijks en universeels als ‘vluchten’ in beeld gebracht worden? Shaun Tan doet het op een magisch realistische manier. Actualiteit en verbeelding. Magistraal boek dat iedereen moet lezen.

‘De dood, de eend en de tulp’,  van Wolf Erlbruch. Dit prentenboek ontroert. Tot tranen toe. Zo teder. Zo echt. De dood als personage is niet meteen wat je verwacht in een prentenboek voor kinderen, en eigenlijk is dit de vanzelfsprekendheid zelve. Wolf maakt dit zo herkenbaar en troost zonder te verbloemen, prachtig gewoon.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek?

Ja! Een nieuw boek met Tjibbe Veldkamp. Denk aan grote platen vol dierlijk leven en
vaart. Een boek in de lijn van ‘De fantastische vliegwedstrijd’, maar toch helemaal
anders. Een echt voorleesboek.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende illustratoren?
Sebastiaan van Doninck
Sebastiaan van Doninck

Volg je intuïtie en je zoek uit wat je belangrijk vindt, waar jij accenten wil leggen. Het verhaal is belangrijker dan een ‘stijltje’ na te jagen. Blijf zoeken en in vraag stellen en kijk kritisch naar je werk. Geloof sociale media niet, dit is eerder een steekproef van middelmatigheid. Neem tijd om met je project naar buiten te komen en kom uit je kot! Laat je zien (niet alleen online). Maak de boeken in eerste instantie voor jezelf. Je eigen stem slaat altijd het meeste aan, hoe vreemd of onzeker deze ook lijkt… Kijk niet teveel naar andere illustratoren, dit kan je van je eigen pad afhalen. Zoek via andere wegen naar inspiratie… werk hard, maar geconcentreerd (slaap genoeg) en vergeet niet wat centen voor je betekenen, het maken van meer en beter werk. 🙂

Wil je meer weten over Sebastiaan Van Doninck en zijn werk als illustrator van prentenboeken? Bezoek dan zijn eigen website!

Interview Hanneke Siemensma

Dag Hanneke Siemensma, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Mijn prentenboek debuut was ‘Snip’. Daarvoor had ik al veel ander illustratiewerk gedaan, maar prentenboeken tekenen vind ik echt het allerleukst. Je bent zo vrij. In een aantal platen mag je de wereld vormgeven waarin het verhaal zich afspeelt, de sfeer, de karaktertjes, etc. Ik heb vier prentenboeken getekend. Het zijn allemaal verhalen van anderen. Misschien dat ik in de toekomst nog een ‘eigen’ verhaal schrijf en teken.

Met “De De haas zonder neus” heb je een zilveren penseel gewonnen. Kun je wat meer vertellen over dit prentenboek?

Het gaat over een kleine knuffelhaas ergens buiten in de natuur. Hij is prima tevreden tot andere dieren hem confronteren met zijn ‘anders’ zijn. Ze merken op dat hij geen neus heeft. Hij komt in een soort van identiteitscrisis. Wie of wat ben ik eigenlijk? Het vrolijke simpele beestje wordt wat neerslachtig en trekt de wereld in. In een park wordt hij gevonden door een meisje. Zij denkt meteen: “ha, een knuffel! Gevonden! Lief! Hebben!” Ze vindt hem gewoon schattig zoals hij is. Ze worden beste maatjes. Op een dag springt er een knoop van haar jas en blijkt dat een perfect neusje voor de haas, als kers op de taart.

Toen ik het verhaal tekende, moest ik denken aan hoe mijn zus en ik vroeger in de winkel de net niet perfecte knuffeltjes met een scheef oogje vaak het liefst vonden. Juist die konden we niet laten liggen, want dat vonden we zielig. Daarom ziet het haasje er wat ‘onhandig’ uit. Een knuffel aan de waslijn, altijd een beetje pijnlijk, dat wilde ik ook graag tekenen. En de knopendoos, hoe heerlijk vond ik het vroeger om in de knopendoos van mijn moeder te rommelen en te sorteren. Dat heb ik er ook in verwerkt.

Illustratie uit 'Haas zonder neus', Hanneke Siemensma
Illustratie uit ‘De haas zonder neus’, Hanneke Siemensma

Het was wel zoeken hoor, hoe dat haasje en zijn wereld eruit moest zien. Hij moest duidelijk anders zijn dan de andere dieren, maar het moest er ook weer niet te dik bovenop liggen. Je mag daar als kijker/lezer best pas langzaam achter komen (net als de haas zelf). En ‘zonder neus’ klinkt best raar, een beetje eng zelfs, maar als je daarbij dan een simpel getekend, klein roodbruin beestje ziet, is dat geen probleem meer.

Daarom heb ik hem dus zo getekend, met potloodkrasjes, niet heel realistisch. Hij valt ook niet helemaal uit de toon bij de egel, de eekhoorntjes…Ik heb ook in de omgeving gespeeld door afdrukken van echte bladeren uit de tuin te combineren met simpel kleurpotlood en houtskooltekeningen. Dat zijn heel pure materialen. Dat potlood en bladeren drukken doen denken aan de kindertijd. Ik vond dat kloppen bij het verhaal. 

Hoe ga je te werk bij het illustreren van een prentenboek?

Ik begin altijd met het verhaal lezen, dan wegleggen en bedenken wat ik erbij zie. Dan ga ik er met een potloodje nog een keer doorheen en maak ik in de kantlijn kleine schetsjes. Daarna lees ik het verhaal nog een paar keer heel grondig door en probeer ik het in spreads te verdelen. Dan maak ik schetsjes op een storyboard. Ik maak ook alvast wat grotere tekeningen. En ik maak kleine dummy’s, om te kijken wat werkt als je de pagina’s omslaat. Wat er dan gebeurt. De tekst verdwijnt dan even naar de achtergrond, ik kijk echt hoe ik het verhaal in tekeningen ga vertellen, zonder de tekst moet het ook kloppen en spannend zijn.

Dummy boekje Hanneke Siemensma
Dummy boekje Hanneke Siemensma voor ‘De haas zonder neus’

Kleuters die nog niet kunnen lezen, kunnen wel heel goed kijken! Ze zien vaak veel meer dan de voorlezende ouder. Die nieuwsgierige oogjes wil je belonen. Bij ‘Kleine wijze wolf’ ziet de oplettende kijker dat hij zijn laarsje verliest en dat de dieren die hem stiekem volgen dat laarsje een paar bladzijden later weer terugbrengen. Zo wordt er ongemerkt voor de wat onhandige wolf gezorgd. Veel volwassenen hebben dat niet eens door, die lezen de tekst en hup, volgende pagina. Je kunt ook met je vinger het stippellijntje volgen van de route van de wolf, dat leek me zo leuk, dat je dat kunt als kind, en het zorgt voor een grafisch elementje. Dit soort elementen toevoegen aan het verhaal kosten trouwens wel tijd en dat lukt pas als je wat verder bent in het proces. Daarom heb ik die tijd ook echt nodig. Ik doe best lang over een prentenboek.

Als de dummy zonder tekst werkt, voeg ik de tekst weer toe. Kijken wat er dan gebeurt. Soms klopt het dan niet meer. Dan moet ik weer schuiven en puzzelen tot het wel klopt. Maar meestal werkt het prima en voegt de tekst een laagje toe. Zeker bij mijn laatste prentenboek ‘Gedachten denken’ was dat zo. Ineens gebeurde er iets extra’s door weer zinnetjes uit de tekst bij de tekening te voegen. Magisch zelfs, hoe zo’n zinnetje je blik op een (in dit geval vrij abstracte) tekening kan sturen.

Illustratie uit Kleine wijze wolf, Hanneke Siemensma, 2017, Hoogland en Van Klaveren
Illustratie uit ‘Kleine wijze wolf’, Hanneke Siemensma, 2017, Hoogland en Van Klaveren
Heb je een favoriet materiaal waarmee je werkt?

Ik wissel van materialen, maar het allerfijnst vind ik nog altijd houtskool. Niet het meest handige materiaal voor gedetailleerde illustraties. En het is nogal zwart, er zijn tegenwoordig wel gekleurde staafjes, maar die zijn net wat vetter en werken minder lekker. Houtskool blijft me verbazen. Je kunt er grof en fijn mee werken en ik ontdek steeds weer iets nieuws. Misschien omdat het zo beperkt lijkt (een simpel zwart staafje van verkoold hout), blijf ik het interessant vinden.

Om kleur toe te voegen, heb ik de platen in de eerste twee prentenboeken digitaal gekleurd. Bij de laatste boeken werk ik meer met kleurpotlood om al op de ‘analoge’ tekening kleur toe te voegen. Toch werk ik het liefst met grof, onhandig materiaal, het moet me een beetje verrassen en tegenwerken. Als ik teveel controle heb, ga ik zitten priegelen en slaat het dood.

Houtskool achtergrond Hanneke Siemensma
Houtskool achtergrond Hanneke Siemensma
Wat zijn echte leermomenten geweest?

Leermomenten heb ik de hele tijd. Je komt jezelf de hele tijd tegen als je bezig bent. Tekeningen die niet lukken. Ideeën die niet werken. Wat ik heb geleerd is vooral doorgaan. Je weet dat de oplossing er is, hij zweeft ergens, maar hij is nog niet ‘geland’. Zo voelt dat dan echt. Dan moet je gewoon doorgaan, iets geks doen. Dingen omkeren, uitvergroten of juist verkleinen. Licht maken wat je donker had, etc.

Meestal helpt het ook om iets een tijdje te laten liggen. Als je er dan later naar kijkt, zie je veel helderder wat er ontbreekt of wat er misging. Wat ik ook heb gemerkt is dat juist de tekeningen waar ik flink mee heb geworsteld achteraf het mooist blijken. Of een belangrijke plek in het boek te hebben. Het loont dus om jezelf door zo’n kleine crisis te slepen. Ik merk ook dat vertrouwen in je eigen kunnen helpt. Dat groeit bij elk boek.

 Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken?

Natuurlijk, ons huis ligt er vol mee! De meeste zijn favoriet vanwege de mooie tekeningen, maar we hebben er ook een paar die juist opvallen vanwege het verhaal. En sommige boeken worden beter als je ze vaker leest, dan moet je er eerst even aan wennen. Mijn kinderen vonden bijvoorbeeld ‘Laat die duif niet achter het stuur’ echt hilarisch, terwijl ik het visueel eerst maar een saai boek vond…

Om er nog twee uit te pikken: ‘Cloth lullaby’, getekend door Isabelle Arsenault (niet naar het Nederlands vertaald) vind ik echt prachtig vanwege de tekeningen en het onderwerp. Het is een soort non-fictie over Louise Bourgeois, maar toch zo vrij en poëtisch getekend. En heel grappig en knap vind ik ‘The rock from the sky’ van Jon Klassen (volgens mij vertaald als ‘De rots van boven’ maar we hebben hem in het Engels). Het is heel verstild en toch vol actie. Hij speelt zo goed met je verwachting, in dit boek benut hij het moment van de pagina omslaan echt perfect. 

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Ja, zeker! Ik heb meerdere projecten lopen. Wat zal ik erover zeggen, nog maar niet teveel… één prentenboek gaat over een nogal koppige beer met wilskracht. En het andere… dat komt vast ook goed!

 Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende illustratoren?
Hanneke Siemensma aan het werk
Hanneke Siemensma aan het werk

Gewoon doorgaan. En kijk goed om je heen. Wees kritisch op je eigen werk, oefen veel, teken veel en probeer van alles uit. Dan ontwikkel je je eigen handschrift. Dat neemt niemand je meer af. Wees eigenwijs en laat je niet opjagen, neem je tijd. Het is zonde als je iets aflevert waar je voor je gevoel te gehaast aan hebt gewerkt.

Wil je meer weten over Hanneke Siemensma en haar werk als illustrator van prentenboeken? Bezoek dan haar eigen website!

De sneeuwman – klassieker

Titel: De sneeuwman
Illustraties: Raymond Briggs (1934-2022)
Uitgeverij: Bussum Van Holkema & Warendorf , 1978
Oorspronkelijke titel: The Snowman, Hamish Hamilton, 1978

Het klassieke prentenboek “De Sneeuwman” is het debuut van Raymond Briggs. Het werd in 1978 uitgegeven en hoewel er later versies zijn verschenen met tekst, bevat het originele prentenboek geen tekst. Kinderen kunnen zo hun eigen fantasie gebruiken om het verhaal te vertellen en te beleven. De illustraties, op sommige pagina’s in stripvorm, zijn prachtig en kleurrijk. Ze zijn gedetailleerd en laten de schoonheid van een winterse omgeving zien, terwijl ze tegelijkertijd de emoties en het avontuur van het verhaal weergeven.

Het verhaal van De Sneeuwman

De Sneeuwman begint met een jongetje dat op een winterse dag naar buiten gaat om een sneeuwpop te maken in zijn achtertuin. Hij bouwt een levensgrote sneeuwman, compleet met muts en sjaal. Als hij gaat slapen kijkt hij nog even verrukt naar zijn sneeuwpop. Dan wordt hij wakker en ziet hij dat de sneeuwman tot leven is gekomen. Hij vraagt hem binnen en laat zijn huis zien (o.a. de verwarming en de koelkast) en samen maken ze plezier.
Na het ontbijt neemt de sneeuwpop hem mee naar buiten om op avontuur te gaan. Samen vliegen ze over het winterse landschap en de stad. Als ze terug komen gaat de sneeuwman weer op zijn plek staan in de tuin en geven ze elkaar nog een dikke knuffel. Dan valt het jongetje in een diepe slaap. Als hij de volgende ochtend wakker wordt van de zon die in zijn gezicht schijnt, rent hij gelijk naar de tuin… maar dan ziet hij dat de sneeuwpop gesmolten is…

pagina uit de sneeuwman, Briggs, 1978 Illustratie uit de sneeuwman, Briggs, 1978

In een interview uit 2012 voor de Radio Times vertelde Briggs over het sombere einde van het verhaal: “Ik heb geen blije eindes. Ik creëer wat logisch en onvermijdelijk is. De sneeuwman smelt, mijn ouders zijn gestorven, dieren sterven, bloemen sterven. Alles doet dat. Er is niets bijzonder sombers aan. Het is een feit van het leven.”

In 1982 werd er een animatiefilm gemaakt van het boek en later verscheen er nog een vervolg op het boek “ De sneeuwman en de sneeuwhond”.

Wist je dat er een officiële website bestaat van De Sneeuwman?