Alle berichten van admin

Interview Charlotte Bruijn

Dag Charlotte, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Ik maak het liefste Illustraties voor kinderen en met name prentenboeken. Ik vind het heerlijk om voor langere periode in een verhaal te kruipen en de karakters de beste tijd van hun leven te geven. Tussendoor illustreer ik editorials, kaarten en soms wordt er een product gemaakt met één van mijn illustraties. Ook lees ik zo nu en dan voor aan een groep en of geef ik een workshop. Dat maakt het afwisselend en extra leuk vind ik.

Charlotte Bruijn
Charlotte Bruijn
Wat was jouw debuut?

Voor mij waren dat er eigenlijk twee. Het prentenboek “Ivy the very determined dog” was mijn allereerste opdracht voor een Amerikaanse selfpublishing klant en kwam in eind 2018 uit. Maar aan “De ridder zonder billen” werkte ik al eerder. Het verhaal was geschreven door de talentvolle Levina van Teunenbroek, toentertijd nog peuterjuf van mijn dochter Vera. Het inspireerde me zoveel dat ik Levina vroeg of ik er tekeningen bij mocht maken.

Ik was toen nog geen illustrator en zag het als dé kans. Er volgde een warme vriendschap, en veel gezellige brainstorm avonden. We hebben zoveel liefde voor onze billoze familie en zo werkten we tussendoor aan ons zelf geknutselde boek. Op een dag werd het ‘even’ meegenomen door een andere moeder die bij een uitgever werkte en zo lag het in 2020 in de winkel.

Ik heb er enorm veel aan gehad om het vertrouwen te krijgen van Levina en het boek in eigen tempo te kunnen illustreren. In die periode heb ik zonder deadline mijn stijl kunnen ontwikkelen, leren begrijpen hoe je door middel van kleur, ritme en compositie een prentenboek op iedere pagina verrassend kan maken. Inmiddels heeft De ridder zonder billen Goud, maakten we samen 6 prentenboeken, 2 Doe boeken, zijn er meerdere vertalingen, is er een theatervoorstelling en komt er een musical in 2026. We zijn intens dankbaar en gelukkig hebben nog veel nieuwe ideeën. Daarnaast hebben we enorm geluk met onze uitgever Van Holkema en Warendorf. Samenwerken met het billoze team voelt echt als een warm bad.

Spread uit "De ridder zonder billen", Levina van Teunnenbroek en Charlotte Bruijn, Van Holkema & Warendorf, 2020
Spread uit “De ridder zonder billen”, Levina van Teunnenbroek en Charlotte Bruijn, Van Holkema & Warendorf, 2020
Hoeveel prentenboeken heb je ongeveer geïllustreerd?

Ik heb meer dan dertig kinder- en prentenboeken geïllustreerd. Meestal waren het verhalen met beeldvullende illustraties, maar ik maakte ook beeld voor boeken van 80+ pagina’s, waarvoor ik afwisselde formaten illustraties maakte. Ik werk voor uitgeverijen in binnen- en buitenland. Wat opvalt in de kinderboeken wereld is dat iedereen aardig is en gepassioneerd over prentenboeken. Ze begrijpen de verwondering en leesplezier dat een prentenboek kan en moet brengen.

Hoe vind je het om aan prentenboeken te werken?

Ik krijg er echt enorm veel energie van. Waar de één geweldig kan zingen, goed is in rekenen of organiseren, is het illustreren van prentenboeken mijn eerste taal. Het voor mij de ultieme vrijplek waar ik mag spelen, me in een andere wereld kan wanen. In de huid te kruipen van personages is voor mij het leukste wat er is.

Hoe ga je te werk bij illustreren van een prentenboek?

Ik ontvang vaak eerst een email met samenvatting van de opdracht. Wanneer er in mijn hoofd en hart een soort vuurwerk aan mogelijkheden ontploft door het verhaal te lezen volgt er daarna een gesprek over het contract, de briefing, het budget en de deadline.
Wanneer dat allemaal goed voelt ga ik aan de slag. Ik verzamel van alles wat er te vinden valt over het onderwerp en kijk ernaar met frisse blik en leer echt te kijken wat interessant aan is.

Ik start altijd met in potlood tekenen van de hoofdkarakters. Voor mij is het belangrijk precies te weten wie ze zijn en wat ze bezighoudt (ook buiten het hoofdverhaal om). Ik besteed dus relatief veel tijd aan het inleven, ontwikkelen van passende eigenschappen die het karakter uniek maken. Daar zit voor mij gelukkig veel lol en ik denk dat die gelaagdheid het voor de lezer boeiend en geloofwaardig maakt.

Potlood schets en digitale schets Charlotte Bruijn
Potlood schets en digitale scan Charlotte Bruijn

Over het algemeen werk ik drie maanden aan een boek met 32 pagina’s waarvan de helft van de tijd in schetsen gaat zitten. Ik teken op een Wacom Cintiq met touchscreen in Photoshop en doe de opmaak met Indesign op een tweede scherm. En zou echt niet zonder kunnen.

Hoewel sommige opdrachtgevers me heel vrij laten, hebben anderen de hele opdracht per pagina duidelijk verwoord en verbeeld in een briefing. In beide gevallen verdeel ik het proces op in fases. Zo blijft het behapbaar, kunnen we op tijd bijsturen en blijven de neuzen dezelfde kant op staan.

Grofweg zijn er een aantal fases* die ik naar de klant stuur:
1- Karakter schets – altijd eerst met potlood op papier en digitaal netjes uitgewerkt
2- Karakter schets – kleur digitaal
3*- Grove schetsen van alle pagina’s waarin de karakters duidelijke emoties laten zien en het hoofdverhaal met omgeving duidelijk is.
4 – Uitwerken in nette schetsen op de Wacom Cintic
5 – Alle pagina’s inkleuren
6 – Aanleveren van schone bestanden voor de drukker

* Bij iedere fase zou ik feedback kunnen ontvangen. Soms worden fase 3 en 4 een beetje samengevoegd.

NB. Voor de catalogus moet je vaak al maanden van tevoren de cover maken. Spannend, maar dit zorgt er wel voor dat je de kern van het verhaal begrijpt en weet te verbeelden.

Digitale schets met ingekleurde versie - Charlotte Bruijn
Digitale schets met ingekleurde versie -“Het hondje met de speurneus” – Charlotte Bruijn
Is er veel veranderd in jouw werkproces tussen je debuut en nu?

Ik heb nog net zoveel plezier. Ik ben wel iets sneller ben geworden in het bedenken van composities van omgevingen. Dat vond ik in het begin ontzettend moeilijk. Ik ben ook nog steeds geen ster in het tekenen van koeien haha.

Wat zijn echte leermomenten geweest?

Ik werk aan 1 boek per periode. Wanneer ik even geen oplossing weet voor een illustratie of kleurstelling, werk ik aan een ander deel van het boek. Ik zie het hele boek als een puzzel die van schutblad tot schutblad moet kloppen. Het werken met een vast kleurpalet maakt het proces sneller en logisch. En, iedere tekening moet me laten lachen of op de een of andere manier een “hartenhuppel” hebben gegeven. Dan pas weet ik zeker dat het goed is.

Hoe was het om het prentenboek voor de Kinderboekenweek te maken?

Het was zo’n enorme verrassing en wat een eer. “De ridder zonder billen” bestond in 2025 vijf jaar jaar en aangezien ik als illustrator best kort om de hoek kom kijken, stond deze mogelijkheid helemaal niet op mijn lijstje. Maar wat was het een enorm feest om “De koning zonder paard” met Levina van Teunenbroek samen te mogen maken.

Nadat CPNB ons overviel met de vraag of wij het prentenboek wilden maken met een nieuwe titel in De ridder zonder billen serie, lagen we beiden diezelfde nacht beiden glimmend wakker van de adrenaline. En zo bedachten we beiden delen van het nieuwe verhaal wat perfect in elkaar paste. Dat het verhaal zich voor een groot gedeelte ‘In’ de draak afspeelt gaf het voor mij een ongekende avontuurlijke vrijheid om situaties te kunnen illustreren. Want ja, wie heeft ooit de binnenkant van een draak gezien? “De koning zonder paard” is een van onze lievelingsboeken in de serie. En nog fijner was dit zo dicht met onze lezers te kunnen delen. We mochten twaalf dagen het hele land door en traden op in bibliotheken, winkels, scholen en theaters. Wat een droom en leesfeest!

Charlotte en Levina promoten het prentenboek van de kinderboekenweek.
Charlotte en Levina promoten het prentenboek van de kinderboekenweek “De Koning zonder Paard”
Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken?

in mijn jeugd had ik een paar boeken die bij mij de magie voor boeken hebben aangewakkerd. Een daarvan was “Duizend dingen achter deuren” van Joke van Leeuwen of “Rom de rups, het toverboek”. Ze waren grappig of interactief en zorgden ervoor dat mijn fantasie de vrije loop kreeg.

Er zijn veel illustratoren en prentenboeken die ik respecteer. Een paar voorbeelden zijn bijvoorbeeld die van Amandine Piu, om het grafische karakter en humor. Maar ook kijk ik graag naar boeken van Marc Boutavant of Felicita Sala vanwege het kleurgebruik en de techniek.

Werk je inmiddels aan een nieuw prentenboek?

Deze maand verschijnt een nieuw prentenboek: “Het hondje met de speurneus”. Een geestig en origineel prentenboek op rijm door Levina van Teunenbroek.

Daarnaast ben ik nu bezig met twee “flapjes boeken”. Dat heb ik nog nooit gedaan en daarom vind ik het extra leuk. Er werkt ook een papier ontwerper aan mee, een editor, een grafisch ontwerper en een art director. Ik mag nog niet vertellen waar het precies over gaat omdat het pas in 2027 in de winkel zal liggen. Maar het is echt een superleuke droomklus.

Ook werk ik aan het tweede deel van De Kabaalbende, waarvoor ik zwart wit illustraties met steunkleur maak.

Ik werk momenteel aan een nieuwe versie van “De koning zonder paard”. Het wordt een versie mét uitklapper die in het voorjaar 2027 uitkomt. En er zijn plannen besproken tot eind 2027 waar ik nog niets over kan zeggen… Maar voorlopig zie je mij als gelukkig wezen boven mijn tekentafel werken.

Illustratie uit "Hondje met de speurneus", Levina van Teunenbroek en Charlotte Bruijn, Holkema & Warendorf, 2026
Illustratie uit “Het hondje met de speurneus”, Levina van Teunenbroek en Charlotte Bruijn, Holkema & Warendorf, 2026
Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende illustratoren?

Toen ik net begon met illustreren wist ik niet dat er een heleboel markten bestaan in deze branche. Je kunt portretten maken voor particulieren, maar ook illustreren voor reclamebureaus, uitgeverijen en magazines. Er zijn illustraties nodig voor patronen voor stof, behang, pakpapier ed. als ook voor wanddecoratie. Of denk aan illustraties voor op speelgoed, games en er is dus de kinderboeken markt.

Er is voor van alles beeld nodig in verschillende stijlen. Een agentschap kan je helpen aan een opdracht te komen. Maar je kunt ook zelf als speurneus op zoek gaan naar de artdirector van het bedrijf en je portfolio sturen. Besef, overal ter wereld kun je klanten vinden! Denk verder dan ons koude kikkerlandje. De meeste bedrijven die illustratie inkopen zijn gewend om internationaal met illustratoren te werken.

Volg een goeie cursus. Toen ik in 2016 de online cursus Illustrating Children’s books bij Lilla Rogers Studio deed viel alles op zijn plek. Ik heb daar echt superveel geleerd in 5 weken. Deze live cursus volg je in een afgesloten facebook groep en toen ik er aan meedeed deden er +-200 illustratoren van over de hele wereld mee. Er is veel respect voor elkaars werk en de cursus is speels van opzet. Hierdoor zie je eigenlijk snel wat werkt of wat de illustratie zou verbeteren. Je leert echt te kijken en hoe je keuzes maakt. Wanneer je deze cursus gaat volgen, raad ik aan om al het andere in je leven even op pauze te zetten en er vol voor te gaan. Je kunt het werk ook voor je portfolio gebruiken. Ik zou, als het niet te druk had, echt zo weer mee doen.

Zorg dat je werk zichtbaar is op social media of je website. Anders weten mensen niet dat je bestaat. Laat alleen het werk zien wat je zou willen maken. Waar je gepassioneerd door bent. Want mogelijke klanten kloppen daarvoor bij je aan! Je kunt ook beter tien werken laten zien die heel goed zijn dan vijfentwintig halfbakken illustraties. Heb je die droomklus nog niet in je portfolio? Bedenk zelf een droomopdracht.

Wacht niet met uitsturen van je portfolio. Mail een PDF die niet zwaarder is dan 4 MB met een losse jpg van je beste werk. Misschien ben je nog onzeker, maar onthoudt, er zijn voor allerlei klussen beeldmakers nodig. Wat heb je te verliezen? En, stuur gerust nieuw werk op na een poosje.

Stuur een kaart met je werk op per post naar je top 10. Dat gooit niemand zomaar weg.

En wat voor mij de beste tip ooit was en is: People buy your joy!

Wil je meer weten over Charlotte Bruijn en haar werk als illustrator van onder andere prentenboeken? Bezoek dan haar eigen website!

Waar is Grote Broer?

Waar is Grote Broer? is een warm en beeldrijk prentenboek dat laat zien hoe groot de wereld kan voelen wanneer je klein bent, en hoe dapper je moet zijn om die wereld tóch tegemoet te treden. Linde Faas weet op verbluffende wijze een eenvoudig uitgangspunt — een kleine kikker die zijn grote broer kwijt is — te tillen naar een verhaal vol emotie, spanning en groei.

Titel: Waar is Grote Broer?
Tekst en Illustraties: Linde Faas
Uitgeverij: Lemniscaat, 2021

Waar is Grote Broer? is een ontroerend, sfeervol en prachtig vormgegeven prentenboek dat zowel kinderen als volwassenen zal aanspreken. Het verhaal is herkenbaar, liefdevol en betekenisvol zonder moralistisch te worden. De illustraties zijn rijk, uitnodigend en zitten vol emotie — een feest om naar te kijken.

Een aanrader voor thuis, in de klas, of in de voorleesstoel — en een boek dat je met plezier vaker pakt omdat je telkens nieuwe details ontdekt.

pagina uit waar is grote broer Linde Faas _ Lemniscaat 1
Pagina uit “Waar is grote broer?” Linde Faas – Lemniscaat
Het verhaal van “Waar is Grote Broer?”

Het verhaal draait om Kleine Broer, een jonge kikker die zich het veiligst voelt in de beschutting van zijn bloem. Hij is bang voor alles wat buiten zijn eigen kleine wereld ligt: vreemde geluiden, grote dieren, schaduwen, beweging.

Wanneer hij merkt dat Grote Broer verdwenen is, wordt hij gedwongen iets te doen wat hij nog nooit heeft gedaan: zijn veilige bloem verlaten. De zoektocht die volgt bestaat uit herkenbare angsten en ontdekkingen. Op elke nieuwe plek ontmoet hij dieren en situaties waar hij normaal gesproken voor zou terugdeinzen — een groot insect dat boven hem zweeft, een kronkelende slang, de brede schaduw van een vogel.

Toch blijkt telkens dat deze nieuwe ontmoetingen minder eng zijn dan ze lijken. Faas geeft dit subtiel weer: een dier dat eerst dreigend oogt, blijkt bij nader inzien nieuwsgierig, vriendelijk of gewoon bezig met zijn eigen leven. Het verhaal groeit daardoor niet alleen in geografische wereld, maar ook in innerlijke wereld: Kleine Broer ontdekt zijn eigen dapperheid.

illustratie uit waar is grote broer Linde Faas _ Lemniscaat
illustratie uit “Waar is Grote Broer?” Linde Faas – Lemniscaat
De illustraties van “Waar is Grote Broer?”

Linde Faas staat bekend om haar warme, gelaagde, schilderachtige stijl, en dit boek is daarop geen uitzondering. De aquarel illustraties dragen dit prentenboek.Faas gebruikt kleurcontrasten, lichtval en schaal om emoties te sturen: spanning in donkere tinten, opluchting in warme kleuren, en ontdekking in heldere, open composities.

De eerste pagina’s tonen Kleine Broer in zijn bloem, letterlijk omsloten door zachte, ronde vormen. De wereld is klein, intiem, beschut. De kleuren zijn milder en de compositie is centraal en veilig.Zodra hij uit de bloem stapt, openen de spreads zich: de pagina’s worden ruimer, de kleuren rijker, de landschappen wilder. Dit is een visuele vertaling van zijn groei.

Op de laatste spreads, wanneer Kleine Broer eindelijk Grote Broer terugvindt, zie je ontspanning in de houding van beide figuren. De compositie wordt weer rustiger en meer in balans. De dreiging is weg; de wereld is dezelfde gebleven, maar de blik van Kleine Broer is veranderd — visueel prachtig verbeeld.

Lees hier het interview met Linde Faas uit 2020.

Een heel bijzondere bloem

Titel: Een heel bijzondere bloem
Tekst: Kitty O’ Meara
Illustraties: Quim Torres
Uitgeverij: Life. Productions, 2025
Oorspronkelijke titel: The Rare, Tiny Flower, Tra Publishing, 2022
Vertaling: Bette Westera
Bekroningen: 2022 NYC Big Book Award winnaar
Een heel bijzondere bloem is een prentenboek dat indruk maakt door eenvoud en symboliek. Kitty O’Meara schreef een verhaal dat ogenschijnlijk gaat over een bloem, maar in werkelijkheid veel dieper raakt aan thema’s als verbinding, empathie en hoop. Geïllustreerd door Quim Torres en in het Nederlands vertaald door Bette Westera, biedt het boek een visueel en inhoudelijk rijk prentenboek voor jonge kinderen (vanaf ca. 4 jaar) — én voor volwassenen die willen nadenken over hoe we de wereld zien.

Spread uit een heel bijzondere bloem van Kitty O' Meara en Quim Torres, Life. Productions, 2025
Spread uit een heel bijzondere bloem van Kitty O’ Meara en Quim Torres, Life. Productions, 2025
Het verhaal van een heel bijzondere bloem

Het verhaal begint eenvoudig: meerdere mensen zien een bloem, maar niemand lijkt het eens te zijn hoe de bloem eruitziet — de kleur, de vorm, misschien zelfs de emotie die ervan uitgaat. Elke waarnemer is overtuigd van zijn eigen perspectief, en daardoor ontstaat een spanning.. Wat is nu “waar”?

Wanneer een klein meisje komt, nodigt zij iedereen uit om opnieuw te kijken. Niet alleen met hun eigen ogen, maar met een open blik, met interesse in wat anderen zien. Uiteindelijk verwelkt de bloem, maar zij plant een zaadje. Een zaadje dat kan uitgroeien tot een nieuwe bloem die door iedereen anders bekeken kan worden… Het prentenboek bevat, via een QR-code, tips voor een gesprek met kinderen, afgestemd op de leeftijd. De vertaling van Bette Westera maakt de taal toegankelijk, warm, vriendelijk — passend bij de toon van het boek.

Illustratie uit een heel bijzondere bloem van Kitty O' Meara en Quim Torres, Life. Productions, 2025
llustratie uit een heel bijzondere bloem van Kitty O’ Meara en Quim Torres, Life. Productions, 2025
Illustraties

De illustraties van Quim Torres versterken de kern van het verhaal: de beelden spelen met kleur, licht en perspectief. Ze nodigen uit om te bekijken, te vergelijken, te ontdekken. Omdat de illustraties, zowel realistisch als fantasierijk zijn, dragen ze bij aan de beleving. Kinderen kunnen zich verliezen in de details, terwijl volwassenen de symbolische lagen kunnen oppikken.

Interview Esther van den Berg

Dag Esther van den Berg, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Inmiddels zijn prentenboeken de hoofdmoot van mijn werk geworden. Dat had ik eerder niet zo kunnen bedenken, het is een beetje zo gelopen. Het eerste prentenboek dat ik illustreerde was ‘Onze baby’ geschreven door Brigitta Bijloos en uitgebracht bij Clavis, zo’n 7 jaar geleden.

Daarna verscheen mijn eerste volledig eigen prentenboek ‘Goedenacht en slaap zacht’ over lieveheersbeestje Dot die in het insectenhotel checkt hoe alle insecten gaan slapen. Na dat eerste eigen prentenboek is het balletje eigenlijk gaan rollen en verschoof mijn werk van grotendeels educatief illustreren in opdracht naar het maken van prentenboeken.

Cover Goedenacht en slaap Zacht, Esther van den Berg, Clavis, 2020
Debuut prentenboek van Esther van den Berg ” Goedenacht en slaap zacht”, Clavis, 2020

Ik maakte tot nu toe vijf ‘stand alone’ prentenboeken over verschillende thema’s, maar altijd met een hoofdrol voor dieren en natuur. Die boeken staan het dichtst bij me en dit zijn ook vaak langlopende projecten die je echt een tijdje ‘leeft’ en een hele periode meedraagt. Van zulke boeken maak ik er hooguit één per jaar.

Daarnaast maakte ik drie series voor de jongste lezers in de dreumes- en peuterleeftijd. Die series hebben (deels) vaste karaktertjes, die ik gaandeweg door meerdere boeken heen ook steeds beter ken en in de vingers heb. Dat maakt deze projecten iets sneller qua maakproces.

Hoe vind je het om aan prentenboeken te werken?

Het is een proces met veel plezier en vrijheid, maar waar ook de nodige twijfels bij komen kijken. Het is héél veel puzzelen, schuiven, afwegen en bevragen. Maar bovenal vind ik het heerlijk om een eigen wereld te kunnen scheppen tussen twee kaften waarin lezers hopelijk iets van herkenning vinden, zich gezien voelen.

Hoe ga je te werk bij het schrijven en illustreren van een prentenboek?

Ik vind inspiratie in veel alledaagse dingen, maar ook mijn ervaringen als ouder en mijn eigen kindertijd neem ik mee. Voor de personages en omgevingen in mijn boeken laat ik me het meest inspireren door de natuur.

Ik vind het heerlijk om bij een concept een setting te bedenken en me af te vragen welke personages in die wereld zouden kunnen leven. Ik vind dit een heel fijn deel van het proces. Alles kan nog, niets hoeft nog concreet.

Wanneer ik voel dat ik ‘aan’ ga bij een idee, en zin krijg om te tekenen, dan kijk ik samen met mijn vaste uitgeefster bij Clavis of het concept ook sterk genoeg is om door te vertalen naar een prentenboek. Zit dat concept goed, dan begint voor mij het onderzoeken.

Meestal begin ik met kleine storyboard schetsjes om het ritme en de opbouw van het boek goed te puzzelen. Afhankelijk van wat het boek nodig heeft maak ik daarna nog een ronde nette schetsen voor ik begin met de uitwerkingen. Maar ik merk dat ik steeds vaker de losheid en het schilderachtige wil behouden door direct op de grove schetsen te starten met uitwerken. Dan schets ik niet zozeer op alle details, maar meer op compositie, sfeer, contrast en kleur.

Het schetsproces vind ik vaak het moeilijkst, het concreet maken en vastleggen van wat eerst nog alles kon worden. Hier heb ik altijd wat meer tijd nodig om dingen te laten bezinken, kwartjes te laten vallen.

Schets en uitwerking "Bokje op de top", Esther van den Berg
Schets en uitwerking “Bokje op de top”, Esther van den Berg, Clavis, 2025

Als ik tevreden ben met de schetsen, start ik met uitwerken, dit doe ik digitaal. Hier maak ik de meeste meters en ontstaan de vele kleine details en grapjes in de achtergrond die ik graag toevoeg. Omdat het grote denkwerk gedaan is ontstaat daar weer ruimte voor.
Hoewel ik nu grotendeels digitaal werk was mijn opleiding juist heel analoog; veel druktechnieken, schilderen, tekenen. Ik studeerde af met etsen. Ik denk dat ik door die ambachtelijke achtergrond ook in mijn digitale werk altijd op zoek ben naar texturen en gelaagdheid (en laat Photoshop nou net heel goed zijn in heel veel laagjes 😉 )

Wanneer het boek na tekst- en beeldredactie naar de drukker is start er voor de uitgever natuurlijk nog een heel proces van marketing, promotie en verkoop. Ik ben heel blij dat ik dat niet zelf hoef te doen. Clavis kan dat veel beter en daar ben ik ze zeer dankbaar voor. Laat mij maar boeken maken!

Is er veel veranderd in jouw werkproces tussen je debuut en nu?

Ik vind het als maker zelf belangrijk dat mijn werkproces altijd in beweging blijft. Dat hoeft niet altijd heel groot, maar bij ieder boek er moet voor mij iets te leren zijn, iets toe te voegen aan wat ik al deed. Ik voel dat ik ook weer wat losser zou willen werken, misschien wat meer leunen op mijn analoge achtergrond.

Bij mijn aankomende boek ‘Bokje op de top’ heb in dat ook weer wat meer toegepast door met handgeschilderde elementen en texturen te werken. Het is niet dat alles dan vanaf nu zo moet, maar zulke uitstapjes houden het interessant.

Illustratie uit "Bokje op de top", Esther van den Berg, Clavis, 2025
Illustratie uit “Bokje op de top”, Esther van den Berg, Clavis, 2025
Wat zijn echte leermomenten geweest?

Dat ik naast mijn opdrachtwerk en eigen prentenboeken (die in zekere zin ook en soort opdracht aan mezelf zijn) ook tijd nodig heb om aan te rommelen. Naast de boeken die ik maak zoek ik dat ook steeds vaker op in mijn schetsboek. Mezelf de tijd gunnen om wat te rommelen en dat niet alles mooi of met een doel hoeft te zijn. Dat vind ik nog erg lastig, maar probeer daar wel ruimte voor te vinden. Sinds drie jaar maak ik keramiek, daar ‘moet’ ik ook niks mee en dat is heerlijk. Het fysieke ervan vind ik heel fijn, het is een mooie toevoeging aan mijn makerschap.

Je maakt ook prentenboeken voor de allerkleinsten. Pas je jouw illustraties (of tekst) hier op aan?

Het grappige aan de kartonboekjes is eigenlijk dat ze ontstaan zijn uit één klein idee voor een tekening. Ik zag een foto van een grote moederkip waar vanonder haar vleugels allemaal kleine kuikenpootjes uitstaken, als een soort veelpotige kipmobiel. Dat was de eerste aanzet voor de kartonboekjes van ‘Naar de overkant’; dieren die hun kroost mee nemen onder hun vleugels, op hun rug, etc.

Mijn uitgeefster is dan degene die aangeeft welke doelgroep bij zo’n concept past, in dit geval baby- dreumes leeftijd. Van tevoren ben ik bij zo’n idee helemaal niet bezig voor welke leeftijd het geschikt is. Ik denk vanuit het beeld, het concept, wat ik wil tekenen.
Wanneer dan een keer de richting gekozen is pas ik natuurlijk mijn beeldtaal en tekst wel aan op de jonge doelgroep. De beelden moeten duidelijk spreken, er is minder achtergrond, minder kleine details.

Inmiddels teken ik vaker voor deze doelgroep en is ‘Naar de overkant’ eigenlijk een beetje een blauwdruk/houvast geworden voor de daaropvolgende boekjes.

Illustratie uit "Naar de overkant", Esther van den Berg, Clavis, 2023
Illustratie uit “Naar de overkant”, Esther van den Berg, Clavis, 2023
Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken?

De boeken die Mac Barnet samen met Jon Klassen maakte, met in het bijzonder ‘De wolf, de eend en de muis’. Over een eend en een muis die opgeslokt zijn door een wolf. De illustraties vind ik prachtig, maar vooral de taal is heerlijk; droogkomisch, licht filosofisch, ik hou ervan (en mijn kinderen gelukkig ook, dus dubbel genieten :))

Een andere favoriet bij ons thuis is ‘Oet en Drap’ van Alistair Chisholm. Over twee holbewoners die steeds meer spullen verzamelen om elkaar te overtreffen in hun bewijsdrang. De taal is heel grappig, op z’n holbewoners, hilarisch.

Het grafische illustratiewerk van Leo Leoni vind ik prachtig. Ik heb door de jaren wat van zijn boeken verzameld via kringloop en rommelmarkten. Mijn hart maakt sowieso altijd een sprongetje als ik mooie vintage prenten tegenkom. Vooral grafisch werk hangt hier veel in de studio en ons huis.

Binnenkort verschijnt jouw nieuwe prentenboek “Bokje op de top”. Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Dit prentenboek gaat over een klein eigenwijs bokje dat een mooi plekje voor zichzelf heeft geclaimd, bovenop een rots. Niemand mag erbij, bokkig als hij is kopt hij iedereen van zijn top. Wanneer het na een tijdje overduidelijk helemaal niet zo leuk meer is, alleen bovenop zijn top, blijft Bokje te koppig om naar beneden te komen.

Zijn excuses om boven te blijven vormen een steeds groter contrast met wat er werkelijk aan de hand is, wat het hopelijk herkenbaar en grappig maakt voor lezers die misschien zelf wel eens dat bokje zijn of zo’n bokje in huis of in de klas hebben…

Het is bovenal een grappig verhaal over eigenwijs zijn, delen, vriendschap en hulp durven vragen. ‘Bokje op de top’ verschijnt begin mei.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginners?

Er is niet één vaste manier of pad om je doel te bereiken. Een enkeling maakt een vliegende start na het afstuderen, maar veel meer mensen zijn zoekende of komen überhaupt pas veel later of zonder studie in het illustratie vak terecht. Ik heb me na de kunstacademie bijna tien jaar niet met illustratie bezig gehouden voor ik de moed weer vatte om er in te duiken.

Bewandel vooral je eigen pad, probeer niet teveel jezelf en je werk te vergelijken met anderen, want dat kan erg demotiverend zijn. Heb je een teken dip of geen inspiratie blijf dan vooral niet op social media plakken, maar doe even iets heel anders, neem afstand.

Veel is al gedaan, dat kan soms intimiderend zijn, maar geef er jouw unieke draai aan en vertrouw op wat jouw werk eigen maakt. Door te maken en te doen ontstaat uiteindelijk een herkenbaarheid en handschrift (los van ‘stijl’ of medium) die misschien uit enkele werken nog niet duidelijk blijkt, maar wanneer je daar aan toe blijft voegen een unieke stem oplevert.

Weet dat twijfels en aanmodderen bij het proces horen. Ga vooral bij jezelf te rade wanneer je alles denkt te weten en nooit twijfelt 😉 Dus, blijf twijfelen en verwonderen!

Esther van den Berg, fotograaf Bente Pompen
Esther van den Berg en haar “Studio”, © 2023 Clavis Uitgeverij, Foto’s: Bente Pompen

Wil je meer weten over Esther van den Berg en haar werk als auteur en illustrator van onder andere prentenboeken? Bezoek dan haar eigen website!

De tuinman van de nacht

Titel: De tuinman van de nacht
Tekst en illustraties: Terry en Eric Fan (The Fan Brothers)
Uitgeverij: Veltman Uitgevers, 2017
Oorspronkelijke titel: The Night Gardener, Simon & Schuster, 2016
Vertaling: Rindert Kromhout
Bekroningen: Vlag & Wimpel in 2017

De tuinman van de nacht is een betoverend prentenboek debuut geschreven en geïllustreerd door de gebroeders Terry en Eric Fan, ook bekend als The Fan Brothers. Het boek verscheen oorspronkelijk in 2016 en is sindsdien in meerdere talen vertaald, waaronder het Nederlands.

Het verhaal van de Tuinman van de nacht

In een grauwe, kleurloze stad leeft de jonge weesjongen William. Het leven in zijn buurt is stil en somber en er lijkt weinig te gebeuren. Op een ochtend ontdekt hij echter iets bijzonders. De boom voor het weeshuis is omgevormd tot een prachtige uil van bladeren. Niemand weet wie dit kunstwerk heeft gemaakt, maar het roept verwondering op bij iedereen in de straat.

De dagen erna verschijnen er steeds meer van deze magische boomsculpturen in de stad — van dieren tot fantasiewezens — en langzaam begint de sfeer in de buurt te veranderen. Mensen komen buiten, glimlachen, en praten weer met elkaar. De mysterieuze kunstenaar, al snel bekend als de “Tuinman van de Nacht”, blijft onzichtbaar, maar zijn werk laat een diepe indruk achter op de gemeenschap én op William.

Nieuwsgierig besluit William op een nacht wakker te blijven en ontdekt hij eindelijk de identiteit van de tuinman. Hij raakt met hem bevriend en mag helpen bij het vormgeven van een nieuwe boom. Deze ervaring verandert William: hij ontdekt de kracht van creativiteit, verbinding en verwondering.

illustratie uit de tuinman van de nacht _ fan brothers
illustratie uit de tuinman van de nacht , Fan Brothers, 2016
De illustraties van de Tuinman van de nacht

De illustraties hebben een klassieke magische uitstraling, met veel aandacht voor detail en textuur. In het begin van het boek zijn de illustraties vrij donker en ingetogen, met een palet van grijstinten, blauwgrijs en zachte bruinen — dit weerspiegelt de grauwe, stille stad waarin William woont. Maar naarmate de tuinman zijn boomkunstwerken achterlaat, komen er steeds meer kleuraccenten in beeld. Deze subtiele overgang van kleur is visueel een krachtig middel om te laten zien hoe de stad (en de mensen erin) tot leven komt.

De illustraties zijn gemaakt met een combinatie van grafiet (potlood) en digitale inkleuring. De Fan Brothers tekenen eerst met de hand, waarbij ze fijne lijnen en schaduw gebruiken om diepte en sfeer te creëren. Vervolgens digitaliseren ze de tekeningen en voegen kleur toe op de computer. Deze werkwijze zorgt voor een unieke mix van traditionele en moderne technieken, waarbij de warmte van handgetekende kunst behouden blijft, maar ook met moderne nuances in kleur en licht wordt gespeeld.

illustratie uit de tuinman van de nacht _ fan brothers
illustratie uit de tuinman van de nacht , Fan Brothers, 2016
Conclusie

Sterke punten van het prentenboek zijn de prachtige illustraties. De tekeningen van de Fan Brothers zijn buitengewoon gedetailleerd en sfeervol. De manier waarop kleur langzaam zijn intrede doet in het verhaal, versterkt het thema van verandering en verwondering. Elke pagina is een kunstwerk op zich.

Het verhaal is eenvoudig geschreven, er is weinig dialoog, maar roept wel emoties op en laat veel ruimte voor eigen interpretatie. Het verhaal eindigt vrij open en symbolisch. Dat maakt het boek zowel geschikt voor kinderen als voor volwassenen. En zonder belerend te zijn, laat het boek zien hoe kunst en aandacht het dagelijks leven kunnen opfleuren. Het stimuleert creativiteit en laat zien dat kleine daden een groot effect kunnen hebben.

Tip: zie ook het pareltje “Het viel uit de lucht” van de Fan Brothers.

Prentenboek van het jaar 2026

Kleine Aap” is verkozen tot het prentenboek van het jaar 2026. Het prentenboek is geschreven en geïllustreerd door Mies van Hout. Het boek is in 2024 uitgegeven Hoogland & van Klaveren.

Kleine Aap heeft zo iets leuks, dat wil ze aan iedereen vertellen. Voor dag en dauw gaat ze op stap, helemaal in haar eentje. En steeds verder van huis, want niemand wil echt naar haar luisteren. Of toch wel? En wat is er nou eigenlijk aan de hand? Een hartverwarmende verhaal waarin Kleine Aap haar geheim probeert te delen.

Prentenboek top 10, prentenboek van het jaar 2026
Prentenboek top 10, prentenboek van het jaar 2026
Prentenboek Top 10 2026

Zoals gebruikelijk heeft het comité van bibliothecarissen, boekhandelaren en docenten nog negen andere prentenboeken gekozen die samen de prentenboek top tien voor 2026 vormen. In deze top tien staan vijf prentenboeken van Nederlandstalige schrijvers en/of illustratoren (hieronder cursief aangegeven)!

  • Dank je wel –  Jarvis (auteur en illustrator)
  • Dit dier hier – Rian Visser (auteur) en Iris Deppe (illustrator)
  • Een ongelofelijk grote, ongelofelijk gevaarlijke leguaan –  Pim Lammers (auteur) en Natascha Stenvert (illustrator)
  • Het meisje voor in de klas –  Onjali Q. Rauf (auteur) en Pippa Curnick (illustrator)
  • Kleine Aap – Mies van Hout (auteur en illustrator)
  • Ludas en Bontje – Jan Paul Schutten (auteur) en Sanne te Loo (illustrator)
  • Mijn mama… leest! – Nancy Kers (auteur en illustrator)
  • Poes! – Cat Parker (auteur) en Aurora Cacciapuoti (illustrator)
  • Wat eet jij? –  Agnese Baruzzi (auteur en illustrator)
  • Wie heeft Steef opgegeten? – Susannah Lloyd (auteur) en Kate Hindley (illustrator)

Deze prentenboeken staan centraal tijdens De Nationale Voorleesdagen van 2026. Deze worden gehouden van woensdag 22 januari tot en met zaterdag 1 februari 2026 en start traditiegetrouw met Het Nationaal Voorleesontbijt.

Bekijk ook eens alle prentenboeken van het jaar vanaf 2004 en de prentenboek top 10 vanaf 2010!

Interview Yoko Heiligers

Dag Yoko Heiligers, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Inmiddels heb ik zes prentenboeken zelf bedacht, geschreven en geïllustreerd. In 2010 illustreerde ik een verhalenbundel voor volwassenen van mijn moeder ’De liefste moeder die ik ooit ken’ (de titel was een een zin die ik als kind eens aan haar schreef). Daarna maakten we samen een prentenboek over de geboorte van een veulen (‘Draaf met mij’), beide ook uitgegeven door uitgeverij Marmer. Toch zie ik die twee boeken als een soort tussenfase, dat was de opmaat naar het maken van eigen prentenboeken.

Mijn eerste eigen prentenboek was ‘Mama, wat zit er op mijn kop?’ (uitgeverij Marmer, 2012). Dit prentenboek gaat over een hertje gaat die niet begrijpt wat er op zijn kop groeit en gaat fantaseren wat het zou kunnen zijn. Boomtakken? Vishengels? Dromenvangers? Dit kwam voort vanuit een persoonlijke fascinatie: ik vind het nog steeds heel bijzonder dat er bij herten een gewei op hun kop groeit. En elk jaar ook nog een nieuwe!

Mama wat zit er op mijn kop, Yoko HeiligersUitgeverij Marmer, 2012
Mama wat zit er op mijn kop, Yoko Heiligers, Uitgeverij Marmer, 2012
Hoe vind je het om aan prentenboeken te werken?

Er is voor mij wel een verschil tussen het maken van een eigen boek of een boek in
opdracht. Een eigen boek wat ontstaat vanuit persoonlijke fascinaties, zoals
‘Mensendieren’ (de schoonheid van dieren en de paradoxale relatie tussen mens en
dier) of ‘Wauw Pauw’ (ik kende de witte pauw als diersoort nog niet en vond die
beeldend heel interessant). Dit levert uiteindelijk heel veel voldoening op.

Maar lang niet alles in het proces van het maken vind ik leuk. Het is voor een groot deel van de tijd een heel geworstel, een eindeloos gepuzzel en gezoek tot alles klopt en bij elkaar komt. Maar als het moment is gekomen, dat de grote lijn klopt, als ik beeldende vondsten kan doen en als je ziet hoe alles een geheel gaat worden, dan weet ik
weer waar ik het voor doe. Dat is een heerlijke fase. Omdat ik nogal perfectionistisch
kan zijn maak ik het mezelf misschien ook altijd wel een beetje moeilijk. Bij het
illustreren van een boek in opdracht is die worsteling er vaak wat minder, maar
illustreren blijft altijd enorm puzzelen. Je moet de hele tijd de grote lijn in de gaten
houden en zorgen dat alles bij elkaar blijft passen.

Illustratie uit Wauw Pauw yoko heiligers
Illustratie uit Wauw Pauw Yoko Heiligers, Uitgeverij Marmer 2016
Waar haal je jouw inspiratie vandaan?

Inspiratie haal ik uit van alles en nog wat; dingen die ik hoor, lees of om me heen zie.
Ik observeer graag. Als je wat langer naar iets ‘normaals’ kijkt, wordt het vanzelf
interessant of zelfs heel raar. Dat vind ik leuk. Zo kan ik me over van alles verwonderen en vaak gebruik ik die verwonderingen ook in mijn illustraties.

Als ik me druk maak over iets, bijvoorbeeld over hoe mensen met dieren
omgaan, is dat vaak ook een goeie reden om erover te tekenen. Of als iets me
fascineert, zoals die groei van een gewei, dan krijg ik zin om daar iets mee te doen en
te laten zien hoe bijzonder dat eigenlijk is.

Hoe ga je te werk bij het schrijven en illustreren van een prentenboek?

Eerst maak ik een storyboard met slordige potloodschetsen om de verhaallijn te testen en een overzicht te hebben van alle beelden, zodat daar genoeg variatie in zit. Dat schaaf ik bij en dan maak ik de schetsen op het juiste boekformaat. Dan hou ik ruimte over waar de teksten komen of ik verschuif de teksten zodat ze goed in het beeld passen. In de uitwerking verandert er vaak nog behoorlijk veel aan die storyboards, maar het is toch een fijn begin.

Storyboard scheten uit de schoorsteen yoko heiligers
Storyboard van “scheten uit de schoorsteen”, Yoko Heiligers, 2022

Ik maak doorgaans eerst schetsen met potlood. Die werk ik op de lichtbak uit met
een kroontjespen en inkt of met fineliners. Als dat droog is scan ik de tekeningen in om ze
vervolgens digitaal in te kleuren. Eigenlijk maak ik soort van mijn eigen kleurplaten.
Op die manier heb ik alle ruimte om te eindeloos te schuiven, bij te werken en
perfectionistisch te zijn. Vaak schilder ik ook een paar kleurvlakken die ik in scan en
verwerk in deze ‘digitale collages’, waarvan ik de kleuren dan ook weer eindeloos
aanpas.

van schets naar illustratie
Van schets naar illustratie voor ‘Scheten uit de schoorsteen’
Hoe gaat de samenwerking auteur / uitgever?

Het is ontzettend leuk om met verschillende uitgeverijen en auteurs te werken! Dat is nog best nieuw voor mij, want het eerste boek wat ik in opdracht illustreerde was ‘Scheten uit de schoorsteen’ van Marc ter Horst (Gottmer, 2022). Eerder maakte ik al wel ‘Grote Kleine
Potvis’ (uitgeverij Marmer, 2014) samen met Mariken Jongman, maar dat was op mijn initiatief. Daarbij ontstonden de tekst en beelden meer tegelijkertijd, als een gezamenlijk project en dat is toch weer anders.

Er gaan vaak heel veel mailtjes heen en weer tijdens het proces, vooral als de puntjes op
de i gezet moeten worden. Meestal begint het met een vraag van een uitgever of ik een
boek wil illustreren. Als het me aanspreekt (tot nu toe altijd) en als het in mijn planning past dan krijg ik de tekst van de uitgever. Als ik de tekst heb en kan gaan schetsen gaat de schrijver ook mee kijken naar alle stadia van schets tot uitgewerkte illustraties. Soms heeft een schrijver al bepaalde beelden in zijn/haar hoofd en soms is het nog blanco, soms volg ik die ideeën, maar vaker bedenk ik iets nieuws en dan overleggen we dat.

Is er veel veranderd in jouw werkproces tussen je debuut en nu?

Niet zo veel. In het begin tekende ik eigenlijk alle onderdelen van een illustratie los en
puzzelde ik die in elkaar. Die werkwijze gebruik ik nog steeds, maar inmiddels ben ik er beter in geworden om een groot deel al tijdens het tekenen in elkaar te passen. Dus er zijn minder onderdelen om in te scannen en dat scheelt een hoop werk!

Inmiddels herken ik bij mezelf het moment dat ik me ga blindstaren op details die onbelangrijk zijn. Dan weet ik dat ik even afstand moet nemen en met iets anders verder moet gaan.  En dat als ik vastloop, dat het helpt om een stuk te gaan wandelen of even iets heel erg anders te doen dan tekenen. Hierdoor neem ik letterlijk afstand maar dan kan het nog wel in mijn hoofd verder kan borrelen.

Ook heb ik inmiddels door dat het helpt om gewoon ergens te beginnen, ook als ik nog niet precies weet wat het moet worden. Maar vooral, dat het ondanks al het geworstel de kunst is om door te gaan, ook al zie nog niet precies waar het heengaat. Er op vertrouwen dat dingen ergens onderweg heus wel op hun plek gaan vallen. Dat is alle moeite zeker waard!

yoko aan het werk
Yoko aan het werk op de lichtbak
Het informatieve prentenboek “Mensendieren” is onder andere bekroond met een zilveren penseel. Kun je wat meer vertellen over dit prentenboek?

Dit project komt voort uit mijn liefde voor dieren. Ik wilde hun schoonheid laten zien en
tegelijkertijd tonen hoe vreemd het is dat mensen ze zo verschillend behandelen (ikzelf
evengoed). Sommige dieren wonen bij ons in huis, sommige dieren bewonderen we in de
dierentuin, sommige dieren eten we op. Ze zijn verweven met ons leven: ze spelen een rol in onze verhalen, we vernoemen sterrenstelsels naar ze en ze zijn het leer van onze schoenen.

Het was voor mij belangrijk om iets te doen met die complexe en fascinerende relatie omdat ik het zelf niet goed begrijp. Door de situatie te verbeelden op deze manier, wordt duidelijk hoe paradoxaal onze relatie met dieren is.

Yoko Heiligers met Mensendieren ©Ingrid_Oosten
Yoko Heiligers met “Mensendieren”, fotograaf en © Ingrid Oosten

Het heeft jaren geduurd voordat ik de juiste vorm hiervoor vond. Mijn eerste pogingen
strandden allemaal, ik liet het idee liggen, richtte mijn aandacht op andere
prentenboeken en opdrachten. Tot ik op een dag zomaar de geest kreeg en op een
vrij moment een koe tekende, opgedeeld in 3 segmenten. Dit was zo’n fijne vorm, ik
vond het plezier weer terug: geschikte dieren kiezen, hun aspecten verzamelen, de
vlakverdeling op papier. Het was een verslavende puzzel. In mijn vrije uurtjes werkte
ik eraan, er zat geen druk op. Later voegde ik nog de begeleidende woorden toe,
bijvoorbeeld bij de Koe: fabriek, industrie, ritueel. De verzameling dieren werd steeds
groter.

En ‘Mensendieren’ is eerst in het Italiaans uitgegeven?

Toen het 25 dieren waren raapte ik mijn moed bij elkaar en stuurde ‘Mensendieren’ in 2021
naar The Unpublished Picturebook Showcase van dPICTUS. Het kreeg toen de
meeste stemmen van uitgevers wereldwijd. De Italiaanse uitgeverij Orecchio Acerbo
zag het daar, kocht de wereldrechten en gaf het eind 2022 uit onder de titel
UominiAnimali.

UominiAnimali ontving verschillende onderscheidingen. Het was bijvoorbeeld onderdeel van de BRAW Amazing Bookshelf op de Kinderboekenbeurs in Bologna en won de Premio Orbil Divulgazione 2023, een prijs van Italiaanse boekhandels. Het is inmiddels vertaald in het Frans en Chinees. En ik ben er heel trots op dat het ook in Nederland is uitgekomen, bij uitgeverij Loopvis.

illustratie uit mensendieren yoko heiligers
Spread pagina ‘Crocodillo’ uit ‘UominiAnimali’, Yoko Heiligers, Orecchio Acerbo, 2022
Wat heb je met vintage prenten?

Ik vond die sfeervolle schoolplaten van Koekkoek altijd al prachtig, kon ik heerlijk bij
wegdromen! Ze zijn natuurlijk informatief bedoeld, met bijvoorbeeld bepaalde dieren die horen in een bepaalde habitat. Het inspireerde me om dat qua vorm terug te laten komen in mijn 25  dieren. Ik zette er verschillende woorden onder, die allemaal een associatie hebben met dat specifieke deel van het betreffende dier.

Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken?

Het eerste prentenboek waar ik aan denk is ‘Rupsje Nooitgenoeg’. Die zit gewoon zo slim in
elkaar! Vroeger hadden we ‘De avonturen van Lena Lena’ van Harriet van Reek al. Die lees ik nog steeds weleens met mijn dochter, want het blijft een heel erg leuk, gek en grappig boek. Onlangs kocht ik ‘The tiger who would be king’ (ik denk dat het niet in het Nederlands vertaald is), gedrukt in groen en oranje en waar die overlappen is het donker. Dat spreekt me erg aan als liefhebber van zeefdrukken.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek?

Ik heb net de illustraties voor mijn tweede ‘BAM! Ik lees’ boekje afgerond, bij een tekst van
Mark Haayema: ‘Zit hier muziek in?’. Deze verschijnt in november bij uitgeverij Volt. Volgend jaar komt er een Gouden Boekje over de Wadden aan bij een tekst van Jet Bakels (uitgeverij Rubinstein). En als het goed is ook nog wat anders, maar dat is nog in de beginnende fase, dus tegen die tijd hoor je wel of het gelukt is…

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende illustratoren?

Weet dat worstelen deel is van het maakproces (ik vergeet het nog steeds weleens), het kost nu eenmaal veel tijd. Hou vol en probeer verschillende technieken en mediums zodat je kunt ontdekken wat bij je past. Probeer je persoonlijke fascinaties en interesses in je tekeningen te verwerken, ook als je in opdracht illustreert, tenminste; dat helpt mij vaak op weg. En natuurlijk enorm afgezaagd maar wel waar: oefening baart kunst!

Wil je meer weten over Yoko Heiligers en haar werk als auteur en illustrator van onder andere prentenboeken? Bezoek dan haar eigen website!

Interview Marit Kok

Marit Kok is een bijzondere maker van prentenboeken. De illustraties uit haar boeken zijn namelijk niet getekend, maar met de hand geknutseld en vervolgens gefotografeerd. Een unieke manier van illustreren dus! Na haar debuut in 2022 “Het verhaal van Donker”, ligt binnenkort haar tweede prentenboek “Propje” in de winkel.

Hoe ben je op dit idee van vormgeven gekomen?

Tijdens mijn filmstudie (Willem de Kooning academie) ontdekte ik de wereld van set bouw, miniatuur en stop-motion. Deze manieren van maken intrigeerde mij. Je eigen realiteit kunnen creëren en dit tot leven brengen op beeld. Ik leerde al snel mijn eigen props (rekwisieten) te maken vanuit hout en schuim. Dit smaakte al heel snel naar meer. Spontaan kwam de kans voorbij om een prentenboek te maken in deze stijl. Een geweldige kans waarin ik nog steeds volledig mijn ei kwijt kan. Ik ben namelijk gek op verhalen vertellen en bedenk en knutsel het liefst mijn eigen wereldjes.

Kun je wat meer vertellen over jouw laatste prentenboek “Propje”?

Propje is mijn nieuwste prentenboek waarbij het eigenlijk allemaal draait om spullen een tweede leven te geven. Ik probeer de schoonheid te laten zien in iets wat misschien al een tijdje op de plank ligt of klaar is voor de schroot. Hoofdpersoon Propje wordt verfrommeld en uit het raam gegooid en beland al snel als zwerfvuil op straat. Maar Propje is al snel gefascineerd door al het moois wat hij daar tegenkomt en komt met allerlei plannen om deze spullen een tweede leven te geven.

Om Propjes beleef wereld helemaal kloppend te krijgen besloot ik samen met de uitgever om de illustraties volledig van papier te maken. Zo goed als alles wat je ziet op de prenten is dus vanuit papier ontstaan! Voor de uitwerking van dit boek leerde ik al snel denken in papierpatronen en manieren om iets 3D te maken. Inmiddels ben ik fan van deze maakmethode! Van papier heb je namelijk al vrij snel iets gemaakt, zonder dat daar ingewikkelde tools bij komen kijken.

attributen Propje Voorkant
Papieren attributen voor de omslag van Propje
Kun je wat meer vertellen over hoe je te werk gaat?

Het begint natuurlijk allemaal met een idee. De inspiratie voor dat idee haal ik vaak uit de omgeving om me heen: de ideeën komen vaak spontaan en vanuit het niets op. Zo ontstond het idee voor Propje doordat er een propje papier op mijn bureau lag en ik me afvroeg hoe dat propje zich zou voelen om zomaar verkreukt te worden.

Door te brainstormen groeit zo’n idee of verhaallijn al snel uit in een concept. Schetsen helpt me om een beeld te krijgen bij de sfeer en setting van het verhaal. Ook het maken van een moodboard (een collage van sfeerbeelden uit tijdschriften, Google of Pinterest) helpt me bij het bepalen van een stijl en sfeer. Hierna maak ik heel veel verschillende testjes in het materiaal waar ik mee ga werken, net zo lang tot ik tevreden ben! En dan volgt er een periode van heel veel knutselen – maar dit is nooit een straf, ik vind het knutselen zelfs best rustgevend!

Het fotograferen van de prenten gebeurt vanuit mijn eigen woonkamer – deze kan ik gemakkelijk ombouwen tot een studio. Met een achtergrond rol, een paar lampen en een goede camera kom je al een heel eind. Het het leuke is dat wanneer je de gebouwde objecten op de foto zet, je vaak helemaal niet meer door hebt dat dit vanuit een huiskamer opgebouwd en vastgelegd is. Je hebt binnenshuis een eigen miniatuur wereldje gecreëerd! Ik vind dit heerlijk om te doen.

schetsen propje
schetsen propje Marit Kok
Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken?

Ik ben zelf gek op prentenboeken waar veel te zien is – boeken zoals de ‘Gele Ballon’ of ‘Nederland’ van Charlotte Dematons. Elke keer als je het boek openslaat ontdek je weer wat nieuws. Ook de kijkboeken van Mark Janssen zijn favoriet. Zijn fantasie is prikkelend en inspireert me – elke bladzijde is weer een feestje om naar te kijken. Je kunt bij zijn prenten je eigen versie van het verhaal verzinnen!

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek (of ander project)?

Op dit moment ben ik bezig met de laatste hand leggen aan Propje – het maken van een trailer, een achter de schermen video en ben ik bezig met het uitwerken van een aantal knutselpakketjes, zodat mensen mee kunnen knutselen met Propje!

Natuurlijk zijn er hier en daar wel al wat kleine hersenspinsels voor een mogelijk nieuw boek en jeuken mijn handen altijd om iets nieuws te maken. Dus ik sluit een nieuw verhaal zeker niet uit! Wie weet duik ik de wereld in van een nieuw materiaal – er zijn nog zoveel mooie materialen om te ontdekken en om mee te werken. Wie weet!

Marit Kok in set Propje
Marit Kok in de set van Propje
Heb je tot slot nog (meer) tips voor mensen die op deze manier een prentenboek willen maken?

Ik maakte vroeger als kind al veel fotoverhalen van handgebouwde objectjes. Dan verzon ik een verhaal, zocht objectjes uit huis die ik gebruikte als karakters en fotografeerde deze daarna. In Microsoft Word zette ik de teksten erbij. Het is heerlijk om met je handen bezig te zijn – het haalt je ook even los van de schermen die ons in het dagelijks leven zo bezig houden. Ik raad het dus zeker aan om je eigen wereldjes te gaan bouwen: je kunt beginnen met papier – duik eens de papierbak in van je ouders en ga aan de slag, op YouTube zijn er ook echt veel maak-tutorials te vinden!

Daarnaast heb je niet veel nodig om een mooie foto van je gemaakte object te maken.
Wat je nodig hebt is een groot papieren vel (bijv. a2) of doek/laken die als achtergrond kan fungeren, een (bureau)lampje om de setting wanneer nodig wat bij te lichten en een telefoon of camera om de foto te kunnen vastleggen. En laat dan lekker je fantasie de vrije loop, ik raad het iedereen aan!

Wil je meer weten over Marit Kok en haar werk als vormgever van onder andere prentenboeken? Bezoek dan haar eigen website!

Prentenboek van het jaar 2025

Rinus” is verkozen tot het prentenboek van het jaar 2025. Het prentenboek is geschreven en geïllustreerd door Ingrid en Dieter Schubert. Het boek is in 2023 uitgegeven Hoogland & van Klaveren.

Vroeger was opa een hele wilde neushoorn. En hij was sterk, reuze sterk. Hij kon wel honderd boomstammen tegelijk optillen. Maar nu is opa oud. Het liefst ligt hij de hele dag wat in de schaduw te dommelen. Vandaag past hij op Rinus. En die wil vooral spelen en ravotten! Rinus is een aandoenlijk en spannend verhaal over de stoere neushoorn Rinus die zich onbesuisd in het ene avontuur na het andere stort. Als hij in de problemen komt, blijkt hij niet de enige held in dit verhaal. Een prentenboek over groot, wild en sterk willen zijn, maar soms toch ook nog een beetje klein en kwetsbaar.

de prentenboek top 10 van 2025
de prentenboek top 10 van 2025
Prentenboek Top Tien 2025

Zoals gebruikelijk heeft het comité  van bibliothecarissen, boekhandelaren en docenten nog negen andere prentenboeken gekozen die samen de prentenboek top tien voor 2025 vormen. In deze top tien staan maar liefst negen prentenboeken van Nederlandstalige schrijvers en/of illustratoren (hieronder cursief aangegeven)!

De Prentenboek Top Tien voor De Nationale Voorleesdagen 2025 (in alfabetische volgorde):

  • De Boebalas –  Nancy Bosmans (auteur) en Lisa van Winsen (illustrator)
  • De bril van Beer – auteur en illustrator Leo Timmers
  • Een toren van tijgers – Lizette de Koning (auteur) en Gareth Lucas (illustrator)
  • Ga je mij kietelen? – auteur en illustrator Mies van Hout
  • Het huisje zonder heks – auteur en illustrator Sophie Pluim
  • Leeuwenlessen – auteur en illustrator Jon Agee
  • Maak plaats! –  Karen Yin (auteur) en Nelleke Verhoeff (illustrator)
  • Rinus –  Ingrid en Dieter Schubert (auteur en illustrator)
  • Vos en Vis – auteur en illustrator Daan Remmerts de Vries
  • We bakken een dierentuin – auteur en illustrator Marit Törnqvist

Deze prentenboeken staan centraal tijdens De Nationale Voorleesdagen van 2025. Deze worden gehouden van woensdag 22 januari tot en met zaterdag 1 februari 2025 en start traditiegetrouw met Het Nationaal Voorleesontbijt.

Bekijk ook eens alle prentenboeken van het jaar vanaf 2004 en de prentenboek top 10 vanaf 2010!

Nog even achter mijn oortjes kriebelen

Titel: Nog even achter mijn oortjes kriebelen
Tekst en illustraties: Jörg Mühle
Uitgeverij: Gottmer, 2015
Oorspronkelijke titel: Nur noch kurz die Ohren kraulen?, Moritz Verlag, 2015
Vertaling: J.H. Gever
Bekroningen: genomineerd als Babyboekje van het Jaar 2016

Prentenboeken worden vooral (voor)gelezen voor het slapengaan. Een prentenboek dat hier uitermate voor geschikt is het populaire “Nog even achter mijn oortjes kriebelen”, van de Duitse schrijver en illustrator Jörg Mühle. Zoals zo vaak ligt de kracht in de eenvoud. Dit heerlijke prentenboek met minimale tekst en meeslepende illustraties nodigt jonge lezers, van 1 tot en met 4 jaar oud, uit in de gezellige wereld van het schattige Kleine Konijn.

Wat het boek zo populair maakt is dat “Nog even achter mijn oortjes kriebelen” meer is dan alleen een een verhaaltje voor het slapengaan. Het is een interactieve ervaring die verbinding en betrokkenheid tussen de lezer, verteller en de hoofdpersoon stimuleert. Vanaf het begin nodigt Mühle op een slimme manier kinderen (en de voorlezer) uit om deel te nemen aan het bedritueel van Klein Konijn. Of het nu gaat om het voorzichtig achter zijn oren te kriebelen, hem instoppen met een gezellige deken, of hem welterusten te kussen.

Nog even achter mijn oortjes kriebelen - Jorg Muhle - Gottmer -2015
Spread uit “Nog even achter mijn oortjes kriebelen”, Jörg Mühle, Gottmer, 2015
De illustraties ondersteunen het verhaal

De illustraties in “Nog even achter mijn oortjes kriebelen” zijn erg geslaagd, waarbij Jörg Mühle een goede balans vindt tussen eenvoud en expressiviteit. Met een minimalistische benadering weet Mühle op een magische manier de essentie van elk personage en elke scène vast te leggen, waardoor ze tot leven komen op de pagina’s. De kleuren zijn zacht en rustgevend, perfect passend bij de intieme sfeer van het verhaal. Het gebruik van subtiele details en texturen voegt diepte toe aan de illustraties en nodigt de lezer uit om zich volledig onder te dompelen in de wereld van het Kleine Konijn.