Tagarchief: Gottmer

Rupsje Nooitgenoeg

Titel: Rupsje Nooitgenoeg
Auteur : Eric Carle (1929)
Illustrator: Eric Carle
Uitgever Gottmer, 969
Oorspronkelijke uitgave: “The Very Hungry Caterpillar”, World Publishing Company, 1969
32 blz.
Formaat: er bestaan diverse formaten en uitgaven.

Wie kent Rupsje Nooitgenoeg niet? Het wereldberoemde verhaal van Eric Carle is in meer dan 50 talen verschenen en er zijn al meer dan 30 miljoen exemplaren van verkocht. Het maakte van Carle een rijk en beroemd persoon. Carle die inmiddels ook zijn eigen museum heeft gewijd aan …. prentenboeken ( Eric Carle Museum of Picture Book Art)

Deze tijdloze klassieker zal nog door vele generaties kinderen worden gelezen. De eenvoudige herhalende tekst maakt het voor kinderen ook een geschikt eerste leesboek. Het verhaal spreekt natuurlijk aan, maar het zijn waarschijnlijk de kleurrijke  illustraties die dit boek een succes maakten. Carle ontwikkelde een collage techniek stijl die toen en tot op heden niet geëvenaard is. Voeg daarbij het originele interactieve element van de gaatjes die de rups “in het  boek” knaagt en je snapt waarom dit boek nog steeds een bestseller is.

Ook op peuter- en kleuterscholen is dit een populair boekje. Er zitten ook verschillende elementen in Rupsje Nooitgenoeg die gebruikt kunnen worden als lesmateriaal. Leren tellen, de dagen van de week, het begrip dag en nacht, verschillende soorten fruit en natuurlijk de cyclus eitje – rups – cocon – vlinder.

Pagina uit Rupsje Nooitgenoeg, Eric Carle, 1969, Gottmer
Pagina uit Rupsje Nooitgenoeg, Eric Carle, 1969, Gottmer
Het verhaal van Rupsje Nooitgenoeg

Het verhaal begint in de nacht. Er ligt een klein eitje op een blad. Als de zon opkomt op een zondagmorgen kruipt er een hongerige rood-groene rups uit het eitje. Hij gaat op pad om eten te zoeken. Op maandag eet hij dwars door een appel, op dinsdag 2 peren, op woensdag 3 pruimen, op donderdag 4 aardbeien en op vrijdag 5 sinaasappels. De gaatjes die het rupsje maakt zitten echt in de bladzijde. Hij eet zich als het ware door het boek heen. Na deze fruithap heeft hij nog niet genoeg! Op zaterdag eet hij nog meer (aparte) dingen zoals een plak kaas, een stuk salami en een lolly.

Die avond heeft buikpijn van al dat eten. Hij gaat rustig op een blad liggen en valt in slaap. De volgende dag eet hij een groen blaadje en voelt hij zich een stuk beter. Dan heeft hij geen honger meer. Het is een grote volwassen rups geworden. Hij maakt vervolgens een huisje voor zichzelf (cocon). Na twee weken komt hij uit de cocon als… prachtige mooie vlinder.

Prachtige animatie van Rupsje Nooitgenoeg door Illuminated Films:

Kleine blauwe truck

Auteur: Alice Schertle
Illustrator: Jill McElmurry
Vertaling: Bette Westera
Uitgever Nederland: Gottmer, 2015
Oorspronkelijke uitgave: Houghton Mifflin Harcourt, 2008
40 pagina’s.

Toet Toet, daar is de kleine blauwe truck! Het heeft even geduurd, maar het schattige vrachtautootje is in Nederland aangekomen. Het prentenboek is al jaren een bestseller in Amerika en is nu door Gottmer uitgegeven in Nederland. Bette Westera heeft het verhaal van Alice Schertle op een leuke manier vertaald en kundig op rijm gezet.

Kleine Blauwe Truck is een “veilig” prentenboek dat kinderen tot vier jaar zou kunnen aanspreken. Het verhaal, de tekeningen, de geluiden en de tekst, het is allemaal netjes, schattig en braaf. Het verhaal heeft ook een duidelijke moraal: vrienden zijn belangrijk en help elkaar…Echt heel spannend wordt het niet. Dat hoeft natuurlijk ook niet. Peuters die van (vracht)auto’s en boerderijdieren houden, zullen dit een leuk boekje vinden. De illustraties van Jill McElmurry zijn ook heel komisch om naar te kijken. Er is van alles te zien op de grote gekleurde gouache tekeningen. De typografie is erg goed gekozen en zorgt er voor dat je de geluiden allemaal extra benadrukt. Het is wel een vrij lang verhaal om elke avond voor te lezen. Je bent dus gewaarschuwd…want het zou zo maar een nieuwe voorleestopper kunnen worden.

Kleine blauwe truck, Alice Schertle & Jill McElmurry (ill.)
Kleine blauwe truck, Alice Schertle & Jill McElmurry (ill.), Gottmer, 2015
Het verhaal van de kleine blauwe truck

Kleine blauwe truck gaat een stukje rijden op de boerderij. Onderweg komt hij bekende boerderijdieren tegen zoals de koe, de geit, de kip, het schaap en het paard. Alle dieren maken hun geluid als groet (Boe-hoe loeit Klaartje koe) en kleine blauwe truck groet hen terug. Dan sjeest plotseling een grote opschepperige gele truck langs. Deze gele vrachtauto vliegt echter uit de bocht en komt vast te zitten in een modderplas. In eerste instantie wil niemand hem helpen om eruit te komen, maar dan…. komt de kleine blauwe truck aangereden. Helaas komt die ook vast te zitten. Wanneer hij om hulp toetert komen de dieren allemaal helpen. Ze duwen samen de vrachtato’s uit de modderplas. De grote gele truck is iedereen dankbaar en heeft een wijze les geleerd….

Interview Marjet Huiberts

Dag Marjet Huiberts! “We hebben er een geitje bij!” is verkozen tot prentenboek van het jaar 2016. Hoe is dit boek tot stand gekomen?
“We hebben er een geitje bij!”, marjet huiberts en iris deppe
“We hebben er een geitje bij!”, Huiberts, Deppe, Gottmer, 2014

De tekst was er het eerst. Ik had een lang vers gemaakt voor jonge kinderen over een ‘kraamvisite’ op een kinderboerderij en toen ik dat na een bespreking over ‘Ridder Florian’ aan mijn uitgever en redacteur bij Gottmer liet lezen, reageerden ze heel enthousiast. Mijn uitgever Melanie Lasance zag er onmiddellijk een mooi prentenboek in.

Redacteur Marieke Spaans is toen op zoek gegaan naar een passende illustrator. Ze heeft daar een uitstekende kijk op, bijvoorbeeld voor mijn boek ‘Roodkapje was een toffe meid’ kwam ze met Wendy Panders aan, die meteen een Vlag en Wimpel kreeg voor haar bijzondere illustraties bij het boek. Marieke had net een mapje met illustraties van de onbekende Iris Deppe gekregen en liet me werk van haar zien. We waren allebei erg gecharmeerd van haar dierenillustraties. Toen heeft Iris de opdracht gekregen.

De samenwerking met illustrator Iris Deppe is zeker goed bevallen, aangezien er inmiddels een nieuw prentenboek van jullie is verschenen (“Dag meneer, hebt u een hond?”)?

Ja, het is erg fijn om met Iris samen te werken. Ze laat me altijd eerst schetsen zien (waar ik dan nog wat over kan zeggen) en steeds een paar nieuwe illustraties, zodat ik al snel een beeld krijg. Ik vind haar illustraties vaak ontroerend, zoals dat stralende konijn in ‘We hebben er een geitje bij!’ en de optocht van de trotse boer met alle boerderijdieren in zijn kielzog. Iedere keer als ik het boek bekijk word ik er blij van. Nu natuurlijk extra blij, omdat het Prentenboek van het Jaar is geworden. Mijn redacteur zei dat het nooit voorkomt dat een illustrator dat bij zijn eerste boek meteen overkomt.

‘Dag meneer, hebt u een hond?’ was toen overigens al verschenen. Het komt een beetje door Iris’ stralende konijn dat ik het idee kreeg voor dit boek. En door een ervaring uit de tijd dat mijn kinderen (inmiddels 26 en 23) jong waren: we gingen een kooi kopen voor een cavia die mijn oudste zoontje kon krijgen van een vriendje. Maar in de winkel werden we verliefd op een schattig, lichtbruin hangoorkonijntje. Toen hebben we die gekocht, met konijnenhok, en de cavia afgezegd. Zoiets overkomt Mik ook in ‘Dag meneer, hebt u een hond?’ En net als Mik hadden mijn kinderen voor het konijn een riempje om hem buiten te kunnen laten lopen.

Beide boeken zijn vormgegeven door Sabine en Hans Bockting, die ook de vormgeving hebben gedaan van ‘Aadje Piraatje’, heel mooi en zorgvuldig doen ze dat.

Al jouw prentenboeken zijn op rijm. Wat trekt jou zo aan om een verhaal in rijmvorm te vertellen?

Ik schreef al liedteksten en versjes voor Sesamstraat en toen vroegen ze me of ik ook verhalen op rijm kon schrijven. Dus ik ben er eigenlijk een beetje ingerold. Maar het ligt me ook goed. Een rijmschema geeft structuur en je moet veel puzzelen om je tekst passend te krijgen, dat vind ik leuk werk.

Daarnaast heb ik gemerkt dat kinderen een tekst op rijm makkelijk oppikken. Er zijn kinderen van twee die al hele stukken tekst uit ‘Ridder Florian’ op kunnen zeggen, terwijl het eigenlijk een boek voor kleuters is.

‘Wacht! Ik wil je nog bedanken,’
roept de draak, en gaat weer janken.
‘Mag ik niet je huisdier zijn?
Ik loop heel graag aan de lijn!’

Rijm Marjet Huiberts (Ridder Florian)
Waar let jij altijd goed op bij een rijm? Wat zijn de valkuilen?

Het moet goed klinken. Een rijmende tekst maak ik bijna altijd hardop pratend. Verder is er over rijm veel te zeggen, maar dat past niet zo in een interview. Je kunt er beter een boek over lezen, bijvoorbeeld van Jaap Bakker. Ik heb les van hem gehad (Liedteksten schrijven) op de Schrijversvakschool en dat was zeer leerzaam.

Slimme Kimmie Cowboy is een dagje aan ’t kamperen,
als ze plots een boze stem hoort: ‘Ugh! Ik jou scalperen!’
Kimmie kruipt haar tentje uit. ‘Hé, riep daar iemand wat?’
Voor haar staat een indiaan. Hij is op oorlogspad.”
Rijm Marjet Huiberts (Kimmie Cowboy)
Hoe ga jij te werk bij het schrijven van een prentenboek?

Dat vind ik een moeilijke vraag, want het is iedere keer anders. Ook hoe ik op een idee kom. Hiervoor heb ik al verteld hoe ik op het idee kwam voor ‘Dag meneer, hebt u een hond?’, maar daar komt bij dat ik in mijn achterhoofd had een serie te maken over Mik, steeds met andere dieren. Zoals bijvoorbeeld huisdieren. Zo’n idee speelt dan ook een rol bij het tot stand komen van het verhaal. Meestal verschijnt er in mijn hoofd een zinnetje en op dat zinnetje ga ik net zolang kauwen tot er nieuwe zinnetjes bijkomen.

Maar daarnaast heb ik dus ook vaak een globaal beeld en daar schrijf ik eveneens dingen over op: de indeling van de tekst, welke dieren erin voor moeten komen en ook weer zinnetjes die daarbij zouden passen. Ik switch steeds tussen het globale beeld en de losse zinnen. Als ik een eerste versie op papier heb zit ik daar vaak nog lang aan te schaven, tot ik over elke zin tevreden ben.

Zit er voor jou verschil in de manier van werken als je een prentenboek schrijft ten opzichte van een liedje?

Niet een groot verschil. Bij een liedje heb ik vaak eerst een refreinregel. Het refrein is de kern, die komt steeds terug. En een liedje zing ik soms zo’n beetje voor me uit. Dat doe ik niet met een prentenboek tekst. Verder is het hetzelfde: steeds van zinnetjes naar globaal en vice versa.

Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers?

Ik heb een speciale band met het prentenboek ‘Een ober van niks’ van Tjibbe Veldkamp en Philip Hopman, verschenen in 1992. Ik werkte in die tijd als dansconsulent bij een Steunpunt voor Kunstzinnige Vorming. We maakten voor het basisonderwijs een dansproject over boeken. Ik vond de illustraties van Philip Hopman, met name de slungelige ober in allerlei standen tussen balanceren en vallen, bijzonder geestig. En heel bruikbaar voor een dansles.

Toen ik ruim tien jaar later met mijn twee eerste prentenboek teksten, ‘Feodoor heeft zeven zussen’ en ‘Ridder Florian’ bij Gottmer zat, had ik dat boek in mijn tas. Voorzichtig opperde ik Philip Hopman als illustrator. Gottmer had nog nooit met hem gewerkt, maar was er meteen voor in. En Philip heeft Ridder Florian precies zo vormgegeven als ik gehoopt had, dat besefte ik toen een schets zag: ja, dit is hem. ‘Zijn ontroerendste personage ooit’, schreef het NRC.

Voor ‘Feodoor heeft zeven zussen’ kwam Gottmer met Sieb Posthuma, die later ook ‘Aadje Piraatje’ heeft geïllustreerd. Aadje Piraatje is zo’n aansprekend karakter geworden dankzij Sieb. Verschrikkelijk dat Sieb is overleden.

Aadje Piraatje, marjet huiberts en sieb posthuma
Aadje Piraatje, Huiberts, Posthuma, 2009, Gottmer
Ben je momenteel bezig aan een nieuw prentenboek? Zo ja, kun je een tipje van de sluier oplichten?

In het voorjaar van 2016 komt er waarschijnlijk een speciale uitgave van Aadje Piraatje: ‘Aadje Piraatje leest’, met als ondertitel: ‘lees jij mee?’ Het is een combinatie van een samenlees- en een zelfleesboek op AVI-startniveau. Toen ik een paar jaar geleden hoorde dat veel jongens te weinig lezen, dacht ik: misschien is Aadje een goed rolmodel. In ‘Aadje Piraatje viert feest’ staat een verhaal over dat hij leert lezen. De refreintjes daarin heb ik zo geschreven dat ze op AVI-startniveau zijn.

Daarnaast heb ik een aantal nieuwe teksten op dat niveau geschreven, gebaseerd op eerdere verhalen van Aadje. Sieb zou die nog gaan illustreren, wat niet eens veel werk meer was, daar we veel illustraties konden hergebruiken. En toen overleed hij, vlak voordat ‘Aadje Piraatje viert feest’ uit zou komen. In overleg met de erfgenamen is Gottmer nu toch bezig met de voorbereidingen voor uitgave van ‘Aadje Piraatje leest’, ook als een soort eerbetoon aan Sieb. Ik heb één verhaaltje herschreven, zodat we alles met de bestaande illustraties van Sieb kunnen doen. Ik hoop dat de boeken van Aadje, met de fantastische illustraties van Sieb, een heel lang leven beschoren zijn.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende schrijvers (van prentenboeken)?

Wees niet te snel tevreden met een tekst. Lees hem hardop. Draai je zinnen om, schrap en schaaf. Als je op rijm schrijft: neem niet altijd het voor de hand liggende, maar zoek nieuwe (originelere) rijmparen, let op het metrum, het ritme, de zinslengte, en behalve op eindrijm ook op binnenrijm, alliteratie e.d. En ten slotte, laat nooit prentenboek op lulkoek rijmen.

Marjet Huiberts
Marjet Huiberts

Meer weten over Marjet Huiberts? Bezoek dan eens haar eigen website! Je vindt daar onder andere alle prentenboeken van Marjet.

We hebben er een geitje bij!

Auteur: Marjet Huiberts
Illustrator: Iris Deppe
Vormgeving: Bockting Ontwerpers
Uitgever: Gottmer, 2014;
32 pagina’s.

“We hebben er een geitje bij!” is verkozen tot het prentenboek van jaar 2016. Het boek zal, naast de andere boeken uit de prentenboek top 10, centraal staan tijdens de Nationale Voorleesdagen (27 januari t/m 6 februari 2016).

Een vertederend prentenboek voor kinderen in de kinderboerderij-leeftijd

“We hebben er een geitje bij!” is een vrolijk prentenboek voor jonge kinderen (tot 3 a 4 jaar). Het boek zal zeker kinderen aanspreken die het leuk vinden om naar de kinderboerderij te gaan. Een prima boek voor kinderen om (boerderij)dieren te herkennen en de geluiden na te doen. Ook thema’s als geboorte en lente zijn uit te leggen aan de hand van dit boek.

“We hebben er een geitje bij!” is een echt kijk- en voorleesboek. De tekeningen zijn lekker groot (2 maal A4 formaat). Het is een kort verhaal waarbij de tekst op eenvoudige rijm is gezet (“Het konijn zegt weinig hoor. Maar straalt van oor tot oor”). De zinnen lopen vlot en lezen prettig voor. De kracht van het prentenboek zit in de eenvoud van het verhaaltje in combinatie met de vertederende illustraties.

Iris Deppe debuteert op een geweldige wijze als illustrator van een prentenboek. Haar naïeve realistische tekeningen dragen het verhaal en voegen er leuke spannende elementen aan toe. Zo zijn er niet alleen echte boerderijdieren te zien, maar bijvoorbeeld ook een ooievaar, een muis, een slak en diverse vogels. De beeldopbouw en de perspectieven dragen bij aan de spanning in de illustraties. Er is van alles te zien en alle dieren wil je het liefste zelf knuffelen. Ook slim om de verschillende dieren terug te laten komen gedurende het verhaal. Herhaling doet het altijd goed bij jonge kinderen.

Dubbele pagina uit "We hebben er een geitje bij!"
Dubbele pagina uit “We hebben er een geitje bij!”, auteur Huiberts, Illustrator Deppe, Gottmer, 2016
Het verhaal

“We hebben er een geitje bij!” draait om het schattige jongetje Mik, die voor het eerst een kinderboerderij bezoekt. Aangekomen bij de kinderboerderij ziet hij een koe die hem blij vertelt dat er een geitje is geboren. Daarna laten achtereenvolgens het paard, de scharrelkip, het konijn, het varken en het biggetje horen hoe blij ze zijn met de nieuwe bewoner. Dan leidt de boer Mik naar de stal waar het geitje ligt te slapen bij zijn moeder. Daar bewondert Mik, samen met alle dieren die zijn meegelopen, het babygeitje.

Dag meneer, hebt u een hond?

Inmiddels is er trouwens nog een prentenboek verschenen van het duo Huiberts en Deppe: “Dag meneer, hebt u een hond?”. Dit prentenboek is in dezelfde stijl geschreven en getekend als “We hebben er een geitje bij!”. Ook in dit boek is Mik het hoofdpersonage en gaat dit keer op zoek naar een huisdier.

Uitgeven van prentenboeken Gottmer

Gottmer is een grote en toonaangevende uitgeverij van onder meer kinderboeken en prentenboeken. Tijd voor een interview met acquirerend redacteur van prentenboeken van Gottmer, Marieke Spaans.

Dag Marieke, wat heb jij met prentenboeken?

Het voorlezen van prentenboeken is door de combinatie van woord en beeld wat mij betreft een van de mooiste manieren om te communiceren met jonge kinderen.

Waaruit bestaan de werkzaamheden van een redacteur van prentenboeken?

Ik begeleid de dagelijkse gang van zaken. Beslissingen omtrent het uitgeven van prentenboeken nemen we meestal samen. Ons kinderboekenteam bestaat in totaal uit 5 mensen.

Een normale werkdag zit vol met overleg (met collega-redacteuren en collega’s van de promotie-, redactie- en productie-afdeling), emailverkeer met vormgevers, auteurs en illustratoren, proeven bekijken, manuscripten lezen, vakliteratuur bijhouden enz. 

Aan welke prentenboeken werk je nu?

We werken nu aan de boeken die in de zomer van 2015 gaan verschijnen. Daar zitten ook titels tussen die in het thema van de kinderboekenweek passen, o.a. weer een heel leuk nieuw deel van Boer Boris. 

Boer Boris gaat naar zee is een uitgave van Gottmer
Prentenboek van het jaar 2015 “Boer Boris gaat naar zee”, Ted van Lieshout en Philip Hopman, is een uitgave van Gottmer.
Hoe beoordeel jij een prentenboek? Waar let je op?

Ik let ten eerste op het verhaal. Wat mij betreft is een goed verhaal de basis van een prentenboek. Dat verhaal moet een spanningsboog hebben die mooi rond is, goed geschreven zijn, geen woord teveel hebben en humor bevatten. Uiteraard zijn de illustraties net zo belangrijk, maar een boek met prachtige illustraties en een slap verhaal gaat mij uiteindelijk vervelen, terwijl ik een boek met een steengoed verhaal en iets mindere illustraties vaker zal oppakken. Wij denken bij elke uitgeefbeslissing ook na of het een boek is wat een kind keer op keer voorgelezen zou willen krijgen.

Hoe gaat het uitgeven van een prentenboek in zijn werk?

Als we het verhaal voor de volle 100% zien zitten, benaderen we in overleg met de auteur een illustrator. Samen bepalen we het formaat en de verdere uitvoering. We stellen een planning op en vragen prijzen aan bij drukkers, lithografen en vormgevers. Dan sturen we de illustrator een gatenproef van de tekst, zodat die precies weet hoeveel ruimte er is voor de illustraties. Als de schetsen klaar zijn gaan we met auteur en illustrator om de tafel zitten om te zien of het de goede kant op gaat.

Wanneer de illustrator de originelen heeft ingeleverd worden ze gelithografeerd (dit gebeurt niet als de illustrator digitale beelden aanlevert) en bekijken we aan de hand van kleurproeven of de kleuren goed zijn gebleven. Dan gaat de vormgever ermee aan de slag. Elke proef gaat langs de bureauredactie, de auteur en de illustrator. Als het definitieve bestand naar de drukker is, vragen we hen om zo spoedig mogelijk vooruitexemplaren te sturen zodat onze vertegenwoordigers ermee op pad kunnen langs de boekhandel.

Tijdens dit hele proces hebben we regelmatig contact met de afdeling promotie en verkoop, zodat zij de winkels zo goed mogelijk van informatie kunnen voorzien. Het idee daarachter is natuurlijk dat die op basis van het materiaal dat we in een vroeg stadium laten zien en onze plannen voor de titel al zoveel mogelijk exemplaren bestellen.

Welke plek nemen prentenboeken in binnen het fonds kinder- en jeugdboeken van Gottmer?

De prentenboeken zijn verantwoordelijk voor zo’n 60% van de kinderboekenomzet. Dikkie Dik en de boeken van Eric Carle (o.a. Rupsje Nooitgenoeg) nemen sinds jaar en dag een belangrijke plaats in in ons fonds. Daar zijn de laatste jaren ook toppers zoals Aadje Piraatje, Gonnie & vriendjes, Ridder Florian, Het molletje, Mama kwijt, Pip en Posy  en Boer Boris bijgekomen.

Pip en Posy is ondergebracht bij Gottmer
De prentenboekserie Pip en Posy is ondergebracht bij Gottmer
 Wat waren jouw favorieten – op welke was je het meest trots?

Dat is een lastige vraag want ik sta voor 100% achter alle boeken die wij uitgeven. Thuis lees ik veel voor uit de boeken van Catharina Valckx, Bette Westera en Julia Donaldson. Die slaan bij mijn kinderen blijkbaar erg aan.

"Poten Omhoog", Catharina Valckx, 2010, Gottmer
“Poten Omhoog”, Catharina Valckx, 2010, Gottmer
Hoeveel prentenboeken heeft Gottmer in 2014 uitgegeven?

Iets meer dan 50 nieuwe prentenboeken en daarnaast ook nog heruitgaven die we soms in een ander jasje staken.

Hoeveel waren daarvan van Nederlandse auteurs en/of illustratoren?

Ongeveer 30%.

Hoeveel manuscripten van prentenboeken komen er per jaar ongeveer binnen bij Gottmer? Belanden deze allemaal op jouw bureau?

Rond de 250 manuscripten. De eerste selectie wordt gedaan door onze uitgeefassistent.

Het is erg lastig om als beginnende auteur of illustrator uitgegeven te worden. Heb jij nog tips?

Het is moeilijker om een goede prentenboektekst te schrijven dan veel mensen denken. Veel lezen, cursussen volgen en niet altijd langs de geijkte paden denken kan helpen.

Welke ontwikkelingen zie jij de komende jaren op het gebied van kinderboeken en prentenboeken?

Hoewel de boeken voor volwassenen het zwaar te verduren hebben door alle digitale ontwikkelingen, geloof ik dat het papieren prentenboek voorlopig wel zal blijven. Het moet dan wel een boek zijn dat het waard is om in je handen te houden. We hechten dan ook veel waarde aan een mooie vormgeving en papier van hoge kwaliteit dat past bij de illustraties. Desalniettemin hebben wij de afgelopen jaren ook al redelijk wat geïnvesteerd in manieren om prentenboeken digitaal aan te bieden, als apps of als e-books. Op die manier kunnen we experimenteren en blijven we alert op de ontwikkelingen in de markt.