Het manuscript

Je verhaal is af en je bent helemaal tevreden over het resultaat (ook nadat je het een tijdje hebt weggelegd). Nu wil je jouw verhaal opsturen naar een geschikte uitgever. Het opsturen van je verhaal doe je middels een manuscript. Hoe ziet een manuscript van een prentenboek eruit? Wat stuur je mee? In ieder geval een begeleidende brief (of email) en een voorblad (titelpagina).  Zie ook het overzicht van Nederlandstalige uitgevers.

Het manuscript

Het manuscript is de platte tekst van je verhaal (geen illustraties dus). Gewoon geprint op wit papier en met een staand A4 formaat met normale marges. Alle opmaak en opsmuk is niet nodig. Je hoeft geen gekleurd of duur papier te gebruiken of het in te binden met gouddraad (een nietje voldoet prima). Gebruik wel een goed leesbaar lettertype zoals Arial of Times New Roman (gewoon zwart, grootte 12).

Zet bovenaan de bladzijde de titel (in een iets groter lettertype en vetgedrukt). Daaronder met wat wit regels ertussen, de tekst. In de tekst zelf werk je met nieuwe alinea’s en paragrafen (met witte marge ertussen). Gebruik de paragrafen voor de tekst per pagina.  Een nieuwe paragraaf gebruik je wanneer de pagina (in het prentenboek) omgeslagen wordt. Een nieuwe alinea gebruik je bij de overgang naar gesproken tekst. Je kunt de pagina’s van je prentenboek (de indeling) bovenaan iedere paragraaf aangeven.

Gebruik niet een nieuwe pagina in je manuscript voor een nieuwe pagina in je prentenboek… gebruik dus paragrafen. Denk goed over na welke tekst op welke pagina moet komen, maar uiteindelijk zal een redacteur de indeling bepalen. Heb je veel tekst dan kun je de losse pagina’s van je manuscript ook een paginanummer geven. Gebruik hiervoor de kop- of voettekst. Onderaan je manuscript zet je je naam en contactgegevens.

Je kunt eventueel, als het echt nodig is, een beschrijving geven (onderaan de alinea) van hoe jij denkt dat de illustratie van de betreffende pagina eruit zou kunnen zien. Gebruik hiervoor hetzelfde lettertype als de tekst, alleen cursief en zet het tussen haakjes.

Tip: kijk op de website van de uitgever (of bel hem op). Sommige uitgevers stellen specifieke eisen aan de vorm en indeling van een manuscript.

Illustraties

In principe stuur je geen illustraties mee met je manuscript. De tekst zelf dient goed genoeg te zijn. Tenzij je een professionele illustrator bent EN goed kunt schrijven zul je je kansen hier niet mee verhogen. De uitgever vindt mogelijk de tekst goed, maar de illustraties niet, of andersom. De uitgever zoekt zelf een illustrator bij het verhaal. Dat is de normale gang van zaken. Het illustreren van een prentenboek is ook een vak apart. Vertrouw op de creativiteit van de illustrator. Het verhaal komt er waarschijnlijk mooier en beter uit te zien dan hoe jij het in je hoofd had…

Wat je eventueel kunt doen als het echt wat duidelijk maakt of iets toevoegt, is het beschrijven van een illustratie bij een regel of stuk tekst. Wil je toch per se met een bepaalde illustrator in zee, vermeld dan waarom en stuur eventueel een schets mee bij het verhaal om een indruk te geven van de stijl.

Het voorblad van je manuscript

Het voorblad of titelpagina is ook gewoon een wit A4tje. Je maakt het vast aan je manuscript. Gebruik hetzelfde lettertype als de manuscript tekst, alleen in een iets groter formaat. Je begint met de titel en daaronder je naam. Daaronder 2 of 3 regels waar je verhaal over gaat (de synopsis). Daaronder kun je eventueel aangeven uit hoeveel woorden je verhaal bestaat. Je contactinformatie zet je rechtsonder de pagina (kleiner lettertype).

De begeleidende brief of email.

Brief of email?
Brief of email?

Houd het zakelijk. Geen lange verhalen over jezelf of over het verhaal. Maximaal 1 A4 in hetzelfde lettertype als je manuscript. Zet je volledige adresgegevens en telefoonnummer (en eventueel je website) onderaan de brief. Ook de volledige adresgegevens van de uitgever staan in je brief (linksboven) en zet de datum op je brief (rechtsboven). Zeg wat je opstuurt (een manuscript voor een prentenboek). Noem de titel en beschrijf kort waar het verhaal over gaat (gebruik je synopsis). Sluit af met een dankwoord.

Tip 1: probeer de naam van de redacteur te achterhalen die “belast is” met de manuscripten van prentenboeken. VRAAG eerst of je de brief en manuscript direct naar haar/hem mag opsturen. Dit vergroot de kans dat het geheel ook daadwerkelijk op het bureau van de redacteur komt en niet bij het secretariaat “zoek raakt”. Zo niet, gebruik gewoon de “standaard” adresgegevens.

Tip 2: voeg een gefrankeerde retourenvelop met je naam en adresgegevens bij. De meeste uitgevers zullen je bellen of e-mailen als ze je verhaal zien zitten, maar geef ze toch ook maar de gelegenheid om je een brief terug te sturen.

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *