Interview Marjet Huiberts

Dag Marjet Huiberts! “We hebben er een geitje bij!” is verkozen tot prentenboek van het jaar 2016. Hoe is dit boek tot stand gekomen?
“We hebben er een geitje bij!”, marjet huiberts en iris deppe
“We hebben er een geitje bij!”, Huiberts, Deppe, Gottmer, 2014

De tekst was er het eerst. Ik had een lang vers gemaakt voor jonge kinderen over een ‘kraamvisite’ op een kinderboerderij en toen ik dat na een bespreking over ‘Ridder Florian’ aan mijn uitgever en redacteur bij Gottmer liet lezen, reageerden ze heel enthousiast. Mijn uitgever Melanie Lasance zag er onmiddellijk een mooi prentenboek in.

Redacteur Marieke Spaans is toen op zoek gegaan naar een passende illustrator. Ze heeft daar een uitstekende kijk op, bijvoorbeeld voor mijn boek ‘Roodkapje was een toffe meid’ kwam ze met Wendy Panders aan, die meteen een Vlag en Wimpel kreeg voor haar bijzondere illustraties bij het boek. Marieke had net een mapje met illustraties van de onbekende Iris Deppe gekregen en liet me werk van haar zien. We waren allebei erg gecharmeerd van haar dierenillustraties. Toen heeft Iris de opdracht gekregen.

De samenwerking met illustrator Iris Deppe is zeker goed bevallen, aangezien er inmiddels een nieuw prentenboek van jullie is verschenen (“Dag meneer, hebt u een hond?”)?

Ja, het is erg fijn om met Iris samen te werken. Ze laat me altijd eerst schetsen zien (waar ik dan nog wat over kan zeggen) en steeds een paar nieuwe illustraties, zodat ik al snel een beeld krijg. Ik vind haar illustraties vaak ontroerend, zoals dat stralende konijn in ‘We hebben er een geitje bij!’ en de optocht van de trotse boer met alle boerderijdieren in zijn kielzog. Iedere keer als ik het boek bekijk word ik er blij van. Nu natuurlijk extra blij, omdat het Prentenboek van het Jaar is geworden. Mijn redacteur zei dat het nooit voorkomt dat een illustrator dat bij zijn eerste boek meteen overkomt.

‘Dag meneer, hebt u een hond?’ was toen overigens al verschenen. Het komt een beetje door Iris’ stralende konijn dat ik het idee kreeg voor dit boek. En door een ervaring uit de tijd dat mijn kinderen (inmiddels 26 en 23) jong waren: we gingen een kooi kopen voor een cavia die mijn oudste zoontje kon krijgen van een vriendje. Maar in de winkel werden we verliefd op een schattig, lichtbruin hangoorkonijntje. Toen hebben we die gekocht, met konijnenhok, en de cavia afgezegd. Zoiets overkomt Mik ook in ‘Dag meneer, hebt u een hond?’ En net als Mik hadden mijn kinderen voor het konijn een riempje om hem buiten te kunnen laten lopen.

Beide boeken zijn vormgegeven door Sabine en Hans Bockting, die ook de vormgeving hebben gedaan van ‘Aadje Piraatje’, heel mooi en zorgvuldig doen ze dat.

Al jouw prentenboeken zijn op rijm. Wat trekt jou zo aan om een verhaal in rijmvorm te vertellen?

Ik schreef al liedteksten en versjes voor Sesamstraat en toen vroegen ze me of ik ook verhalen op rijm kon schrijven. Dus ik ben er eigenlijk een beetje ingerold. Maar het ligt me ook goed. Een rijmschema geeft structuur en je moet veel puzzelen om je tekst passend te krijgen, dat vind ik leuk werk.

Daarnaast heb ik gemerkt dat kinderen een tekst op rijm makkelijk oppikken. Er zijn kinderen van twee die al hele stukken tekst uit ‘Ridder Florian’ op kunnen zeggen, terwijl het eigenlijk een boek voor kleuters is.

‘Wacht! Ik wil je nog bedanken,’
roept de draak, en gaat weer janken.
‘Mag ik niet je huisdier zijn?
Ik loop heel graag aan de lijn!’

Rijm Marjet Huiberts (Ridder Florian)
Waar let jij altijd goed op bij een rijm? Wat zijn de valkuilen?

Het moet goed klinken. Een rijmende tekst maak ik bijna altijd hardop pratend. Verder is er over rijm veel te zeggen, maar dat past niet zo in een interview. Je kunt er beter een boek over lezen, bijvoorbeeld van Jaap Bakker. Ik heb les van hem gehad (Liedteksten schrijven) op de Schrijversvakschool en dat was zeer leerzaam.

Slimme Kimmie Cowboy is een dagje aan ’t kamperen,
als ze plots een boze stem hoort: ‘Ugh! Ik jou scalperen!’
Kimmie kruipt haar tentje uit. ‘Hé, riep daar iemand wat?’
Voor haar staat een indiaan. Hij is op oorlogspad.”
Rijm Marjet Huiberts (Kimmie Cowboy)
Hoe ga jij te werk bij het schrijven van een prentenboek?

Dat vind ik een moeilijke vraag, want het is iedere keer anders. Ook hoe ik op een idee kom. Hiervoor heb ik al verteld hoe ik op het idee kwam voor ‘Dag meneer, hebt u een hond?’, maar daar komt bij dat ik in mijn achterhoofd had een serie te maken over Mik, steeds met andere dieren. Zoals bijvoorbeeld huisdieren. Zo’n idee speelt dan ook een rol bij het tot stand komen van het verhaal. Meestal verschijnt er in mijn hoofd een zinnetje en op dat zinnetje ga ik net zolang kauwen tot er nieuwe zinnetjes bijkomen.

Maar daarnaast heb ik dus ook vaak een globaal beeld en daar schrijf ik eveneens dingen over op: de indeling van de tekst, welke dieren erin voor moeten komen en ook weer zinnetjes die daarbij zouden passen. Ik switch steeds tussen het globale beeld en de losse zinnen. Als ik een eerste versie op papier heb zit ik daar vaak nog lang aan te schaven, tot ik over elke zin tevreden ben.

Zit er voor jou verschil in de manier van werken als je een prentenboek schrijft ten opzichte van een liedje?

Niet een groot verschil. Bij een liedje heb ik vaak eerst een refreinregel. Het refrein is de kern, die komt steeds terug. En een liedje zing ik soms zo’n beetje voor me uit. Dat doe ik niet met een prentenboek tekst. Verder is het hetzelfde: steeds van zinnetjes naar globaal en vice versa.

Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers?

Ik heb een speciale band met het prentenboek ‘Een ober van niks’ van Tjibbe Veldkamp en Philip Hopman, verschenen in 1992. Ik werkte in die tijd als dansconsulent bij een Steunpunt voor Kunstzinnige Vorming. We maakten voor het basisonderwijs een dansproject over boeken. Ik vond de illustraties van Philip Hopman, met name de slungelige ober in allerlei standen tussen balanceren en vallen, bijzonder geestig. En heel bruikbaar voor een dansles.

Toen ik ruim tien jaar later met mijn twee eerste prentenboek teksten, ‘Feodoor heeft zeven zussen’ en ‘Ridder Florian’ bij Gottmer zat, had ik dat boek in mijn tas. Voorzichtig opperde ik Philip Hopman als illustrator. Gottmer had nog nooit met hem gewerkt, maar was er meteen voor in. En Philip heeft Ridder Florian precies zo vormgegeven als ik gehoopt had, dat besefte ik toen een schets zag: ja, dit is hem. ‘Zijn ontroerendste personage ooit’, schreef het NRC.

Voor ‘Feodoor heeft zeven zussen’ kwam Gottmer met Sieb Posthuma, die later ook ‘Aadje Piraatje’ heeft geïllustreerd. Aadje Piraatje is zo’n aansprekend karakter geworden dankzij Sieb. Verschrikkelijk dat Sieb is overleden.

Aadje Piraatje, marjet huiberts en sieb posthuma
Aadje Piraatje, Huiberts, Posthuma, 2009, Gottmer
Ben je momenteel bezig aan een nieuw prentenboek? Zo ja, kun je een tipje van de sluier oplichten?

In het voorjaar van 2016 komt er waarschijnlijk een speciale uitgave van Aadje Piraatje: ‘Aadje Piraatje leest’, met als ondertitel: ‘lees jij mee?’ Het is een combinatie van een samenlees- en een zelfleesboek op AVI-startniveau. Toen ik een paar jaar geleden hoorde dat veel jongens te weinig lezen, dacht ik: misschien is Aadje een goed rolmodel. In ‘Aadje Piraatje viert feest’ staat een verhaal over dat hij leert lezen. De refreintjes daarin heb ik zo geschreven dat ze op AVI-startniveau zijn.

Daarnaast heb ik een aantal nieuwe teksten op dat niveau geschreven, gebaseerd op eerdere verhalen van Aadje. Sieb zou die nog gaan illustreren, wat niet eens veel werk meer was, daar we veel illustraties konden hergebruiken. En toen overleed hij, vlak voordat ‘Aadje Piraatje viert feest’ uit zou komen. In overleg met de erfgenamen is Gottmer nu toch bezig met de voorbereidingen voor uitgave van ‘Aadje Piraatje leest’, ook als een soort eerbetoon aan Sieb. Ik heb één verhaaltje herschreven, zodat we alles met de bestaande illustraties van Sieb kunnen doen. Ik hoop dat de boeken van Aadje, met de fantastische illustraties van Sieb, een heel lang leven beschoren zijn.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende schrijvers (van prentenboeken)?

Wees niet te snel tevreden met een tekst. Lees hem hardop. Draai je zinnen om, schrap en schaaf. Als je op rijm schrijft: neem niet altijd het voor de hand liggende, maar zoek nieuwe (originelere) rijmparen, let op het metrum, het ritme, de zinslengte, en behalve op eindrijm ook op binnenrijm, alliteratie e.d. En ten slotte, laat nooit prentenboek op lulkoek rijmen.

Marjet Huiberts
Marjet Huiberts

Meer weten over Marjet Huiberts? Bezoek dan eens haar eigen website! Je vindt daar onder andere alle prentenboeken van Marjet.

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *