Interview Loes Riphagen

Loes, waar haal jij je inspiratie vandaan?

Loes RiphagenMeestal schiet een idee me zo floep te binnen. Daar kan ik niks aan doen. Ik heb op mijn Ipad een mapje. Hierin bewaar ik al deze nieuwe verhaal ideeën, flarden leuke zinnen, of een grapje om een keer ergens in de achtergrond van mijn boek te gebruiken. Elke keer als ik een nieuw idee heb, al is het maar heel klein, dan voeg ik dat idee hieraan toe. Als ik dan een nieuw boek wil maken kijk ik in deze map en stromen er weer heel veel extra ideeën in mijn hoofd. Het komt vanzelf.

Ik heb nooit het probleem dat ik geen inspiratie heb. Mijn probleem is juist dat ik nooit kan kiezen welk idee ik zal uitwerken omdat ik te veel keus heb. Soms komt mijn inspiratie ook uit dingen die er om mij heen gebeuren. Bijvoorbeeld toen ik mijn allereerste prentenboek “Slaapkamernachtdieren” verzon. Ik kon niet slapen en lag in bed. Er was een heel vervelende mug die de hele tijd om mij heen zoemde en ik kreeg hem niet te pakken.

Toen ben ik gaan fantaseren over die mug en ik bedacht me dat die mug misschien wel helemaal geen mug was maar een “Flurrelmupper”. De Flurrelmupper wordt heel vaak door de war gehaald met de mug, maar eigenlijk is dat stom want de Flurrelmupper is helemaal niet vervelend. Hij zoemt dan wel maar hij kan helemaal niet prikken. Dus daarom moet je voordat je een mug doodslaat altijd heel goed kijken of het niet per ongeluk een Flurrelmupper is. Dat zou zonde zijn…..

De Flurrelmupper van Loes Riphagen
De Flurrelmupper van Loes Riphagen
Voel je je meer een prentenboekillustrator of –schrijver?

Als ik een boek helemaal zelf maak dan loopt het proces helemaal door elkaar heen. Dan kun je het niet los van elkaar zien. Maar mijn laatste boeken zijn zonder woorden met grote kijkplaten waarop heel veel te ontdekken is. Ik heb helemaal zelf bedacht wat er allemaal moet gebeuren. In dat geval kun je me dan misschien geen schrijver noemen want er zitten geen woorden in het boek.

Hoe ben je “prentenboek illustrator/schrijver geworden”?

Ik ben afgestudeerd aan de Illustratie-afdeling van de Willem de Kooning Academie. Ik kan niet zeggen dat je per see hier naar toe moet gaan als je kinderboekillustrator wilt worden. Ik denk dat het niet uit maakt op welke Academie je dan afgestudeerd bent. De Willem de Kooning academie is vooral erg gericht op digitale media. Ik zelf maak juist alles met de hand. Hier heb ik dan ook best wel eens moeite mee gehad omdat ik niet zo heel goed met computers overweg kan. Maar in het derde jaar koos ik de richting Traditionele illustratie en toen waren de praktijk lessen meer gericht op Grafische technieken, schilderen en modeltekenen enzo. Ik heb veel technieken geleerd en uiteindelijk mijn eigen stijl gevormd. Maar dat had net zo goed op een andere academie kunnen gebeuren. Je weet dat als je iets veel doet wordt je er beter in. Ik heb heeeel veeel geoefend en ontzettend hard gewerkt in mijn academie jaren. Hier is de basis gelegd.

Als afstudeeropdracht heb je de basis gelegd voor je eerste prentenboek “Slaapkamernachtdieren (2008)”, hoe ging dat in zijn werk?

Omdat ik op de academie heel weinig opdrachten kreeg die aansloten op wat ik later wilde worden, namelijk kinderboekillustrator, wilde ik heel graag als afstudeerproject een eigen prentenboek idee uitwerken. Het was wel moeilijk om het uiteindelijke idee te verzinnen want ik wist nog helemaal niet waar ik allemaal rekening mee moest houden. ook qua praktische kant. Hoeveel pagina’s, welk formaat. Hoe moet dat dan allemaal.

Mijn eerste idee was om een soort van determinatie gids te maken van allemaal verzonnen beesten. Zodat als je er een tegen kwam je aan de hand van de vragen in het boek, hoeveel pootjes heeft hij, welke kleur is hij enz. kon bekijken welk dier je gevonden had. Maar dit werd zo groot en ingewikkeld dat het eigenlijk onmogelijk was om dit te maken en er miste ook een soort van duidelijke basis. Toen besloot ik om alleen dieren te gebruiken die in je slaapkamer leven. En het op te schrijven als een soort van encyclopedie zodat het allemaal veel overzichtelijker werd en dus ook veel geschikter voor de doelgroep.

Slaapkamernachtdieren (Loes Riphagen, 2008, De Fontein
Slaapkamernachtdieren (Loes Riphagen, 2008, De Fontein

Uiteindelijk heb ik  voor mijn afstuderen de cover gemaakt en een plattegrond en 6 slaapkamernachtdieren uitgewerkt. Dit was dus een heel duidelijk idee. Toen ik was afgestudeerd heb ik mijn slaapkamernachtdieren idee met nog een aantal andere illustraties opgestuurd naar een aantal uitgeverijen waarvan ik vond dat mijn werk bij hen past. Ik kreeg meteen van de Fontein een hele positieve reactie. Ze wilde mijn idee uitgeven. Fantastisch was dat. Verder kreeg ik ook illustratie opdrachten van andere uitgeverijen. Ik heb sinds dit moment altijd heel veel te doen gehad.

Is het werkproces dat je gebruikte voor “Slaapkamernachtdieren (2008)” illustratief voor hoe je nu werkt?

Nee. Slaapkamernachtdieren was mijn eerste boek en ik moest nog zoveel leren. Ik wist helemaal nog niet hoe dat allemaal werkte.  Ik vind achteraf ook dat er best meer illustraties in hadden gekund. Er zit vrij veel tekst in en maar kleine illustraties. Dit past wel heel goed bij het idee van dit boek. Maar al mijn volgende boeken heb ik hierdoor wel veel voller getekend.  En op een gegeven moment gaat alles veel sneller want dan snap je hoe het allemaal werkt.

Eerst schrijf ik mijn idee op en dan werk ik het uit als een heel klein storyboard schetsje. Niemand begrijpt wat ik getekend heb maar ikzelf heb dan al het hele verhaal in mijn hoofd ik kan zo al wel voor mezelf op een rijtje zetten of de opbouw goed is en of ik nog extra scenes nodig heb of dat er misschien iets weg kan. Dit is altijd best wel een puzzeltje om dit goed te krijgen.

Schets Kreukel, Loes Riphagen 2014
Schets Kreukel, Loes Riphagen 2014

Dan werk ik deze schets in verhouding van het boek groter uit. meestal op A4. Dit is dan meteen de eindschets. Die eindschets scan ik in op de computer en vergroot ik op het juiste formaat. Dan print ik hem uit zodat hij precies even groot is als het uiteindelijke boek. Ik trek dit over op aquarel papier en dan kan ik gaan inkleuren. Als mijn originele illustraties klaar zijn dan gaat het als pakket naar de lithograaf en daarna naar de vormgever en dan naar de drukker. Je wordt er steeds sneller en handiger in en je bedenkt je eigen manier van hoe je te werk gaat en wat voor jou het handigste is. Tegenwoordig werk ik wel altijd op deze manier.

Bekijk hier een inspirerend filmpje over Loes en haar werkwijze.

Hoe lang duurt het dit hele proces eigenlijk? Van idee/concept tot drukklaar boek?

Meestal als een boek helemaal van mijzelf is doe ik er 2 tot 3 maanden over om de illustraties helemaal af te maken. Als ik een tekst krijg aangeleverd en hier dus niet over na hoef te denken kan het meestal een stuk sneller. De lithograaf heeft meestal 3 weken nodig om alles in te scannen en te bewerken zodat de kleuren als ze straks gedrukt worden zo dicht mogelijk in de buurt komen bij mijn tekeningen.

Aan welk prentenboek bewaar je de beste herinneringen? Op welke ben je het meest trots?
Vlieg op dikke bromvlieg! (Loes Riphagen, 2013, De Fontein)
Vlieg op dikke bromvlieg! (Loes Riphagen, 2013, De Fontein)

Ik weet nog hoe blij ik was toen mijn allereerste boek uit kwam. “Slaapkamernachtdieren” dus hier heb ik nog wel een heel speciaal gevoel bij. Maar op elk boek van mezelf ben ik trots. En allemaal op een andere manier. Ik vind dat ze niet op elkaar lijken en allemaal hun eigen kwaliteit hebben. Als ik nu terugkijk op alle boeken die ik gemaakt heb dan ben ik het meest trots op “Vlieg op, dikke Bromvlieg!”.

Ik vind zelf het idee en de uitwerking van dit boek heel goed. Het is een vijfluik over een heel vervelende bromvlieg. Hij is echt een eikel en doet allemaal stomme dingen.   Hij zet een poppenhuis overhoop, komt in een strip, een krant en in een heel beroemd schilderij terecht. En ook in de tv waar hij allemaal problemen veroorzaakt. Als hij in de krant is zijn de pagina’s dus ook zwart wit en als hij in het schilderij komt dan heb ik de spreads in de kleuren en stijl van Vermeer geschilderd. Dit boek heeft ook een heel verpletterend einde.

Ook ben ik nog steeds heel blij dat ik vorig jaar het prentenboek van de kinderboekenweek 2013 mocht maken “Zzz”. Ik was zo super blij toen ik deze eervolle opdracht kreeg van de CPNB.

Illustratie uit ZZZ, Loes Riphagen 2013, CPNB
Illustratie uit ZZZ, Loes Riphagen 2013, CPNB
Ben je momenteel bezig aan een nieuw prentenboek? Zo ja, kun je een tipje van de sluier oplichten?

Ik heb net een boek af. “Kreukel” het is vorige week naar de lithograaf gegaan. Het gaat over een hond die Kreukel heet. Hij denkt dat hij dikke vette maatjes is met zijn baas. En dat hij zijn baasje ontzettend goed helpt altijd. maar eigenlijk doet hij alles verkeerd. Op een gegeven moment zet zijn baasje hem bij het vuilnis, maar Kreukel denkt dat hij op vakantie mag. Uiteindelijk ontmoet hij een nieuw baasje die Kreukel helemaal fantastisch vind en ze doen allemaal gekke dingen samen.

Illustratie uit Kreukel, Loes Riphagen, 2014, De Fontein
Illustratie uit Kreukel, Loes Riphagen, 2014, De Fontein

Ik wil nu wel ook weer een nieuw boek gaan maken, eerst moet ik nog een paar projecten afronden voor educatieve uitgeverijen. Maar daarna ga ik weer nadenken over een nieuw eigen boek. Ik denk dat ik iets wil gaan doen in een nieuwe techniek.

Wat zijn jouw favorieten materialen / technieken / media om te illustreren? En waarom?

Ik illustreer meestal in een heel gemengde techniek. Ik gebruik ecoline, aquarel, gouache, potlood, inkt, pastel enz. enz. Ik gebruik soms ook collage. Ik kijk wat er moet gebeuren op de tekening en hoe ik dat dan het beste kan verbeelden. hier kies ik dan mijn materiaal bij.

Waar moet je op letten bij het gebruik van deze materialen / technieken / media?

Op een heleboel. Vooral omdat ik zoveel verschillende materialen tegelijk gebruik. sommige kunnen niet goed over elkaar heen omdat het dan bijvoorbeeld gaat vlekken ofzo dan weet ik dat ik bijvoorbeeld eerst de aquarel moet opzetten en dan pas de ecoline moet gebruiken. Dat leer je als je er veel mee werkt. Maar soms vind ik het ook wel fijn als er iets mis gaat en er iets onverwachts gebeurd. Dat los je dan weer op en dan wordt het heel anders dan je van tevoren had kunnen bedenken. Maar dat is ook wel heel spannend. De uitwerking van een boek is voor mij altijd een heel spannend moment.

Heb je zelf een aantal favorieten prentenboeken? En illustratoren en schrijvers? En waarom zijn dit jouw favorieten?

Ik heb heel veel favoriete prentenboeken. Vooral Franse prentenboeken vind ik heel mooi. Als ik op vakantie ga dan ga ik ook altijd naar een boekenwinkel om mijn verzameling aan te vullen. Ik vind de boeken van Catharina Valckx heel goed. Ze zijn heel grappig en mooi uitgewerkt.

Wat zijn voor jou zaken waar je echt op let tijdens het schrijven van een prentenboek?

Ik vind het belangrijk dat er veel humor in mijn werk zit. Ik denk vooral heel hard na over de opbouw van het verhaal en wat er op elke pagina moet gebeuren in beeld.

Wanneer ben je tevreden over de tekst?

Ik ben niet snel tevreden over mijn teksten. Daarom probeer ik ook altijd om zoveel mogelijk in beeld uit te leggen zodat ik zo min mogelijk tekst hoef te gebruiken. Mijn laatste drie boeken zijn zonder woorden. Soms heb je geen woorden nodig om een verhaal te vertellen. Dan laat ik de woorden liever weg. Vroeger waren mijn eigen favoriete boeken altijd de boeken waar grote kijkplaten in zitten en waarop dus heel veel te ontdekken is. Daarom wil ik zelf ook altijd graag zulke mooie kijkplaten maken.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende illustratoren en schrijvers (van prentenboeken)?

Probeer veel uit en maak heel veel werk. Het is hard werken, maar als je iets veel doet word je er beter in.

Het Atelier van Loes Riphagen
Het Atelier van Loes Riphagen

Informatie over Loes en haar werk vind je op haar eigen website http://loesriphagen.nl/ en facebookpagina  https://nl-nl.facebook.com/LoesRiphagenKinderboeken .

Origineel werk van Loes Riphagen nu te koop in de Prentenboek Winkel.

Biografie Loes Riphagen

Loes Riphagen (1983) studeerde in 2007 af aan de Willem de Kooning Academie in Rotterdam. Ze debuteerde in 2008 als kinderboekenschrijver en illustrator met het prentenboek “Slaapkamernachtdieren” (de Fontein). Met haar vrolijke, humoristische en eigenwijze illustraties valt Loes Riphagen op bij het publiek, de pers en verschillende jury’s. Haar werk is al in meerdere landen verschenen o.a. Frankrijk, Rusland, Duitsland, de Verenigde Staten, Denemarken, China, Korea, Japan en Slovenië. Voor haar illustraties in het boek “Huisbeestenboel” (Fontein) heeft zij De Vlag en Wimpel 2010 ontvangen en met het boek “Slaapkamernachtdieren” was zij genomineerd voor de kinderboekwinkelprijs 2009/2010. “Superheldjes” (Fontein) is zelfs verkozen tot kerntitel van de Kinderboekenweek 2011. In 2013 maakte Loes het speciale prentenboek van de kinderboekenweek “Zzz” (CPNB). Op dit moment werkt Loes in Amsterdam. Naast het werk aan haar eigen prentenboeken, bouwt Riphagen aan een oeuvre als illustrator van boeken van anderen. Ze illustreert werk voor verschillende schrijvers en uitgevers.

Bibliografie Loes Riphagen

“Tekst en illustraties van Loes Riphagen:
2008 Slaapkamernachtdieren: van Ammehoela tot Zwamneus (De Fontein)
2009 Huisbeestenboel (De Fontein)
2011 Superheldjes (De Fontein)
2012 De gele olifant (De Fontein)
2013 Vlieg op dikke bromvlieg! (De Fontein)
2013 Zzz (CPNB) (speciale prentenboek van de kinderboekenweek 2013)
2014 Kreukel (De Fontein)
2015 Bij de neus genomen (De fontein)

Illustraties van Loes Riphagen :
2008 Betoverend. Tekst van Nanda Roep (Pimento)
2009 De Kusjeskrokodil en andere lieve nachtbeesten. Tekst van Jozua Douglas (Clavis)
2009 De bloes van oom Ben. Tekst van Suzan Boshouwers (Clavis)
2009 Hoe je van niets iets kunt maken. Tekst Gesineke Veerman (Zwijsen)
2009 De weeshuisbende. Tekst van Martine Kamphuis (Clavis)
2010 Het rode ei. Tekst van Han van der Vegt (Gottmer)
2010 Giga Gertie: Wie niet groot is moet slim zijn. Tekst van Silvia van de Put (Clavis)
2010 Grimmie. Tekst van Pieter Feller (Moon)
2011 De grootste, de gevaarlijkste en andere bijzondere dieren. Tekst Jozua Douglas (Clavis)
2011 Wessel van Texel. Tekst van Erik van Os en Elle van Lieshout (Gottmer)
2011 Wat een mop. Tekst van Erik van Os en Elle van Lieshout (Zwijsen)
2011 Miniheksen. Tekst van Bette Westera (De Fontein)
2011 Wat een lef! Tekst van Monique van der Zanden (Zwijden)
2011 Wie niet groot is, moet een opa hebben. Tekst van Silvia van de Put (Clavis)
2011 Ik vaar met Sep en Saar. Tekst van Riet Wille (Zwijsen)
2011 Ik bak een koe. Tekst van Riet Wille (Zwijsen)
2011 Schaapjes op het droge. Tekst Bavo Dhooge (Zwijsen)
2011 De held van alle helden. Tekst Mark Haayema (Gottmer
2012 Ik wil een walvis! Tekst van Bette Westera (Gottmer)
2012 Dag Tim en aap Pim. Tekst van Riet Wille (Zwijsen)
2012 Sint en de pakjesdief. Tekst van Martine Bijl (De Fontein)”
2012 Klussen in de klas. Tekst Berdie Bartels (Zwijsen)
2012 Ik rijm, rijm, rijm. tekst diverse auteurs (Zwijsen)
2012 Er zit een feest in mij. Querido’s Poëziespektakel 5 (Querido)
2013 Smakelijk eten. Tekst Isabel Versteeg (Malmberg)
2013 De schat. Tekst Eus Roovers (Malmberg)
2013 De kluts van kip. Tekst Berdie Bartels (Zwijsen)
2014 Superpa gezocht. Tekst Bavo Dhooge (Zwijsen)
2014 Het zwarte ei. Tekst Han van der Vegt (Gottmer)
2014 Wat zit er in die tas? Tekst Maria van Eeden (Malmberg)
2014 Dirk durft het wel. Tekst Berdie Bartels (Malmberg)
2014 Pet gaat op reis. Tekst Monique van der Zanden. (Malmberg)

Pin It

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *