Categorie archief: Nieuwe Prentenboeken

In deze categorie vindt u artikelen over nieuwe prentenboeken

Trollen dansen niet – prentenboek debuut

In dit interview gaan Shirley Gast (schrijfster) en Judith Zijtregtop (illustrator) in op hun prentenboek debuut “Trollen dansen niet”.

Shirley Gast en Judith Zijtregtop
Shirley Gast en Judith Zijtregtop
Gefeliciteerd met jullie prentenboek debuut “Trollen dansen niet”. Kun jullie kort vertellen waar het prentenboek over gaat?

Tika is een meisjestrol. Haar familie oefent voor de belangrijkste wedstrijd van het jaar in het Trollendorp:  “De Blubbercup”.  Haar moeder is ontzettend handig, ze maakt en stapelt Blubberbakstenen als geen ander. Tika is niet goed in Blubberbakstenen en -muren maken (net als haar vader). Als ze verderop in het bos de Elfen ziet dansen weet ze ‘dat wil ik ook!’ Ze stort zich in de dans met de Elfen. Dat gaat mis. Alle Elfen schreeuwen het uit van angst. Ze vinden haar een monster. Alleen en ongelukkig verstopt Tika zich diep in het bos. Eén van de Elfen is nieuwsgierig en schiet haar te hulp. Samen bedenken ze een dans, geen Elfendans maar een Trollendans.  Een die wél bij Tika past.

Tika durft nu terug naar haar dorp. In plaats van zich te schamen, laat ze vol trots haar dans zien. Een paar Trollen beginnen met Blubberballen naar haar te gooien, want Trollen dansen niet. Maar ze vangt de ballen op, begint ermee te jongleren en verwerkt ze in haar Blubberballendans. Eindelijk durft haar vader er voor uit te komen dat hij liever muziek maakt dan Blubberbakstenen. Alle Trollen staan versteld van Tika’s uitzonderlijke danstalent. In plaats van een mislukking is Tika ‘Blubberaar van het Jaar’ en wint de familie toch.

 Hoe is “Trollen dansen niet” tot stand gekomen?

Shirley: Het prentenboek is geïnspireerd door een monoloog dat ik schreef voor het kinderstuk “Rozen in je Buik” , dat opgevoerd is door het Rotterdams Centrum voor Theater.

Wij zijn regelmatig bij elkaar gaan zitten om samen te praten over zowel de tekst en de illustraties. De illustraties werden op de grond gelegd met de teksten erbij. Samen praatten we over wat het verhaal nodig heeft, wat kan er weg gelaten worden.

Ook hebben we de illustraties en de tekst besproken met Mireille Geus. Zij heeft ons fantastisch begeleid.

Judith: Met potlood maak ik schetsen. Al schetsend komen de figuren tot leven. Als ik tevreden ben over de figuren ga ik ze uitwerken met Oost-Indische inkt en acrylverf. Gedurende het proces van samen praten over de tekst en de illustraties is er veel veranderd. De eerste versie van Tika is daardoor anders dan de laatste versie. Ik hou van die ontwikkeling, van het meebewegen met het verhaal.

Schetsen Tika Trollen dansen niet (Judith Zijtregtop)
Schetsen Tika (Judith Zijtregtop)
Tika schets trollen dansen niet Tika schets trollen dansen niet
Welke weg hebben jullie bewandeld voordat het boek werd uitgegeven?

We hebben eerst gekeken bij welke uitgeverij ons boek zou passen. Met enkele van deze uitgeverijen hebben we contact gezocht. We hebben het geluk gehad om Uitgeverij Eigenzinnig te treffen en die was direct enthousiast. 

Wat zijn leermomenten geweest?

Shirley:  Gaandeweg kwam ik erachter dat het schrijven voor een prentenboek veel meer lijkt op het schrijven voor theater of t.v. (zoals bijvoorbeeld voor Sesamstraat en Het Klokhuis), dan ik me aanvankelijk besefte. In feite werkt een illustratie een beetje als een acteur. Er kan veel uitgedrukt worden zonder woorden.

Judith: Het vele samen praten, ook met Mireille Geus, over de tekst en de illustraties heeft ons veel gebracht. Er zijn illustraties en zinnen gesneuveld waardoor het samenspel van tekst en illustraties beter werd. 

Illustratie trollen dansen niet (Judith Zijtregtop)
Illustratie trollen dansen niet (Judith Zijtregtop)
Judith, wat zijn jouw favoriete materialen om te illustreren?

Ik gebruik Oost-Indische inkt met of zonder acrylverf, maar ook textiel en de naaimachine. Ik teken, schilder, knip, plak, scheur en stik met garens om mijn eigen wereld te scheppen.  Ik vind het belangrijk dat het materiaal dat ik gebruik past bij het verhaal. Met acrylverf maak ik andere lijnen dan met Oost-Indische inkt of met de naaimachine. Elke materiaal geeft daardoor een eigen sfeer wat een verhaal kan versterken. 

Heb jullie zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers?

Judith: Marit Törnqvist, Mark Janssen en Thé Tjong-Khing vind ik erg goed illustreren.

Shirley: Mijn moeder is Amerikaanse en ik ben opgegroeid met Dr. Seuss, Outside Over There en Where The Wild Things Are (Max en de Maximonsters) van Maurice Sendak en de klassiekers: Alice in Wonderland, De Geheime Tuin, De Wind in de Wilgen. Die vind ik nog steeds erg goed.

Zijn jullie momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

De start voor een volgend prentenboek is gemaakt. Jezelf kunnen zijn in deze wereld vinden we heel belangrijk. Meer willen we er nog niet over zeggen.

Hebben jullie tot slot nog (meer) tips voor beginnende schrijvers en illustratoren (van prentenboeken)?

Judith: Maak heel veel tekeningen. Sta open voor de mening van anderen en gebruik deze mening om jezelf te ontwikkelen.

Shirley: Wees niet bang, schrijf door en schrijf veel!

Pin It

Interview Nathalie Slosse

Dag Nathalie, wanneer en waarom ben jij prentenboeken gaan schrijven?

In de bibliotheek is de afdeling van de prentenboeken altijd één van mijn lievelingsplekken geweest, zelfs vóór de geboorte van mijn kinderen. Dat ik zelf boeken zou gaan schrijven is een beetje een speling van het lot geweest. In 2007 werd bij mij borstkanker vastgesteld. Mijn zoontje was op dat moment 2 jaar. Ik wou hem erbij betrekken, maar moest het allemaal zelf uitzoeken en verzinnen hoe je dat nu best doet met  een jong kind. Ik bedacht spelletjes en activiteiten die hielpen om bijvoorbeeld te volgen wanneer ik opnieuw een chemokuur zou krijgen of om het verlies van mijn haar bespreekbaar te maken.

Nathalie Slosse
Nathalie Slosse

Toen ik beter werd wilde ik andere ouders met mijn ervaring vooruit helpen en een boek leek daarvoor een goede manier. Het verhaal “Grote Boom is ziek” werd toen geschreven bij wijze van inleiding bij de tips om jonge kinderen te betrekken bij de ernstige ziekte van een naaste. En zo ben ik in de prentenboeken gerold en is Talismanneke ontstaan…

Wat doet Talismanneke precies?

Talismanneke is de non profit organisatie die ik na het verschijnen van “Grote Boom is ziek” heb opgericht. We reiken tools aan die helpen om het leven ter harte te nemen, ook in slechte tijden. Kinderen serieus nemen en met hen moeilijke thema’s bespreekbaar maken, helpt hen veerkracht te ontwikkelen, maar hun volwassen begeleiders (leerkrachten, ouders, grootouders) deinzen er toch voor terug en kunnen wel wat ondersteuning gebruiken.

Meer informatie over Talismanneke en de projecten die zij ondernemen vind je hier.

Waarom gebruiken jullie prentenboeken om dit te bereiken?

Een prentenboek straalt veiligheid uit. Net iets dat je nodig hebt op moeilijke momenten. Bovendien zit er ook nog een afstand tussen wat er in het boek gebeurt en wat je zelf meemaakt. Je bent niet verplicht om het op je eigen situatie te betrekken, maar de uitnodiging is er… Ik vind het prachtig wanneer ik hoor dat mijn verhalen de aanzet geven om een taal te vinden om over die heel moeilijke onderwerpen te praten.

Even belangrijk als het geïllustreerde verhaal is het doe-gedeelte met ideeën voor verwerkingsactiviteiten achteraan in ieder prentenboek. Dit helpt de moeilijke onderwerpen concreter te maken voor jonge kinderen.

Eén van de karakters die jullie gebruiken is “Snuiter”. Hoe is Snuiter ontstaan?

Snuiter heeft in stukjes vorm gekregen tijdens het wordingsproces van “Grote Boom is ziek”. Zijn naam was er eerst en ik zag hem ook onmiddellijk voor me met een kleurrijk gestreept truitje, dat heb ik ook doorgegeven aan de illustratrice (een spitse snoet en een gestreept truitje). Verder was het nog geen uitgemaakte zaak of hij nu meer een diertje was of meer een kabouter… Zelf heb ik hem nooit als “egel” aangeduid, voor mij is hij enig in zijn soort.

Gaandeweg heb ik gemerkt dat ik voor zijn karakter veel inspiratie haal uit het karakter van mijn zoon.

Nathalie met Snuiter
Nathalie met Snuiter
 Het laatste prentenboek van Snuiter is “Per Ongeluk”. Kun je vertellen waar dit prentenboek over gaat?

Terwijl hij aan het spelen is, laat Snuiter per ongeluk één van de eieren van Mama Eend vallen. Helaas met grote gevolgen: Kroosje komt blind uit het kapotte ei! Wat zou Snuiter graag de tijd terugdraaien. Hij schaamt zich ook. Maar wat gebeurd is, is gebeurd. Gelukkig krijgt Snuiter de kans om het goed te maken met de eendjes en helpt iedereen elkaar verder.

“Per Ongeluk” gaat over onbedoeld schuldig zijn en de gevolgen voor de veroorzaker en het slachtoffer. Bij het schrijven van het vorige Snuiter-verhaal “De wensbloem”, begon ik me plots in te leven in de veroorzaker van een heel ernstig ongeval en stelde vast hoe zwaar het taboe is dat hierop rust.

In die periode was er ook een voorval waarbij mijn dochtertje op een stapel stoelen klom, die vervolgens omviel bovenop een ander meisje. Gelukkig kwam iedereen er met de schrik vanaf, maar het zette me aan het denken: stel dat de gevolgen ernstiger waren… Het resulteerde voor mij in een zoektocht naar het thema in prentenboeken, die weinig opleverde. Dat is voor mij altijd een trigger om zelf aan de slag te gaan!

Illustratie uit "Per ongeluk"
Illustratie uit “Per ongeluk”, Nathalie Slosse, Rocío Del Moral, Van Halewyck, 2017
Hoe ga je te werk bij het maken van een prentenboek? Kun je jouw werkproces toelichten?

Het gebeurt wel vaker dat het ene verhaal een idee voor een volgend verhaal op gang brengt. Af en toe worden me ook suggesties ingefluisterd, maar ik ga nog steeds in de eerste plaats op zoek naar de “gaten” in het aanbod van bestaande prentenboeken. Thema’s die leven in de maatschappij, maar die amper of niet worden belicht in boeken voor jonge kinderen. Vaak kom je dan bij droevige (taboe) onderwerpen uit.

Research is altijd de eerste stap: wat bestaat er al, kan ik mensen (kinderen?) vinden die me kunnen vertellen over hun ervaring, … Vervolgens moet die informatie in mijn hoofd rijpen en probeer ik de grote lijnen van een verhaal te bedenken. En dan begint het schrijven en schaven.

Alle Snuiter verhalen werden geïllustreerd door Rocío Del Moral. Maar ik schreef ook al enkele boeken in samenwerking met andere illustratoren. Voor mij is een nauwe samenwerking met de illustrator van groot belang. Het verhaal krijgt tenslotte pas echt zijn vorm in deze fase.

Het belangrijkste dat ik tot nu toe geleerd heb, is dat een lange voorbereiding zich altijd laat voelen in de kwaliteit van het eindproduct. Ook als je denkt klaar te zijn, zijn er nog steeds punten die voor verbetering vatbaar zijn. Als je echt de tijd neemt, kan je die dingen eruit filteren voor het effectief in druk verschijnt.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Ik werk momenteel aan een prentenboek over graag zien en loslaten bij een bewuste keuze voor een waardig levenseinde (euthanasie). Weer niet meteen een thema dat je verwacht voor een prentenboek, maar dit keer ben ik eraan begonnen op basis van een expliciete vraag van iemand die voor die hartverscheurende situatie heeft gestaan.

Pin It

De wereld van de Gorgels

Titel: De wereld van de Gorgels
Auteur : Jochem Myer
Illustrator: Rick de Haas
Uitgever: Leopold, 2016
Formaat: 338x251mm; 32 pagina’s

Joebelabambam! En daar was het prentenboek over de Gorgels! Of niet, of wel? Want is het eigenlijk wel een prentenboek? Het zit eigenlijk een beetje tussen een kinderboek en een prentenboek in. Het verhaal is vrij lang voor een prentenboek, maar weer niet zo lang als het kinderboek “De Gorgels” uit 2015. Je moet er in ieder geval even goed voor gaan zitten. En dat is het zeker ook waard. Het is een leuk avontuur en wie bekend is met de cabaretier Myer zal zeker zijn enthousiaste en aanstekelijke manier van vertellen herkennen in het verhaal.

De wereld van de Gorgels, Jochem Myer, Illustraties Rick de Haas, Leopold 2016
De wereld van de Gorgels, Jochem Myer, Illustraties Rick de Haas, Leopold 2016

De veelal paginagrote illustraties van Rick de Haas vullen het verhaal prima aan. De aandoenlijke  wereld van de Gorgels wordt met veel liefde en detail geïllustreerd.

Het verhaal van de wereld van de Gorgels
Illustratie van Rick de Haas uit De wereld van de Gorgels.
Illustratie van Rick de Haas uit De wereld van de Gorgels.

Voor wie nog niet weet wat een Gorgel of een Brutelaar is. Kijk eens op de Gorgelwebsite!

“Gorgels wonen op een eiland, in hun goed verstopte holletjes onder de grond. Ze zoeken bramen en Gorgelbessen in de duinen terwijl de kleine Gorgels op het strand spelen.”

het verhaal begint met de geboorte van de Gorgel Bobba. Als hij groter wordt mag hij (’s nachts) naar school om opgeleid te worden tot een “Waakgorgel”. Tijdens zijn opleiding leert hij alles over Mensenkinderen en Brutelaars. Hij wordt getraind om een Mensenkind te beschermen tegen de gemene Brutelaars.

Wanneer Bobba groot en sterk genoeg is, krijgt hij een foto van het Mensenkind over wie hij zal gaan waken. Een jongetje met krullen en superogen… Melle!

Bobba trekt in bij Melle en beschermt hem tegen de Brutelaars. Daardoor is Melle minder verkouden dan de andere kinderen uit zijn klas 🙂

De wereld van de Gorgels is eigenlijk de voorloper van het boek de Gorgels uit 2015. In dit boek ontdekt het jongetje Melle zijn Gorgel “Bobba” en beleeft met hem een spannend avontuur.

Pin It

Slaap maar fijn, bouwterrein

Titel: Slaap maar fijn, bouwterrein
Auteur : Sherri Duskey Rinker
Illustrator: Tom Lichtenheld
Vertaling: Edward van de Vendel
Uitgever Nederland: Moon, 2016
Oorspronkelijke uitgave: “Goodnight, goodnight construction site”, Chronicle Books, 2011
40 pagina’s
Formaat: 250×245 mm.

Goodnight, goodnight construction site staat al jaren in de bestsellers lijst van de New York Times in de categorie prentenboeken. Er zijn wereldwijd al meer dan 1 miljoen exemplaren verkocht van dit stoere prentenboek.  Uitgeverij Moon (een imprint van Overamstel uitgevers) heeft het boek nu in het Nederlands uitgegeven onder de titel “Slaap maar fijn, bouwterrein”. De vertaling en rijm is uitstekend gedaan door Edward van de Vendel. Het verhaal leest heerlijk voor.

“Slaap maar fijn, bouwterrein” is een stoer, maar tegelijkertijd ook schattig prentenboek. Het gaat over grote bouwtrucks, maar die gaan na gedane arbeid tevreden slapen (eentje zelfs met teddybeer). De wagens zien er aandoenlijk uit. Een beetje in de stijl van “Bob de Bouwer”. Een ideaal prentenboek voor het slapengaan voor jongens (en meisjes!) tot vier jaar die van bouwen en vrachtauto’s houden.  Zelfs de warme prachtige paginagrootte illustraties van Lichtenheld gemaakt met pastelolie stralen rust  uit. Welk kind gaat hier nou niet van slapen…

Pagina uit "Slaap maar fijn, bouwterrein", Sherri Duskey Rinker, Tom Lichtenheld, Uitgeverij Moon, 2016
Pagina uit “Slaap maar fijn, bouwterrein”, Sherri Duskey Rinker, Tom Lichtenheld, Uitgeverij Moon, 2016
Het verhaal van Slaap maar fijn, bouwterrein

De sterke trucks zijn hard aan het werk op het bouwterrein. Dan gaat de zon onder.

“De dag is om, de dag is klaar. Het wordt al avond. Stoppen maar! De trucks hebben hun best gedaan – nu mogen ze naar bed toe gaan. Morgen maar weer verder bouwen, gaten graven, stenen sjouwen.”

We zien achtereenvolgens de trucks van de eerste plaat (een kraanauto, een cementmolen, een kiepwagen, een bulldozer en een graafmachine) nog even in actie en dan gaan ze slapen…. tot het helemaal stil is op het bouwterrein.

Pagina uit "Slaap maar fijn, bouwterrein", Sherri Duskey Rinker, Tom Lichtenheld, Uitgeverij Moon, 2016
Pagina uit “Slaap maar fijn, bouwterrein”, Sherri Duskey Rinker, Tom Lichtenheld, Uitgeverij Moon, 2016

Het is vrij uitzonderlijk, maar het is Sherri Duskey Rinker gelukt om een met haar debuut een bestseller te schrijven. Gelukkig durfde Chronicle Books het aan om een debuterend schrijver een kans te geven. In dit interview (Engelstalig) gaat ze in op hoe het zo ver is gekomen.

Pin It

Prentenboek debuut Loetjoeboek

Dag Pierre, gefeliciteerd met je prentenboek debuut “Loetjoeboek”. Kun je kort vertellen waar het prentenboek over gaat?

Loetjoeboek begint met het feestje voor de vierde verjaardag van de hoofdpersoon Loetjoe; een aandoenlijk beestje dat woont op het eiland Senang. Een fantasiewereld van kunstenares en illustratrice Roxanne Monsanto. De topografische kaart van Senang staat op de binnenkant van het omslag. De dieren die op Senang leven, zijn al even fantasierijk. Zo is Loetjoe een kruising tussen een giraf, een koe en een Jack Russel terriër. Na zijn verjaardag ligt hij lang wakker, want de volgende dag gaat Loetjoe voor het eerst naar school. Een spannende dag die dan ook een spannend avontuur oplevert.

Er zijn al meerdere prentenboeken met als thema “naar school gaan”. Wat maakt “Loetjoeboek” een goede aanvulling?

De kracht van Loetjoeboek zit hem in de adembenemende wereld die Roxanne geschapen heeft. En die ze in twaalf acrylverf schilderijen heeft uitgewerkt. Ze heeft hier meer dan een jaar aan gewerkt; iets dat uniek is in de huidige kinderboekenwereld. Het geduld en de liefde waarmee ze dat gedaan heeft, moet de lezer zien en voelen. We noemen het dan ook een ‘ouderwets mooi’ prentenboek. Dat is het trouwens ook qua tekst. Waar uitgevers tegenwoordig in deze vluchtige wereld sturen op zo kort mogelijke teksten, hebben wij een lekker voorleesboek gemaakt. Niet alleen het thema ‘eerste schooldag’ komt aan bod, maar ook de historie en het landschap van Senang, vol grotten, woestijnen, cactussen en bergen. Het is een prentenboek waar kinderen veel in kunnen ontdekken en dat daardoor niet snel zal vervelen. De allerkleinsten kunnen bijvoorbeeld op zoek gaan naar het blauwe hagedisje dat op elke pagina voorkomt.

Eerste pagina uit Loetjoeboek
Eerste pagina uit Loetjoeboek, Pierre Carrière en Roxanne Monsanto, Senang, 2016
Hoe is “Loetjoeboek” tot stand gekomen?

Het idee is ontstaan vanuit kinderopvang Senang. De eigenaresse wilde de kinderen aan het eind van hun verblijf graag een boek meegeven. Aangezien kinderen daar weggaan omdat ze naar school gaan, was de eerste schooldag een logisch thema. Kunstenares Roxanne bedacht het verhaal en maakte de schilderijen. Ik stapte laat in als tekstschrijver. Gelukkig kon ik nog wat thema’s toevoegen. Zo voelt Loetjoe de spanning van de eerste schooldag in zijn buik. Hij heeft op zijn verjaardag geen zin in taart. Naarmate het verhaal vordert, neemt het vervelende gevoel in zijn buik langzaam af. Na schooltijd heeft hij zelfs honger! Kinderen leren zo dat ze spannende momenten vaak in hun buik voelen; alsof er een knoop in hun maag zit.

Daarnaast is het een verhaal waarin Loetjoe zijn eigen held wordt, omdat hij zijn eigen angst overwint. Als hij op de laatste pagina zijn angst ook nog eens benoemt, krijgt hij een groot compliment van zijn moeder: ‘Je bent pas echt een grote jongen als je bang durft te zijn. En daarover praat.’ Veel kinderen zijn toch geneigd om angst weg te stoppen of te overschreeuwen; zich groot te houden. Iets dat natuurlijk niet goed is.

Illustratie uit Loetjoeboek, Roxanne Monsanto, Senang, 2016
Illustratie uit Loetjoeboek, Roxanne Monsanto, Senang, 2016
Je hebt “Loetjoeboek” in eigen beheer uitgegeven. Kun je daar wat meer over vertellen?

Toen we het boek af hadden, heb ik mijn vriend Tjibbe Veldkamp erbij gehaald. Hij heeft al heel wat succesvolle kinder- en prentenboeken geschreven. Hij was erg enthousiast en vond dat we moesten proberen om het landelijk uit te geven. Hij heeft trouwens ook nog wat nuttige aanwijzingen gegeven voor de tekst. Tjibbe heeft een paar uitgeverijen doorgegeven. Die hebben we benaderd. Ze vonden het allemaal prachtig, maar twijfelden aan de commerciële mogelijkheden. Betekent dat dat we niet bekend genoeg zijn in de kinderboekenwereld? Of dat onze fantasiewereld te veel afwijkt van die van de mainstream prentenboeken?

Wij hebben in ieder geval snel besloten om het in eigen beheer uit te geven (red. zie ook zelf uitgeven). Zo konden we ook qua vormgeving, formaat en vouwwijze onze eigenzinnige ideeën doorvoeren. En de beste drukker van Nederland in de arm nemen, die het boek zeer duurzaam gedrukt heeft via waterloos offset, met inkt op plantaardige basis en op bijzonder fraai, FSC-gecertificeerd papier.

Loetjoeboek is daardoor een prentenboek geworden van een kwaliteit die je niet vaak meer ziet. Het drukwerk was natuurlijk niet goedkoop. We hebben ongeveer 4.000 euro betaald voor 1.000 boeken; gefinancierd van ons eigen spaargeld. We hebben een imprint laten maken – Uitgeverij Senang – door uitgeverij De kleine Uil, waar ik al drie boeken heb uitgegeven. Hierdoor ligt Loetjoeboek bij het Centraal Boekenhuis, is het te bestellen bij alle boekwinkels en staat het ook online, bijvoorbeeld op Bol.com. Het boek heeft ook een eigen website (www.loetjoeboek.nl) waar het te bestelen is en waar bezoekers de eerste vijf pagina’s kunnen zien en lezen.

Wat zijn jouw leermomenten geweest?

Wat we geleerd hebben? Ten eerste dat we bij een volgend boek eerder bij elkaar gaan zitten en meer samen gaan werken in de conceptfase. Ten tweede: de volgende keer gaan we waarschijnlijk gebruik maken van crowdfunding. Het voordeel is dan dat mensen in onze directe omgeving het boek al gekocht en betaald hebben voordat de drukwerkrekening komt. Nu moeten we toch nog veel inspanningen leveren om het in onze familie-, vrienden- en relatiekring te verkopen. Veel mensen hebben toegezegd dat ze het willen hebben, maar het moet nog wel even geregeld worden. Gelukkig hebben we al wel aardig wat regionale en landelijke publiciteit rond het boek.

Illustratie uit Loetjoeboek, Roxanne Monsanto, Senang, 2016
Illustratie uit Loetjoeboek, Roxanne Monsanto, Senang, 2016
Krijgt Loetjoeboek nog een vervolg?

Loetjoeboek krijgt zeker een vervolg! Het eiland Senang is zo groot en heeft zoveel prachtige landschappen, die komen in het nieuwe boek allemaal aan bod. Hoofdpersoon is dan Bagoes, een paars nijlpaard met kleine drakenvleugeltjes op zijn rug. Hij woont in de moerassen in het Noorden en moet helemaal naar het Zuiden van het eiland. Bagoes heeft namelijk pijn aan een tand en de tandarts woont aan de andere kant van het eiland. Steeds meer beestjes sluiten zich bij hem aan om hem te ondersteunen. Zo wordt de stoet steeds groter en bonter. Eenmaal aangekomen, blijkt de tandarts een muisje met een hoorn op zijn snuit te zijn. Die kan helemaal niet bij de tand van Bagoes; hij is even groot als die tand! Maar Bagoes en zijn vrienden bedenken een slimme oplossing voor de tandarts om bij de tand te kunnen komen. Het eerste plan mislukt jammerlijk, maar uit de puinhopen daarvan ontstaat het tweede plan, dat wel slaagt. Waar Loetjoeboek begint met een gezellig feest, eindigt het boek over Bagoes daarmee.

Pin It

Matilda en Kleine Vis

Dag Noor, gefeliciteerd met je prentenboek debuut “Matilda en Kleine Vis”. Kun je kort vertellen waar het prentenboek over gaat?

Matilda, een meisje van 5 jaar, gaat met haar oma een weekje op vakantie in een huisje aan zee. Op een middag gaat Matilda op het strand schelpen zoeken. In het zand vindt ze een kuil met water, het lijkt wel een zwembadje. Ze heeft het warm en stapt in het water.
Wie praat daar tegen haar? Het is Kleine Vis. Hij is zijn ouders kwijt. Ook Matilda blijkt veel te ver afgedwaald, waar is oma nou? Matilda en Kleine Vis besluiten om samen te blijven en worden vrienden.

Als de golven het strand oprollen, komt gelukkig oma aangehold. Op veilige afstand van de zee kijken ze samen hoe Kleine Vis met zijn ouders wordt herenigd. De volgende ochtend gaan oma en Matilda op het strand kijken. De kuil is weggespoeld, maar daarvoor in de plaats liggen prachtige schelpen. Matilda maakt er de mooiste zandtaart mee van de vakantie, en oma maakt er een foto van. Als ze weer thuis zijn, komt oma een cadeautje brengen. Het is de foto in een mooi lijstje, een herinnering aan Matilda’s avontuur. En ook Kleine Vis is haar niet vergeten!

Hoe is “Matilda en Kleine Vis’ tot stand gekomen?

Ik ga graag in Frankrijk op vakantie en strijk dan neer bij een dorpje aan de Atlantische Oceaan, Montalivet. Je hoort daar altijd de zee ruisen. Ook wandel ik elke dag langs het strand en zoek dan mooie schelpen. Vijf jaar geleden ontmoette ik daar een Engels kleutertje, Matilda. Op het strand stampten we samen in poeltjes water, achtergebleven tijdens eb. Het meisje had een enorme fantasie, alles aan haar vond ik bijzonder.
1,5 jaar later zat ik na een lange werkdag te dommelen in de trein naar huis. Plotseling daalde het verhaal van Matilda en Kleine Vis neer in mijn hoofd. Ik ben het meteen gaan opschrijven. Het bleek een samenvoeging van mijn vakantiebelevenissen en onverwachte fantasie.

Pagina uit Matilda en Kleine Vis
Pagina uit Matilda en Kleine Vis, Noor Kamerbeek en José Vingerling, Rubinstein 2016
Hoe ben je te werk gegaan qua illustraties, tekst en muziek?

De ruwe versie van het verhaal zat twee jaar in mijn computer. Ik stuurde het soms naar iemand voor commentaar. Begin 2014 werd ik wegbezuinigd op mijn werk bij de omroep als programmamaker en producent klassieke muziek. Van Matilda en Kleine Vis heb ik toen mijn werk gemaakt. Ik ben het gaan herzien en er samen met een redacteur aan gaan werken.

Daarna heb ik aan de illustratrice José Vingerling gevraagd om een proeftekening te maken. Die was meteen raak. Haar kleutertje was gewoon de ideale (fantasie) Matilda.
Omdat ik ook professioneel musicus ben, is muziek een belangrijk onderdeel van mijn leven. Aan mijn goede collega en componist Dominy Clements heb ik gevraagd om muziek bij het verhaal te componeren. Ik wist dat hij iets leuks zou schrijven. Samen hebben we de muziek helemaal op het verhaal toegesneden; de personages kregen ieder een eigen melodietje, belangrijke- en spannende momenten werden extra benadrukt in de muziek. Het resultaat was zo leuk dat we besloten om de muziek uit te breiden zodat we ook in het theater konden spelen. Er kwam een Ouverture bij en een meezing-liedje. In december 2014 hebben we dit opgenomen voor de cd, samen met een kinderkoor uit mijn woonplaats Voorburg. Actrice en stemkunstenares Marijke Beversluis werd mijn vertelster. Ik hoorde haar declameren in een operaatje, en wist meteen dat zij ‘oma’ moest worden.

Liedje Matilda en Kleine Vis
Liedje Matilda en Kleine Vis
Welke weg heb je bewandeld voordat “Matilda en Kleine Vis’ ” uit werd gegeven?

In mijn netwerk had ik ooit kennisgemaakt met een eenmans-kinderboekenuitgeverij.
Die heb ik in de lente van 2014 benaderd. De reactie was heel enthousiast en mijn boekje zou daar terecht kunnen. Echter, ik zou pas begin 2015 een contract aangeboden krijgen.
Na een half jaar verloor ik het vertrouwen in deze toezegging en heb toen 2 andere uitgeverijen gepolst: Lemniscaat en Gottmer. Omdat die procedure langzaam gaat – pas na 4 maanden had ik beider antwoord binnen, helaas een afwijzing – besloot ik op eigen houtje verder te gaan.

Wilde ik in 2015-16 ook voorstellingen spelen, dan moest ik beginnen met de acquisitie. In december 2014 stelde ik zelf een contract op voor de illustratrice, en een deadline vast. De cd namen we ook in december op, die moest helpen bij de verkoop aan theaters en zalen.
Omdat ik alles in eigen hand had, kon ik actief aan het hele proces van tekeningen, opmaak tot en met de drukker meewerken. Dat was fantastisch om te doen, en ook heel leerzaam.

Ik wilde de uitgave ook in eigen beheer doen, maar op het laatste moment, in juni 2015, heb ik toch nog Uitgeverij Kiem (inmiddels Prominent) gevraagd om voor mij een ISBN-nummer aan te vragen en mij te vertegenwoordigen bij het Centraal Boekhuis. Voor promotie en eigen verkoop heb ik een website laten bouwen: www.matildaenkleinevis.nl

De uitgever heeft zich ook ingezet voor de promotie, omdat hij zeer enthousiast was.
In december 2015 zag een kennis mijn boek en cd, en heeft mij aanbevolen bij Uitgeverij Rubinstein. Deze hebben Matilda en Kleine Vis overgenomen van Kiem/Prominent en in hun zomeraanbod 2016 opgenomen. Ik ben daar natuurlijk heel erg blij mee.

Wat zijn jouw leermomenten geweest?

Vanaf januari 2014 heb ik elke dag aan mijn verhaal gewerkt. Samen met de redacteur stoeide ik met woorden, een heel leuk proces. Ik schrijf al vanaf de jaren 80 over mijn vakgebied, de klassieke muziek. De laatste 7 jaar tot 2014, zelfs elke dag en ik vond het prettig om dat ritme vast te houden. Een fantasieverhaal schrijven is totaal anders dan journalistiek schrijven, het was echt een mentale omschakeling.

Verhaal tot de essentie terugbrengen is het belangrijkste gebleken. Ik heb uiteindelijk behoorlijk veel woorden aangepast. Daarnaast de woordkeuze en de doelgroep goed voor ogen houden. Ik heb ook veel met de illustratrice gespard. Zij voelde zich gestimuleerd en kwam met geweldige tekeningen. Samen verzonnen we visuele grapjes die nog meer kijkplezier geven. Verhaal en illustraties zijn nu onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Kleuren uitzoeken bij de drukker was ook belangrijk. Hij heeft mij ook allerlei kwaliteit van papier en kaft getoond en samen met mij keuzes gemaakt. De kwaliteit van de boeken van Lemniscaat waren daarbij mijn voorbeeld en wens. Ik ben blij dat te hebben gedaan, want de eerste indruk, kwaliteit van kleur en materiaal, blijkt nu in de praktijk doorslaggevend bij de vakhandel.

Op basis van het boek is een vertelconcert en theatervoorstelling gemaakt. Kan je daar wat meer over vertellen?

De licht-klassieke muziek die is gecomponeerd bij het verhaal, is in het genre van het Melodrama gegoten. Dat betekent dat de vertelster door de muziek heen spreekt. Op deze wijze worden muziek en verhaal één, net zoals in het bekende Peter en de Wolf.
Om een luister-cd te maken, hebben we de muziek bij het verhaal uitgebreid met een Ouverture, een Inleiding waarin de personages en hun muzikale motiefjes worden uitgelegd en de instrumenten worden voorgesteld, en een meezingliedje. De cd duurt 30 minuten en deze versie hebben we ook op scholen gespeeld.

Theatervoorstelling Matilda en Kleine Vis
Theatervoorstelling Matilda en Kleine Vis

Voor theaters is 30 minuten niet genoeg en is het belangrijk om ook visueel te boeien. Daarom tekent de kunstenaar Gerard de Bruyne live tijdens het verhaal, geprojecteerd op achterdoek. Na het verhaal studeert de vertelster het liedje in met de zaal. We hebben een workshop ontwikkeld en de hele zaal zingt al snel mee. Na het liedje worden alle kinderen uitgenodigd om op het podium te komen tekenen. Ons decor is een papieren strand waarop de kunstenaar schelpen en het zwembadje heeft getekend. Voor de kinderen liggen kleurplaten van schelpen en krijtjes klaar. Terwijl zij samen met de kunstenaar tekenen en kleuren, spelen de vier musici (w.o ik zelf en de componist) fragmenten uit de muziek. Na circa 15 minuten leggen de kinderen hun tekeningen om het strandje heen, en zingen tot slot nog een keer het liedje. De totale duur van de voorstelling is circa 55 minuten.

Waar en wanneer is de voorstelling te zien?

Alle data en locaties van de voorstellingen zijn te vinden op de website: www.matildaenkleinevis.nl

In juni 2016 spelen we ook vier keer in Festival Classique in Den Haag, locatie Spiegelzaal Kurhaus Scheveningen: zo 12 & 19 juni: 11.00 en 14.00 uur.

Wat zijn je ervaringen van de bezoekers?

We krijgen louter positieve reacties van programmeurs, ouders en kinderen. Het artistieke gehalte van de klassieke muziek, vertelling en tekeningen, vindt men van hoge kwaliteit en ouders genieten er zelf ook van. Er is rust in de voorstelling en kinderen luisteren heel geconcentreerd. Met elkaar zingen en samen tekenen, wordt ook gewaardeerd. Kinderen blijven na afloop soms door tekenen en willen niet stoppen. We geven alle kinderen ook twee kleurplaten mee naar huis.

Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers? En waarom zijn dit jouw favorieten?

Ik vind Richard Scarry altijd goed, er valt zoveel te kijken én het is educatief. Daarnaast de boeken van Lemniscaat, omdat ze zo prachtig getekend zijn en zulke mooie kleuren gebruiken. Het Muizenhuis van Rubinstein vind ik ook een geweldig vondst.
Als kinderboekenschrijfster bewonder ik Tonke Dragt. (Zij schreef geen prentenboeken.) Haar prachtige taal is geschikt voor kinderen én volwassenen. Ik las ze allemaal tijdens mijn jeugd en lees ze nog wel eens.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Ja, ik werk momenteel aan een tweede Matilda boek waarin een instrument een belangrijke rol speelt. Daar wil ik ook weer een luister-cd bij maken met klassieke muziek.
Ook vertaal ik korte verhaaltjes uit het Frans. Ik kreeg dit voorleesboek toevallig in handen. Eerst wilde ik er mijn Frans mee oefenen. Toen bleken het een beetje ouderwetse, maar heel lieve voorlees-verhaaltjes te zijn. Ik herschrijf ze en leer zo veel van andermans fantasie.

Pin It

Bij de neus genomen

Titel: Bij de neus genomen
Auteur en illustrator: Loes Riphagen
Uitgever Nederland: Uitgeverij De Fontein, 2015;
48 pagina’s.

“Bij de neus genomen”, het nieuwe prentenboek van Loes Riphagen is een echt kunstwerk geworden. Het is qua vormgeving één van de meest originele prentenboeken die ooit gemaakt zijn. De kaft en de eerste pagina’s van het boek vormen aparte lagen met uitsneden waar de lezer “doorheen” kan kijken. Je ziet vanaf de kaft al diertjes en bladeren die pas bladzijden verder tevoorschijn komen. Zo ontstaat een prachtig gelaagd collage effect. Het leuke is dat dit “3D-effect” ook de andere kant op werkt als je de bladzijden omslaat. Een concessie die hiermee wel gedaan is, betreft de stevigheid van de bladzijden. Het boek zit goed in elkaar, maar sommige uitsneden zijn zo fijn dat ze niet echt peuter-proof zijn. Oppassen dus met grijpgrage handjes!

De illustraties zijn zoals we van Loes Riphagen gewend zijn. Speels, humoristisch en soms met priegelige details. Er valt van alles te ontdekken. Het kleurgebruik is in het begin van het verhaal overwegend zwart-wit, met kleine kleuraccenten. Dit werkt erg goed samen met de gelaagdheid en zet het verhaal extra kracht bij. Wanneer het verhaal zijn climax nadert spatten de kleuren van de pagina’s af.

Illustratie uit "Bij de neus genomen", Loes Riphagen, De Fontein, 2015
Illustratie uit “Bij de neus genomen”, Loes Riphagen, De Fontein, 2015

Het is geen wonder dat Riphagen bijna een jaar aan dit boek gewerkt heeft. Het moet een enorme klus zijn geweest om alle beeldelementen uit te knippen, te scannen, in te kleuren en zo te ordenen dat het op iedere pagina (en die erachter) ook allemaal klopte. Naast het werk van Riphagen is dit natuurlijk ook qua drukwerk geen goedkope druk. Dit zie je ook wel terug in de prijs, die met €22,99 aan de hoge kant is voor een prentenboek. Maar voor een kunstwerk…? Je krijgt er trouwens ook nog een gratis app bij!

In de onderstaande video krijg je een indruk van hoe bij  de  neus genomen tot stand is gekomen.

Het verhaal: bij de neus genomen

Riphagen heeft een vrije bewerking gemaakt van een kort verhaal van Rudyard Kipling, de Britse auteur van onder meer “The Jungle Book”. In een tijd waar olifanten nog een korte slurf hebben gaat een jonge olifant op onderzoek uit. Hij stelt aan verschillende dieren nieuwsgierige vragen. Dat gaat goed totdat hij zijn korte neus in de zaken van de krokodil steekt. Die bijt hem in zijn slurf en laat niet los. De andere dieren beginnen hard aan het olifantje te trekken waardoor de slurf langer en langer wordt. Om het uitrekken van de olifantenslurf extra aandacht te geven is er gekozen voor een dubbele uitklap-pagina.

Als de krokodil uiteindelijk loslaat heeft de olifant een lange slurf. Hij weet niet goed wat hij aan moet met zo een lange slurf en voelt zich “bij de neus genomen”. Totdat hij erachter komt dat een lange slurf ook wel veel voordelen biedt. Zo kan nu onderwater zwemmen, vruchtjes uit de bomen plukken en heel hard toeteren. Dat is ook bij de rest van de kudde olifanten niet onopgemerkt gebleven…

Lees ook eens het interview met Loes Riphagen.

In de winkel van Prentenboek.nl kun je originele illustraties van Loes Riphagen kopen!

Pin It

Prentenboek debuut – De Zonnebloem

Hanneke Frenken met haar debuut prentenboek De Zonnebloem
Hanneke Frenken

Hanneke Frenken heeft met “De Zonnebloem” haar debuut gemaakt als prentenboek auteur en illustrator. De zonnebloem is een prentenboek dat aan kinderen laat zien hoe uit een klein zaadje een grote, sterke bloem groeit en wat die bloem allemaal nodig heeft om te kunnen groeien. Er komen een aantal thema’s aan bod, zoals de natuur, de levenscyclus van een bloem, vriendschap, maar ook dood en afscheid nemen. Het boek is uitgegeven door Graviant educatieve uitgaven en is bij diverse boekwinkels te bestellen. Prentenboek.nl sprak met Hanneke over haar debuut en haar leermomenten.

Hoe is je debuut prentenboek “De Zonnebloem” tot stand gekomen?

In 2013 ben ik met mijn vriend en een paar anderen in Italië op vakantie geweest. We reden langs grote velden vol zonnebloemen. Dat vond ik ongelooflijk mooi om te zien. Het leek net of al die bloemen lachten en wuifden.

De zonnebloem is sowieso mijn lievelingsbloem. Elk jaar plant ik er een aantal in de tuin. Op een dag viel het me op dat de bloemen ‘bezoek’ kregen van allerlei dieren, als bijen, hommels, vlinders en lieveheersbeestjes. Na een tijdje gebloeid te hebben gaat de bloem dood, maar laat zonnebloempitjes achter voor het volgende jaar.

Net in die tijd heb ik afscheid moeten nemen van twee mensen die me nabij stonden.
Al deze dingen waren voor mij inspiratie tot het schrijven van dit boekje.

Illustratie uit het prentenboek debuut van Hanneke Frenken - De Zonnebloem
Illustratie uit het prentenboek debuut van Hanneke Frenken – De Zonnebloem- 2015 – Graviant
Hoe ben je te werk gegaan qua illustraties en tekst?

Vlak nadat we uit Italië terug waren maakte ik een soort schets van het verhaal van de Zonnebloem. Enkele weken later las ik die schets nog eens over en ik verbeterde er wat dingetjes aan. Zo werd het verhaal stukje bij beetje bijgeschaafd. Soms verzon ik er iets bij, soms liet ik stukjes weg. De tekst wilde ik graag eenvoudig en kort houden. Ik heb geprobeerd om er een stukje gevoel in te leggen, zonder het meteen te zwaar te maken.

Tekenen en schrijven zijn altijd hobby’s van mij geweest. Al van kinds af aan schreef ik korte verhaaltjes voor anderen en maakte er tekeningen bij. Wel vond ik dat ik moest leren om echt professioneel te illustreren. Daarom ben ik een cursus gaan volgen. Op die cursus leerde ik met aquarelpotlood en aquarelverf werken. Deze materialen vond ik geschikt voor dit verhaal, omdat ze zacht overkomen op het papier. Ik heb geprobeerd om een lieflijke sfeer te scheppen, zonder het oubollig te laten lijken. Soms was het wel een beetje zoeken om een middenweg te vinden. Ook heb ik besloten om de illustraties niet te moeilijk te maken en zoveel mogelijk alleen te tekenen wat de tekst omschreef, zodat er voor hele jonge kinderen, of kinderen met autisme niet te veel afleidende elementen te zien zijn.

Pagina uit De Zonnebloem - Hanneke Frenken - Graviant - 2015
Pagina uit De Zonnebloem – Hanneke Frenken – Graviant – 2015
Welke weg heb je bewandeld voordat De Zonnebloem werd uitgegeven?

Ik heb een aantal uitgeverijen benaderd die gespecialiseerd zijn in kinderboeken en prentenboeken. De uitgeverijen heb ik via Google gevonden (tip: uitgeverijen prentenboeken) . Een kennis van me heeft de illustraties professioneel ingescand. Mijn werk heb ik digitaal doorgestuurd.

Van Graviant Educatieve Uitgaven kreeg ik vrijwel meteen bericht (volgens mij binnen een week). Van de andere uitgeverijen heb ik ook allemaal een reactie gehad. Sommige vonden mijn werk niet in hun assortiment passen en andere zouden het fijn vinden wanneer ik ze per post een manuscript toestuurde. Dat was gelukkig niet meer nodig, want Graviant had al toegezegd.

Heb je nog veel moeten aanpassen?

Eigenlijk niet echt. Ik heb alleen een extra illustratie bij moeten maken. Dat is de illustratie met de vogel en de blauwe lucht. Dat moest, omdat alles dan beter uitkwam qua tekst en pagina indeling. Ook had ik al een idee voor een pagina indeling. Bij de uitgeverij hadden ze andere ideeën en de meeste dingen die ze voorstelden vond ik zelf ook mooier. We hebben overlegd en over het resultaat ben ik heel tevreden.

Wat zijn jouw leermomenten geweest?

De tekst schreef ik in de zomer van 2013 toen we terugkwamen van de vakantie in Italië.
Om de paar maanden las ik hem over en telkens bedacht ik nieuwe zinnetjes, of dingen die
aangepast moesten worden. Ik vind het heel belangrijk dat iets voor kinderen begrijpelijk
blijft. Daarnaast probeerde ik om een bepaalde sfeer te scheppen. Ik denk dat dat iets is
wat je niet meteen kunt, maar wat een proces is dat een bepaalde tijd in beslag neemt.
Telkens zie en bedenk je je weer andere dingen. In eerste instantie dacht ik: Zo, dit is mijn
verhaal en zo blijft het. Niet dus, er is heel veel veranderd.

Wat ik vooral heb geleerd is het omgaan met aquarelverf en aquarelpotlood. Hiervoor heb ik een speciale cursus gevolgd van één vrijdagmiddag per maand en dat was mega interessant! Toen ik met het boek begon had ik amper met deze spullen gewerkt. Het enige dat ik kende was kleurpotlood, stiften en Oost-Indische inkt. In de loop der maanden heb ik heel veel uitgeprobeerd. Soms hield ik er een mooie plaat aan over, soms was het beter om het werkje maar meteen weg te gooien.

Om dieren te leren schilderen heb ik via Google Images foto’s opgezocht van verschillende
dieren en geprobeerd om die op een “schattige” manier na te tekenen. Soms was dat best een uitdaging. Met een konijn gaat dat wel, maar een mier is echt een klein monster van dichtbij. Na twee jaar was mijn boekje klaar. Ik heb alle illustraties professioneel in laten scannen door een kennis. Omdat ik eigenlijk heel nieuwsgierig was en een idee wilde hebben van hoe het geheel er in een boek uitzag heb ik de illustraties en tekst in een fotoboek gezet en uit laten printen bij de Hema.

Mijn fotoboek heb ik aan familie en vrienden laten zien. Iedereen was enthousiast en dat
maakte dat ik de stap naar uitgave durfde te zetten.

Waar moet je op letten bij het gebruik van aquarelverf en -potlood?
Werken met aquarelverf
Werken met aquarelverf

Wanneer je met aquarelverf te veel over je papier gaat, of iets te ruw probeert om iets weg te poetsen met een stukje keukenrol gaat je papier helemaal stuk. Ook is het bij aquarelpotlood een beetje lastig om nog iets te verbeteren wanneer je je tekening eenmaal hebt staan. De oogjes en de mondjes van de poppetjes tekende ik als laatste met een zwarte pen. Een enkele keer is het voorgekomen dat mijn figuurtje nog niet helemaal droog was. Het gevolg was dat alles helemaal uitliep. Daar viel niks meer aan te verbeteren en ik kon helemaal opnieuw beginnen.

Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers?

De Nijntje-serie van Dick Bruna vind ik heel leuk. De verhaaltjes gaan over dagelijkse dingen en zijn eenvoudig, op rijm verteld. Ook maakte Dick Bruna alleen gebruik van een aantal basiskleuren en hele eenvoudige vormen. Ik denk dat dat juist de kracht is van zijn werk.

Ook Eric Carle vind ik heel goed. Zijn tekeningen zijn een soort kleurrijke collages en gaan meestal over dieren en natuur. Ze zijn heel leerzaam. Ik heb aan heel veel kinderen het boekje van “Rupsje Nooit Genoeg” voorgelezen en de reacties waren elke keer even leuk.

Daarnaast vind ik de tekeningen van Beatrix Potter ook heel mooi. De verhalen ken ik niet zo goed, maar de illustraties zijn heel knus en als ik plaatjes van Peter Rabbit zie krijg ik een nostalgisch gevoel.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek?

Ja, sinds kort ben ik aan het tekenen en schrijven voor een nieuw boekje. De illustraties zijn in dezelfde stijl als die van “De Zonnebloem”. Ook komen er weer een aantal educatieve thema’s aan bod, zoals tot tien leren tellen en dat wormen kruipen en niet vliegen.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende schrijvers en illustratoren (van prentenboeken)?
Hanneke aan het werk voor haar nieuwe prentenboek
Hanneke aan het werk voor haar nieuwe prentenboek

Wanneer je voor kinderen schrijft is het goed om te proberen de wereld te zien door de ogen van een kind. Door om je heen te kijken en korte verhaaltjes te verzinnen bij de mensen en dingen die je ziet kun je veel inspiratie opdoen.

Het is goed om een eigen stijl te bedenken, iets wat bij je past en waar je mee verder kunt.
Wanneer je ergens niet aan uitkomt kun je hulp vragen aan iemand die ervaring heeft met schrijven en illustreren, of juist gewoon aan een vriend waarvan je weet dat hij of zij eerlijk is. Hulp vragen is geen schande en twee zien altijd meer dan een. Geef niet op en zet door, ook jouw werk kan een bijzonder “pareltje” zijn.

 

Meer zien van Hanneke? Ze houdt haar eigen facebookpagina bij.

Pin It

Oei een vlek

Auteur: Milja Praagman
Illustrator: Milja Praagman
Uitgever: Leopold, 2015
Vormgeving: Studio Bos
32 pagina’s.

“Oei! een vlek” is het nieuwe prentenboek van Milja Praagman.  Het is al weer het twintigste prentenboek van Praagman als auteur en illustrator. Ze is daarmee een van de meest productieve prentenboek maaksters van de afgelopen jaren. Het lukt Praagman iedere keer om herkenbare en komische taferelen uit de kindertijd treffend te verwoorden en te verbeelden. Dat is met “Oei een vlek” ook weer gelukt.

Iedere ouder kent het wel. Je kind heeft net een nieuwe trui, broekje of jurkje aan (het liefst een witte…) en ja hoor, bij het eten gaat het mis. De beker chocomelk, de boterham met pasta of dat lekkere ijsje maakt een grote vlek op de nieuwe aanwinst. Vol verbazing kijkt je koter naar je. Hoe kan dat nou? Dit vormde voor Milja Praagman de aanleiding om “Oei een vlek” te maken.

Het is een grappig en vertederend prentenboek in een fijn formaat, met een prachtige illustratie op de harde omslag. De kleurrijke illustraties, gemaakt met plakkaatverf en fluorstiften, zijn steeds verdeeld over twee pagina’s. De hoofdrolspelers zijn dit keer aapjes, wat goed past bij het thema.

Illustratie uit Oei een Vlek
Illustratie uit Oei een Vlek, Milja Praagman, 2015, Leopold
Het verhaal van Oei een vlek

Mama Aap heeft drie nieuwe witte truien gekocht. Voor haarzelf, voor Papa Aap en voor Kleine Aap. “Wees voorzichtig” en “Hou hem netjes”, zegt ze nog… Terwijl Mama Aap jam gaat maken van rozebessen, snoepen Kleine Aap en Papa Aap alvast van de bessen. En jahoor…. Allebei een hebben ze ineens een grote roze vlek op hun nieuwe trui. Vervolgens proberen ze op allerlei manieren de vlek er uit te krijgen. Ze rollen door het gras, ze stappen door de blubber-wei en slingeren door de bomen. Maar de vlek gaat er niet uit. Sterker nog, er komen alleen maar meer vlekken bij. Om het goed te maken besluiten ze om nieuwe bessen voor mama te plukken. Als ze thuiskomen springt de ongerust geworden Mama Aap ze in de armen. Met als gevolg….

Lees meer over Milja Praagman en haar boeken op haar eigen website.

Pin It

Kleine blauwe truck

Auteur: Alice Schertle
Illustrator: Jill McElmurry
Vertaling: Bette Westera
Uitgever Nederland: Gottmer, 2015
Oorspronkelijke uitgave: Houghton Mifflin Harcourt, 2008
40 pagina’s.

Toet Toet, daar is de kleine blauwe truck! Het heeft even geduurd, maar het schattige vrachtautootje is in Nederland aangekomen. Het prentenboek is al jaren een bestseller in Amerika en is nu door Gottmer uitgegeven in Nederland. Bette Westera heeft het verhaal van Alice Schertle op een leuke manier vertaald en kundig op rijm gezet.

Kleine Blauwe Truck is een “veilig” prentenboek dat kinderen tot vier jaar zou kunnen aanspreken. Het verhaal, de tekeningen, de geluiden en de tekst, het is allemaal netjes, schattig en braaf. Het verhaal heeft ook een duidelijke moraal: vrienden zijn belangrijk en help elkaar…Echt heel spannend wordt het niet. Dat hoeft natuurlijk ook niet. Peuters die van (vracht)auto’s en boerderijdieren houden, zullen dit een leuk boekje vinden. De illustraties van Jill McElmurry zijn ook heel komisch om naar te kijken. Er is van alles te zien op de grote gekleurde gouache tekeningen. De typografie is erg goed gekozen en zorgt er voor dat je de geluiden allemaal extra benadrukt. Het is wel een vrij lang verhaal om elke avond voor te lezen. Je bent dus gewaarschuwd…want het zou zo maar een nieuwe voorleestopper kunnen worden.

Kleine blauwe truck, Alice Schertle & Jill McElmurry (ill.)
Kleine blauwe truck, Alice Schertle & Jill McElmurry (ill.), Gottmer, 2015
Het verhaal van de kleine blauwe truck

Kleine blauwe truck gaat een stukje rijden op de boerderij. Onderweg komt hij bekende boerderijdieren tegen zoals de koe, de geit, de kip, het schaap en het paard. Alle dieren maken hun geluid als groet (Boe-hoe loeit Klaartje koe) en kleine blauwe truck groet hen terug. Dan sjeest plotseling een grote opschepperige gele truck langs. Deze gele vrachtauto vliegt echter uit de bocht en komt vast te zitten in een modderplas. In eerste instantie wil niemand hem helpen om eruit te komen, maar dan…. komt de kleine blauwe truck aangereden. Helaas komt die ook vast te zitten. Wanneer hij om hulp toetert komen de dieren allemaal helpen. Ze duwen samen de vrachtato’s uit de modderplas. De grote gele truck is iedereen dankbaar en heeft een wijze les geleerd….

Pin It