Categorie archief: Interviews

In deze categorie komen interviews met onder meer schrijvers, illustratoren en uitgevers van prentenboeken

Interview Marianne Busser en Ron Schröder

Dag Marianne en Ron, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Het klinkt misschien raar, maar al onze boeken zijn ons even dierbaar. Het ene verhaal komt beter uit de verf als prentenboek, terwijl een ander verhaal beter in een bundel met verschillende verhalen tot zijn recht komt. Prentenboeken onderscheiden zich vooral door de meer prominente rol van de illustraties. Maar zonder een goed verhaal kun je natuurlijk ook geen boeiend prentenboek maken.

Marianne Busser en Ron Schröder
Marianne Busser en Ron Schröder (foto Emiel Ypma)
 Hoe gaan jullie je te werk bij het schrijven van een prentenboek?

Af en toe gaan we samen ‘ideeën bedenken’ voor nieuwe boeken. Wijntje, hapjes, en aan de slag. Als we een aantal ideeën hebben bedacht, leggen we die voor aan één van onze uitgevers. Als we groen licht krijgen, gaan we aan het werk. We praten samen in grote lijnen  het verloop van het verhaal door. Vervolgens gaat één van ons beginnen. De ander werkt dan verder aan een ander boek. We werken soms wel aan vier boeken tegelijk. Later wisselen we om en uiteindelijk gaan we met z’n tweetjes achter de computer zitten om de puntjes op de i te zetten.

 Jullie hebben al heel wat prentenboeken geschreven. Hoe zorgen jullie er voor dat ieder boek toch weer uniek en verrassend is?

Tja, dat weten we ook niet precies. In feite maken we wat we zelf ook leuk vinden. We zijn doorlopend op zoek naar nieuwe ideetjes, maar dat gaat inmiddels bijna vanzelf. Er liggen ook altijd bloknootjes naast ons bed; je weet tenslotte maar nooit wat je ineens te binnen schiet! Ook tijdens onze vakanties willen de ideeën nogal eens opborrelen.

Aan welk prentenboek bewaren jullie de beste (of leuke) herinneringen / op welke zijn jullie het meest trots?

De prentenboeken van muis en egel, die gebundeld zijn in “De mooiste verhalen van muis en egel” zullen altijd een bijzondere plek in blijven nemen. Maar ook “De kleine engel die geluk bracht” van Mark Jansen is ons erg dierbaar. Op dit moment zijn we bijvoorbeeld heel erg blij met “Het dikke dierenboek”, vol met prachtige platen over allerlei dierentuindieren. Dat boek hebben Ivan Lodde en Ilia Frins van tekeningen voorzien. Ze maken eigenlijk alleen maar mooie dingen.

De mooiste verhalen van muis en egel

Hebben jullie zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers? En waarom zijn dit jullie favorieten?

De prentenboeken van Max Velthuijs en bijvoorbeeld de boeken van Mariken Jongman en Irene Goede over Wasbeer en Otter vinden we erg leuk. Die prentenboeken springen eruit omdat ze niet alleen prachtige tekeningen, maar er ook een goed verhaal in wordt verteld. En dat laatste missen we nog wel eens in prentenboeken.

Zijn jullie momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kunnen jullie al een tipje van de sluier oplichten?

We zijn momenteel bezig met een aantal nieuwe prentenboeken. Zo komt er een nieuw prentenboek samen met Sam Loman (“De kikkertjes gaan naar school”) en een nieuw deel in de winkeltjesreeks met Ingrid ter Koele (“Het feestwinkeltje”) en ook een nieuw deel in de poepfabriek-reeks (“De drollendraaier”) met Ivan en Ilia. Maar dat zijn er dan nog maar een paar van een lange ‘to do list’.

Voor een nieuw boek zijn jullie in samenwerking met uitgeverij Unieboek / Spectrum op zoek naar een illustrator. Waarom doen jullie dat middels een “open sollicitatie”/ winactie? En waar gaan jullie goed op letten bij het ingezonden werk?  

De ‘wedstrijd’ is bedacht om uiteindelijk iemand een kans te geven. Wij hebben zelf ook ontzettend moeten ploeteren om te bereiken wat we nu bereikt hebben. We mogen al jaren werken met talloze top illustratoren, zoals Dagmar Stam, Ivan en Ilia, Mark Jansen, Alex de Wolf, Ingrid ter Koele en Eefje Kuijl. Toch moeten er ook heel goede illustratoren zijn die simpelweg nog niet aan de bak gekomen zijn. Zo iemand hopen wij nu te vinden.

En waar wij op zullen letten? Het belangrijkste is dat iemands tekeningen bij ons werk passen. Maar de tekeningen moeten ook technisch kloppen. Iemand kan misschien een schattig beertje tekenen, maar kan iemand datzelfde beertje dan óók tekenen als hij een koprol maakt of in een sloot springt? En natuurlijk zal ook de uitgeverij bekijken of de tekeningen een groot publiek zullen aanspreken.

Meer informatie over de winactie vind je hier.

Hebben jullie tot slot nog (meer) tips voor beginnende illustratoren en schrijvers (van prentenboeken)?

Houd er altijd rekening mee dat uitgeverijen bedolven worden onder de manuscripten en vele tekeningen van beginnende schrijvers en illustratoren. Stuur dus alleen iets op wat (in jouw ogen) echt helemaal perfect is. En het allerbelangrijkste is: geef nóóit op, en luister heel goed naar alle kritiek die je kunt krijgen. Je kunt die kritiek tenslotte altijd nog naast je neerleggen!

Wil je meer weten over Marianne Busser en Ron Schröder en hun werk neem dan eens kijkje op hun website.

Pin It

Interview Edward van de Vendel

Dag Edward van de Vendel, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Ik heb aardig wat prentenboeken geschreven. Hier staan ze allemaal: http://edwardvandevendelalleboeken.blogspot.nl/search/label/prentenboek

De tekst is natuurlijk korter dan andere kinderboeken en er moet veel te zien zijn. Vandaar dat de personages in een prentenboek vaak op reis gaan.

Edward van de Vendel
Edward van de Vendel
Je hebt ook veel prentenboeken vertaald en bewerkt. Hoe vind je dat om te doen en is het een goede leerschool voor je eigen werk?

Eigenlijk wel. Ik heb prentenboeken van geweldige schrijvers en tekenaars mogen vertalen, zoals Benji Davies en Jon Klassen. Ik leer eigenlijk van elke vertaling weer iets. Het is een fijne manier om me met kinderliteratuur bezig te houden, naast het zelf schrijven.

“Ik ben bij de dinosaurussen geweest” is gekozen in de Prentenboek Top 10 voor de Nationale Voorleesdagen 2018. Helpt dat bij de promotie en verkoop van het boek?

Het is fijn dat door de voorlees top tien nóg meer kinderen het boek kunnen bekijken en lezen .We hebben een aantal lezingen gedaan, niet heel veel, maar dat komt eerlijk gezegd doordat ik daar dit jaar niet veel tijd voor had.

Ik wilde graag een prentenboek met tekenaar Floor de Goede maken. En hij was zelf een dino-jongetje. Hij kende allerlei soorten, al op heel jonge leeftijd. Dus daar kwam het verhaal vandaan, eigenlijk gaat het over hemzelf.

Schets Floor de Goede van "ik ben bij de dinosaurussen geweest"
Schets Floor de Goede “ik ben bij de dinosaurussen geweest”

Uiteindelijke illustratie, Floor de Goede, Querido, 2016
Uiteindelijke illustratie, Floor de Goede, Querido, 2016
Hoe ga je te werk bij het schrijven van een prentenboek?

Vaak begint het met het plan om met een bepaalde tekenaar te gaan samenwerken. Soms praten we samen over een idee, maar meestal laat ik me inspireren door het werk van de betreffende tekenaar. Vaak komt er dan een bepaald idee in mijn hoofd. Dan moet er nog een hoofdpersoon bedacht worden en een verhaal waarbij veel te tekenen valt. Een verhaal met alleen maar gedachtes werkt niet voor een prentenboek.
Wat ik door de jaren heen geleerd heb is vooral dat een tekst soms korter kan dan ik in het begin deed. Ik probeer nu zoveel mogelijk over te laten aan de tekeningen.

Aan welk boek, auteur en/of uitgeverij bewaar je de beste (of leuke) herinneringen en op welke ben je het meest trots?

Dat is moeilijk te zeggen. Ik werk erg graag met mensen als Floor de Goede, Mattias De Leeuw, Alain Verster, Marije Tolman en anderen samen. Het punt is: er zijn zoveel leuke mensen in de kinderliteratuur! Ik hou erg van het samen uitdenken van een boek. Wat dat betreft is het lastig om er één boek uit te halen. En er zijn ook tekenaars die ik uitermate bewonder en met wie ik heel graag (nog) eens zou werken, zoals Leo Timmers, Ludwig Volbeda, Philip Hopman, Carll Cneut, Annemarie van Haeringen, Charlotte Dematons, Ingrid & Dieter Schubert, Sanne te Loo, Thé Tjongh King, Anton Van Hertbruggen – och, er is nog zoveel te wensen!

Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers? En waarom zijn dit jouw favorieten?

Ik hou heel erg van het werk van Jon Klassen (en Mac Barnett) en van Benji Davies. Gelukkig mag ik die ook vertalen. En een van mijn allergrootste favorieten is de geweldige Kitty Crowther. Hun werk is uit duizenden te herkennen, en zowel erg knap alsook écht voor kinderen.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Op dit moment zijn twee tekenaars bezig met het illustreren van mijn verhalen. Dat worden trouwens geen prentenboeken, maar dikkere boeken voor wat oudere kinderen. ‘Een bamboemeisje’ met Mattias De Leeuw en ‘Vosje’ met Marije Tolman. Daar verheug ik me erg op.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende auteurs en illustratoren (van prentenboeken)?

Vooral heel veel prentenboeken lezen! Door de kunst af te kijken leer je altijd weer iets bij.

Wil meer weten over Edward van de Vendel en zijn werk? Neem dan eens een kijkje op zijn eigen website http://edwardvandevendelalleboeken.blogspot.nl/

 

Pin It

Interview Jozua Douglas

Dag Jozua Douglas, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Ik heb alleen prentenboeken geschreven. Elf in totaal. Negen daarvan zijn non-fictie prentenboeken die ik voor de serie Willewete van Clavis schreef.

Prentenboeken zijn heel ander soort verhalen. Ze zijn korter en eenvoudiger van structuur en worden gemaakt voor een heel jonge lezersgroep, maar daarom niet minder moeilijk om te maken.

Jozua Douglas
Jozua Douglas
“De Kusjes-Krokodil?” is gekozen in de Prentenboek Top 10 voor de Nationale Voorleesdagen 2018. Hoe is het tot stand gekomen?  

Het woord “Kusjeskrokodil” kwam zomaar ineens in mij op. Het leek me een leuk karakter voor een bedtijd verhaal. Ik verzon er allerlei andere beesten bij en zo ontstond het boek.

Het nieuwe boek is een heruitgave van het boek dat in 2009 uitkwam. Het boek werd destijds door de uitgever al vrij snel verramsjt. Toen ik bij een andere uitgever terechtkwam heb ik het daar opnieuw aangeboden. De illustrator, Loes Riphagen, vond het een leuk idee om het boek weer uit te brengen, maar ze wilde wel de illustraties opnieuw maken.

Ik heb samen met Loes een optreden gedaan in de Utrechtse bibliotheek. Het had me geweldig geleken om meer optredens te doen, maar ik heb al mijn tijd nodig voor Het kinderboekenweek geschenk dat ik voor dit jaar aan het schrijven ben.

De kusjeskrokodil
De kusjeskrokodil, Jozua Douglas en Loes Riphagen (uitgeverij De Fontein) is opgenomen in de prentenboek top10 van 2018
Hoe ga je te werk bij het schrijven van een prentenboek? Kun je jouw werkproces toelichten?

Bij een prentenboek draait alles om een enkel goed idee. Dat is het lastigst. Er zijn al zoveel goede prentenboeken en om echt met iets goeds of origineels te komen is niet eenvoudig. Ik ga dus alleen aan de slag als ik een echt goed idee heb. En dat kan soms even duren. Als ik eenmaal iets heb, ga ik het uitwerken tot een verhaal dat over minimaal 12 spreads verdeeld kan worden.

Aan welk boek, auteur en/of uitgeverij bewaar je de beste (of leuke) herinneringen en op welke ben je het meest trots?

Ik vind “De kusjeskrokodil” nog steeds een heel leuk boek. Het is mijn eerste boek en de herinneringen daaraan zijn daardoor alleen al bijzonder. Ik vond het een ongelooflijke ervaring om het proces van verhaal tot boek van dichtbij mee te maken.

Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers? En waarom zijn dit jouw favorieten?

Ik vind Tjibbe Veldkamp een geweldige prentenboekenmaker. Zijn verhalen zijn erg origineel en zitten goed in elkaar. Daarnaast weet hij tekst en beeld op een heel goede manier op elkaar aan te laten sluiten. Daarnaast ben ik fan van Julia Donaldson en Axel Scheffler, bekend van onder andere “De Gruffalo“.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Nee, ik ben op dit moment niet bezig met een prentenboek. Er is nu door andere projecten te weinig ruimte in mijn hoofd. Maar dat betekent niet dat ik niet ineens een idee kan krijgen en dat ik er toch naast de andere projecten mee bezig ga.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende auteurs en illustratoren (van prentenboeken)?

Laat je niet ontmoedigen als je werk niet wordt geaccepteerd door een uitgever, maar ga door.  Maar neem een afwijzing wel serieus. Uitgevers weten echt wel wat een goed boek is en wat niet. Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen, maar meestal hebben ze gewoon gelijk.

Ik heb heel veel afwijzingen gehad, meestal zonder opgaaf van reden. Na zo’n afwijzing dacht ik: oké, jammer, maar nu verder. Ik las ontzettend veel prentenboeken van anderen en vergeleek ze met mijn eigen werk. Al gauw ontdekte ik hoe ik mijn werk kon verbeteren en probeerde het opnieuw. En weer opnieuw. En weer opnieuw. Tot er een uitgever geïnteresseerd was in één van mijn boeken.

Wil meer weten over Jozua Douglas en zijn werk? Neem dan eens een kijkje op zijn eigen website https://www.jozuadouglas.com/ .

Pin It

Interview Thea Dubelaar

Dag Thea Dubelaar, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Sinds ‘Kuiken en de zee’  dit jaar verscheen,  is het prentenboek  voor het eerst echt aanwezig in mijn schrijversleven. Ik schrijf al vanaf 1978.

Na mijn debuut  ‘Sjanetje’  dat meteen een zilveren griffel kreeg, schreef ik veertien jaar alleen maar lange proza verhalen. Het idee om een prentenboekentekst te schrijven kwam niet eens in me op.

Sjanetje van Thea Dubelaar, Illustrator Mance Post
Sjanetje van Thea Dubelaar, Illustrator Mance Post, Ploegsma 1979

Op een dag schreef ik  ‘Wil je mijn vriendje zijn?’  Een korte tekst met een duidelijke  verdeling in scènes.  Alex de Wolf illustreerde het verhaal heel levendig en grappig. Dat werd – min of meer per ongeluk –  mijn eerste prentenboek (Uitg. Ploegsma 1992).

Daarna schreef ik een aantal verhalen die meer prentenboek dan leesboek werden omdat er zoveel illustraties bij stonden dat die bijna belangrijker waren dan de tekst. De drie dappere Chris boeken  1994-1997(illustraties Melany Erhardy), Sander 1998 (met Georgien Overwater),  Sander is stout/lief 2009 (met Elly hees) en ‘Nanseli waar ren je heen?’ 1999 geïllustreerd door Gitte Spee en bekroond  met de White Raven 2000.

In 2002 schreef ik voor het eerst een echte prentenboekentekst op rijm. Waarom toen? Geen idee, het gebeurde gewoon.  ‘Wiegelied’ was mijn eerste, als prentenboek geschreven boek. Mies van Hout maakte de prachtige platen bij ‘Wiegelied’.

En toen kwam ik in 2012 Jenny Bakker tegen. We wilden samen iets doen, verzonnen verschillende dingen, maar uiteindelijk kwamen we in 2014 uit bij Kuiken. Een opzetje van  mij, een storyboard van Jenny, veel heen en weer gepraat met als uiteindelijk resultaat een beeldschoon, gedeeltelijk handgemaakt boekje: ‘Kuiken in de sneeuw’. Met een tekst die helemaal vanzelfsprekend weer op rijm was.

thea dubelaar en jenny bakker
Thea Dubelaar en Jenny Bakker en ….. Kuiken!

Kun je wat meer vertellen over “Kuiken en de zee”?

Jenny wilde een zomers boek over Kuiken maken en vroeg of ik een idee had.

Meteen herinnerde ik me weer de dagen in de grote vakantie dat ik met mijn moeder, broers en zusjes door de duinen naar zee liep met twee kinderwagens. In de ene lag mijn babyzusje geduwd door mijn moeder en de ander was vol met kleden om op te zitten, boterhammen en flessen aanmaaklimonade, handdoeken en badpakken en die wagen duwden wij. We lieten hem altijd los boven op  De Kruisberg  zodat hij naar beneden sjeesde met ons er achter aan tot grote ontsteltenis van eventuele voorbijgangers die natuurlijk dachten dat er een kind in die wagen lag.

…Dus stelde ik Jenny voor om Kuiken naar zee te laten gaan samen met…. Oma, bedacht Jenny.

Aan mij om een verhaallijn te bedenken. In feite verzin ik wat er gebeurt  altijd al schrijvende. Ik ben niet in staat om van te voren al het hele gebeuren uit te broeden. Ook niet bij een gewoon boek.

Meteen in de eerste spreadtekst  schreef  ik : “Maar wat is zee? Weet oma dat? Ja wel, de zee is nat”. En de rest volgt dan vanzelf.  Nat, Plas, Groot, Zout en voor je het weet, staan ze op een duin en zien de zee.

Spread uit "Kuiken en de Zee", Thea Dubelaar en illustraties Jenny Bakker, 2017 Concerto Kids
Spread uit “Kuiken en de Zee”, Thea Dubelaar en illustraties Jenny Bakker, 2017 Concerto Kids

Van mijn eerste, nog helemaal niet mooie tekstje, maakt Jenny een storyboard uitgaande van hoe zij de spreads getekend voor zich ziet. Sommige deeltjes van mijn opzet vervallen dan, anderen verzin ik naar aanleiding van Jenny’s schetsen er  bij. Als zij gaat tekenen, begin ik te schaven aan de tekst. Tien, twintig keer lees ik de tekst weer en verander hem. Tot op de laatste dag voor het boek naar de drukker gaat, werk ik aan de tekst.

In een recensie over Kuiken en de zee stond iets  wat voor mij een ontdekking was.

…Na het lieve en sfeervolle “Kuiken in de sneeuw” is dit boek een mooi avontuur over een schattig blauw kuikentje wat gaat ontdekken wat de zee eigenlijk is. Want hoe weet je nu wat iets is als je het nog nooit gezien hebt?…

Pas toen ik die laatste zin las, realiseerde ik me waarnaar Kuiken op zoek was en dat je, ook als je de zee op tv, tablet of illustratie hebt zien,  nog niet weet hoe het is om bij of in zee te zijn. Via dit verhaal  breng ik mijn eigen gevoel van de vakantiedagen aan zee over op de jonge lezer. Niet hoe zee er uitziet, maar hoe het voelt, wat de essentie van zee is.

Wat is het verschil met schrijven van “gewone kinderboeken”?

Wat prentenboeken voor mij zo anders maakt als een gewoon boek is het feit dat het verhaal in mijn hoofd niet alleen in woorden verteld zal worden, maar ook in beeld.  Een deel hoeft daardoor niet geschreven te worden. Tegelijkertijd krijgt het verhaal een andere dimensie.

Bij een boek heb ik eigenlijk nooit echt een fysiek beeld van de personen die een rol spelen in mijn verhaal. Ik beschrijf hun binnenkant, ken ze van haver tot gort, maar of ze wit, zwart of rood haar hebben weet ik niet en het kan me ook niet veel schelen. Net als in het gewone leven.

Als ik iemand ontmoet, dan ben ik voor 300% op die persoon gefocust maar achteraf ben ik absoluut niet in staat om te vertellen wat hij of zij aanhad, hoe het haar zat en of de handen mooi of lelijk waren. Ik weet wel in welke stemming die persoon was en wat hem bezig hield, wat voor soort mens het is.

Bij prentenboeken speelt die fysiek zichtbare kant juist een heel belangrijke rol.

Heb je zelf  favoriete prentenboeken?  En waarom zijn dit jouw favorieten?

De boeken van Arnold Lobel.

Omdat ze altijd over gevoel gaan, niet over tastbare, zichtbare dingen maar over wat er met je gebeurd doordat je die dingen ziet of meemaakt.

En vanwege zijn perfecte teksten. Hij vertelde ooit in een interview dat hij langer over de teksten deed dan over de illustraties. Juist omdat die teksten zo kort waren, moesten ze tot op de millimeter nauwkeurig kloppen. Dat geldt voor mij ook.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Ja. De tekst is al redelijk compleet en al minstens 30 keer bijgewerkt. Ik ben nu op zoek naar een illustrator. Het is moeilijk om te kiezen. Er zijn zoveel mensen die prachtige dingen maken.

Het boek gaat over het  eendje Prul dat een cocon van de zijdevlinder vindt en denkt dat het een ei  is. Een verhaal over mooi/lelijk/ verbazing/ opschepperij / minachting en ware schoonheid.

Heb je tot slot nog tips voor beginnende auteurs van prentenboeken?

Wordt eerst een goed schrijver en waag je dan pas aan een prentenboek tekst.

Wil meer weten over Thea Dubelaar en haar werk? Neem dan eens een kijkje op haar eigen website http://www.theadubelaar.nl

Thea Dubelaar
Thea Dubelaar

 

Pin It

Interview Harriët van Reek

Dag Harriët van Reek! Nog gefeliciteerd met de het winnen van het gouden penseel voor “Lettersoep”! Kun je wat vertellen over hoe “Lettersoep” tot stand is gekomen?

Ik wilde iets doen met letters en met verbeelding. In een verhaal en tekening ben je vrij
om te doen wat je wilt. Letterel, de hoofdfiguur, een fantast geobsedeerd door letters,
vertaalt alles wat hij denkt en ziet naar letters.

Harriet van Reek in haar atelier in Callossa
Harriët van Reek in haar atelier in Callossa

Voordat Letterel en letterpoes er echt waren, waren er nog 2 andere versies, waarvan de eerste begon met een heel arm mannetje dat helemaal niks te eten had en in zijn fantasie kruipt om zijn armzalige leven kleur te geven.

Vanaf het allereerste idee tot het inleveren ben ik er zo’n 2 a 3 jaar bezig mee geweest.

Eerder maakte je het prentenboek “Letterdromen met Do”. Wat heb je met letters?

Letters zijn een soort wezens, die recht overeind staan. En dus ook zelf iets kunnen zeggen en zijn. Net als een personage eigenlijk.

Welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Ik heb 7 boeken gemaakt, ongeveer iedere vijf jaar een prentenboek.

  • De Avonturen van Lena lena. Daar is ook een app van, met animaties, leuke
    kriebelgeluidjes en vertelstemmen in het Deens, heel grappig!, het Japans, Engels
    en..Nederlands.
  • Het bergje Spek;
  • Henkelman, ons Henkelmannetje;
  • Bokje;
  • Letterdromen met Do;
  • Edith & Egon Schiele;
  • Lettersoep.

Ik heb naast prentenboeken beeldende theatervoorstellingen gemaakt, poppenkast voor
televisie, performances en ben beeldend kunstenaar. Het maken van een boek doe ik als het opkomt, als er iets verteld moet worden. En dat gaat heel rustig. Als het plan concreet wordt, laat ik het andere werk liggen en neem ik er alle tijd voor. Dat duurt ongeveer een half jaar.

Wording van een illustratie uit Lettersoep, Harriët van Reek,
Wording van een illustratie uit Lettersoep, Harriët van Reek, 2016, Querido
Hoe ga je te werk bij het maken van een prentenboek?

Het begint met wat schetsjes en zinnen in een schriftje. Dat doe ik ongeveer een jaar
en dan ga ik dat tekenen, verbeteren, veranderen of ik begin zelfs helemaal opnieuw.
Dus tijdens het schetsen en tekenen kristalliseert het idee. Dan ga ik het echt
afmaken.

In de tekst verandert er nog veel. Het wordt steeds soberder, er valt steeds meer af,
zo ook bij de tekeningen. Ik zoek naar een essentie en al de rest moet weg.

Heel veel overdoen, opnieuw doen, net zo lang tot het ook een week of 2 later nog
mijn goedkeuring heeft.

Is er veel veranderd in jouw werkproces tussen je debuut?

Nee, eigenlijk niet. Het zijn altijd eerst schriftjes met tekeningen en zinnen/verhaaltjes
die ik daarna ga uitwerken. Maar ik ben wel bedachtzamer en preciezer geworden.
Jammer vind ik dat.

illustratie uit Lettersoep, Harriët van Reek, Wording van een illustratie uit Lettersoep, Harriët van Reek,
Wording van een illustratie uit Lettersoep, Harriët van Reek, 2016, Querido
Wat zijn echte leermomenten geweest?

Ieder boek is wel een leermoment, omdat je altijd beter, anders wilt. Maar wat ik interessant vond is om te werken met een opdracht. Edith & Egon Schiele,
in opdracht van uitgeverij Leopold en het Gemeentemuseum Den Haag. Dat moest in
korte tijd af en dat vond ik wel een uitdaging. Ik heb me daar teveel geconformeerd.
Een volgende keer weet ik dat ik moet doen wat ik zelf wil: vrijheid durven pakken.
En juist dat is gek genoeg steeds moeilijker…. Vrijheid voelen en vinden!

Hoe vind je het om zelf de tekst te schrijven?

Ik vind het bij elkaar horen, tekst en tekenen. Ik houd erg van het schrijven, meer dan van het tekenen. Het heerlijke gepuzzel en geschuif met zinnen en woorden, de invallen, het gestreep, het weggooien. De worsteling om de letters in het gareel te krijgen.

Wat zijn jouw favoriete materialen om te illustreren?

Op dit moment aquarel en kleurpotlood. Vanwege de kleuren. Ik houd ervan het materiaal te voelen, hoe de penseelharen buigen en het potlood weerstand biedt. Ik houd ook van het papier. Ik werk ook in de computer, photoshop en TV paint, heel fijn om in te tekenen, maar uiteindelijk wordt het handwerk.

Waar moet je op letten bij het gebruik van deze materialen?

Gebruik goed en mooi papier en goede materialen. Geen goedkope, ik bedoel materialen van slechte kwaliteit. Goed en fijn materiaal loont zich.

Aan welk boek, auteur en/of uitgeverij bewaar je de beste (of leuke) herinneringen en op welke ben je het meest trots?

Mijn eerste boek “De Avonturen van Lena Lena”, omdat het een enorme verrassing was dat het de Gouden Griffel kreeg. Ik wist niet eens dat die bestond ☺

illustratie uit De Avonturen van Lena lena
illustratie uit De Avonturen van Lena lena, Harriët van Reek, 1996, Singel Uitgevers
Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers? En waarom zijn dit jouw favorieten?

Op dit moment ben ik weg van de ‘kinder’ boeken van de kunstenaar/illustrator Jockum
Nordstrom, van ATAK, Paul Cox, Nigel Peake en Hok Tak Yeung met zijn graphic novel
Qu’elle était bleue ma vallée.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Ik heb samen met Geerten ten Bosch een boek gemaakt. De titel is “Ei!Ei!” en het is een jubileumboek. Wij werken al samen vanaf 1987. Onze eerste gezamenlijke productie was een poppenkast-serie voor de VPRO kindertelevisie. Het boek gaat over de wonderlijke reizen van twee eieren en een poppenkast.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende auteurs en illustratoren (van prentenboeken)?

Doe vooral wat je zelf wil maken en laat je niet leiden door de markt.

Wil je meer weten over Harriët van Reek en haar werk? Neem dan eens een kijkje op haar website.

Pin It

Interview Nathalie Slosse

Dag Nathalie, wanneer en waarom ben jij prentenboeken gaan schrijven?

In de bibliotheek is de afdeling van de prentenboeken altijd één van mijn lievelingsplekken geweest, zelfs vóór de geboorte van mijn kinderen. Dat ik zelf boeken zou gaan schrijven is een beetje een speling van het lot geweest. In 2007 werd bij mij borstkanker vastgesteld. Mijn zoontje was op dat moment 2 jaar. Ik wou hem erbij betrekken, maar moest het allemaal zelf uitzoeken en verzinnen hoe je dat nu best doet met  een jong kind. Ik bedacht spelletjes en activiteiten die hielpen om bijvoorbeeld te volgen wanneer ik opnieuw een chemokuur zou krijgen of om het verlies van mijn haar bespreekbaar te maken.

Nathalie Slosse
Nathalie Slosse

Toen ik beter werd wilde ik andere ouders met mijn ervaring vooruit helpen en een boek leek daarvoor een goede manier. Het verhaal “Grote Boom is ziek” werd toen geschreven bij wijze van inleiding bij de tips om jonge kinderen te betrekken bij de ernstige ziekte van een naaste. En zo ben ik in de prentenboeken gerold en is Talismanneke ontstaan…

Wat doet Talismanneke precies?

Talismanneke is de non profit organisatie die ik na het verschijnen van “Grote Boom is ziek” heb opgericht. We reiken tools aan die helpen om het leven ter harte te nemen, ook in slechte tijden. Kinderen serieus nemen en met hen moeilijke thema’s bespreekbaar maken, helpt hen veerkracht te ontwikkelen, maar hun volwassen begeleiders (leerkrachten, ouders, grootouders) deinzen er toch voor terug en kunnen wel wat ondersteuning gebruiken.

Meer informatie over Talismanneke en de projecten die zij ondernemen vind je hier.

Waarom gebruiken jullie prentenboeken om dit te bereiken?

Een prentenboek straalt veiligheid uit. Net iets dat je nodig hebt op moeilijke momenten. Bovendien zit er ook nog een afstand tussen wat er in het boek gebeurt en wat je zelf meemaakt. Je bent niet verplicht om het op je eigen situatie te betrekken, maar de uitnodiging is er… Ik vind het prachtig wanneer ik hoor dat mijn verhalen de aanzet geven om een taal te vinden om over die heel moeilijke onderwerpen te praten.

Even belangrijk als het geïllustreerde verhaal is het doe-gedeelte met ideeën voor verwerkingsactiviteiten achteraan in ieder prentenboek. Dit helpt de moeilijke onderwerpen concreter te maken voor jonge kinderen.

Eén van de karakters die jullie gebruiken is “Snuiter”. Hoe is Snuiter ontstaan?

Snuiter heeft in stukjes vorm gekregen tijdens het wordingsproces van “Grote Boom is ziek”. Zijn naam was er eerst en ik zag hem ook onmiddellijk voor me met een kleurrijk gestreept truitje, dat heb ik ook doorgegeven aan de illustratrice (een spitse snoet en een gestreept truitje). Verder was het nog geen uitgemaakte zaak of hij nu meer een diertje was of meer een kabouter… Zelf heb ik hem nooit als “egel” aangeduid, voor mij is hij enig in zijn soort.

Gaandeweg heb ik gemerkt dat ik voor zijn karakter veel inspiratie haal uit het karakter van mijn zoon.

Nathalie met Snuiter
Nathalie met Snuiter
 Het laatste prentenboek van Snuiter is “Per Ongeluk”. Kun je vertellen waar dit prentenboek over gaat?

Terwijl hij aan het spelen is, laat Snuiter per ongeluk één van de eieren van Mama Eend vallen. Helaas met grote gevolgen: Kroosje komt blind uit het kapotte ei! Wat zou Snuiter graag de tijd terugdraaien. Hij schaamt zich ook. Maar wat gebeurd is, is gebeurd. Gelukkig krijgt Snuiter de kans om het goed te maken met de eendjes en helpt iedereen elkaar verder.

“Per Ongeluk” gaat over onbedoeld schuldig zijn en de gevolgen voor de veroorzaker en het slachtoffer. Bij het schrijven van het vorige Snuiter-verhaal “De wensbloem”, begon ik me plots in te leven in de veroorzaker van een heel ernstig ongeval en stelde vast hoe zwaar het taboe is dat hierop rust.

In die periode was er ook een voorval waarbij mijn dochtertje op een stapel stoelen klom, die vervolgens omviel bovenop een ander meisje. Gelukkig kwam iedereen er met de schrik vanaf, maar het zette me aan het denken: stel dat de gevolgen ernstiger waren… Het resulteerde voor mij in een zoektocht naar het thema in prentenboeken, die weinig opleverde. Dat is voor mij altijd een trigger om zelf aan de slag te gaan!

Illustratie uit "Per ongeluk"
Illustratie uit “Per ongeluk”, Nathalie Slosse, Rocío Del Moral, Van Halewyck, 2017
Hoe ga je te werk bij het maken van een prentenboek? Kun je jouw werkproces toelichten?

Het gebeurt wel vaker dat het ene verhaal een idee voor een volgend verhaal op gang brengt. Af en toe worden me ook suggesties ingefluisterd, maar ik ga nog steeds in de eerste plaats op zoek naar de “gaten” in het aanbod van bestaande prentenboeken. Thema’s die leven in de maatschappij, maar die amper of niet worden belicht in boeken voor jonge kinderen. Vaak kom je dan bij droevige (taboe) onderwerpen uit.

Research is altijd de eerste stap: wat bestaat er al, kan ik mensen (kinderen?) vinden die me kunnen vertellen over hun ervaring, … Vervolgens moet die informatie in mijn hoofd rijpen en probeer ik de grote lijnen van een verhaal te bedenken. En dan begint het schrijven en schaven.

Alle Snuiter verhalen werden geïllustreerd door Rocío Del Moral. Maar ik schreef ook al enkele boeken in samenwerking met andere illustratoren. Voor mij is een nauwe samenwerking met de illustrator van groot belang. Het verhaal krijgt tenslotte pas echt zijn vorm in deze fase.

Het belangrijkste dat ik tot nu toe geleerd heb, is dat een lange voorbereiding zich altijd laat voelen in de kwaliteit van het eindproduct. Ook als je denkt klaar te zijn, zijn er nog steeds punten die voor verbetering vatbaar zijn. Als je echt de tijd neemt, kan je die dingen eruit filteren voor het effectief in druk verschijnt.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Ik werk momenteel aan een prentenboek over graag zien en loslaten bij een bewuste keuze voor een waardig levenseinde (euthanasie). Weer niet meteen een thema dat je verwacht voor een prentenboek, maar dit keer ben ik eraan begonnen op basis van een expliciete vraag van iemand die voor die hartverscheurende situatie heeft gestaan.

Pin It

Interview Tjibbe Veldkamp

Dag Tjibbe Veldkamp, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?
Tjibbe Veldkamp
Tjibbe Veldkamp

Een heel grote plek. Meer dan de helft van de boeken die ik geschreven heb zijn prentenboeken. Het zijn er intussen iets meer dan dertig. De bekendste zijn denk ik ‘Tim op de Tegels’ dat geïllustreerd werd door Kees de Boer, de boeken over Agent en Boef, ook met Kees de Boer en ‘Kom uit die kraan!’ dat getekend werd door Alice Hoogstad.

Wat maken prentenboeken voor jou anders dan andere kinderboeken?

Het grootste verschil voor mij is dat ik het schrijven van een prentenboek moeilijk als werk kan zien. Ook al is het mijn werk. Een prentenboek verzinnen is vooral een beetje keten. Ontspannen plezier maken. Een gewoon kinderboek schrijven is hard werken. Een tweede voordeel van prentenboeken boven andere kinderboeken is dat de samenwerking met een illustrator belangrijker is. Het mooiste moment bij het maken van een prentenboek vind ik het moment waarop ik voor het eerst de schetsen te zien krijg.

Jouw prentenboek “Kom uit die kraan!” was gekozen in de Prentenboek Top 10 voor de Nationale Voorleesdagen 2017 en heeft een Zilveren Griffel gewonnen. Hoe ben je op het idee gekomen voor dit prentenboek?

Ik hou ervan om in de tekst niet het hele verhaal te vertellen – het is leuk wanneer een kind dat goed kijkt daarvoor beloond wordt. In dit geval zocht ik naar een complete verhaallijn die ik vervolgens kon verzwijgen. Dat werd de bankroof op de achtergrond.

De eerste ideeën ontstonden in “het notitieboekje”:  “kind dat in bulldozer rijdt en alles plat maakt.” En daar meteen onder: “Auto van bankrovers die nu niet kunnen ontsnappen.” Dat is het hele verhaal in een notendop! Wat hier al in zit is de verrassende ontknoping: het lijkt alsof het kind alles stuk maakt. Maar eigenlijk zorgt hij dat boeven niet kunnen ontsnappen.

Notitieboekje Tjibbe Veldkamp voor Kom uit die kraan
Notitieboekje Tjibbe Veldkamp voor Kom uit die kraan

De samenwerking met Alice Hoogstad verliep heel prettig en soepel – als je het ‘samenwerking’ kunt noemen. Eerst deed ik mijn werk. En toen deed Alice haar werk. Ze heeft me wel laten zien wat ze gemaakt had, maar dat was zo goed als perfect, dus veel overleg was er niet nodig.

illustratie kom uit die kraan
… en zo is de tekst uiteindelijk in het prentenboek gekomen, illustratie Alice Hoogstad
Hoeveel exemplaren zijn er inmiddels verkocht?

Precies weet ik het niet, maar het zijn er  meer dan 10.000. De Griffel en de Prentenboek Top 10 en ook de Pluim van de Maand hebben hier zonder twijfel erg aan bijgedragen.

Hoe ga je te werk bij het schrijven van een nieuw prentenboek? Kun je jouw werkwijze toelichten?

Het idee vind ik het allerbelangrijkst. Als het idee goed is, ben je er eigenlijk al. Dan komt er natuurlijk nog wel een traject van uitwerken en indelen en redigeren en overleggen – maar als het idee goed is, kan dat eigenlijk niet meer misgaan. Het liefst schrijf ik een verhaal met een bepaalde illustrator in mijn achterhoofd. Ik probeer tijdens het schrijven het verhaal te zien in de stijl van die tekenaar – niet dat ik dat goed kan, hoor! Helemaal niet! Maar het helpt toch. In ieder geval dwingt het me om iets te maken dat visueel interessant is.

‘s Ochtends ga ik meteen na het ontbijt naar mijn schrijfkantoor. Daar heb ik geen internet en er is ook helemaal niks te doen. Er ligt alleen een opschrijfboekje en een potlood op mijn bureau. Met dat boekje en het potlood probeer ik dan – daar is dat woord weer – plezier te maken. In dat beginstadium is plezier het allerbelangrijkst. Als ik het zelf grappig, spannend of mooi vind is er een kans dat anderen het ook zullen waarderen.

 Wat is er veranderd in jouw werkproces na je debuut? Wat zijn echte leermomenten geweest?

Aan mijn werkproces is heel weinig veranderd, ben ik bang. Ik weet in ieder geval nog steeds niet hoe het moet.

Ik denk dat ik wel veel geleerd heb van voorlezen aan kinderen. Toen ik begon met schrijven had ik nog nooit een kind van dichtbij gezien, niet meer sinds ik zelf kind-af was. Door voor te lezen aan kinderen heb ik meer gevoel gekregen voor waar ze om lachen en wat ze wel of niet begrijpen.

Is het niet heel lastig in Nederland om als beginnende schrijver een uitgever te vinden voor je prentenboek? Zeker als je zelf niet kunt tekenen….?

Ja, het is niet makkelijk. Je moet om te beginnen natuurlijk een verhaal schrijven waar kinderen, als het getekend is, plezier aan kunnen beleven. Dat valt misschien nog wel mee. Een tweede is dat ook een uitgever moet verwachten dat hij of zij er geld aan zal verdienen. Dat is lastiger. Maar helemaal onmogelijk is het niet! Er blijven nieuwe prentenboekenschrijvers debuteren. En de uitgeverijen die ik ken nemen ingezonden manuscripten heel serieus. Vaak zijn het ervaren acquirerend redacteuren of de uitgevers zelf die de stapel met ingezonden verhalen doorkijken. Dat doen ze, omdat ze wel degelijk op zoek zijn naar nieuwe schrijvers en goede verhalen. Als ik één advies zou moeten geven is het dit: zorg dat je een supergoed verhaal hebt. Dus niet gewoon goed, maar briljant. Probeer op te vallen met jouw verhaal. Nergens anders mee.

Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers? En waarom zijn dit jouw favorieten?

Jazeker, heel veel! ‘Hoe Tom won van Kapitein van Urk en zijn sportieve huurlingen’ van Russell Hoban en Quentin Blake blijft een bron van inspiratie. Een van de vele dingen die mij aanspreken in dit boek is dat delen van de tekst volstrekt onbegrijpelijk zijn. Maar in beeld is het verhaal volkomen helder. ‘Ssst! We hebben een plan!’ van Chris Haughton vind ik ook fantastisch. Het verhaal bevat heel sterke cliffhangers. En dan is er ook nog de ontroerende naíviteit van het kleinste jagertje dat de vogels, die ze willen vangen, steeds gedag zegt.

Verder ben ik ook fan van een aantal prentenboekschrijvers uit het Nederlands taalgebied: Leo Timmers, Loes Riphagen, Marjet Huiberts, Edward van de Vendel, Mathilde Stein, Bette Westera – het zijn er teveel om op te noemen.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Later dit jaar verschijnt ‘Handje?’ een prentenboek dat ik samen maakte met Wouter Tulp. Het startpunt was: een meisje loopt hand in hand met haar vader. Om te komen waar ze naartoe wil stapt ze over op andere vaders zoals je overstapt van de ene tram of bus op de andere. Intussen heeft Wouter werkelijk fantastische illustraties gemaakt.

Ook Kees de Boer en ik maken samen weer een prentenboek, waar ik heel blij mee ben. Het verhaal zit vol ruimtemonsters – dat is een specialiteit van Kees, dus het komt vast goed.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende auteurs (van prentenboeken)?

Probeer altijd met jouw verhaal de toekomstige tekenaar ervan blij te maken. Kun jij uitleggen waarom dit verhaal echt vierentwintig bladzijden met illustraties nodig heeft? En kun je uitleggen wat het is in jouw verhaal dat maakt dat een tekenaar niet kan wachten om het te tekenen?

Wil je meer weten over Tjibbe Veldkamp en zijn werk als schrijver van prentenboeken en kinderboeken? Neem dan eens een kijkje op zijn website.

Pin It

Interview Harmen van Straaten

Dag Harmen van Straaten, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

In mijn oeuvre nemen prentenboeken een belangrijke plaats  in. Helemaal precies weet ik het niet, maar ik denk dat ik inmiddels  30 prentenboeken heb getekend en geschreven.  Met “De liefste kusjes zijn voor jou” en “Tim en de boot naar Timboektoe” brak ik een beetje door en daarna volgden nog vele prentenboeken. Met het boek “Een opa om nooit te vergeten” met Bette Westra won ik twee internationale prijzen en werd ik uitgenodigd voor een tentoonstelling van mijn werk in Tokio.

Harmen van Straaten
Harmen van Straaten (© Kajsa Blomberg)

Mijn boeken over Spuit Elf de brandweerolifant verschenen in vele talen en er werd in Nederland door theatergroep Terra een musical van gemaakt. Van mijn prentenboek “De Kleine Sneeuwman” werd een Chinees/ Nederlandse muziekproductie gemaakt met premières In China en Nederland. Voor mij nemen prentenboeken een hele belangrijke plaats in.

Jouw prentenboek “Hé, wie zit er op de wc?” was gekozen in de Prentenboek Top 10 voor de Nationale Voorleesdagen 2017. Helpt dat bij de promotie en verkoop van het boek? 

Het idee een boek te maken over de WC ontstond in overleg met uitgeverij Leopold, en dat ben ik toen gaan uitwerken.  Maar het  deel uitmaken van de selectie is natuurlijk wel super fijn hoor. Het helpt zeker.  Jaren geleden was dat ook zo met “Spuit Elf en de brandweerolifanten” en “de Wedstrijd van Eend”. Maar toen waren de voorleesdagen nog niet zo bekend als nu.

Spread uit "Hé wie zit er op de wc? Harmen van Straaten, Leopold, 2015
Spread uit “Hé wie zit er op de wc? Harmen van Straaten, Leopold, 2015
Hoe ga je te werk bij het maken van een prentenboek? Kun je jouw werkproces toelichten?

 Het begint altijd met een klein idee van drie of vier zinnen. Ik vind dat je het verhaal ook moet kunnen samenvatten in een klein aantal zinnen. Je moet gewoon niet te veel hoeven uit te leggen. Het verhaal moet meteen duidelijk zijn en een ritmisch beeldverhaal zijn. Ik vind het heel fijn er een soort voordracht op rijm van te maken, want dat leest makkelijk voor en kinderen vinden het leuk om mee te rijmen.  Ik hoor het ook vaak op scholen en bibliotheken dat ze dat prettig vinden.  Ik pretendeer helemaal niet over goede rijmschema’s te beschikken. Ik zeg altijd maar: Het moet lekker lopen.  Maar ik moet zeggen, er wordt ook wel anders over gedacht. Maar ik ben lekker eigenwijs dus….

Ik begin met een tekst dan deel ik in spreads het verhaal in. Daarna begint het schetsen. En daarna verandert de tekst ook steeds mee tot het einde aan toe. Want het mag nooit een praatje bij een plaatje worden. Tekst en beeld vullen elkaar aan en vertellen soms ook nog een  extra verhaal.

Ik ben in de loop der jaren simpeler gaan schrijven. Ook  door mijn ervaringen op scholen en bibliotheek bezoeken. Mijn begeleiding door goede redacteuren en openstaan voor hun suggesties hebben mij verder  gebracht.

Hoe vind je het om zelf de tekst te schrijven?

Ik vind zelf schrijven altijd een spannende reis. Je vertrekt en je weet een beetje waar je naar toe wilt, maar dat kan onderweg allemaal veranderen. Dat maakt het spannend. Even gewoon linksaf slaan en zien waar je dan uitkomt.

 Wat zijn jouw favoriete materialen / technieken / media om te illustreren?

Heldere inkt en glad papier. Ik ben het gewend en durf dan niet iets anders te doen…

Waar moet je op letten bij het gebruik van deze materialen?

Ik doe maar wat, als ik heel eerlijk ben. Ik denk niet zo na  en volg gewoon mijn gevoel.

Illustratie uit "Joris puzzelt een dino", Harmen van Straaten
Illustratie uit “Joris puzzelt een dino”, Harmen van Straaten, Leopold 2017
 Je hebt voor heel veel auteurs en uitgeverijen kinderboeken geïllustreerd. Aan welk boek, auteur en/of uitgeverij bewaar je de beste (of leuke) herinneringen en op welke ben je het meest trots?

Ik heb een rijk illustratie- en schrijfleven met veel bijzondere momenten en ik voel me bevoorrecht met zoveel getalenteerde mensen te mogen samenwerken. Aan één samenwerking bewaar ik hele bijzondere herinneringen.

“Het Sleutelkruid” van Paul Biegel was als kind mijn lievelingsboek en het was een hele bijzondere ervaring om dat boek opnieuw te mogen tekenen. Terwijl de originele tekeningen van Babs van Wely al schitterend waren!

Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers?

Jazeker, ik ben een fan van Thé Tjong-Khing  en  Carl den Hollander. Dat zijn twee enorme grote Nederlandse talenten.

 Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Op dit moment heb ik net een prentenboek af met de titel “Joris puzzelt een dino”. Joris is een puzzelkampioen en is in alles de beste. Een ding zou hij nog heel graag willen weten. Hoe maak je van een stapel botten een dino? Daarom laat hij zich opsluiten in een museum. Maar dan gebeurd er iets rampzalig.  Alle dino’s storten die nacht in elkaar. Wordt Joris nu ook kampioen dino puzzelen?

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende auteurs en illustratoren (van prentenboeken)?

O, dat is een moeilijke vraag. Kies een makkelijk onderwerp. Kies een onderwerp dat past bij kinderen van 3 t/m 6. Maak het ze niet te moeilijk, maar ook niet te makkelijk. Zorg voor een onvoorspelbaar  plot. En… het moet altijd goed aflopen. We willen toch wel dat de lezers lekker en tevreden gaan slapen.  Want dat is belangrijk, plezier in voorlezen. Een warm moment met je vader, moeder, opa of oma, juf en meester.

Meer informatie over Harmen van Straaten en zijn werk als auteur en illustrator van (prenten)boeken  kun je vinden op zijn website.

Pin It

Interview Ingrid en Dieter Schubert

Dag Ingrid en Dieter Schubert, welke plek hebben prentenboeken in jullie oeuvre?
Ingrid en Dieter Schubert
Ingrid en Dieter

Een prentenboek leeft van de prenten. Zo kan een heel klein kind al zijn eigen verhaal maken en opgaan in zijn eigen fantasie. Het allermooist is natuurlijk wel het ‘koestermoment’! Samen met je kind op de bank zitten, de tijd nemen en een verhaal voorlezen of vertellen met je eigen woorden. Of het kind laten vertellen en samen blijven ontdekken. Deze periode duurt niet zo lang! Zodra een kind goed zelf kan lezen is dit voorbij.

Hoe gaan jullie je te werk bij het maken van een prentenboek?

Wij werken graag samen, dat doen wij inmiddels ruim 36 jaar. Het betekent echter niet dat wij altijd in een ruimte en dicht bij elkaar zitten. Wij bedenken een verhaal, of krijgen een verhaal aangereikt. Dat hebben wij de laatste drie jaar vaker gedaan; samenwerken met collega’s.

Eerst is er het verhaal, dan brainstormen wij over de vorm en de inhoud. Pas als het verhaal goed in elkaar zit beginnen wij te schetsen. Ieder voor zich, wij bekijken de tekeningen en kijken naar aanknopingspunten en verschillen in opvatting. Onze kritiek op elkaars werk is altijd constructief maar eerlijk. Pas als wij beiden tevreden zijn, de rode draad door de tekeningen zien lopen, beginnen wij met uitwerken. Ook hier hebben wij de laatste jaren uitgebreide gesprekken over. Met kleur roep je een stemming op. Hoever kunnen wij gaan in het reduceren van vorm? Wat moeten wij alleen suggereren?

Ons eerste prentenboek was een grap, wij begonnen naïef en onbevangen. Daarna werden wij professionals en sindsdien behoeden wij onze lichtheid en speelsheid. Het zou verkeerd zijn als een boek voor kinderen teveel vanuit het hoofd en niet vanuit het gevoel zou worden gemaakt. Alleen maar artistiek of pedagogisch verantwoord gaat dikwijls over de hoofden van kinderen. En dat willen wij niet.

Wat zijn jullie favoriete materialen / technieken / media om te illustreren? En waarom?

Wij komen steeds weer terug op potlood, aquarel, kleurpotlood en pastel.

Met potlood maken wij de voortekening.

Aquarel is zeer moeilijk maar heeft een schittering en lichtheid, die door een ander medium nauwelijks geëvenaard kan worden. In combinatie met pastel ontstaat een grote kleurintensiteit. Vroeger werkten wij in zachte, harmonieuze tinten, nu zijn wij verliefd op contrast en helderheid.

Waar moet je op letten bij het gebruik van deze materialen / technieken / media?

Potlood en pastel zijn droge technieken. Die kun je sturen – tot bepaalde hoogte. Pastel kan dof worden als er teveel gemengd wordt.

Aquarel is een waterverftechniek. Hiermee kunnen mooie overgangen geschilderd worden. Teveel aan water veroorzaakt verfplassen, te weinig oogt stijf en streperig.

Het is een moeilijke techniek, want er kan niet vaak en veel gecorrigeerd worden. Dat zou het papier beschadigen, wat vochtig en zuigkrachtig is.

 Jullie hebben al heel wat prentenboeken geïllustreerd. Hoe zorgen jullie er voor dat ieder boek toch weer uniek en verrassend is?

Wij willen de verwondering behouden. Wij behoeden elkaar voor het terugvallen in een oud stramien. Dat is niet altijd makkelijk want elk nieuw boek wordt zo opnieuw een uitdaging. Maar dat vinden wij prettig. Wat bij het ene boek goed uitpakte, past niet bij een ander boek.

Wij vinden het een prettige speurtocht om te kijken hoe wij emotie kunnen verbeelden, zonder opdringerig te zijn. Dat wil zeggen: ingehouden expressie, geen overdaad. Dan wordt een illustratie gauw tot een karikatuur.

Aan welk prentenboek bewaren jullie de beste (of leuke) herinneringen / op welke zijn jullie het meest trots?

Bijna al onze prentenboeken zijn nog op de markt. Natuurlijk zie je dat stijl en adaptatie bij de kijker en voorlezer de laatste jaren enorm veranderd is. Ook prentenboeken zijn aan de tijd overgeleverd. Vroeger lag meer nadruk op tekst, illustraties waren ingekaderd of kleine illustraties volgden grotere op.Nu is tekst bijvoorbeeld tot een minimum beperkt, de illustraties geven enkel de essentie aan, moraal ligt er niet meer zo dik op.

Ons eerste prentenboek “Er ligt een krokodil onder mijn bed”.  Misschien hangt hier ons hart en de fijne herinneringen het meest aan. “Er ligt een krokodil onder mijn bed” is dan wel inmiddels 36 jaar oud, maar de kern blijft universeel en ijzersterk. Daarom hebben wij drie jaar geleden een nieuwere versie gemaakt. De grote lijn is behouden, het is verjongd en vlotter. Maar ook alle andere boeken zijn ons heel lief!

Illustratie uit "Er ligt een krokodil onder mijn bed" van Ingrid en Dieter Schubert
Illustratie uit “Er ligt een krokodil onder mijn bed” van Ingrid en Dieter Schubert, Lemniscaat, 2014 (oorspronkelijk 1980)
Hebben jullie zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers? En waarom zijn dit jullie favorieten?

Maurice Sendak was en is met ‘Max en de Maximonsters’ nog steeds onze grote inspirator.

Thé Tjong Khing bewonderen wij vanwege zijn bedrieglijk eenvoudige illustraties. Hij is vaak gekopieerd, maar zijn niveau is door niemand bereikt. Khing heeft aan een kleine beweging, de houding van een hoofd of een schalkse blik, genoeg om een extra dimensie toe te voegen. Er zit veel humor in zijn illustraties en verrassende beeldideeën.

Deze twee vinden wij bijzonder, maar er zijn zoveel meer collega’s wiens werk wij volgen en die ons inspireren. Van onze leeftijd maar vooral ook de nieuwe generatie.

Zijn jullie momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kunnen jullie al een tipje van de sluier oplichten?

Wij hebben afgelopen jaar veel met collega’s samengewerkt.

  • Janis Ian: Piepkleine Muis
  • Edward van de Vendel : Opvrolijkvogeltje
  • Ted van Lieshout: ventje zoekt een vriendje
  • En nu zijn wij bezig met een idee van Daan Remmert de Vries: Konijnentango.

Wij hebben er veel plezier aan, maar verheugen ons er ook weer op, volgend jaar over ons eigen prentenboek na te kunnen denken.

Illustratie uit "Opvrolijkvogeltje" van Ingrid en Dieter Schubert
Illustratie uit “Opvrolijkvogeltje” van Ingrid en Dieter Schubert, Edward van de Vendel, Lemniscaat, 2015
 Hebben jullie tot slot nog (meer) tips voor beginnende illustratoren en schrijvers (van prentenboeken)?

Ieder moet zijn eigen weg gaan. Niet geleid door kortstondig succes maar vanuit de drijfveer een mooi, warm, verrassend  boek te willen maken voor kleine kinderen. Want zij zijn onze doelgroep.


Ingrid (Essen, 1953) en Dieter (Oschersleben, 1947) Schubert maken al meer dan dertig jaar samen prentenboeken. Toch vallen ze niet in herhaling: steeds weer maken ze nieuwe prachtige prentenboeken die blijven verrassen.

Meer informatie over Ingrid en Dieter Schubert en de (prenten)boeken die zij maken kun je vinden op hun website.

Pin It

Prentenboek debuut Loetjoeboek

Dag Pierre, gefeliciteerd met je prentenboek debuut “Loetjoeboek”. Kun je kort vertellen waar het prentenboek over gaat?

Loetjoeboek begint met het feestje voor de vierde verjaardag van de hoofdpersoon Loetjoe; een aandoenlijk beestje dat woont op het eiland Senang. Een fantasiewereld van kunstenares en illustratrice Roxanne Monsanto. De topografische kaart van Senang staat op de binnenkant van het omslag. De dieren die op Senang leven, zijn al even fantasierijk. Zo is Loetjoe een kruising tussen een giraf, een koe en een Jack Russel terriër. Na zijn verjaardag ligt hij lang wakker, want de volgende dag gaat Loetjoe voor het eerst naar school. Een spannende dag die dan ook een spannend avontuur oplevert.

Er zijn al meerdere prentenboeken met als thema “naar school gaan”. Wat maakt “Loetjoeboek” een goede aanvulling?

De kracht van Loetjoeboek zit hem in de adembenemende wereld die Roxanne geschapen heeft. En die ze in twaalf acrylverf schilderijen heeft uitgewerkt. Ze heeft hier meer dan een jaar aan gewerkt; iets dat uniek is in de huidige kinderboekenwereld. Het geduld en de liefde waarmee ze dat gedaan heeft, moet de lezer zien en voelen. We noemen het dan ook een ‘ouderwets mooi’ prentenboek. Dat is het trouwens ook qua tekst. Waar uitgevers tegenwoordig in deze vluchtige wereld sturen op zo kort mogelijke teksten, hebben wij een lekker voorleesboek gemaakt. Niet alleen het thema ‘eerste schooldag’ komt aan bod, maar ook de historie en het landschap van Senang, vol grotten, woestijnen, cactussen en bergen. Het is een prentenboek waar kinderen veel in kunnen ontdekken en dat daardoor niet snel zal vervelen. De allerkleinsten kunnen bijvoorbeeld op zoek gaan naar het blauwe hagedisje dat op elke pagina voorkomt.

Eerste pagina uit Loetjoeboek
Eerste pagina uit Loetjoeboek, Pierre Carrière en Roxanne Monsanto, Senang, 2016
Hoe is “Loetjoeboek” tot stand gekomen?

Het idee is ontstaan vanuit kinderopvang Senang. De eigenaresse wilde de kinderen aan het eind van hun verblijf graag een boek meegeven. Aangezien kinderen daar weggaan omdat ze naar school gaan, was de eerste schooldag een logisch thema. Kunstenares Roxanne bedacht het verhaal en maakte de schilderijen. Ik stapte laat in als tekstschrijver. Gelukkig kon ik nog wat thema’s toevoegen. Zo voelt Loetjoe de spanning van de eerste schooldag in zijn buik. Hij heeft op zijn verjaardag geen zin in taart. Naarmate het verhaal vordert, neemt het vervelende gevoel in zijn buik langzaam af. Na schooltijd heeft hij zelfs honger! Kinderen leren zo dat ze spannende momenten vaak in hun buik voelen; alsof er een knoop in hun maag zit.

Daarnaast is het een verhaal waarin Loetjoe zijn eigen held wordt, omdat hij zijn eigen angst overwint. Als hij op de laatste pagina zijn angst ook nog eens benoemt, krijgt hij een groot compliment van zijn moeder: ‘Je bent pas echt een grote jongen als je bang durft te zijn. En daarover praat.’ Veel kinderen zijn toch geneigd om angst weg te stoppen of te overschreeuwen; zich groot te houden. Iets dat natuurlijk niet goed is.

Illustratie uit Loetjoeboek, Roxanne Monsanto, Senang, 2016
Illustratie uit Loetjoeboek, Roxanne Monsanto, Senang, 2016
Je hebt “Loetjoeboek” in eigen beheer uitgegeven. Kun je daar wat meer over vertellen?

Toen we het boek af hadden, heb ik mijn vriend Tjibbe Veldkamp erbij gehaald. Hij heeft al heel wat succesvolle kinder- en prentenboeken geschreven. Hij was erg enthousiast en vond dat we moesten proberen om het landelijk uit te geven. Hij heeft trouwens ook nog wat nuttige aanwijzingen gegeven voor de tekst. Tjibbe heeft een paar uitgeverijen doorgegeven. Die hebben we benaderd. Ze vonden het allemaal prachtig, maar twijfelden aan de commerciële mogelijkheden. Betekent dat dat we niet bekend genoeg zijn in de kinderboekenwereld? Of dat onze fantasiewereld te veel afwijkt van die van de mainstream prentenboeken?

Wij hebben in ieder geval snel besloten om het in eigen beheer uit te geven (red. zie ook zelf uitgeven). Zo konden we ook qua vormgeving, formaat en vouwwijze onze eigenzinnige ideeën doorvoeren. En de beste drukker van Nederland in de arm nemen, die het boek zeer duurzaam gedrukt heeft via waterloos offset, met inkt op plantaardige basis en op bijzonder fraai, FSC-gecertificeerd papier.

Loetjoeboek is daardoor een prentenboek geworden van een kwaliteit die je niet vaak meer ziet. Het drukwerk was natuurlijk niet goedkoop. We hebben ongeveer 4.000 euro betaald voor 1.000 boeken; gefinancierd van ons eigen spaargeld. We hebben een imprint laten maken – Uitgeverij Senang – door uitgeverij De kleine Uil, waar ik al drie boeken heb uitgegeven. Hierdoor ligt Loetjoeboek bij het Centraal Boekenhuis, is het te bestellen bij alle boekwinkels en staat het ook online, bijvoorbeeld op Bol.com. Het boek heeft ook een eigen website (www.loetjoeboek.nl) waar het te bestelen is en waar bezoekers de eerste vijf pagina’s kunnen zien en lezen.

Wat zijn jouw leermomenten geweest?

Wat we geleerd hebben? Ten eerste dat we bij een volgend boek eerder bij elkaar gaan zitten en meer samen gaan werken in de conceptfase. Ten tweede: de volgende keer gaan we waarschijnlijk gebruik maken van crowdfunding. Het voordeel is dan dat mensen in onze directe omgeving het boek al gekocht en betaald hebben voordat de drukwerkrekening komt. Nu moeten we toch nog veel inspanningen leveren om het in onze familie-, vrienden- en relatiekring te verkopen. Veel mensen hebben toegezegd dat ze het willen hebben, maar het moet nog wel even geregeld worden. Gelukkig hebben we al wel aardig wat regionale en landelijke publiciteit rond het boek.

Illustratie uit Loetjoeboek, Roxanne Monsanto, Senang, 2016
Illustratie uit Loetjoeboek, Roxanne Monsanto, Senang, 2016
Krijgt Loetjoeboek nog een vervolg?

Loetjoeboek krijgt zeker een vervolg! Het eiland Senang is zo groot en heeft zoveel prachtige landschappen, die komen in het nieuwe boek allemaal aan bod. Hoofdpersoon is dan Bagoes, een paars nijlpaard met kleine drakenvleugeltjes op zijn rug. Hij woont in de moerassen in het Noorden en moet helemaal naar het Zuiden van het eiland. Bagoes heeft namelijk pijn aan een tand en de tandarts woont aan de andere kant van het eiland. Steeds meer beestjes sluiten zich bij hem aan om hem te ondersteunen. Zo wordt de stoet steeds groter en bonter. Eenmaal aangekomen, blijkt de tandarts een muisje met een hoorn op zijn snuit te zijn. Die kan helemaal niet bij de tand van Bagoes; hij is even groot als die tand! Maar Bagoes en zijn vrienden bedenken een slimme oplossing voor de tandarts om bij de tand te kunnen komen. Het eerste plan mislukt jammerlijk, maar uit de puinhopen daarvan ontstaat het tweede plan, dat wel slaagt. Waar Loetjoeboek begint met een gezellig feest, eindigt het boek over Bagoes daarmee.

Pin It