Categoriearchief: Boekbespreking

In deze categorie vindt u boekbesprekingen (recensies) van nieuwe en oude prentenboeken.

Slaap maar fijn, bouwterrein

Titel: Slaap maar fijn, bouwterrein
Auteur : Sherri Duskey Rinker
Illustrator: Tom Lichtenheld
Vertaling: Edward van de Vendel
Uitgever Nederland: Moon, 2016
Oorspronkelijke uitgave: “Goodnight, goodnight construction site”, Chronicle Books, 2011
40 pagina’s
Formaat: 250×245 mm.


Goodnight, goodnight construction site staat al jaren in de bestsellers lijst van de New York Times in de categorie prentenboeken. Er zijn wereldwijd al meer dan 1 miljoen exemplaren verkocht van dit stoere prentenboek.  Uitgeverij Moon (een imprint van Overamstel uitgevers) heeft het boek nu in het Nederlands uitgegeven onder de titel “Slaap maar fijn, bouwterrein”. De vertaling en rijm is uitstekend gedaan door Edward van de Vendel. Het verhaal leest heerlijk voor.

“Slaap maar fijn, bouwterrein” is een stoer, maar tegelijkertijd ook schattig prentenboek. Het gaat over grote bouwtrucks, maar die gaan na gedane arbeid tevreden slapen (eentje zelfs met teddybeer). De wagens zien er aandoenlijk uit. Een beetje in de stijl van “Bob de Bouwer”. Een ideaal prentenboek voor het slapengaan voor jongens (en meisjes!) tot vier jaar die van bouwen en vrachtauto’s houden.  Zelfs de warme prachtige paginagrootte illustraties van Lichtenheld gemaakt met pastelolie stralen rust  uit. Welk kind gaat hier nou niet van slapen…

Pagina uit "Slaap maar fijn, bouwterrein", Sherri Duskey Rinker, Tom Lichtenheld, Uitgeverij Moon, 2016
Pagina uit “Slaap maar fijn, bouwterrein”, Sherri Duskey Rinker, Tom Lichtenheld, Uitgeverij Moon, 2016
Het verhaal van Slaap maar fijn, bouwterrein

De sterke trucks zijn hard aan het werk op het bouwterrein. Dan gaat de zon onder.

“De dag is om, de dag is klaar. Het wordt al avond. Stoppen maar! De trucks hebben hun best gedaan – nu mogen ze naar bed toe gaan. Morgen maar weer verder bouwen, gaten graven, stenen sjouwen.”

We zien achtereenvolgens de trucks van de eerste plaat (een kraanauto, een cementmolen, een kiepwagen, een bulldozer en een graafmachine) nog even in actie en dan gaan ze slapen…. tot het helemaal stil is op het bouwterrein.

Pagina uit "Slaap maar fijn, bouwterrein", Sherri Duskey Rinker, Tom Lichtenheld, Uitgeverij Moon, 2016
Pagina uit “Slaap maar fijn, bouwterrein”, Sherri Duskey Rinker, Tom Lichtenheld, Uitgeverij Moon, 2016

Het is vrij uitzonderlijk, maar het is Sherri Duskey Rinker gelukt om een met haar debuut een bestseller te schrijven. Gelukkig durfde Chronicle Books het aan om een debuterend schrijver een kans te geven. In dit interview (Engelstalig) gaat ze in op hoe het zo ver is gekomen.

Pin It

Bij de neus genomen

Titel: Bij de neus genomen
Auteur en illustrator: Loes Riphagen
Uitgever Nederland: Uitgeverij De Fontein, 2015;
48 pagina’s.

“Bij de neus genomen”, het nieuwe prentenboek van Loes Riphagen is een echt kunstwerk geworden. Het is qua vormgeving één van de meest originele prentenboeken die ooit gemaakt zijn. De kaft en de eerste pagina’s van het boek vormen aparte lagen met uitsneden waar de lezer “doorheen” kan kijken. Je ziet vanaf de kaft al diertjes en bladeren die pas bladzijden verder tevoorschijn komen. Zo ontstaat een prachtig gelaagd collage effect. Het leuke is dat dit “3D-effect” ook de andere kant op werkt als je de bladzijden omslaat. Een concessie die hiermee wel gedaan is, betreft de stevigheid van de bladzijden. Het boek zit goed in elkaar, maar sommige uitsneden zijn zo fijn dat ze niet echt peuter-proof zijn. Oppassen dus met grijpgrage handjes!

De illustraties zijn zoals we van Loes Riphagen gewend zijn. Speels, humoristisch en soms met priegelige details. Er valt van alles te ontdekken. Het kleurgebruik is in het begin van het verhaal overwegend zwart-wit, met kleine kleuraccenten. Dit werkt erg goed samen met de gelaagdheid en zet het verhaal extra kracht bij. Wanneer het verhaal zijn climax nadert spatten de kleuren van de pagina’s af.

Illustratie uit "Bij de neus genomen", Loes Riphagen, De Fontein, 2015
Illustratie uit “Bij de neus genomen”, Loes Riphagen, De Fontein, 2015

Het is geen wonder dat Riphagen bijna een jaar aan dit boek gewerkt heeft. Het moet een enorme klus zijn geweest om alle beeldelementen uit te knippen, te scannen, in te kleuren en zo te ordenen dat het op iedere pagina (en die erachter) ook allemaal klopte. Naast het werk van Riphagen is dit natuurlijk ook qua drukwerk geen goedkope druk. Dit zie je ook wel terug in de prijs, die met €22,99 aan de hoge kant is voor een prentenboek. Maar voor een kunstwerk…? Je krijgt er trouwens ook nog een gratis app bij!

In de onderstaande video krijg je een indruk van hoe bij  de  neus genomen tot stand is gekomen.

Het verhaal: bij de neus genomen

Riphagen heeft een vrije bewerking gemaakt van een kort verhaal van Rudyard Kipling, de Britse auteur van onder meer “The Jungle Book”. In een tijd waar olifanten nog een korte slurf hebben gaat een jonge olifant op onderzoek uit. Hij stelt aan verschillende dieren nieuwsgierige vragen. Dat gaat goed totdat hij zijn korte neus in de zaken van de krokodil steekt. Die bijt hem in zijn slurf en laat niet los. De andere dieren beginnen hard aan het olifantje te trekken waardoor de slurf langer en langer wordt. Om het uitrekken van de olifantenslurf extra aandacht te geven is er gekozen voor een dubbele uitklap-pagina.

Als de krokodil uiteindelijk loslaat heeft de olifant een lange slurf. Hij weet niet goed wat hij aan moet met zo een lange slurf en voelt zich “bij de neus genomen”. Totdat hij erachter komt dat een lange slurf ook wel veel voordelen biedt. Zo kan nu onderwater zwemmen, vruchtjes uit de bomen plukken en heel hard toeteren. Dat is ook bij de rest van de kudde olifanten niet onopgemerkt gebleven…

Lees ook eens het interview met Loes Riphagen.

In de winkel van Prentenboek.nl kun je originele illustraties van Loes Riphagen kopen!

Pin It

Oei een vlek

Auteur: Milja Praagman
Illustrator: Milja Praagman
Uitgever: Leopold, 2015
Vormgeving: Studio Bos
32 pagina’s.

“Oei! een vlek” is het nieuwe prentenboek van Milja Praagman.  Het is al weer het twintigste prentenboek van Praagman als auteur en illustrator. Ze is daarmee een van de meest productieve prentenboek maaksters van de afgelopen jaren. Het lukt Praagman iedere keer om herkenbare en komische taferelen uit de kindertijd treffend te verwoorden en te verbeelden. Dat is met “Oei een vlek” ook weer gelukt.

Iedere ouder kent het wel. Je kind heeft net een nieuwe trui, broekje of jurkje aan (het liefst een witte…) en ja hoor, bij het eten gaat het mis. De beker chocomelk, de boterham met pasta of dat lekkere ijsje maakt een grote vlek op de nieuwe aanwinst. Vol verbazing kijkt je koter naar je. Hoe kan dat nou? Dit vormde voor Milja Praagman de aanleiding om “Oei een vlek” te maken.

Het is een grappig en vertederend prentenboek in een fijn formaat, met een prachtige illustratie op de harde omslag. De kleurrijke illustraties, gemaakt met plakkaatverf en fluorstiften, zijn steeds verdeeld over twee pagina’s. De hoofdrolspelers zijn dit keer aapjes, wat goed past bij het thema.

Illustratie uit Oei een Vlek
Illustratie uit Oei een Vlek, Milja Praagman, 2015, Leopold
Het verhaal van Oei een vlek

Mama Aap heeft drie nieuwe witte truien gekocht. Voor haarzelf, voor Papa Aap en voor Kleine Aap. “Wees voorzichtig” en “Hou hem netjes”, zegt ze nog… Terwijl Mama Aap jam gaat maken van rozebessen, snoepen Kleine Aap en Papa Aap alvast van de bessen. En jahoor…. Allebei een hebben ze ineens een grote roze vlek op hun nieuwe trui. Vervolgens proberen ze op allerlei manieren de vlek er uit te krijgen. Ze rollen door het gras, ze stappen door de blubber-wei en slingeren door de bomen. Maar de vlek gaat er niet uit. Sterker nog, er komen alleen maar meer vlekken bij. Om het goed te maken besluiten ze om nieuwe bessen voor mama te plukken. Als ze thuiskomen springt de ongerust geworden Mama Aap ze in de armen. Met als gevolg….

Lees meer over Milja Praagman en haar boeken op haar eigen website.

Originele illustraties van Milja Praagman vind je in de illustratiewinkel van prentenboek.nl!

Pin It

Kleine blauwe truck

Auteur: Alice Schertle
Illustrator: Jill McElmurry
Vertaling: Bette Westera
Uitgever Nederland: Gottmer, 2015
Oorspronkelijke uitgave: Houghton Mifflin Harcourt, 2008
40 pagina’s.

Toet Toet, daar is de kleine blauwe truck! Het heeft even geduurd, maar het schattige vrachtautootje is in Nederland aangekomen. Het prentenboek is al jaren een bestseller in Amerika en is nu door Gottmer uitgegeven in Nederland. Bette Westera heeft het verhaal van Alice Schertle op een leuke manier vertaald en kundig op rijm gezet.

Kleine Blauwe Truck is een “veilig” prentenboek dat kinderen tot vier jaar zou kunnen aanspreken. Het verhaal, de tekeningen, de geluiden en de tekst, het is allemaal netjes, schattig en braaf. Het verhaal heeft ook een duidelijke moraal: vrienden zijn belangrijk en help elkaar…Echt heel spannend wordt het niet. Dat hoeft natuurlijk ook niet. Peuters die van (vracht)auto’s en boerderijdieren houden, zullen dit een leuk boekje vinden. De illustraties van Jill McElmurry zijn ook heel komisch om naar te kijken. Er is van alles te zien op de grote gekleurde gouache tekeningen. De typografie is erg goed gekozen en zorgt er voor dat je de geluiden allemaal extra benadrukt. Het is wel een vrij lang verhaal om elke avond voor te lezen. Je bent dus gewaarschuwd…want het zou zo maar een nieuwe voorleestopper kunnen worden.

Kleine blauwe truck, Alice Schertle & Jill McElmurry (ill.)
Kleine blauwe truck, Alice Schertle & Jill McElmurry (ill.), Gottmer, 2015
Het verhaal van de kleine blauwe truck

Kleine blauwe truck gaat een stukje rijden op de boerderij. Onderweg komt hij bekende boerderijdieren tegen zoals de koe, de geit, de kip, het schaap en het paard. Alle dieren maken hun geluid als groet (Boe-hoe loeit Klaartje koe) en kleine blauwe truck groet hen terug. Dan sjeest plotseling een grote opschepperige gele truck langs. Deze gele vrachtauto vliegt echter uit de bocht en komt vast te zitten in een modderplas. In eerste instantie wil niemand hem helpen om eruit te komen, maar dan…. komt de kleine blauwe truck aangereden. Helaas komt die ook vast te zitten. Wanneer hij om hulp toetert komen de dieren allemaal helpen. Ze duwen samen de vrachtato’s uit de modderplas. De grote gele truck is iedereen dankbaar en heeft een wijze les geleerd….

Pin It

We hebben er een geitje bij!

Auteur: Marjet Huiberts
Illustrator: Iris Deppe
Vormgeving: Bockting Ontwerpers
Uitgever: Gottmer, 2014;
32 pagina’s.

“We hebben er een geitje bij!” is verkozen tot het prentenboek van jaar 2016. Het boek zal, naast de andere boeken uit de prentenboek top 10, centraal staan tijdens de Nationale Voorleesdagen (27 januari t/m 6 februari 2016).

Een vertederend prentenboek voor kinderen in de kinderboerderij-leeftijd

“We hebben er een geitje bij!” is een vrolijk prentenboek voor jonge kinderen (tot 3 a 4 jaar). Het boek zal zeker kinderen aanspreken die het leuk vinden om naar de kinderboerderij te gaan. Een prima boek voor kinderen om (boerderij)dieren te herkennen en de geluiden na te doen. Ook thema’s als geboorte en lente zijn uit te leggen aan de hand van dit boek.

“We hebben er een geitje bij!” is een echt kijk- en voorleesboek. De tekeningen zijn lekker groot (2 maal A4 formaat). Het is een kort verhaal waarbij de tekst op eenvoudige rijm is gezet (“Het konijn zegt weinig hoor. Maar straalt van oor tot oor”). De zinnen lopen vlot en lezen prettig voor. De kracht van het prentenboek zit in de eenvoud van het verhaaltje in combinatie met de vertederende illustraties.

Iris Deppe debuteert op een geweldige wijze als illustrator van een prentenboek. Haar naïeve realistische tekeningen dragen het verhaal en voegen er leuke spannende elementen aan toe. Zo zijn er niet alleen echte boerderijdieren te zien, maar bijvoorbeeld ook een ooievaar, een muis, een slak en diverse vogels. De beeldopbouw en de perspectieven dragen bij aan de spanning in de illustraties. Er is van alles te zien en alle dieren wil je het liefste zelf knuffelen. Ook slim om de verschillende dieren terug te laten komen gedurende het verhaal. Herhaling doet het altijd goed bij jonge kinderen.

Dubbele pagina uit "We hebben er een geitje bij!"
Dubbele pagina uit “We hebben er een geitje bij!”, auteur Huiberts, Illustrator Deppe, Gottmer, 2016
Het verhaal

“We hebben er een geitje bij!” draait om het schattige jongetje Mik, die voor het eerst een kinderboerderij bezoekt. Aangekomen bij de kinderboerderij ziet hij een koe die hem blij vertelt dat er een geitje is geboren. Daarna laten achtereenvolgens het paard, de scharrelkip, het konijn, het varken en het biggetje horen hoe blij ze zijn met de nieuwe bewoner. Dan leidt de boer Mik naar de stal waar het geitje ligt te slapen bij zijn moeder. Daar bewondert Mik, samen met alle dieren die zijn meegelopen, het babygeitje.

Dag meneer, hebt u een hond?

Inmiddels is er trouwens nog een prentenboek verschenen van het duo Huiberts en Deppe: “Dag meneer, hebt u een hond?”. Dit prentenboek is in dezelfde stijl geschreven en getekend als “We hebben er een geitje bij!”. Ook in dit boek is Mik het hoofdpersonage en gaat dit keer op zoek naar een huisdier.

Pin It

Het boek zonder tekeningen

Auteur: Benjamin Joseph Novak;
Oorspronkelijke uitgave: “The book with no Pictures”, Dial Books, 2014
Uitgever Nederland: Lannoo, 2015;
Vertaling: Sylvia Vanden Heede;
48 pagina’s.

Het boek zonder tekeningen is een hit. Het boek is zelfs in “De wereld draait door” besproken. Wouter Cajot zei daar dat het boek iedere volwassene omtovert in een stand-upcomedian. Goede marketing? Ja, dat ook. De schrijver B.J. Novak is een bekende acteur, scenarioschrijver en stand-upcomedian in de V.S. Het hilarische filmpje dat op Youtube is gezet, waarin Novak het boek voorleest aan een zaal uitzinnige kleuters, blijkt een hit (zie onderaan de pagina). Inmiddels is er een vergelijkbaar filmpje gemaakt met de Belgische cabaretier Wim Helsen. Het boek is inmiddels ook een succes. Het boek staat al weken in de lijst van beste verkochte kinderboeken. Ook in Nederland zal het een succes worden. En dat is trouwens mede te danken aan het knappe vertaalwerk van Sylvia Vanden Heede.

Maar het is niet alleen marketing waarom dit boek een succes is. Hoewel het in feite een eenvoudig verhaaltje is, is het ook echt grappig (voor kinderen) en is de opbouw erg goed. Ook de gebruikte typografie en lay-out zijn uitstekend en ondersteunen het verhaal. Misschien zit de kracht ook wel in de eenvoud. Iedereen kan dit verhaal verzinnen en ieder kind gaat lachen als een volwassene gekke of stoute dingen zegt….. Maar iemand moet de eerste zijn en het goede voorbeeld geven. Novak doet dat. Originaliteit en marketing zorgen daarmee samen voor het succes.

De titel “het boek zonder tekeningen” klopt trouwens helemaal. Er staan geen tekeningen in het boek. Het is dan eigenlijk ook geen prentenboek. Toch zou het boek door de gebruikte typografie en opmaak wel onder de prentenboeken geschaard kunnen worden. De doelgroep is kinderen vanaf 3 jaar tot een jaar of 8. Het boek moet ook ECHT VOORGELEZEN worden. Iets wat in deze tijd als een grote plus gezien mag worden. Een boek dat stimuleert om voor te lezen. Sterker nog, het boek draagt de lezer op ook alles voor te lezen wat er staat. Zelfs woorden als “Blork” of “Bluurf”…

2 pagina's uit "Het boek zonder tekeningen"
2 pagina’s uit “Het boek zonder tekeningen”, B.J. Novak, Lannoo, 2015

Het boek zorgt zeker voor gegarandeerd succes in de lagere groepen van de basisschool! Ook thuis zullen je kinderen je vragen om het boek nog een keer voor te lezen… en nog een keer. Totdat je er echt een bosbessen pizzahoofd van hebt gekregen….

2 pagina's uit "Het boek zonder tekeningen"
2 pagina’s uit “Het boek zonder tekeningen”, B.J. Novak, Lannoo, 2015

Hieronder het originele (Engelstalige) filmpje van B.J. Novak op YouTube.

Pin It

De gele ballon – een prachtig tijdloos prentenboek

Illustrator: Charlotte Dematons;
Uitgever Nederland: Lemniscaat, 2003;
24 pagina’s.

De gele ballon uit 2003 van Charlotte Dematons is al jaren één van de best verkochte prentenboeken in Nederland. Het boek, dat in 2004 de Kinderboekwinkelprijs won en in meerdere formaten verschenen is, mag inmiddels een moderne klassieker genoemd worden. Het prentenboek heeft nog niets in kracht ingeboet. De vrolijke kleurrijke geschilderde prenten spatten nog steeds van het papier af!

Illustratie uit "De gele ballon", Charlotte Dematons, Lemniscaat, 2003
Illustratie uit “De gele ballon”, Charlotte Dematons, Lemniscaat, 2003

Op het eerste gezicht is het een prachtig kijkboek, waar kinderen, maar ook volwassenen urenlang plezier van zullen hebben. De enige tekst staat op de achterkant van het boek:

“Ga je mee op wereldreis?
Als je goed kijkt zie je dat een blauw autootje, een gevangenisboef, een fakir op een vliegend tapijt, en een gele ballon met je meereizen.”

Wie goed kijkt, ontdekt, dat er naast de grappige en gedetailleerde tekeningen, er wel degelijk een verhaal in te ontdekken is. Het blauwe autootje, de fakir, de boef en de gele ballon keren telkens weer terug. Het leuke is dat de lezer daardoor zijn eigen verhaal kan vertellen en hier natuurlijk iedere keer weer in kan variëren.

Illustratie uit "De gele ballon", Charlotte Dematons, Lemniscaat, 2003
Illustratie uit “De gele ballon”, Charlotte Dematons, Lemniscaat, 2003

Het avontuur begint eigenlijk al voor de titelpagina waar op een kronkelende weg een blauw autootje wegrijdt bij een huisje. Daarna nemen de dubbele pagina vullende prenten je mee door de lucht, de stad, het platteland, de bergen, de woestijn, de savanne, de zee, een winterlandschap, de jungle, het strand, een havenstadje, een bos om vervolgens ‘s avonds weer terug te keren bij het huisje.

Dematons gebruikt daarbij een vogelperspectief voor haar prenten waardoor het net lijkt alsof je over de wereld vliegt (vanuit een gele luchtballon?). Ze combineert informatieve elementen uit de geschiedenis, de geografie en de natuur in één tekening. Zo vindt er naast een modern cruiseschip en vliegdekschip een heus zeegevecht plaats tussen middeleeuwse schepen. Wie goed zoekt vindt ook bekende (literaire) figuren zoals Niels Holgerson, Batman, Roodkapje, de Kerstman en het monster van Loch Ness.

De gele ballon is een heerlijk prentenboek voor jong en oud om telkens weer van te genieten.

Pin It

Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft

Auteur: Werner Holzwarth;
Illustrator: Wolf Erlbruch;
Oorspronkelijke uitgave: Vom Kleinen Maulwurf, Der Wissen Wollte, Wer Ihm Auf Den Kopf Gemacht Hat , Peter Hammer Verlag, 1989;
Uitgever Nederland: De Vries-Brouwers, 1990;
Vertaling: Ineke Ris;
24 pagina’s.

Wereldwijd zijn er al meer dan twee miljoen exemplaren van dit prentenboek verkocht. Dat de mol met poep op zijn hoofd nog steeds niet aan kracht heeft ingeboet mag blijken uit het feit dat het boek, zij het in meerdere verschijningsvormen, al jarenlang tot de best verkochte prentenboeken in Nederland behoort. Het is poupulair bij peuters die “potjestraining” krijgen, maar zeker ook bij oudere kinderen (en ouders).

Tja, kleine kinderen en poep…. Dat is ook makkelijk scoren. De meeste peuters liggen al dubbel bij het zeggen van alleen het woord. Daarmee doe je deze klassieker wel tekort. De gekleurde tekeningen (gemaakt met krijt) zijn hilarisch en verbeelden prachtig de emotie van de mol en de dieren. Het verhaal zit ook nog eens goed in elkaar. De mol heeft een (stinkend) probleem en dat moet wel opgelost worden! De kracht zit in de herhaling en de humor van zowel tekst als beeld. Met veel verschillende geluiden (“Ratatata, daar vlogen vijftien knikkerkeuteltjes om de mol zijn oren”) is het ook een echt voorleesboekje. Het boekje is trouwens erg leuk vertaald door Ineke Ris.

Illustratie uit "over een kleine mol....", Holzwarth, Erlbruch; Vries-Brouwers 1990.
Illustratie uit “over een kleine mol….”, Holzwarth, Erlbruch; Vries-Brouwers 1990.

Laat je niet afschrikken doordat het boekje slechts 24 pagina’s telt. Je zult het waarschijnlijk toch tientallen keren moeten voorlezen…

Het verhaal over een kleine mol..

Een stoere mol krijgt op een ochtend een verse drol op zijn hoofd. “Wel hier en gunter”, riep de kleine mol. “Wie heeft er op mijn kop gepoept?”. Vervolgens vraagt hij dat aan een duif, een paard, een haas, een geit, een koe en een varken. De herkenbare (boerderij)dieren zeggen dat zij dat niet gedaan hebben en laten vervolgens zien hoe hun poep er uit ziet. De mol loopt trouwens al die tijd met de drol op zijn hoofd. Dan komt de mol langs twee strontvliegen en vraagt hen om hulp. Ze ruiken aan de drol en vertellen de mol dat het een drol is van een hond. De mol weet genoeg en rent naar “Bullebak”, de hond van slager om op gepaste wijze wraak te nemen.

Wist je trouwens dat een “mol” in het Duits “maulwurf” heet…

Illustratie uit "over een kleine mol....", Holzwarth, Erlbruch; Vries-Brouwers 1990.
Illustratie uit “over een kleine mol….”, Holzwarth, Erlbruch; Vries-Brouwers 1990.
Pin It

Mijn naam is Bob – prentenboek

Auteur: James Bowen en Garry Jenkins;
Illustrator: Gerald Kelley;
Oorspronkelijke uitgave: My name is Bob, Red Fox Picture Books 2014;
Uitgever Nederland: Uitgeverij Kluitman, 2014;
Vertaling: Frans van der Heijden;
32 pagina’s.

In 2012 verscheen het meeslepende autobiografische boek “Bob de straatkat” van James Bowen. Het boek, inmiddels een internationale bestseller, vertelt het verhaal van de Londense straatmuzikant James Bowen die een gewonde straatkat vindt. Hoewel Bowen zelf dakloos is en met een drugsverslaving worstelt, besluit hij voor de kat te zorgen. Hij noemt de kat Bob en de twee worden al gauw onafscheidelijk. Sinds de ontmoeting verbetert het leven van James (en van Bob). Hij vindt een woning en komt van zijn drugsverslaving af. Ze treden samen op en worden steeds bekender in Londen en inmiddels ver daarbuiten.

Het prentenboek “Mijn naam is Bob” vertelt het verhaal van Bob voordat hij James ontmoet. Nadat zijn bazinnetje door een ambulance wordt meegenomen raakt Bob “dakloos”. Hij moet zien te overleven op straat. En dat valt niet mee. Hij mist een thuis, hij mist vriendschap en geborgenheid. Totdat hij James ontmoet….

Illustratie uit Mijn naam is Bob, illustrator Gerald Kelley, Kluitman 2014
Illustratie uit Mijn naam is Bob, illustrator Gerald Kelley, Kluitman 2014

Het voor het grootste deel verzonnen verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Bob. Blijft het prentenboek ook overeind zonder de achtergrond van James en Bob te kennen? Ja, maar dat is vooral te danken aan de prachtige illustraties van Gerald Kelley. Hij weet precies de juiste sfeer te creëren met prachtige straatscenes en levendige emoties. Achterin het prentenboek zijn leuke foto’s van James en Bob geplaatst en wordt de achtergrond van het verhaal beschreven. Dit maakt het boek, zeker ook voor kinderen, wel erg leuk en speciaal. Maar pas op, je kind wil vast en zeker een kat als huisdier na het lezen van dit boek 🙂

James Bowen lees het prentenboek voor aan Bob.
James Bowen lees het prentenboek voor aan Bob.

Hoewel in het boek een paar heftige momenten voorkomen (Bob raakt gewond door een beest in de duisternis en zijn oude bazinnetje wordt ziek), is het boek wel geschikt voor kinderen vanaf drie/vier jaar. Het begint vrolijk en eindigt vrolijk en is een hartverwarmend verhaal. Mijn naam is Bob had wellicht nog een paar bladzijden mogen duren. Wat gebeurt er nadat ze elkaar ontmoet hebben? Hoe treden ze samen op? De groeiende band tussen James en Bob is misschien iets voor een volgend prentenboek?

Pin It

Raad eens hoeveel ik van je hou

Auteur: Sam McBratney;
Illustrator: Anita Jeram;
Oorspronkelijke uitgave: Guess how much I love you, Walker Books 1994;
Uitgever Nederland: Lemniscaat, 1994;
Vertaling: L.M. Niskos, collectief pseudoniem van uitgeverij Lemniscaat;
36 pagina’s.

“Hazeltje en de Grote Haas houden vreselijk veel van elkaar. Maar hoeveel precies – dat is niet makkelijk te meten!” Dit staat op de achterzijde van de oorspronkelijke uitgave uit 1994 van het prentenboek “Raad eens hoeveel ik van je hou”, geschreven door Sam McBratney en geillustreerd door Anita Jeram. Twintig jaar later is het boek, dat in meer dan 53 talen is uitgegeven en waarvan er meer dan 28 miljoen exemplaren zijn verkocht, een moderne klassieker geworden. In Nederland won het boek destijds een zilveren griffel. Inmiddels is het boek in verschillende vormen verschenen, zijn er diverse spin-offs gemaakt en is er zelfs een complete persoonlijke verzorgingslijn op gebaseerd.

Raad eens hoeveel ik van je hou gaat over twee bruine hazen, Hazeltje en Grote haas (het zouden vader en zoon kunnen zijn, maar net zo goed opa en kleinzoon). In het begin van het boek vraagt Hazeltje aan Grote Haas: “Raad eens hoeveel ik van je hou”? “Oei dat is moeilijk, zegt Grote Haas. Dat kan ik niet raden. Hoeveel dan wel? Zoveel, Hazeltje rekt zijn armen uit zover hij maar kan.” Vervolgens ontpopt zich een “strijd” tussen de twee hazen waarin ze willen laten zien hoeveel ze van elkaar houden. Ze gebruiken hiervoor steeds grotere gebaren en voorbeelden. “Ik hou van jou helemaal tot aan de Maan” zegt Hazeltje vlak voordat hij in tevreden in slaap valt. Terwijl Hazeltje slaapt fluistert Grote Haas nog iets in zijn oor waardoor hij toch “gewonnen” heeft…Illustratie uit Raad eens hoeveel ik van je hou, Jeram, 1994

Illustratie uit Raad eens hoeveel ik van je hou, Jeram, 1994

Het succes en kracht van het prentenboek zit in de (ogenschijnlijke) eenvoud en de herkenbaarheid. Hoe zeg je nu hoeveel je van je kind houdt? Dat is eigenlijk niet te meten of te beschrijven. En dat is precies waar raad eens hoeveel ik van je hou over gaat. Ook het spelletje van elkaar overtreffen zal voor veel kinderen en ouders bekend voorkomen. Een lief, grappig en vertederend boekje om aan je kind voor te lezen of bijvoorbeeld als kraamcadeau te geven. De repeterende tekst laat zich gemakkelijk voorlezen en het is, zeker voor jonge kinderen, een ideaal boekje voor het slapen gaan. Is er dan helemaal geen kritiekpunt te vinden? Jawel, voor sommigen is dit verhaaltje misschien wat te zoet (zeker voor oudere kinderen). Ook worden de woorden “Hazeltje” en “Grote bruine haas” wel erg vaak gebruikt in de tekst.

Illustratie uit Raad eens hoeveel ik van je hou, Jeram, 1994
Illustratie uit Raad eens hoeveel ik van je hou, Jeram, 1994

De overwegend groene en bruine illustraties, getekend met inkt en waterverf, dragen bij aan de rustige en lieflijke sfeer. De gekozen ronde lijnvormen, de lange oren en expressieve houdingen en gezichtsuitdrukkingen van de hazen zijn perfect gekozen door Anita Jeram. Neem eens een kijkje op de website van de illustrator.

Vervolg Raad eens hoeveel ik van je hou

Het originele boek is in verschillende vormen verschenen, als luxe editie, als pop-up boek en er zijn diverse afgeleide boeken verschenen zoals een seizoenen boek en ontdek boeken.  Er bestaat echter ook een boek met vier nieuwe verhalen over Hazeltje: “Raad eens hoeveel ik van je hou, altijd en overal”. Voor liefhebbers  is dit boek ook zeker de moeite waard.

 

Pin It