Alle berichten van admin

Interview Thea Dubelaar

Dag Thea Dubelaar, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Sinds ‘Kuiken en de zee’  dit jaar verscheen,  is het prentenboek  voor het eerst echt aanwezig in mijn schrijversleven. Ik schrijf al vanaf 1978.

Na mijn debuut  ‘Sjanetje’  dat meteen een zilveren griffel kreeg, schreef ik veertien jaar alleen maar lange proza verhalen. Het idee om een prentenboekentekst te schrijven kwam niet eens in me op.

Sjanetje van Thea Dubelaar, Illustrator Mance Post
Sjanetje van Thea Dubelaar, Illustrator Mance Post, Ploegsma 1979

Op een dag schreef ik  ‘Wil je mijn vriendje zijn?’  Een korte tekst met een duidelijke  verdeling in scènes.  Alex de Wolf illustreerde het verhaal heel levendig en grappig. Dat werd – min of meer per ongeluk –  mijn eerste prentenboek (Uitg. Ploegsma 1992).

Daarna schreef ik een aantal verhalen die meer prentenboek dan leesboek werden omdat er zoveel illustraties bij stonden dat die bijna belangrijker waren dan de tekst. De drie dappere Chris boeken  1994-1997(illustraties Melany Erhardy), Sander 1998 (met Georgien Overwater),  Sander is stout/lief 2009 (met Elly hees) en ‘Nanseli waar ren je heen?’ 1999 geïllustreerd door Gitte Spee en bekroond  met de White Raven 2000.

In 2002 schreef ik voor het eerst een echte prentenboekentekst op rijm. Waarom toen? Geen idee, het gebeurde gewoon.  ‘Wiegelied’ was mijn eerste, als prentenboek geschreven boek. Mies van Hout maakte de prachtige platen bij ‘Wiegelied’.

En toen kwam ik in 2012 Jenny Bakker tegen. We wilden samen iets doen, verzonnen verschillende dingen, maar uiteindelijk kwamen we in 2014 uit bij Kuiken. Een opzetje van  mij, een storyboard van Jenny, veel heen en weer gepraat met als uiteindelijk resultaat een beeldschoon, gedeeltelijk handgemaakt boekje: ‘Kuiken in de sneeuw’. Met een tekst die helemaal vanzelfsprekend weer op rijm was.

thea dubelaar en jenny bakker
Thea Dubelaar en Jenny Bakker en ….. Kuiken!

Kun je wat meer vertellen over “Kuiken en de zee”?

Jenny wilde een zomers boek over Kuiken maken en vroeg of ik een idee had.

Meteen herinnerde ik me weer de dagen in de grote vakantie dat ik met mijn moeder, broers en zusjes door de duinen naar zee liep met twee kinderwagens. In de ene lag mijn babyzusje geduwd door mijn moeder en de ander was vol met kleden om op te zitten, boterhammen en flessen aanmaaklimonade, handdoeken en badpakken en die wagen duwden wij. We lieten hem altijd los boven op  De Kruisberg  zodat hij naar beneden sjeesde met ons er achter aan tot grote ontsteltenis van eventuele voorbijgangers die natuurlijk dachten dat er een kind in die wagen lag.

…Dus stelde ik Jenny voor om Kuiken naar zee te laten gaan samen met…. Oma, bedacht Jenny.

Aan mij om een verhaallijn te bedenken. In feite verzin ik wat er gebeurt  altijd al schrijvende. Ik ben niet in staat om van te voren al het hele gebeuren uit te broeden. Ook niet bij een gewoon boek.

Meteen in de eerste spreadtekst  schreef  ik : “Maar wat is zee? Weet oma dat? Ja wel, de zee is nat”. En de rest volgt dan vanzelf.  Nat, Plas, Groot, Zout en voor je het weet, staan ze op een duin en zien de zee.

Spread uit "Kuiken en de Zee", Thea Dubelaar en illustraties Jenny Bakker, 2017 Concerto Kids
Spread uit “Kuiken en de Zee”, Thea Dubelaar en illustraties Jenny Bakker, 2017 Concerto Kids

Van mijn eerste, nog helemaal niet mooie tekstje, maakt Jenny een storyboard uitgaande van hoe zij de spreads getekend voor zich ziet. Sommige deeltjes van mijn opzet vervallen dan, anderen verzin ik naar aanleiding van Jenny’s schetsen er  bij. Als zij gaat tekenen, begin ik te schaven aan de tekst. Tien, twintig keer lees ik de tekst weer en verander hem. Tot op de laatste dag voor het boek naar de drukker gaat, werk ik aan de tekst.

In een recensie over Kuiken en de zee stond iets  wat voor mij een ontdekking was.

…Na het lieve en sfeervolle “Kuiken in de sneeuw” is dit boek een mooi avontuur over een schattig blauw kuikentje wat gaat ontdekken wat de zee eigenlijk is. Want hoe weet je nu wat iets is als je het nog nooit gezien hebt?…

Pas toen ik die laatste zin las, realiseerde ik me waarnaar Kuiken op zoek was en dat je, ook als je de zee op tv, tablet of illustratie hebt zien,  nog niet weet hoe het is om bij of in zee te zijn. Via dit verhaal  breng ik mijn eigen gevoel van de vakantiedagen aan zee over op de jonge lezer. Niet hoe zee er uitziet, maar hoe het voelt, wat de essentie van zee is.

Wat is het verschil met schrijven van “gewone kinderboeken”?

Wat prentenboeken voor mij zo anders maakt als een gewoon boek is het feit dat het verhaal in mijn hoofd niet alleen in woorden verteld zal worden, maar ook in beeld.  Een deel hoeft daardoor niet geschreven te worden. Tegelijkertijd krijgt het verhaal een andere dimensie.

Bij een boek heb ik eigenlijk nooit echt een fysiek beeld van de personen die een rol spelen in mijn verhaal. Ik beschrijf hun binnenkant, ken ze van haver tot gort, maar of ze wit, zwart of rood haar hebben weet ik niet en het kan me ook niet veel schelen. Net als in het gewone leven.

Als ik iemand ontmoet, dan ben ik voor 300% op die persoon gefocust maar achteraf ben ik absoluut niet in staat om te vertellen wat hij of zij aanhad, hoe het haar zat en of de handen mooi of lelijk waren. Ik weet wel in welke stemming die persoon was en wat hem bezig hield, wat voor soort mens het is.

Bij prentenboeken speelt die fysiek zichtbare kant juist een heel belangrijke rol.

Heb je zelf  favoriete prentenboeken?  En waarom zijn dit jouw favorieten?

De boeken van Arnold Lobel.

Omdat ze altijd over gevoel gaan, niet over tastbare, zichtbare dingen maar over wat er met je gebeurd doordat je die dingen ziet of meemaakt.

En vanwege zijn perfecte teksten. Hij vertelde ooit in een interview dat hij langer over de teksten deed dan over de illustraties. Juist omdat die teksten zo kort waren, moesten ze tot op de millimeter nauwkeurig kloppen. Dat geldt voor mij ook.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Ja. De tekst is al redelijk compleet en al minstens 30 keer bijgewerkt. Ik ben nu op zoek naar een illustrator. Het is moeilijk om te kiezen. Er zijn zoveel mensen die prachtige dingen maken.

Het boek gaat over het  eendje Prul dat een cocon van de zijdevlinder vindt en denkt dat het een ei  is. Een verhaal over mooi/lelijk/ verbazing/ opschepperij / minachting en ware schoonheid.

Heb je tot slot nog tips voor beginnende auteurs van prentenboeken?

Wordt eerst een goed schrijver en waag je dan pas aan een prentenboek tekst.

Wil meer weten over Thea Dubelaar en haar werk? Neem dan eens een kijkje op haar eigen website http://www.theadubelaar.nl

Thea Dubelaar
Thea Dubelaar

 

Wat moet je doen met een idee?

Titel: Wat moet je doen met een idee?
Auteur: Kobi Yamada
Illustrator: Mae Besom
Uitgever Nederland: Paolo (label Aldo Manuzio), 2017
Vertaling: Lourens van Veluw
Oorspronkelijke uitgave: “What do you do with an idea?”; Compendium Inc, 2014
36 pagina’s
Bekroningen: Gouden medaille Independent Publishers Award, de Washington State Book Award en de Moonbeam Children’s Book Award.

Illustratie uit "Wat moet je doen met een idee?"
Illustratie uit “Wat moet je doen met een idee?”

Dat uitgeverij Aldo Manuzio (voorheen Brevier) een neusje heeft voor bijzondere prentenboeken bleek al eerder uit bijvoorbeeld de uitgave van de boeken van Aaron Becker. Nu hebben ze weer een juweeltje te pakken met het door Kobi Yamada geschreven prentenboek “Wat moet je doen met een idee”? Nou een mooi prentenboek maken in ieder geval! Het boek kreeg lovende recensies in het buitenland en was maanden een New York Times bestseller.

Wat moet je doen met een idee is een geslaagd filosofisch prentenboek voor kinderen ouder dan 5 jaar. Het laat kinderen zien dat ze een ideeën of dromen niet moeten loslaten, kunnen laten rijpen en niet bang moeten zijn wat anderen er van vinden. Zeker niet als ze hun/de wereld een stukje mooier kunnen maken…  De prachtige magisch realistische illustraties van Mae Besom passen heel goed bij dit verhaal. Naar mate “het idee” vorm krijgt komt er ook steeds meer kleur in de illustraties.

Het verhaal “Wat moet je doen met een idee?”

Op een dag krijgt het jongetje (of meisje) een idee. Het begrip ” idee ” wordt gesymboliseerd door een gouden ei met een een kroontje. Eerst weet het jongetje niet goed wat hij aan moet met het idee, maar het idee achtervolgd hem (het ei loopt letterlijk achter het jongetje aan). Hij gaart bij anderen ten rade, maar die vinden het idee maar niks. Het kindje probeert afstand te nemen van het idee, maar het blijft in zijn hoofd zitten. Ze worden zelfs vrienden en langzaam komt het idee tot “leven”. En dan… ziet de wereld er heel anders uit…

Pagina uit "Wat moet je doen met een idee?", Auteur: Kobi Yamada Illustrator: Mae Besom, Uitgever Nederland: Aldo Manuzio), 2017
Pagina uit “Wat moet je doen met een idee?”,  Kobi Yamada; Illustrator: Mae Besom ; Aldo Manuzio, 2017

Er is inmiddels ook een vervolg gemaakt: “What do you do with a problem?”. Hopelijk wordt dit prentenboek ook in het Nederlands uitgegeven.

Ssst! De tijger slaapt

Titel: Ssst! De tijger slaapt
Auteur en illustrator: Britta Teckentrup
Uitgever Nederland: Gottmer, 2016
Vertaling: J.H. Gever
Oorspronkelijke uitgave: “Don’t Wake Up Tiger”; Nosy Crow, 2016
32 pagina’s
Bekroningen: Prentenboek van het jaar 2018.

Het prentenboek “Ssst! De tijger slaapt” van de Duitse schrijfster en illustrator Britta Teckentrup is verkozen tot prentenboek van het jaar 2018. Het boek zal samen met nog negen andere prentenboeken centraal staan tijdens De Nationale Voorleesdagen van 2018. Deze worden gehouden van woensdag 24 januari tot en met zaterdag 3 februari 2018.

SSst! De tijger slaapt is verkozen als prentenboek van het jaar 2018
Ssst! De tijger slaapt is verkozen als prentenboek van het jaar 2018

Ssst! De tijger slaapt is een vrolijk prentenboek voor kinderen tussen de 2 en 5 jaar oud. De illustraties zijn groot en kleurrijk en glanzend en passen heel goed bij deze doelgroep. Het verhaal is eenvoudig en leest goed weg. De lezer wordt daarbij ook nog actief betrokken bij het verhaal (“aai maar over de neus van de tijger”). De typografie is hierbij erg goed gekozen, met vetgedrukte woorden en zinnen om extra klemtoon op te leggen. Ook de plaatsing van woorden schuin of verrassend over het blad draagt bij aan de speelsheid van dit prentenboek.

Het verhaal: Ssst! De tijger slaapt

Ooievaar, vos, muis, kikker en schildpad zien dat tijger in diepe slaap is. Ooievaar heeft ook nog eens 4 glanzende ballonnen vast. Ze willen langs de tijger, maar ze weten niet hoe ze dat moeten doen zonder tijger wakker te maken. Kikker heeft een slim idee! Hij gebruikt een ballon om over tijger te zweven.  Dan gaat vos met de ballon. Hij is echter wat zwaar en dreigt op tijger terecht te komen. “Help je mee blazen?”. Daarna gaan schildpad en muis met de ballon over tijger heen. En tijger dreigt weer bijna wakker te worden. Muis valt zelfs op de kop van tijger. Zo wordt de spanning goed opgebouwd.

Als laatste is ooievaar aan de beurt. Hij heeft geen ballon nodig, want hij heeft lange poten om over tijger heen te stappen. Maar pas op die ballon ooievaar! Te laat. Met zijn snavel prikt hij de ballon lek. PANG! Tijger schrikt wakker… en wat blijkt. Tijger is jarig! Zing je mee?

illustratie uit Ssst! tijger slaapt
illustratie uit Ssst! tijger slaapt, Britta Teckentrup, 2016, Gottmer

Website van Britta Teckentrup

Prentenboeken over de herfst

De herfst komt er aan… Bladeren verkleuren en vallen van de bomen. Paddenstoelen schieten uit de grond. Eekhoorntjes gaan hun wintervoorraad aanvullen en de vogels trekken naar het zuiden. Tijd om boswandelingen te maken. Tenminste als het weer goed is… want de herfst betekent ook wind en regen. De herfst is een mooi thema voor op school en dus ook voor prentenboeken. Wij zetten de leukste en beste prentenboeken over de herfst voor je op een rij.

Er zijn leuke prentenboeken over de herfst gemaakt
Er zijn leuke prentenboeken over de herfst gemaakt
De beste prentenboeken over de herfst op een rij:

Voor de allerkleinsten (1 t/m 4 jaar) vinden wij dit de leukste prentenboeken over de herfst:

Bobbi naar het bos en Bobbi in de herfst

Bobbi ontdekt samen met zijn vriendjes hoe leuk de herfst is. Lekker spetteren in de plassen, en kastanjes en mooie bladeren zoeken in het bos.

Dikkie Dik – Herfstpret

Vier avonturen van Dikkie Dik over de herfst, met vallende blaadjes, kriebelende spinnetjes en scharrelende egeltjes die een wintervoorraad aanleggen.

Molletje – Het molletje in de herfst

Zdenêk Miler Katerina Miler

Leuk kleurrijk prentenboekje over HET MOLLETJE en de herfst.

 

Voor kinderen vanaf 4 jaar vinden wij dit de leukste prentenboeken over de herfst:

Kikker en de kleuren

Kikker begrijpt er niets van. Waar is al het groen gebleven? Hij kijkt en zoekt. En hij zoekt en kijkt. Overal dwarrelen gele en bruine bladeren van de bomen. Nergens vindt hij nog bloemen in vrolijke kleuren. Hier wil Kikker meer van weten. Wat is er aan de hand? Zal dit ooit nog goed komen? En zijn eigen vel, blijft dat wel groen? En waarom maken zijn vrienden zich nergens zorgen over?

Rikki en de eekhoorn

Het is herfst in het bos. Rikki is op zoek naar kastanjes, maar hij vindt op de grond ook een eekhoorn. Slaapt hij? Is hij ziek of heeft hij zijn pootje gebroken? Rikki haalt zijn vriendinnetje Anni erbij en samen brengen ze de eekhoorn naar Rikki’s mama. Die ziet meteen wat er aan de hand is. Een ontroerend verhaal over afscheid nemen.

Het is herfst

Dit heerlijke zoek- en kijkboek over de herfst van Rotraut Susanne Berner staat garant voor uren herfstpret.

Herfst

Prachtig beeldverhaal over de herfst van Mariëlle Ridder. Er zitten ook knutselideeën in het boek.

Waar blijft de herfst?

Sanne Miltenburg

Konijn en Egel zijn beste vriendjes. Egel gaat elk jaar in winterslaap, zodra het eerste rode herfstblad valt. Maar Konijn wil zijn vriend niet missen. Kan hij de blaadjes en de herfst niet gewoon verstoppen?

Lente, zomer, herfst, winter

Liever een mooi prentenboek waar alle seizoenen aan bod komen? Ga dan voor dit prentenboek van Britta Teckentrup. Elk seizoen wordt prachtig tot leven gebracht door de illustraties van de maakster van het prentenboek van het jaar 2018.

Heb je zelf goede tips voor een herfst prentenboek? Laat hieronder dan een reactie achter!

Interview Harriët van Reek

Dag Harriët van Reek! Nog gefeliciteerd met de het winnen van het gouden penseel voor “Lettersoep”! Kun je wat vertellen over hoe “Lettersoep” tot stand is gekomen?

Ik wilde iets doen met letters en met verbeelding. In een verhaal en tekening ben je vrij
om te doen wat je wilt. Letterel, de hoofdfiguur, een fantast geobsedeerd door letters,
vertaalt alles wat hij denkt en ziet naar letters.

Harriet van Reek in haar atelier in Callossa
Harriët van Reek in haar atelier in Callossa

Voordat Letterel en letterpoes er echt waren, waren er nog 2 andere versies, waarvan de eerste begon met een heel arm mannetje dat helemaal niks te eten had en in zijn fantasie kruipt om zijn armzalige leven kleur te geven.

Vanaf het allereerste idee tot het inleveren ben ik er zo’n 2 a 3 jaar bezig mee geweest.

Eerder maakte je het prentenboek “Letterdromen met Do”. Wat heb je met letters?

Letters zijn een soort wezens, die recht overeind staan. En dus ook zelf iets kunnen zeggen en zijn. Net als een personage eigenlijk.

Welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

Ik heb 7 boeken gemaakt, ongeveer iedere vijf jaar een prentenboek.

  • De Avonturen van Lena lena. Daar is ook een app van, met animaties, leuke
    kriebelgeluidjes en vertelstemmen in het Deens, heel grappig!, het Japans, Engels
    en..Nederlands.
  • Het bergje Spek;
  • Henkelman, ons Henkelmannetje;
  • Bokje;
  • Letterdromen met Do;
  • Edith & Egon Schiele;
  • Lettersoep.

Ik heb naast prentenboeken beeldende theatervoorstellingen gemaakt, poppenkast voor
televisie, performances en ben beeldend kunstenaar. Het maken van een boek doe ik als het opkomt, als er iets verteld moet worden. En dat gaat heel rustig. Als het plan concreet wordt, laat ik het andere werk liggen en neem ik er alle tijd voor. Dat duurt ongeveer een half jaar.

Wording van een illustratie uit Lettersoep, Harriët van Reek,
Wording van een illustratie uit Lettersoep, Harriët van Reek, 2016, Querido
Hoe ga je te werk bij het maken van een prentenboek?

Het begint met wat schetsjes en zinnen in een schriftje. Dat doe ik ongeveer een jaar
en dan ga ik dat tekenen, verbeteren, veranderen of ik begin zelfs helemaal opnieuw.
Dus tijdens het schetsen en tekenen kristalliseert het idee. Dan ga ik het echt
afmaken.

In de tekst verandert er nog veel. Het wordt steeds soberder, er valt steeds meer af,
zo ook bij de tekeningen. Ik zoek naar een essentie en al de rest moet weg.

Heel veel overdoen, opnieuw doen, net zo lang tot het ook een week of 2 later nog
mijn goedkeuring heeft.

Is er veel veranderd in jouw werkproces tussen je debuut?

Nee, eigenlijk niet. Het zijn altijd eerst schriftjes met tekeningen en zinnen/verhaaltjes
die ik daarna ga uitwerken. Maar ik ben wel bedachtzamer en preciezer geworden.
Jammer vind ik dat.

illustratie uit Lettersoep, Harriët van Reek, Wording van een illustratie uit Lettersoep, Harriët van Reek,
Wording van een illustratie uit Lettersoep, Harriët van Reek, 2016, Querido
Wat zijn echte leermomenten geweest?

Ieder boek is wel een leermoment, omdat je altijd beter, anders wilt. Maar wat ik interessant vond is om te werken met een opdracht. Edith & Egon Schiele,
in opdracht van uitgeverij Leopold en het Gemeentemuseum Den Haag. Dat moest in
korte tijd af en dat vond ik wel een uitdaging. Ik heb me daar teveel geconformeerd.
Een volgende keer weet ik dat ik moet doen wat ik zelf wil: vrijheid durven pakken.
En juist dat is gek genoeg steeds moeilijker…. Vrijheid voelen en vinden!

Hoe vind je het om zelf de tekst te schrijven?

Ik vind het bij elkaar horen, tekst en tekenen. Ik houd erg van het schrijven, meer dan van het tekenen. Het heerlijke gepuzzel en geschuif met zinnen en woorden, de invallen, het gestreep, het weggooien. De worsteling om de letters in het gareel te krijgen.

Wat zijn jouw favoriete materialen om te illustreren?

Op dit moment aquarel en kleurpotlood. Vanwege de kleuren. Ik houd ervan het materiaal te voelen, hoe de penseelharen buigen en het potlood weerstand biedt. Ik houd ook van het papier. Ik werk ook in de computer, photoshop en TV paint, heel fijn om in te tekenen, maar uiteindelijk wordt het handwerk.

Waar moet je op letten bij het gebruik van deze materialen?

Gebruik goed en mooi papier en goede materialen. Geen goedkope, ik bedoel materialen van slechte kwaliteit. Goed en fijn materiaal loont zich.

Aan welk boek, auteur en/of uitgeverij bewaar je de beste (of leuke) herinneringen en op welke ben je het meest trots?

Mijn eerste boek “De Avonturen van Lena Lena”, omdat het een enorme verrassing was dat het de Gouden Griffel kreeg. Ik wist niet eens dat die bestond ☺

illustratie uit De Avonturen van Lena lena
illustratie uit De Avonturen van Lena lena, Harriët van Reek, 1996, Singel Uitgevers
Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers? En waarom zijn dit jouw favorieten?

Op dit moment ben ik weg van de ‘kinder’ boeken van de kunstenaar/illustrator Jockum
Nordstrom, van ATAK, Paul Cox, Nigel Peake en Hok Tak Yeung met zijn graphic novel
Qu’elle était bleue ma vallée.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Ik heb samen met Geerten ten Bosch een boek gemaakt. De titel is “Ei!Ei!” en het is een jubileumboek. Wij werken al samen vanaf 1987. Onze eerste gezamenlijke productie was een poppenkast-serie voor de VPRO kindertelevisie. Het boek gaat over de wonderlijke reizen van twee eieren en een poppenkast.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende auteurs en illustratoren (van prentenboeken)?

Doe vooral wat je zelf wil maken en laat je niet leiden door de markt.

Wil je meer weten over Harriët van Reek en haar werk? Neem dan eens een kijkje op haar website.

Interview Nathalie Slosse

Dag Nathalie, wanneer en waarom ben jij prentenboeken gaan schrijven?

In de bibliotheek is de afdeling van de prentenboeken altijd één van mijn lievelingsplekken geweest, zelfs vóór de geboorte van mijn kinderen. Dat ik zelf boeken zou gaan schrijven is een beetje een speling van het lot geweest. In 2007 werd bij mij borstkanker vastgesteld. Mijn zoontje was op dat moment 2 jaar. Ik wou hem erbij betrekken, maar moest het allemaal zelf uitzoeken en verzinnen hoe je dat nu best doet met  een jong kind. Ik bedacht spelletjes en activiteiten die hielpen om bijvoorbeeld te volgen wanneer ik opnieuw een chemokuur zou krijgen of om het verlies van mijn haar bespreekbaar te maken.

Nathalie Slosse
Nathalie Slosse

Toen ik beter werd wilde ik andere ouders met mijn ervaring vooruit helpen en een boek leek daarvoor een goede manier. Het verhaal “Grote Boom is ziek” werd toen geschreven bij wijze van inleiding bij de tips om jonge kinderen te betrekken bij de ernstige ziekte van een naaste. En zo ben ik in de prentenboeken gerold en is Talismanneke ontstaan…

Wat doet Talismanneke precies?

Talismanneke is de non profit organisatie die ik na het verschijnen van “Grote Boom is ziek” heb opgericht. We reiken tools aan die helpen om het leven ter harte te nemen, ook in slechte tijden. Kinderen serieus nemen en met hen moeilijke thema’s bespreekbaar maken, helpt hen veerkracht te ontwikkelen, maar hun volwassen begeleiders (leerkrachten, ouders, grootouders) deinzen er toch voor terug en kunnen wel wat ondersteuning gebruiken.

Meer informatie over Talismanneke en de projecten die zij ondernemen vind je hier.

Waarom gebruiken jullie prentenboeken om dit te bereiken?

Een prentenboek straalt veiligheid uit. Net iets dat je nodig hebt op moeilijke momenten. Bovendien zit er ook nog een afstand tussen wat er in het boek gebeurt en wat je zelf meemaakt. Je bent niet verplicht om het op je eigen situatie te betrekken, maar de uitnodiging is er… Ik vind het prachtig wanneer ik hoor dat mijn verhalen de aanzet geven om een taal te vinden om over die heel moeilijke onderwerpen te praten.

Even belangrijk als het geïllustreerde verhaal is het doe-gedeelte met ideeën voor verwerkingsactiviteiten achteraan in ieder prentenboek. Dit helpt de moeilijke onderwerpen concreter te maken voor jonge kinderen.

Eén van de karakters die jullie gebruiken is “Snuiter”. Hoe is Snuiter ontstaan?

Snuiter heeft in stukjes vorm gekregen tijdens het wordingsproces van “Grote Boom is ziek”. Zijn naam was er eerst en ik zag hem ook onmiddellijk voor me met een kleurrijk gestreept truitje, dat heb ik ook doorgegeven aan de illustratrice (een spitse snoet en een gestreept truitje). Verder was het nog geen uitgemaakte zaak of hij nu meer een diertje was of meer een kabouter… Zelf heb ik hem nooit als “egel” aangeduid, voor mij is hij enig in zijn soort.

Gaandeweg heb ik gemerkt dat ik voor zijn karakter veel inspiratie haal uit het karakter van mijn zoon.

Nathalie met Snuiter
Nathalie met Snuiter
 Het laatste prentenboek van Snuiter is “Per Ongeluk”. Kun je vertellen waar dit prentenboek over gaat?

Terwijl hij aan het spelen is, laat Snuiter per ongeluk één van de eieren van Mama Eend vallen. Helaas met grote gevolgen: Kroosje komt blind uit het kapotte ei! Wat zou Snuiter graag de tijd terugdraaien. Hij schaamt zich ook. Maar wat gebeurd is, is gebeurd. Gelukkig krijgt Snuiter de kans om het goed te maken met de eendjes en helpt iedereen elkaar verder.

“Per Ongeluk” gaat over onbedoeld schuldig zijn en de gevolgen voor de veroorzaker en het slachtoffer. Bij het schrijven van het vorige Snuiter-verhaal “De wensbloem”, begon ik me plots in te leven in de veroorzaker van een heel ernstig ongeval en stelde vast hoe zwaar het taboe is dat hierop rust.

In die periode was er ook een voorval waarbij mijn dochtertje op een stapel stoelen klom, die vervolgens omviel bovenop een ander meisje. Gelukkig kwam iedereen er met de schrik vanaf, maar het zette me aan het denken: stel dat de gevolgen ernstiger waren… Het resulteerde voor mij in een zoektocht naar het thema in prentenboeken, die weinig opleverde. Dat is voor mij altijd een trigger om zelf aan de slag te gaan!

Illustratie uit "Per ongeluk"
Illustratie uit “Per ongeluk”, Nathalie Slosse, Rocío Del Moral, Van Halewyck, 2017
Hoe ga je te werk bij het maken van een prentenboek? Kun je jouw werkproces toelichten?

Het gebeurt wel vaker dat het ene verhaal een idee voor een volgend verhaal op gang brengt. Af en toe worden me ook suggesties ingefluisterd, maar ik ga nog steeds in de eerste plaats op zoek naar de “gaten” in het aanbod van bestaande prentenboeken. Thema’s die leven in de maatschappij, maar die amper of niet worden belicht in boeken voor jonge kinderen. Vaak kom je dan bij droevige (taboe) onderwerpen uit.

Research is altijd de eerste stap: wat bestaat er al, kan ik mensen (kinderen?) vinden die me kunnen vertellen over hun ervaring, … Vervolgens moet die informatie in mijn hoofd rijpen en probeer ik de grote lijnen van een verhaal te bedenken. En dan begint het schrijven en schaven.

Alle Snuiter verhalen werden geïllustreerd door Rocío Del Moral. Maar ik schreef ook al enkele boeken in samenwerking met andere illustratoren. Voor mij is een nauwe samenwerking met de illustrator van groot belang. Het verhaal krijgt tenslotte pas echt zijn vorm in deze fase.

Het belangrijkste dat ik tot nu toe geleerd heb, is dat een lange voorbereiding zich altijd laat voelen in de kwaliteit van het eindproduct. Ook als je denkt klaar te zijn, zijn er nog steeds punten die voor verbetering vatbaar zijn. Als je echt de tijd neemt, kan je die dingen eruit filteren voor het effectief in druk verschijnt.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Ik werk momenteel aan een prentenboek over graag zien en loslaten bij een bewuste keuze voor een waardig levenseinde (euthanasie). Weer niet meteen een thema dat je verwacht voor een prentenboek, maar dit keer ben ik eraan begonnen op basis van een expliciete vraag van iemand die voor die hartverscheurende situatie heeft gestaan.

Prentenboek van het jaar 2018

“Ssst! De tijger slaapt” is verkozen tot het prentenboek van het jaar 2018. Het prentenboek is  geschreven en geïllustreerd door van Britta Teckentrup (Duits). Het boek is in 2016 uitgegeven door Gottmer.

Het prentenboek gaat over een tijger die slaapt.  Alle dieren willen erlangs, maar de tijger   ligt vreselijk in de weg. Hoe gaan ze dat oplossen? Gelukkig heeft  kikker een goed idee: alle dieren zweven een voor een met een ballon over de tijger heen.  Daarbij kunnen ze wel wat hulp gebruiken…  lees meer over het prentenboek van het jaar 2018 en de Nationale Voorleesdagen!

prentenboek top tien en prentenboek van het jaar 2017
prentenboek Top Tien 2018
Prentenboek Top Tien 2018

Zoals gebruikelijk hebben de jeugdbibliothecarissen nog negen andere prentenboeken gekozen die samen de prentenboek top tien voor 2018 vormen. In deze top tien staan vier prentenboeken van Nederlandstalige schrijvers en illustratoren (hieronder cursief aangegeven)!

De Prentenboek TopTien voor De Nationale Voorleesdagen 2018 (in alfabetische volgorde):

Alberts boom – Jenni Desmond (Lemniscaat)
Antonia – Anke de Vries en Piet Grobler (Lemniscaat)
De kusjes-krokodil – Jozua Douglas en Loes Riphagen (De Fontein)
Gewoon zoals je bent – Jonny Lambert (Veltman Uitgevers)
Ik ben bij de dinosaurussen geweest – Edward van de Vendel en Floor de Goede (Querido)
Mmm… een taart! – Susanne Strasster (Hoogland & Van Klaveren)
Mijn potje – Anita Bijsterbosch (Clavis)
Nog even mijn haartjes wassen – Jörg Mühle (Gottmer Uitgevers)
Slaap maar fijn, bouwterrein – Sherri Duskey Rinker en Tom Lichtenfeld (Moon)
Ssst! De tijger slaapt – Britta Teckentrup (Gottmer Uitgevers)

Deze prentenboeken staan centraal tijdens De Nationale Voorleesdagen van 2018. Deze worden gehouden van woensdag 24 januari tot en met zaterdag 3 februari 2018.

Interview Tjibbe Veldkamp

Dag Tjibbe Veldkamp, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?
Tjibbe Veldkamp
Tjibbe Veldkamp

Een heel grote plek. Meer dan de helft van de boeken die ik geschreven heb zijn prentenboeken. Het zijn er intussen iets meer dan dertig. De bekendste zijn denk ik ‘Tim op de Tegels’ dat geïllustreerd werd door Kees de Boer, de boeken over Agent en Boef, ook met Kees de Boer en ‘Kom uit die kraan!’ dat getekend werd door Alice Hoogstad.

Wat maken prentenboeken voor jou anders dan andere kinderboeken?

Het grootste verschil voor mij is dat ik het schrijven van een prentenboek moeilijk als werk kan zien. Ook al is het mijn werk. Een prentenboek verzinnen is vooral een beetje keten. Ontspannen plezier maken. Een gewoon kinderboek schrijven is hard werken. Een tweede voordeel van prentenboeken boven andere kinderboeken is dat de samenwerking met een illustrator belangrijker is. Het mooiste moment bij het maken van een prentenboek vind ik het moment waarop ik voor het eerst de schetsen te zien krijg.

Jouw prentenboek “Kom uit die kraan!” was gekozen in de Prentenboek Top 10 voor de Nationale Voorleesdagen 2017 en heeft een Zilveren Griffel gewonnen. Hoe ben je op het idee gekomen voor dit prentenboek?

Ik hou ervan om in de tekst niet het hele verhaal te vertellen – het is leuk wanneer een kind dat goed kijkt daarvoor beloond wordt. In dit geval zocht ik naar een complete verhaallijn die ik vervolgens kon verzwijgen. Dat werd de bankroof op de achtergrond.

De eerste ideeën ontstonden in “het notitieboekje”:  “kind dat in bulldozer rijdt en alles plat maakt.” En daar meteen onder: “Auto van bankrovers die nu niet kunnen ontsnappen.” Dat is het hele verhaal in een notendop! Wat hier al in zit is de verrassende ontknoping: het lijkt alsof het kind alles stuk maakt. Maar eigenlijk zorgt hij dat boeven niet kunnen ontsnappen.

Notitieboekje Tjibbe Veldkamp voor Kom uit die kraan
Notitieboekje Tjibbe Veldkamp voor Kom uit die kraan

De samenwerking met Alice Hoogstad verliep heel prettig en soepel – als je het ‘samenwerking’ kunt noemen. Eerst deed ik mijn werk. En toen deed Alice haar werk. Ze heeft me wel laten zien wat ze gemaakt had, maar dat was zo goed als perfect, dus veel overleg was er niet nodig.

illustratie kom uit die kraan
… en zo is de tekst uiteindelijk in het prentenboek gekomen, illustratie Alice Hoogstad
Hoeveel exemplaren zijn er inmiddels verkocht?

Precies weet ik het niet, maar het zijn er  meer dan 10.000. De Griffel en de Prentenboek Top 10 en ook de Pluim van de Maand hebben hier zonder twijfel erg aan bijgedragen.

Hoe ga je te werk bij het schrijven van een nieuw prentenboek? Kun je jouw werkwijze toelichten?

Het idee vind ik het allerbelangrijkst. Als het idee goed is, ben je er eigenlijk al. Dan komt er natuurlijk nog wel een traject van uitwerken en indelen en redigeren en overleggen – maar als het idee goed is, kan dat eigenlijk niet meer misgaan. Het liefst schrijf ik een verhaal met een bepaalde illustrator in mijn achterhoofd. Ik probeer tijdens het schrijven het verhaal te zien in de stijl van die tekenaar – niet dat ik dat goed kan, hoor! Helemaal niet! Maar het helpt toch. In ieder geval dwingt het me om iets te maken dat visueel interessant is.

‘s Ochtends ga ik meteen na het ontbijt naar mijn schrijfkantoor. Daar heb ik geen internet en er is ook helemaal niks te doen. Er ligt alleen een opschrijfboekje en een potlood op mijn bureau. Met dat boekje en het potlood probeer ik dan – daar is dat woord weer – plezier te maken. In dat beginstadium is plezier het allerbelangrijkst. Als ik het zelf grappig, spannend of mooi vind is er een kans dat anderen het ook zullen waarderen.

 Wat is er veranderd in jouw werkproces na je debuut? Wat zijn echte leermomenten geweest?

Aan mijn werkproces is heel weinig veranderd, ben ik bang. Ik weet in ieder geval nog steeds niet hoe het moet.

Ik denk dat ik wel veel geleerd heb van voorlezen aan kinderen. Toen ik begon met schrijven had ik nog nooit een kind van dichtbij gezien, niet meer sinds ik zelf kind-af was. Door voor te lezen aan kinderen heb ik meer gevoel gekregen voor waar ze om lachen en wat ze wel of niet begrijpen.

Is het niet heel lastig in Nederland om als beginnende schrijver een uitgever te vinden voor je prentenboek? Zeker als je zelf niet kunt tekenen….?

Ja, het is niet makkelijk. Je moet om te beginnen natuurlijk een verhaal schrijven waar kinderen, als het getekend is, plezier aan kunnen beleven. Dat valt misschien nog wel mee. Een tweede is dat ook een uitgever moet verwachten dat hij of zij er geld aan zal verdienen. Dat is lastiger. Maar helemaal onmogelijk is het niet! Er blijven nieuwe prentenboekenschrijvers debuteren. En de uitgeverijen die ik ken nemen ingezonden manuscripten heel serieus. Vaak zijn het ervaren acquirerend redacteuren of de uitgevers zelf die de stapel met ingezonden verhalen doorkijken. Dat doen ze, omdat ze wel degelijk op zoek zijn naar nieuwe schrijvers en goede verhalen. Als ik één advies zou moeten geven is het dit: zorg dat je een supergoed verhaal hebt. Dus niet gewoon goed, maar briljant. Probeer op te vallen met jouw verhaal. Nergens anders mee.

Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers? En waarom zijn dit jouw favorieten?

Jazeker, heel veel! ‘Hoe Tom won van Kapitein van Urk en zijn sportieve huurlingen’ van Russell Hoban en Quentin Blake blijft een bron van inspiratie. Een van de vele dingen die mij aanspreken in dit boek is dat delen van de tekst volstrekt onbegrijpelijk zijn. Maar in beeld is het verhaal volkomen helder. ‘Ssst! We hebben een plan!’ van Chris Haughton vind ik ook fantastisch. Het verhaal bevat heel sterke cliffhangers. En dan is er ook nog de ontroerende naíviteit van het kleinste jagertje dat de vogels, die ze willen vangen, steeds gedag zegt.

Verder ben ik ook fan van een aantal prentenboekschrijvers uit het Nederlands taalgebied: Leo Timmers, Loes Riphagen, Marjet Huiberts, Edward van de Vendel, Mathilde Stein, Bette Westera – het zijn er teveel om op te noemen.

Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Later dit jaar verschijnt ‘Handje?’ een prentenboek dat ik samen maakte met Wouter Tulp. Het startpunt was: een meisje loopt hand in hand met haar vader. Om te komen waar ze naartoe wil stapt ze over op andere vaders zoals je overstapt van de ene tram of bus op de andere. Intussen heeft Wouter werkelijk fantastische illustraties gemaakt.

Ook Kees de Boer en ik maken samen weer een prentenboek, waar ik heel blij mee ben. Het verhaal zit vol ruimtemonsters – dat is een specialiteit van Kees, dus het komt vast goed.

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende auteurs (van prentenboeken)?

Probeer altijd met jouw verhaal de toekomstige tekenaar ervan blij te maken. Kun jij uitleggen waarom dit verhaal echt vierentwintig bladzijden met illustraties nodig heeft? En kun je uitleggen wat het is in jouw verhaal dat maakt dat een tekenaar niet kan wachten om het te tekenen?

Wil je meer weten over Tjibbe Veldkamp en zijn werk als schrijver van prentenboeken en kinderboeken? Neem dan eens een kijkje op zijn website.

Interview Harmen van Straaten

Dag Harmen van Straaten, welke plek hebben prentenboeken in jouw oeuvre?

In mijn oeuvre nemen prentenboeken een belangrijke plaats  in. Helemaal precies weet ik het niet, maar ik denk dat ik inmiddels  30 prentenboeken heb getekend en geschreven.  Met “De liefste kusjes zijn voor jou” en “Tim en de boot naar Timboektoe” brak ik een beetje door en daarna volgden nog vele prentenboeken. Met het boek “Een opa om nooit te vergeten” met Bette Westra won ik twee internationale prijzen en werd ik uitgenodigd voor een tentoonstelling van mijn werk in Tokio.

Harmen van Straaten
Harmen van Straaten (© Kajsa Blomberg)

Mijn boeken over Spuit Elf de brandweerolifant verschenen in vele talen en er werd in Nederland door theatergroep Terra een musical van gemaakt. Van mijn prentenboek “De Kleine Sneeuwman” werd een Chinees/ Nederlandse muziekproductie gemaakt met premières In China en Nederland. Voor mij nemen prentenboeken een hele belangrijke plaats in.

Jouw prentenboek “Hé, wie zit er op de wc?” was gekozen in de Prentenboek Top 10 voor de Nationale Voorleesdagen 2017. Helpt dat bij de promotie en verkoop van het boek? 

Het idee een boek te maken over de WC ontstond in overleg met uitgeverij Leopold, en dat ben ik toen gaan uitwerken.  Maar het  deel uitmaken van de selectie is natuurlijk wel super fijn hoor. Het helpt zeker.  Jaren geleden was dat ook zo met “Spuit Elf en de brandweerolifanten” en “de Wedstrijd van Eend”. Maar toen waren de voorleesdagen nog niet zo bekend als nu.

Spread uit "Hé wie zit er op de wc? Harmen van Straaten, Leopold, 2015
Spread uit “Hé wie zit er op de wc? Harmen van Straaten, Leopold, 2015
Hoe ga je te werk bij het maken van een prentenboek? Kun je jouw werkproces toelichten?

 Het begint altijd met een klein idee van drie of vier zinnen. Ik vind dat je het verhaal ook moet kunnen samenvatten in een klein aantal zinnen. Je moet gewoon niet te veel hoeven uit te leggen. Het verhaal moet meteen duidelijk zijn en een ritmisch beeldverhaal zijn. Ik vind het heel fijn er een soort voordracht op rijm van te maken, want dat leest makkelijk voor en kinderen vinden het leuk om mee te rijmen.  Ik hoor het ook vaak op scholen en bibliotheken dat ze dat prettig vinden.  Ik pretendeer helemaal niet over goede rijmschema’s te beschikken. Ik zeg altijd maar: Het moet lekker lopen.  Maar ik moet zeggen, er wordt ook wel anders over gedacht. Maar ik ben lekker eigenwijs dus….

Ik begin met een tekst dan deel ik in spreads het verhaal in. Daarna begint het schetsen. En daarna verandert de tekst ook steeds mee tot het einde aan toe. Want het mag nooit een praatje bij een plaatje worden. Tekst en beeld vullen elkaar aan en vertellen soms ook nog een  extra verhaal.

Ik ben in de loop der jaren simpeler gaan schrijven. Ook  door mijn ervaringen op scholen en bibliotheek bezoeken. Mijn begeleiding door goede redacteuren en openstaan voor hun suggesties hebben mij verder  gebracht.

Hoe vind je het om zelf de tekst te schrijven?

Ik vind zelf schrijven altijd een spannende reis. Je vertrekt en je weet een beetje waar je naar toe wilt, maar dat kan onderweg allemaal veranderen. Dat maakt het spannend. Even gewoon linksaf slaan en zien waar je dan uitkomt.

 Wat zijn jouw favoriete materialen / technieken / media om te illustreren?

Heldere inkt en glad papier. Ik ben het gewend en durf dan niet iets anders te doen…

Waar moet je op letten bij het gebruik van deze materialen?

Ik doe maar wat, als ik heel eerlijk ben. Ik denk niet zo na  en volg gewoon mijn gevoel.

Illustratie uit "Joris puzzelt een dino", Harmen van Straaten
Illustratie uit “Joris puzzelt een dino”, Harmen van Straaten, Leopold 2017
 Je hebt voor heel veel auteurs en uitgeverijen kinderboeken geïllustreerd. Aan welk boek, auteur en/of uitgeverij bewaar je de beste (of leuke) herinneringen en op welke ben je het meest trots?

Ik heb een rijk illustratie- en schrijfleven met veel bijzondere momenten en ik voel me bevoorrecht met zoveel getalenteerde mensen te mogen samenwerken. Aan één samenwerking bewaar ik hele bijzondere herinneringen.

“Het Sleutelkruid” van Paul Biegel was als kind mijn lievelingsboek en het was een hele bijzondere ervaring om dat boek opnieuw te mogen tekenen. Terwijl de originele tekeningen van Babs van Wely al schitterend waren!

Heb je zelf een aantal favoriete prentenboeken? En illustratoren en schrijvers?

Jazeker, ik ben een fan van Thé Tjong-Khing  en  Carl den Hollander. Dat zijn twee enorme grote Nederlandse talenten.

 Ben je momenteel weer bezig met een nieuw prentenboek? Kun je al een tipje van de sluier oplichten?

Op dit moment heb ik net een prentenboek af met de titel “Joris puzzelt een dino”. Joris is een puzzelkampioen en is in alles de beste. Een ding zou hij nog heel graag willen weten. Hoe maak je van een stapel botten een dino? Daarom laat hij zich opsluiten in een museum. Maar dan gebeurd er iets rampzalig.  Alle dino’s storten die nacht in elkaar. Wordt Joris nu ook kampioen dino puzzelen?

Heb je tot slot nog (meer) tips voor beginnende auteurs en illustratoren (van prentenboeken)?

O, dat is een moeilijke vraag. Kies een makkelijk onderwerp. Kies een onderwerp dat past bij kinderen van 3 t/m 6. Maak het ze niet te moeilijk, maar ook niet te makkelijk. Zorg voor een onvoorspelbaar  plot. En… het moet altijd goed aflopen. We willen toch wel dat de lezers lekker en tevreden gaan slapen.  Want dat is belangrijk, plezier in voorlezen. Een warm moment met je vader, moeder, opa of oma, juf en meester.

Meer informatie over Harmen van Straaten en zijn werk als auteur en illustrator van (prenten)boeken  kun je vinden op zijn website.

Ik wil een prentenboek! Gruffalo

In navolging van de landelijke actie “geef mij maar een boek” start er een nieuwe boekhandelsactie “Ik wil een prentenboek!”. De actie start in heel Nederland met het leuke en succesvolle prentenboek “De Gruffalo” van auteur Julia Donaldson en illustrator Axel Scheffler. Vanaf vrijdag 7 april is De Gruffalo voor slechts 2 euro te koop in alle boekhandels! Er worden tevens diverse activiteiten rondom het boek georganiseerd. Zo zijn er voorleessessies en komt illustrator Axel Scheffler op bezoek bij verschillende boekhandels in Nederland.
De Gruffalo, Julia Donaldson, Axel Scheffler; Lemniscaat, 1999
De Gruffalo, Julia Donaldson, Axel Scheffler; Lemniscaat, 1999
De missie van “ik wil een prentenboek!”
Kinderen willen we laten opgroeien tussen de boeken en we willen ieder kind we de kans geven voorgelezen te worden uit zijn eigen boek. Voor lezen is immers niet alleen een feest voor voorlezer en kind; het is ook de basis van geletterdheid en succes in de samenleving. Daarom stellen boekverkopers met ingang van dit jaar, ieder jaar in de aanloop van Pasen een prentenboeken klassieker ter beschikking voor een weggeefprijs.
Ik wil een prentenboek logo
Ik Wil Een Prentenboek! wordt gedreven vanuit de boekhandel, die zelf activiteiten organiseert, en daarvoor samenwerkt met lokale organisaties , onderwijsinstellingen en
bibliotheken. Stichting De VoorleesExpressis bij de actie betrokken omdat zij met ruim vierduizend vrijwilligers actief is in meer dan zeventig steden en dorpen om de taalontwikkeling van kinderen te stimuleren en de taalomgeving thuis te verrijken.